Advertentie
geld

Michel (28) heeft door schulden 45 euro per week te besteden

Waar geef je je geld aan uit als je het niet hebt, en ook nog verslaafd bent aan drugs?

door Gwen van der Zwan
16 juli 2019, 9:24am

Foto's door de auteur

Een groot deel van mijn salaris gaat op aan domme dingen als drank en overbodige boodschappen. Als ik rijker was geweest, had ik m’n geld waarschijnlijk uitgegeven aan dure auto’s, sieraden en hotels. Maar hoe geef je geld uit als je het eigenlijk helemaal niet hebt? Om daarachter te komen liep ik een dag mee met de dakloze Michel. De rest van de week hield hij bij waar hij zijn geld aan uitgeeft. Michel krijgt een Wajong-uitkering, maar hij staat onder bewind. Vanwege zijn schulden beslist zijn bewindvoerder over het geld dat hij krijgt uitgekeerd. Dat is het minimale bedrag: elke maandag stort zijn bewindvoerder 45 euro op zijn rekening. Daar moet hij het mee doen.

Michel is 28 jaar oud. Als 17-jarige kwam hij in een crisisopvang van Lijn5 terecht, een organisatie voor gespecialiseerde jeugdzorg. Hij kwam daar terecht vanwege zijn complexe probleemgedrag: hij was agressief, extreem druk en had een speedverslaving. Omdat hij thuis niet meer welkom was en geen andere plek had waar hij kon verblijven, werd hij na een maand in de opvang te hebben gezeten doorverwezen naar de nachtopvang. Sindsdien heeft hij soms een korte periode een kamer gehad, in een begeleid-wonen-huis, maar het merendeel van de tijd is hij dakloos. De nachtopvang vindt hij niet prettig, dus slaapt hij op straat of bij vrienden op de bank.

Ik ontmoet Michel in Apeldoorn bij Stimenz, een organisatie voor sociaal werk. Jonge mensen kunnen hier aankloppen voor psychische, sociale of praktische hulp. Michel is hier al jaren kind aan huis. Samen met zijn begeleider drinken we een warme chocomel. “Ik ga vaak ‘s ochtends naar Stimenz voor een warme chocomel en om bij de verwarming te zitten,” zegt Michel. Van zijn begeleider krijgt hij een paar sportsokken toegestopt. “Die heeft-ie voor me gekocht. Dat doet-ie wel vaker. Vanuit zijn organisatie heeft hij een budget om hoognodige levensmiddelen te kopen voor dakloze jongeren, zoals ik. Hij heeft ook weleens een moertje gekocht voor mijn fiets, die een vriend voor me gestolen heeft. En ondergoed.”

Michel

Dan gaan Michel en ik de straat op. Hij laat me het portiek zien waar hij die nacht geslapen heeft. “Als ik het ‘s nachts heel koud heb, fiets ik een paar keer een stukje heel hard om het warm te krijgen. Een slaapzak heb ik niet, dat vind ik te veel gezeul – mijn jas houdt me warm.”

Nadat Michel en ik een uurtje rond hebben geslenterd in het centrum van Apeldoorn vraag ik Michel of hij vaker zo doelloos rondloopt. “Nou,” zegt hij, “het lijkt misschien doelloos, maar dat is het niet. Ik ben altijd op zoek naar oud ijzer. Dat kan van alles zijn: grondkabels, verloren spullen of iets wat wegwerkers achter hebben gelaten. Met een beetje geluk krijg je bij een ijzerboer vijftig cent voor een kilo oud ijzer. Maar het ligt er een beetje aan wat je vindt. Roestvrij staal of accu’s zijn meer waard dan wat schroot. Laatst vond ik bijvoorbeeld zes kilo grondkabel, daar kreeg ik vijf euro voor.”

We vinden geen oud ijzer, maar we zijn wel toe aan een pauze. We verkassen naar Michels volgende hotspot: inloophuis De Herberg. Hier bestelt Michel nog een chocomel – zijn favoriete drankje. “Omdat ik hier de wc’s schoonmaak krijg ik af en toe een gratis lunch. Dat is een afspraak die ik een paar jaar geleden heb gemaakt met de begeleiding. Ik moet dan wel beloven dat ik rustig ben, want soms vertoon ik extreem onrustig gedrag.” We hebben geluk. Het duurt niet lang voordat er een paar boterhammen en een kom soep voor onze neuzen wordt gezet. Ik val aan, Michel roert een beetje in zijn soep en plukt wat aan zijn boterham. Ik vraag hem of hij geen honger heeft. Hij lacht zijn tandeloze grijns bloot. “Als je genoeg speed snuift, heb je geen honger meer. Maar dat komt goed uit, want zo blijf ik vanzelf in vorm.”

michel is dakloos

Omdat Michel de hele dag nog geen speed heeft gebruikt, begint hij behoorlijke ontwenningsverschijnselen te vertonen. Het zweet loopt in straaltjes van zijn voorhoofd en zijn ledematen schieten ongecontroleerd alle kanten op. Andere bezoekers van het inloophuis kijken verstoord op van hun kopje thee. “Volgens mij is het weer tijd om te gaan, Michel,” zegt een van de begeleiders terwijl hij de onaangeraakte boterham weer meeneemt.

