tatoeages

In Amsterdam woont een 11-jarig Japans meisje dat prachtige tatoeages zet

In haar vaderland zijn tatoeages taboe, maar nu Noko Nishigaki in Amsterdam woont, kan ze helemaal haar gang gaan.
21 februari 2020, 9:25am
Noko Nishigaki
De elfjarige Noko is nog wat te jong voor echte tatoeages. Gelukkig bestaan er plaktattoo's!

De Japanse Noko Nishigaki luistert graag K-Pop met vriendinnen. Ze gaat naar school, speelt met haar klasgenoten en houdt van sushi – “vooral met zalm” – en van tekenen – ze tekent “vossen, wolven en andere dieren”.

Op zich best normale dingen voor een kind van elf. Maar er is één ding dat Noko onderscheidt van haar leeftijdsgenoten: ze zet prachtige tatoeages.

“Ik wil het blijven doen totdat ik groot ben,” zegt ze tegen VICE.

Noko is de jongste tatoeëerder-in-opleiding ter wereld. Haar vader, Gakkin, is een bekende tatoeëerder die geroemd wordt voor zijn werk uit vrije hand. Het gezin verhuisde in 2016 vanuit Osaka naar Amsterdam, en woont daar nog altijd.

We spraken Noko op een zondagochtend. Ze zag er erg stijlvol uit voor iemand van haar leeftijd.

Noko vertelt dat ze vooral geïnteresseerd raakte in tatoeëren doordat ze al op jonge leeftijd in aanraking kwam met haar vaders werk, en van zichzelf al erg van kunst houdt. “Ik weet niet meer wanneer ik mijn vader voor het eerst zag tatoeëren, maar waarschijnlijk was ik toen nog een baby,” zegt ze.

“Mijn ouders moedigden me aan om meer schetsen te maken en te tatoeëren. Dat vond ik leuk, en zo is het allemaal begonnen.”

Wat het nog opmerkelijker maakt dat ze zo met tatoeëren bezig is, is dat tatoeages in Japan in nogal een kwaad daglicht staan: ze worden geassocieerd is met criminaliteit, en mensen met tatoeages worden vaak geweigerd op openbare plekken, zoals in zwembaden, op strand en bij geothermische bronnen. En als je als tatoeëerder geen medische licentie hebt, loop je het risico om gearresteerd te worden.

Niets daarvan weerhield Noko’s vader Gakkin ervan om zijn passie te volgen. Hij liet de negatieve geluiden voor wat ze waren en liet zijn dochter vrij in haar keuzes. Als zijn leerling liet hij haar eerst schetsen op papier maken, en daarna op een siliconen huid en later op poppen.

Ze zette haar eerste tattoo op haar zesde. “Bij mijn vader,” zegt ze. “Dus ik was niet zenuwachtig.” Het was zeker niet de laatste tatoeage die ze bij haar vader zou zetten.

Ze werd wel wat zenuwachtiger toen ze ook andere mensen ging tatoeëren, die haar er ook voor betaalden.

“Bij mijn eerste klant was vond ik het spannend en een beetje eng. Ik breng mijn lijntjes heel langzaam aan en soms trilt mijn hand dan een beetje. Ik besef dat tattoo’s voor de rest van je leven op je huid blijven zitten, en ik dus geen fouten mag maken. Daar word ik zenuwachtig van.”

Ze heeft inmiddels ook geleerd hoe ze moet arceren, en ze vindt kleur aanbrengen minder stressvol. “Als ik een klein foutje maak is dat bij het inkleuren niet erg, dus dat is wat makkelijker,” zegt ze.

Noko schetst veel vogels, en vindt inspiratie in het boek Masterpieces: 150 Prints from the Birds of America van John James Audubon. Dat had ze cadeau gekregen van een andere tatoeëerder. Door de verschillende houdingen en soorten vogels komt ze ook zelf weer op nieuwe creaties, zegt ze. Naast vogels zijn ook katten haar handelsmerk geworden.

“Zelf heb ik geen kat, maar ik vind ze wel heel lief en ze zijn makkelijk om te tekenen,” zegt ze. “Toen ik voor het eerst een kat tekende, vroeg iemand of ik die tekening wilde tatoeëren. Daarna wilden steeds meer mensen mijn katten, en toen begon ik het nog leuker te vinden om ze te maken.”

In het begin gebruikte Noko graag paars, roze en geel – de kleuren van haar favoriete animeseries Pretty Cure. Tegenwoordig houdt ze ook van zwart, waarschijnlijk omdat er iets van haar vaders stijl in haar werk is doorgesijpeld.

“Mijn vader en mijn moeder hebben er allebei invloed op,” zegt ze over haar tattoos. “Mijn moeder helpt me ook veel.”

Ze houdt ook van het werk van de Russische tatoeëerder Sasha Unisex – vanwege het dromerige kleurgebruik en de dierenmotieven – en Nisacco, die net als haar vader bekendstaat als meester van de blackwork-tatoeage, en wiens “gedetailleerde lijnen” ze bewondert.

Toch blijft haar vader haar grootste voorbeeld. “Ik vind het geweldig hoe hij die grote werken aanbrengt op de ruggen van mensen. Ik word al moe als ik een kleine schets moet zetten.”

Zelf is Noko ook naam aan het maken. Ze heeft klanten uit heel Europa en bij haar eerste tattoo-conventie in Singapore zat ze helemaal volgeboekt. Op dit moment heeft ze 35 tatoeages gezet – haar laatste is een zwart-rode paddenstoel, met haar naam eronder.

De comments op haar Instagram – die wordt beheerd door haar moeder – laten zien dat ze een trouwe fanbase heeft opgebouwd. Haar 50.000 volgers moedigen haar aan, zeggen hoe hard ze de afgelopen jaren vooruit is gegaan en laten weten dat ze dolgraag een afspraak bij haar zouden maken.

Noko werkt nu op zaterdagen in de studio van haar vader. Ze houdt van tatoeëren, al is ze zich ervan bewust dat tatoeages nog altijd taboe zijn in haar vaderland – ze hoopt dat dit de komende jaren gaat veranderen.

“In Japan worden mensen met tattoo’s gezien als slechte mensen, maar hier is het niet raar om er eentje te hebben,” zegt ze. “Sommige leraren op school en dokters hebben het ook.”

“Ik heb zelf geen tattoo’s, maar ik wil ze denk ik wel. Niet te veel hoor, want ik ga graag naar het zwembad of de warmwaterbronnen, en in Japan mag je daar niet in als je tattoo’s hebt. Ik vraag me af waarom. Ik hoop dat als ik ouder ben, mensen met tatoeages gewoon in het zwembad mogen in Japan.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE ASIA.