liza, meike en katla
Liza, Meike en Katla. Foto's door auteur
Identiteit

Als je eetstoornis niet serieus wordt genomen omdat je dik bent

"Ik moest een vragenlijst invullen waarop de vraag stond: voel je je dik? Ik dacht: ik bén dik, dat is geen gevoel."
20 februari 2020, 11:59am

Ik was tien jaar oud toen ik voor het eerst een eetbui had. Van mijn zakgeld kocht ik een familiezak chips, een rol koekjes en vier croissants, die ik op een bankje in een verlaten park achter elkaar opat. Daarvoor was ik al dik, maar door die eetbuien werd ik in korte tijd nog dikker. Op mijn twaalfde werd ik intern opgenomen in een afvalkliniek, omdat niemand in mijn omgeving zich nog raad wist met mijn gewicht. Toen ik de diëtiste daar over mijn eetbuien en moeilijke relatie met eten vertelde, zei ze simpelweg: “Als je eenmaal afvalt, lost dat probleem zich vanzelf op.”

Ik viel veel af tijdens mijn zeven maanden interne opname, maar toen ik thuiskwam in een oude, niet gecontroleerde omgeving, kwamen de eetbuien terug. Niet zo gek: afvallen is geen wondermiddel voor de onderliggende problematiek die met een eetstoornis gepaard gaat. Dat wist ik toen nog niet, maar van hulpverleners zou je die kennis en gepaste hulp wel mogen verwachten.

In tv-series en documentaires zien we meestal het stereotiepe beeld van iemand met een eetstoornis: een jonge, witte en heel dunne vrouw. Als dik persoon heb ik meerdere keren meegemaakt dat mijn eetstoornisklachten niet serieus werden genomen als ik bij een arts of andere zorgverlener om hulp vroeg. Waarschijnlijk komt dat doordat veel mensen, en dus ook artsen, op een stigmatiserende manier naar dikke mensen en hun klachten kijken. Als je dik bent, wordt er vaak met een belerend vingertje gezwaaid en gezegd dat je ‘gewoon’ minder moet eten en meer moet bewegen. Maar voor mensen met een eetstoornis – met welke lichaamsvorm dan ook – is er niets gewoons aan meer of minder eten. Deze simplistische manier van kijken is niet alleen vervelend, maar ook schadelijk. Veel dikke mensen met een eetstoornis blijven hierdoor onderbehandeld, en krijgen niet de zorg die ze nodig hebben. Omdat ik benieuwd was naar hoe andere dikke mensen met een eetstoornis dit ervaren, ging ik met drie van hen in gesprek.

Foto door auteur.

Meike (26):

Op dit moment ben ik ongeveer drie maanden in therapie voor mijn eetbuistoornis. Het heeft lang geduurd voordat ik mijn eetstoornis echt serieus nam. Ik dacht altijd: ik moet niet zo zeiken, het is mijn eigen schuld dat ik dik ben en zo’n moeilijke relatie heb met eten en alles wat daarmee te maken heeft. Ik ben blij dat ik eindelijk de stap heb genomen om in therapie te gaan. Toch loop ik hier wel tegen bepaalde dingen aan. Zo ben ik zelf veel bezig met body positivity en fat acceptance: ik probeer mijn lichaam te accepteren zoals het is, en het idee los te laten dat ik koste wat het kost moet afvallen. Maar behandelaren zeggen soms dingen als: “Zodra je geen eetbuien meer hebt, val je vanzelf af.” Ik vind dat moeilijk om te horen, omdat ik geen valse hoop wil krijgen en vooral niet meer obsessief bezig wil zijn met afvallen. Zo worden oude, ongezonde eetstoornisgedachten namelijk aangewakkerd. Sommige behandelaars hebben echt niet door hoe kwalijk dat soort opmerkingen zijn. Ze realiseren zich niet dat ik óók mijn hele leven bezig ben geweest met zo dun mogelijk willen zijn – even goed als iemand met ondergewicht die herstellende is van een eetstoornis. Ik heb jarenlang restrictieve periodes gehad waarin ik heel weinig at, hoewel je dat misschien niet ziet aan mijn lichaamsvorm.

Op dat soort momenten merk ik hoezeer het idee heerst in onze maatschappij dat alleen heel dunne mensen met eetstoornis serieuze, goede behandeling nodig hebben. Je merkt zelfs aan de therapieruimtes dat ze ingericht zijn op dunne mensen: als dik persoon zit je in de meeste stoelen helemaal niet lekker, omdat ze erg smal zijn en armleuningen hebben. Ook moest ik laatst een vragenlijst invullen waarop de vraag stond: voel je je dik? Ik dacht: ik bén dik, dat is geen gevoel. Het is pijnlijk dat ik me met dit soort dingen bezig moet houden, terwijl de therapie en het herstellen van mijn eetstoornis op zichzelf al erg intensief is. Volgens mij zou het helpen als zorgprofessionals zich meer verdiepen in de stigmatisering van dikke mensen en de schadelijkheid van dieet-cultuur. Dat zijn namelijk belangrijke oorzaken van mijn eetstoornis.

Foto door auteur.

Liza (27):

Een paar jaar geleden ging ik voor het eerst in therapie voor mijn eetstoornis. Periodes van weinig eten, overmatig sporten en eetbuien wisselen zich al sinds mijn tienertijd af. Toen ik eenmaal in therapie ging bij een behandelcentrum voor mensen met eetstoornissen kreeg ik eerst de diagnose ‘binge eating disorder’, ook wel eetbuistoornis genoemd. Voor mijn gevoel was dat onvolledig, want ik had niet alleen maar eetbuien; soms at ik juist veel te weinig. Pas toen mijn relatie uitging en ik in een korte tijd veel afviel, bedachten mijn behandelaars dat er misschien meer aan de hand was. Toen kreeg ik ook de diagnose ‘atypische anorexia’. Dat betekent dat je aan alle criteria van anorexia voldoet, maar geen ondergewicht hebt. Ik vertoonde precies hetzelfde schadelijke en ongezonde gedrag, zoals restrictief eten en dwangmatig sporten, maar bij dikke mensen wordt dat alleen maar toegejuicht.

Het begin van mijn behandeling bestond uit groepstherapie. Dat vond ik erg heftig. Ik was het enige dikke groepslid, en had het gevoel dat mijn lichaamsvorm de nachtmerrie was van de rest van de groep. Ik kreeg hier geen begeleiding in, therapeuten vroegen me nooit hoe deze situatie voor me was. Na een half jaar begon ik met individuele therapie, en gelukkig had ik met die therapeut wel een goede klik. Maar ook daar bleven bepaalde dingen lastig. Ik moest bijvoorbeeld elke week op de weegschaal gaan staan – dat was een vast onderdeel van de therapie. Het idee van zo’n weegmoment is om neutraler naar je gewicht te gaan kijken, maar dat lukte me niet: mijn ongezonde dieetgedachten kwamen juist weer naar boven. Ik heb meerdere keren gezegd dat ik me niet meer wilde wegen, omdat het me zoveel deed dat het mijn herstel in de weg stond. Ik kreeg als reactie dat dit nu eenmaal hun reglement is, en ik moest me er maar naar schikken. Uiteindelijk heb ik mede daardoor besloten eerder te stoppen met de therapie. Ook omdat ik inmiddels hersteld was van mijn eetstoornis. De aanvraag om mijn therapie af te ronden werd goedgekeurd, maar wel met de kanttekening dat het team zich zorgen maakte over mijn gezondheid. Ik was namelijk aangekomen – iets wat volgens mij niet verwonderlijk is als je na jarenlang rotzooien weer normaal en gezond gaat eten.

Tijdens een van mijn laatste sessies begon mijn therapeut ineens over de gezondheidsrisico’s van overgewicht, terwijl ze wist dat dit voor mij een enorme trigger is. Ik vond dat zó naar, de veiligheid en het goede gevoel over mijn herstel waren meteen weg. Dat is voor mij wat onderbehandeld worden betekent: hulpverleners kijken niet goed naar de persoon die ze behandelen. Ze werken volgens een ‘one size fits all’-methode, die ontworpen is voor dunne mensen. Daardoor voelde ik me vaak niet gezien.

Foto door auteur.

Katla (31):
Als meisje van negen verhuisde ik met mijn familie vanuit Parijs naar Nederland, en vanaf dat moment ontwikkelde ik problemen rondom eten, mijn zelf- en lichaamsbeeld. Het zal iets te maken hebben met controle, ik voelde me bijvoorbeeld niet thuis op school. Als tiener kocht ik van mijn zakgeld stiekem eten, vooral veel snoep, dat ik dan ergens in het geheim opat. Vanaf mijn puberteit kende ik korte periodes waarin ik bijna niets at, maar dat hield ik nooit vol. Dus begon ik toen ik begin twintig was laxeermiddelen te gebruiken, en drugs om mijn eetlust te remmen. Ik vond het ongemakkelijk in het bijzijn van anderen te eten, dus at ik tijdens etentjes met vrienden weinig, om me vervolgens thuis vol te proppen. Mijn gewicht schommelde steeds en ik wilde altijd dunner zijn dan ik was. Kortom: ik had een erg destructieve relatie met alles wat met eten en met mijn lichaam te maken had.

Rond m’n twintigste ging ik voor het eerst in therapie, omdat ik depressieve klachten had. Bij die therapeut kaartte ik mijn obsessieve eetgedrag aan. Ik vermoedde toen namelijk al dat ik een eetstoornis had. De therapeut vroeg naar de hoeveelheden eten die ik at tijdens een eetbui, maar die waren volgens haar niet indrukwekkend genoeg om echt een eetstoornis te hebben en daarvoor hulp te krijgen. Ook tijdens latere therapieën werd er niet naar me geluisterd. Een studentenpsycholoog zei: “Joh, op jouw leeftijd moet je gewoon bezig zijn met je fysieke gezondheid. Ga maar lekker sporten, als je de focus daarop legt dan komt het vanzelf wel goed.”

Misschien nemen mensen me minder serieus omdat ik niet héél dik of héél dun ben. Ik heb wel overgewicht, maar het lijkt wel alsof je pas serieus wordt genomen als het eetprobleem van je lichaam is af te lezen. Op dit moment ben ik in behandeling voor een burn-out en traumatische ervaring, ook hier is vooralsnog geen aandacht voor mijn eetproblematiek. Terwijl ik aan alles voel dat dit aangepakt moet worden, want alleen kom ik er niet uit.

Worstel jij met een eetstoornis en heb je hulp nodig? Je kunt direct terecht bij Korrelatie of Stichting Human Concern, of zoek een behandelaar bij jou in de buurt. Daarvoor heb je wel een verwijzing van je huisarts nodig.