Picknick in het bos
Een Oost-Duitse picknick in het bos. Foto: Imago images/Gerhard Leber 
Identiteit

Mijn oom zat bij de Stasi en daar werd altijd over gezwegen

Jonge mensen uit voormalig Oost-Duitsland vertellen hoe ze omgaan met pijnlijke familiegeheimen.
8.1.21

Toen ik afgelopen zomer bij mijn familie was, liet mijn tante Else* vallen dat mijn oude oom Holger bij de Stasi had gezeten. Onze monden vielen open. Wie het niet helemaal meer weet: de Stasi was de geheime dienst van de Duitse Democratische Republiek (DDR), ook wel bekend als het Ministerie voor Staatsveiligheid, die duizenden burgers heeft bespioneerd.

De Stasi maakte tussen 1950 en 1990 gebruik van een gigantisch netwerk van zowel onofficiële als professionele informanten, om potentiële tegenstanders van het regime op te sporen. Je kon erbij worden gelapt door iedereen: je vrienden, buren en zelfs familieleden. Veel mensen werden namelijk gedwongen om met de staat samen te werken, en de onzekerheid en angst die er heerste heeft veel relaties onherstelbaar beschadigd.

Mijn oom bleek zelf geen informant te zijn, maar bij de afdeling voor bedrijfsspionage te werken. Hij had een prettig leven en een prima pensioen. Het is niet zo dat iedereen dit altijd heeft willen verzwijgen, maar Holger is alweer een tijdje overleden dus het kwam niet echt ter sprake. En ik had er ook nooit naar gevraagd.

De Stasi had officieel twaalfduizend Oost-Duitse burgers in dienst, en in het archief in Berlijn bevinden zich nog altijd eindeloos veel dossiers met verzamelde informatie. Iedereen kan zo opvragen wat er over je familie is opgeslagen, maar veel mensen doen dat bewust niet, omdat ze niet willen weten wie de verraders zijn.

Advertentie

Voor Duitsers die na de val van de muur zijn geboren, is het lastig om zich in te leven in waar hun ouders doorheen zijn gegaan – en al helemaal om te begrijpen waarom ze niet willen weten wie welke rol heeft gespeeld. Ik vroeg drie jonge mensen hoe ze met hun ouders praten over dit gevoelige onderwerp.

Mascha*, geboren in 1990

Zowel Mascha als ik zijn opgegroeid met een alleenstaande moeder. Zij woonde in Weimar, ongeveer anderhalf uur van Leipzig en niet ver van waar ik ben opgegroeid. Tot zover hebben we veel gemeen – een verschil was weer dat haar moeder een glansrijke carrière kreeg, terwijl mijn moeder nooit langer dan twee jaar dezelfde baan had.

Uit een onderzoek van de Otto Brenner-stichting uit 2019 bleek dat families die vinden dat ze beter af waren in de DDR zich vaak laten leiden door nostalgische gevoelens. Ze koesteren dingen die aan het oppervlak erg fijn waren, zoals het feit dat ze een baan hadden of dat bepaalde producten goedkoper waren, maar staan minder stil bij de duistere kant van deze tijd.

Mascha’s familie heeft dit onderwerp vooral ontweken. “Ik vond het wel een tijd vervelend dat we thuis nooit naar het nieuws keken,” zegt ze. “Mijn moeder zei dat ze niet wilde dat we in onze jeugd aan politiek blootgesteld zouden worden.”

Advertentie

Toen haar moeder jong was, voelde ze zich niet thuis in de DDR. “Ze las boeken over het marxisme, en zag dat het er in de praktijk heel anders aan toeging. We zaten in een dictatuur,” zegt Mascha. Haar moeder was kritisch op het klassensysteem en werd van haar opleiding gestuurd. Iemand had haar verklikt.

Mascha mocht zelf op school met niemand praten over de problemen die haar moeder had gehad. Toen de Wende kwam, mocht haar moeder weer terug naar de collegebanken. Ze spreken vaak over deze tijd, en het feit dat ze bespied werd door iemand met wie ze close was. Mascha’s moeder werd door haar eigen ouders aangeraden om het er niet al te veel over te hebben. Het onderwerp is op familiebijeenkomsten nog altijd taboe.

Toch is Mascha niet boos. “Onze ouders waren destijds nog erg jong, even oud als wij nu zijn. Er waren geen goeieriken en slechteriken, het was niet zo zwart-wit. De meeste mensen wilden ook gewoon door met hun leven.”

Helene*, geboren in 1994

Voor families die er na de val van de muur juist op achteruitgingen is het anders – zij zijn sneller geneigd om de DDR te verdedigen. Dat herken ik van mijn eigen familie, net als Helene.

Helene komt uit een “saai gat tussen Dresden en de Tsjechische grens”, zoals ze het zelf omschrijft. Het gebied stond ook wel bekend als het Tal der Ahnungslosen (‘het dal van de onwetenden’), omdat je daar geen toegang had tot de West-Duitse tv of radio, en je er was overgeleverd aan de gecensureerde Oost-Duitse media.

Advertentie

De vader van Helene kwam uit een boerenfamilie, maakte zijn school niet af en werd journalist. Haar moeder was daarentegen een voorbeeldige student scheikunde, maar zou nooit werken in de academische wereld. Ze zeggen dat haar vader meer verdiende omdat hij uit het westen kwam, en haar moeder uit het oosten.

“Mijn moeder was op school altijd heel goed, maar de banen werden ingepikt door mensen die in de Partij zaten,” zegt Helene, waarmee ze doelt op de Socialistische Eenheidspartij van Duitsland. Haar moeder sloot zich uit frustratie aan bij de concurrent, de Sociaaldemocratische Partij van Duitsland. Dat bleek het einde van haar carrière in de DDR

Helene kwam er een paar jaar geleden achter dat de Stasi informatie over haar moeder had verzameld. Haar moeder zei dat ze er nooit benieuwd naar was geweest, maar het goed te vinden als Helene namens haar het dossier zou willen opvragen. Dat durft Helene niet, want ze wil geen informatie naar boven halen die haar familie uit elkaar kan scheuren. “Zou ik die last dan in mijn eentje moeten dragen, als zij het niet wil weten?”

Jonas*, geboren in 1989

Jonas werkt bij de Duitse overheid als adviseur voor Stasi-slachtoffers die op zoek zijn naar eerherstel, en heeft veel van dit soort verhalen gehoord. Hij doet dit werk omdat zijn eigen familie ook zoiets heeft meegemaakt. Hij komt uit een gezin van zes kinderen, dat nauw betrokken was bij de protestantse kerk en verder een afgescheiden leven leidde. Buiten de familie om zagen ze nauwelijks andere mensen.

Jonas weet dat zijn ouders het niet makkelijk hebben gehad. “Toen mijn oudere broer terugkwam van een schoolreisje naar de kazerne van de Nationale Volksarmee, had hij een foto van zichzelf met een Russische soldaat bij zich,” vertelt hij. Zijn moeder verscheurde de foto, en werd later door zijn school gevraagd wat ze tegen een “vredesleger” had.

Advertentie

“Mijn ouders waren geen helden, ze verzetten zich niet,” gaat Jonas verder “Maar ze waren ook niet dom. Ik heb er veel van geleerd.”

Soms adviseert Jonas mensen die nog steeds trouw zijn aan de DDR. “Ze missen de gemeenschap, de cohesie, de steun van buurtbewoners. Maar niemand heeft ze natuurlijk ooit gezegd dat je na 1989 geen gemeenschap meer mag vormen.”

*Namen zijn veranderd om privacy te beschermen

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Duitsland.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram