Roze hersenen met ogen dicht
COLLAGE DOOR LIA KANTROWITZ. BEELDEN VIA SHUTTERSTOCK
gezondheid

Mensen die blind zijn geboren kunnen geen schizofrenie krijgen

Dit mysterie houdt wetenschappers al zestig jaar bezig, en door het te onderzoeken zouden we de risico’s op deze aandoening beter in kunnen schatten.
14 februari 2020, 2:36pm

Tom Pollak had mensen er weleens over horen praten, vaak op een wat verwonderde toon: geen enkel persoon die blind is geboren, is ooit gediagnosticeerd met schizofrenie.

In de afgelopen zestig jaar hebben wetenschappers over de hele wereld over dit mysterie geschreven. Ze doorzochten studies, psychiatrische ziekenhuizen en talloze blindeninstituten om een uitzondering op de regel te vinden.

Een Australisch onderzoek uit 2018, waarbij bijna een miljoen kinderen onder de loep werden genomen die tussen 1980 en 2001 zijn geboren, bevestigde dit negatieve verband. Pollak, psychiater en onderzoeker aan King's College in London, zocht het zelf op in zijn kliniek nadat hij erover hoorde; en ook hij kon niet één patiënt vinden die zowel aangeboren blind als schizofreen was.

Dit alles lijkt erop te wijzen dat in elk geval één aspect van aangeboren blindheid je immuun maakt voor schizofrenie. Dat is opmerkelijk, als je bedenkt dat aangeboren blindheid vaak het gevolg is van infecties, hersentrauma’s of genetische mutatie – allemaal factoren die los van elkaar juist in verband staan met een groter risico op psychische stoornissen.

Nog vreemder is dat als je niet blind wordt geboren, maar dat later in je leven wordt, dat juist leidt tot een groter risico op schizofrenie en psychotische symptomen. Ook als ziende mensen voor een paar dagen hun gezichtsvermogen kwijtraken kan dat al tot hallucinaties leiden. De afgelopen jaren is het verband tussen visuele afwijkingen en schizofrenie steeds duidelijker geworden: voordat mensen psychotische symptomen vertonen hebben ze ook geregeld visuele afwijkingen, die daarmee dus een aanwijzing kunnen vormen dat iemand later schizofrenie kan ontwikkelen.

Waarom mensen met een aangeboren blindheid hier een uitzondering op vormen, blijft een raadsel. Er zijn wel een paar theorieën: van de neuroplasticiteit in de hersenen van blindgeborenen tot de manier waarop ons gezichtsvermogen ons beeld van de wereld vormt – en wat er mis kan gaan bij dat proces. Wetenschappers denken dat er uit het verband tussen je zichtvermogen en psychotische symptomen misschien lessen te trekken zijn. Misschien snappen we daardoor beter hoe schizofrenie wordt veroorzaakt, hoe je kunt inschatten of iemand het later krijgt en hoe we het kunnen behandelen.

In 2004 werden dertien ziende mensen 96 uur lang geblinddoekt, en tien van hen gaven aan tussen hun eerste en tweede dag hallucinaties te hebben gehad.

Een deelnemer, een 29-jarige vrouw, zag een groen gezicht met grote ogen toen ze voor de spiegel stond. Een 24-jarige man had moeite met lopen, omdat hij allemaal “heuvels van kiezelstenen” zag waar “een beetje water doorheen stroomde”. Aan het eind van het onderzoek sprak hij ook van “sierlijke gebouwen van wit-groen marmer” en “cartoonachtige figuren”.

Het verband tussen een verminderd gezichtsvermogen en hallucinaties gaat ver terug. In 1760 werd al gesproken van het Charles Bonnet-syndroom, een stoornis waarbij mensen hun gezichtsvermogen verliezen en vervolgens waanbeelden krijgen. Dit soort voorstellingen gaan niet per definitie gepaard met psychische aandoeningen, al komt het vaak voor dat mensen met schizofrenie ook zichtproblemen hebben.

Wie ongebruikelijke oogbewegingen, netvliesproblemen, afwijkende knipperfrequenties of andere visuele afwijkingen heeft, loopt een grotere kans om met schizofrenie gediagnosticeerd te worden. Uit één studie bleek dat deze visuele problemen dan beginnen voordat iemand zijn eerste psychotische periode heeft, en niet erna.