Buiten vertelt Michel over zijn speeddealer – een man op leeftijd die in een dorp in de buurt woont. Michel fietst een paar keer per week naar hem toe om drugs te halen. “Omdat ik meestal een grote inkoop doe krijg ik korting: 10 gram voor 35 euro. Dat is maar 3 euro 50 per gram, terwijl het normaal 5 euro is. Mijn dealer heeft jaren aan de speed gezeten. Daar word je niet beter van en dat zie je eraan af. Hij heeft evenwichtsstoornissen en dat soort dingen. Gelukkig heb ik daar geen last van.” Ik kijk naar Michel. Hij zwalkt van links naar rechts, maakt kleine sprongetjes, vreemde snuifgeluiden en gaat voortdurend met zijn hand over zijn haar. “Ik doe altijd de afwas van mijn dealer en haal vaak boodschappen voor hem,” gaat Michel verder. “Daar krijg ik geen geld voor, maar wel een snuif van de plaat. Ik geef mezelf dan wel een schouderklopje, want ik help een oudere man die het nodig heeft.”

Michel klopt op zijn bagagedrager. “Kom zitten, dan gaan we naar mijn beste vrienden.” Ik klim achterop en samen zwalken we door de buitenwijken van Apeldoorn. We rijden bijna een vrouw aan. Ze roept dat we gestoord zijn. Onderweg wijst Michel me een katholieke kerk aan. “Daar zit een kledingbank van Sant’Egido in,” zegt hij. “Dat is een stichting die vanuit de katholieke kerk daklozen helpt.” Michel vertelt dat hij daar één keer per maand gratis kleding mag halen. “Ik heb iedere maand recht op vijf kledingstukken. Ik neem meestal een setje mee. Dus een broek, T-shirt, sokken, trainingsbroek en jas. Bij de kledingbank moet je tevreden zijn met wat er is. Je kan niet zeggen: ik wil deze schoenen, maar dan in een andere maat.”

Ik vraag hem of hij het niet jammer vindt dat hij geen geld heeft om kleding in een winkel te kopen. “Nee,” zegt hij. “Eigenlijk ben ik wel blij dat ik maar 45 euro per week van mijn bewindvoerder krijg. Want als ik mijn volledige Wajong, 900 euro, op mijn rekening gestort zou krijgen, zou ik te veel speed kopen en binnen no-time dood gaan aan een overdosis. Bovendien is het niet handig om heel veel speed op zak te hebben. Als ik met zeventig gram drugs op straat gevonden word, is mijn strafblad weer een stukje dikker.” Ik vraag Michel wat er tot nu toe allemaal in zijn strafblad staat. “Ik weet het niet precies, maar in ieder geval mishandeling: ik heb een keer iemand in elkaar geslagen met een stalen pijp. Ik zal maar niet vertellen hoe dat ging, want dan kun je niet meer slapen. Waar ik hem kon raken, raakte ik hem. Hij heeft het ternauwernood overleefd.”

michel

We komen aan bij de vrienden van Michel. Als we aanbellen doet Jessica* – een vrouw van een jaar of dertig – de deur open. In haar hand heeft ze een fles cola, aan haar onderlip hangt een joint. We volgen haar de woonkamer in. Op de bank ligt Stefan, Michels beste vriend. Hij mompelt iets wat ik niet kan verstaan, omdat ook hij geen tanden heeft. Op zijn borst ligt een bord vol speed. Op de televisie is een vrouw op Tel Sell-achtige wijze een soort stofzuiger aan het aanprijzen. Voor de ramen zijn doeken opgehangen om de zon – die inmiddels alweer ondergaat – te weren. Met zijn drieën kijken we een uurtje Tel Sell, terwijl Michel en Stefan lijntjes snuiven. Het drietal kent elkaar van de straat. Jessica was ook dakloos en leerde Michel kennen in een opvangcentrum. Ze zijn blij dat ze nu wel een woning hebben en laten Michel af en toe een nachtje logeren. Als mij ook een lijntje wordt aangeboden, besluit ik dat het tijd is om te gaan. Ik bedank Jessica en Stefan voor de gastvrijheid, geef Michel een hand en verlaat de met rook gevulde kamer. Onderweg naar het station koop ik nog een warme chocomel bij een kiosk, en voel ik me geprivilegieerd dat ik ervoor kan betalen.

Dit is was Michel de rest van die week uitgaf. Omdat hij nog voor twaalf euro aan oud ijzer vond, was zijn totaalbudget 57 euro.

Dinsdag
Geen geld uitgegeven

Woensdag:
Wiet: 10,-
Broodjes: €1,39
Diepvrieshamburgers €1,89
Bier: €3,48

Donderdag
Croissants: €1,50
Wiet: €10,-

Vrijdag
Speed: €17,50

Zaterdag
Geen geld uitgegeven

Zondag
Patat: €1,55

Maandag
Drank: €5,-
Wiet: €5,-

*Update 18 juli: Jessica is een gefingeerde naam. In een eerder gepubliceerde versie stond de echte naam van Jessica vermeld, maar zij wilde bij nader inzien toch liever niet met haar voornaam in het stuk genoemd worden.