Bij mensen die blind geboren zijn valt dit verband ineens weg. Pollak en Phil Corlett, hoofddocent Psychiatrie en psychologie aan de Yale-universiteit, hebben daar een mogelijke verklaring voor, die ze vorig jaar in het tijdschrift Schizophrenia Bulletin publiceerden. Het zit geworteld in de hypothese dat het een van de belangrijkste taken van onze hersens is om voorspellingen te doen van de wereld om ons heen.

Volgens dit idee neemt ons brein de wereld niet waar zoals-ie zich recht voor je ogen afspeelt, maar creëert het een eigen beeld van die werkelijkheid: het voorspelt en simuleert wat we ervaren, en vergelijkt onze voorspellingen met wat er daadwerkelijk gebeurt – en die verschillen worden gebruikt om dat beeld mee te vormen. De nauwkeurigheid van het gecreëerde beeld hangt sterk af van de nauwkeurigheid van eerder gemaakte voorspellingen – daar vergelijk je nieuwe input immers mee, en het bepaalt hoe je die verwerkt.

En daar komt het gezichtsvermogen in beeld, vertelt Pollak. Dat is een belangrijk zintuig dat ook andere sensorische signalen aan elkaar knoopt, zoals geluid en tast. Als je moeite hebt met zien, zie je niet alleen minder, maar moet het brein ook meer voorspellingen doen om een beeld te creëren dat klopt. Aan de andere kant kun je, als je helemaal niks meer kunt zien, ook geen verkeerde versie van de werkelijkheid creëren.

Dat zou misschien kunnen verklaren waarom mensen met schizofrenie op jonge leeftijd vaak problemen hebben met hun zicht en het verwerken van zintuiglijke prikkels. Voor een studie uit 2006 onderzocht Elaine Walker van de Emory-universiteit amateurbeelden van mensen met schizofrenie toen ze nog kind waren, en veel van deze kinderen bleken wat onhandig te zijn: ze lieten hun bal vaak vallen als ze die moesten vangen en struikelden geregeld. Ze concludeerde dat er iets mis was met de manier waarop ze de wereld waarnemen. Als kinderen van moeders met schizofrenie op jonge leeftijd visuele afwijkingen hebben, kan dat voorspellen of ze schizofrenie ontwikkelen wanneer ze ouder zijn. En kinderen die – ongeacht hun ouders – schizofreen worden, hebben meer problemen met hun ogen dan kinderen die andere psychische stoornissen ontwikkelen, zonder psychoses.

Iemand die blind geboren is, krijgt niet de visuele prikkels die helpen om een beeld van de wereld te vormen, en moeten het daarom meer van andere zintuigen hebben. En dat beeld zit volgens Pollak en Corlett een stuk stabieler in elkaar.

“We denken dat de interne wereld van blind geboren mensen wat anders is – dat het stabieler is, en ze andere voorstellingen van de werkelijkheid maken,” zegt Pollak. “Die stabiliteit beschermt je tegen de fouten en verkeerde gevolgtrekkingen die mensen met schizofrenie of psychoses wel maken.”

Volgens Steve Silverstein, een psychiater aan de Universiteit van Rochester, kan het goed zijn dat schizofrenie vooral veroorzaakt wordt door cognitieve gebreken – problemen met waarnemen, aandacht, geheugen, taal of leren. Rond 2010 las hij het boek Blind Vision van onderzoekers Zaira Cattaneo en Tomaso Vecchi, over het cognitieve vermogen en de ervaringen van blinde mensen. “Ik was gegrepen door hoeveel hun hersenen proberen te compenseren,” zegt hij. “De vaardigheden die blinde mensen ontwikkelen lijken exact tegenovergesteld te zijn aan die van schizofrenen.”

Silverstein is het niet oneens met de theorie van Pollak en Corlett over de voorspellingen van het brein, maar denkt wel dat het antwoord nog veelomvattender is: dat voorspellingen doen maar een van de voordelen is die hersenen van blindgeborenen hebben ten opzichte die van schizofrenen. Hij denkt dat blindheid het brein op meerdere manieren versterkt – en op precies diezelfde punten vertonen mensen met schizofrenie juist gebreken.

Als voorbeeld noemt hij het fenomeen ‘selectieve aandacht’, wat het vermogen inhoudt om aandacht te kunnen hebben voor één auditieve informatiebron – dus bijvoorbeeld wanneer je op een feestje bent en geconcentreerd naar iemand luistert, en je je best doet om je niet door alle geluiden om je heen af te laten leiden. In een wetenschappelijke setting wordt dit onderzocht door in allebei je oren een ander geluid af te spelen, en je te vragen om alleen naar een van de twee te luisteren.

Mensen met schizofrenie blijken hier problemen mee te hebben, zegt Silverstein, terwijl mensen met aangeboren blindheid het juist bovengemiddeld goed kunnen. Vergeleken met mensen die goed kunnen zien, zijn mensen met aangeboren blindheid ook beter in staat om verschillende toonhoogtes van elkaar te onderscheiden en in te schatten waar geluiden vandaan komen. Mensen met schizofrenie vinden het juist moeilijker om nauwkeurig te luisteren. En als ze er niet achter kunnen komen waar bepaalde geluiden vandaan komen, zou dat ertoe kunnen leiden dat ze zelfs denken dat hun eigen stem ergens anders vandaan komt, wat weer bij kan dragen aan waanideeën.

En dan zijn we er nog lang niet: blinde mensen reageren sneller op zowel geluiden als aanrakingen dan ziende mensen, schizofrenen juist minder snel. Blinde mensen hebben een beter werkgeheugen, schizofrenen hebben vaker last van geheugenstoornissen. Blindgeborenen zijn ook ongevoelig voor de rubberen-hand-illusie – wat inhoudt dat het voelt alsof een levenloos voorwerp deel uitmaakt van je lichaam (een experiment dat meestal wordt gedaan met een rubberen hand). Dat zou ook kunnen betekenen dat blinde mensen beter kunnen inschatten waar hun lichaam zich bevindt, ondanks dat ze dat lichaam niet eens kunnen zien.

“Er zijn zeker zo’n twintig dingen die bij blind geboren mensen beter in elkaar zitten dan de rest,” zegt Silverstein. “En dat gaat op voor de gebieden waar mensen met schizofrenie juist cognitieve problemen hebben.” Hij heeft er een lijst van gemaakt, die ook is opgenomen in een van z’n papers.

“Als je blind geboren bent, gebruikt je brein het visuele gedeelte van je hersenen van jongs af aan voor andere dingen,” zegt Silverstein. “Dat is, denken we, de reden dat al deze vaardigheden beter ontwikkeld zijn dan bij andere mensen.” Uit onderzoeken met hersenscans is ook gebleken dat bij blind geboren mensen de verschillende hersengebieden meer contact met elkaar hebben, en op andere manieren dan bij ziende mensen. Mensen met schizofrenie hebben deze connecties juist weer veel minder.

Waarom mensen met aangeboren blindheid immuun lijken te zijn voor schizofrenie is nog altijd een vraagteken – of het nou komt door voorspellingen, een hechter verbonden brein of doordat ze meer gebruik maken van andere zintuigen.

Er moet nog van alles worden uitgezocht. Er zijn bijvoorbeeld meerdere vormen van aangeboren blindheid: corticale of cerebrale blindheid wordt veroorzaakt door een probleem in het hersengebied dat je gezichtsvermogen regelt, terwijl perifere blindheid met de ogen zelf te maken heeft – en er dus niks mis met je brein hoeft te zijn. Er zijn geen gevallen bekend van mensen met corticale blindheid en schizofrenie, maar wel van mensen met perifere blindheid die schizofrenie ontwikkeld hebben. (Deze gevallen zijn wel soms tientallen jaren oud, of er zijn andere ziektes in het spel, dus het is lastig om met zekerheid te zeggen dat er een verband is.)

Mensen met aangeboren blindheid kunnen wel andere psychische stoornissen krijgen. Er zijn bijvoorbeeld gevallen van arachnofobie (als je nooit een spin hebt gezien kun je er dus alsnog een fobie voor ontwikkelen). En als iemand zowel blind als doof is geboren, biedt dat ook geen bescherming – dan loop je juist een groter risico op psychoses.

Het syndroom van Usher – waarbij je doof geboren wordt en op jonge leeftijd je gezichtsvermogen kwijtraakt – is ook in verband gebracht met schizofrenie en psychoses. Volgens Silverstein is het onduidelijk waarom blinde mensen dat ineens wel weer kunnen hebben als ze ook doof zijn. “Een mogelijkheid is dat blindheid het zo moeilijk maakt om de omgeving waar te nemen, dat het compensatie van andere zintuigen en perceptuele en cognitieve veranderingen bevordert, wat leidt tot een hoge mate van functioneren,” schreef hij in een paper uit 2013. “Aan de andere kant kan doofblindheid de interactie met je omgeving zo beperken dat het ook de ontwikkeling van cognitieve copingmechanismen tegenwerkt.”

Wat dit verband uiteindelijk vooral intrigerend maakt, is dat het zo extreem specifiek is. Het zou kunnen veranderen hoe we tegen psychoses aankijken, zegt Corlett. De ontwikkeling van het visuele systeem, maar ook de visuele voorspellingen van mensen zouden gedetailleerder bekeken kunnen worden. Er zouden basale onderzoeksvragen kunnen worden gesteld om schizofrenie beter te begrijpen: “Wat is het verband tussen deze basale visuele, perceptuele mechanismen en de symptomen?” vraagt Corlett bijvoorbeeld. “Van psychoses weten we nog weinig, maar ook van de psychiatrie in het algemeen, in de zin van hoe deze symptomen in het brein worden gecreëerd. Alles wat ons een beetje inspiratie geeft of ons in de goede richting stuurt is van harte welkom.”

In de Verenigde Staten zijn mensen met schizofrenie vooral onderzocht op cognitieve taken zoals het geheugen, zegt Corlett, maar misschien zouden zintuiglijke factoren en waarneming daar ook onder moeten worden gerekend. Een combinatie van visuele en cognitieve training zou in potentie goed kunnen helpen. En op een dag is het misschien wel niet meer nodig om met een bloedtest te onderzoeken of iemand risico loopt op psychoses, en kan dat gewoon met een oogtest.

Wat ook misschien het overwegen waard zou kunnen zijn, zegt Silverstein, is om mensen met veel risico op schizofrenie meer gebruik te laten maken van hun niet-visuele zintuigen, om erachter te komen of ze daardoor beter gaan functioneren.

Onderzoeken waar een aandoening juist niet voorkomt om er meer over te weten te komen, is op zichzelf niks nieuws. In de jaren tachtig en negentig waren er bepaalde mensen die vaak werden blootgesteld aan hiv, maar nooit aids kregen. Door deze mensen te onderzoeken werd er meer bekend over de risico’s, en wat ze er wellicht tegen beschermd zou kunnen hebben. Het was ook lang een groot mysterie waarom mensen met sikkelcelanemie resistent tegen malaria waren. Het gen dat bij sikkelcelanemie tot afwijkende rode bloedcellen leidt, bleek tegelijkertijd tegen malaria te werken – waardoor we ook weer beter begrepen wat er met malaria gebeurt als het in je lichaam komt.

Vooral zeldzame aandoeningen zijn lastig te onderzoeken als je moet wachten totdat er gevallen van opduiken. Maar het kan unieke aanwijzingen opleveren. “Ik zeg voor de grap weleens dat ik graag mensen als Keith Richards of Ozzy Osbourne zou willen onderzoeken,” zegt Corlett. “Waarom zijn zij met hun verslavingen niet allang kopje onder gegaan? Onderzoeken waarom iemand niet een bepaalde aandoening krijgt is altijd een heel nuttige manier geweest om risico’s te onderzoeken.”

Op het gebied van schizofrenie en blindheid zijn we er volgens Silverstein nog lang niet – we zijn waarschijnlijk nog niet eens in de buurt van antwoorden. Maar dat betekent niet dat we het zouden moeten negeren.

“Ik zou nog niet willen zeggen dat het veelbelovend is,” zegt Silverstein. “Ik zou eerder het woord ‘intrigerend’ gebruiken. Het is een van de interessantste observaties die in een lange tijd zijn gedaan in het onderzoek naar schizofrenie. Juist omdat dit het enige lijkt te zijn dat je immuun voor schizofrenie maakt. Ik denk dat er zeker iets in zit, en dat dit meer onderzocht moet worden.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE US.