Klazien uit Zalk. Foto ANP. Vrouw met grijs haar.
Klazien in het televisieprogramma Passage. Foto: ANP Archief
Identiteit

Hoe een doodgeknuppelde bever leidde tot het imperium van Klazien uit Zalk

Als ze geen hitjes aan het opnemen was met André van Duin, legde Klazien op de televisie uit hoe je met dille, aardappels en uien zo'n beetje alle kwaaltjes kon genezen.
23 april 2020, 11:38am

In een fragment uit de vergeten televisieshow Berg voor Berg zit Klazien van den Brink tegenover professor Henk Timmerman, voor een discussie over de geneeskracht van huismiddeltjes. Veel tijd om argumenten uit te wisselen krijgen ze in het vluchtige praatprogramma niet, maar ook zonder woorden is de tegenstelling duidelijk zichtbaar. Van den Brink, gekleed in een donkerpaarse bloemenjurk en met haar grijze haar in vlechten om haar hoofd gedraaid, is een en al warme grootmoederlijkheid en folklore. Timmerman, een wat zenuwachtige man in een grijs pak, doet op zijn beurt zijn best om ratio en wetenschap te verbeelden. “Ik moet er niet aan denken wat er zou gebeuren als mijn vrouw in haar keukentje haar baarmoeder zou proberen te wassen met eikenextractje,” zegt hij minachtend. “Er zijn er anders heel wat van opgeknapt,” zegt Van den Brink terug, tot grote pret van het publiek.

Klazien uit Zalk, zoals Van den Brink bekend stond, was begin jaren negentig een fenomeen. Elke week was ze wel ergens op televisie, om in haar Nedersaksische accent te praten over dingen als de heilzame werking van koolbladeren of de praktische aanwendingen van een ui. Van haar boekjes met oude volkswijsheden en adviezen werden honderdduizenden exemplaren verkocht – op een gegeven moment stonden drie van haar titels tegelijkertijd in de Libris Top-10. Ze had een eigen cosmeticalijn: Klazien’s kruidencosmetica, met hypoallergene en dierproefvrije producten. En in 1996 maakte ze samen met André van Duin de single Jas Aan, Jas Uit, gebaseerd op Klaziens advies voor stijve schouders.

Het is niet moeilijk om te zien waarom zoveel mensen gecharmeerd van haar waren: Klazien was ongelooflijk authentiek. Haar hele bestaan leek doordrongen van nostalgie naar een vervlogen Nederland, waar de radio als hoogtepunt der techniek werd beschouwd, kinderen zich urenlang konden vermaken met een oud soepblik aan een touwtje, en waar een boterham met suiker een uitzonderlijke luxe was.

Zo’n tijd had ze dan ook daadwerkelijk meegemaakt. In 1919 werd Klazien geboren in Zalk, een landelijk dorpje aan de oever van de IJssel, waar in 1826 de laatste wilde bever werd doodgeknuppeld door een kwaaie visser. Haar vader werkte als landarbeider en runde samen met haar moeder een winkeltje aan huis. Een Winkeltijdenwet was er tot 1930 nog niet, wat betekende dat de werkdagen van Klaziens ouders tot diep in de nacht konden duren. Klaasje, zoals ze toen werd genoemd, groeide dan ook grotendeels op in het huis van haar grootouders en haar ongetrouwde tante Greetje. Greetje liep een beetje mank, haar oma was slechtziend en haar opa was hardhorend. Maar dat vond ze niet erg, vertelde Klazien later tegen Rik Felderhof. “Als je veel met dove mensen omgaat, dan leer je goed luisteren”.

Dat luisteren deed ze aandachtig: als dorpsgenoten over de vloer kwamen om haar oma om gezondheidsadvies te vragen, sloeg Klazien alles wat er werd gezegd in haar geheugen op. En ze deed in haar jeugd nog een andere nuttige gave op: doordat haar opa zo slecht kon horen, leerde ze zichzelf aan om hard en duidelijk te praten. In de kerk werd ze daarom gevraagd om versjes en psalmen voor te dragen. Later werd ze een veelgevraagde spreker op bruiloften. Haar eerste echte optreden was in 1967, ter afsluiting van een ruilverkavelingsavond (waar stukken grond met elkaar geruild worden) voor Drentse boeren. Klazien gaf een toespraak over de geneeskrachtige werking van kruiden, verzen en wijsheden die ze al sinds haar kindertijd verzamelde. “De boeren vonden het mooi. En van het een kwam het ander,” vertelde Klazien in 1991 aan Het Leidsch Dagblad.

Onder de naam ‘Klèùsien’ schreef ze haar verzamelde verhalen en wijsheden ook op, die vervolgens werden gepubliceerd in lokale kranten, vakbladen voor agrariërs en uitgaven van het Verbond van Neersasse Dialektkringen (een stichting die zich hard maakt voor het behoud van Nedersaksische dialecten). Twee keer maakte ze een collectie van spreekwoorden, anekdotes en zegswijzen, die werden gepubliceerd door de IJsselacademie. Ook werkte ze mee aan het NOS-programma Vonken onder de As, waarbij Nederlandse volksverhalen op audio werden vastgelegd.

Haar landelijke doorbraak had Klazien eigenlijk te danken aan die bever, die in 1826 bij Zalk zo’n gewelddadige dood gestorven was. Dat vertelt Leonoor Wagenaar in 1991 in Het Parool: Klazien hielp schrijver Jan van den Berg een streekroman over de laatste wilde bever in Nederland te schrijven, voor het Wereld Natuur Fonds. Toen een radiojournalist van de VARA naar Zalk afreisde om met Klazien aan de oever van de IJssel over dat boekje te praten, zag Klazien haar kans schoon om aan de hand van overvliegende vogels regen te voorspellen. “Die vrouw, daar moeten we wat mee doen,” hoorden luisteraars de presentatrice van het radioprogramma zeggen.

Klazien werd aangesteld als weervrouw in het radioprogramma van Felix Meurders. Ze deed dat samen met haar kat, aan wiens gedrag ze haar weersvoorspelling ontleende. Als hij ‘s ochtends in de boom in haar tuin klom, bijvoorbeeld, dan zou het die dag lekker weer worden.

Haar weersvoorspellende kat heette Shimon Peres, naar de premier van Israël. Want hoewel Klazien gereformeerd was, was ze in haar eigen woorden ‘ook erg met joden’. Samen met haar tante Greetje had ze in 1942 een Joodse onderduiker in huis genomen, de Duitse smidsleerling Sam Rotstein. Klazien en Sam werden verliefd, en na de oorlog trouwden ze met elkaar. Rotstein bekeerde zich voor Klazien tot het christendom, maar bleef zijn leven lang actief in de Joodse gemeenschap.

Klazien bleef alternatieve radioweervrouw, tot ze zich in een discussie op de radio negatief uitliet over abortus. De VARA zegde om die reden de samenwerking op, maar vervolgens kon Klazien aan de slag bij de NCRV, in het televisieprogramma Passage. Daar vertelde ze niet alleen over het weer, maar begon ze ook gezondheidsadviezen te geven. Zo beweerde ze dat koolbladeren goed zouden helpen bij blauwe plekken en verstuikingen, dat het eten van grote hoeveelheden dille slaapverwekkend zou zijn, en dat je van kramp in je been af komt door rode uien in je bed te leggen.

Een deel van de belangstelling voor Klazien leek voort te komen uit een soort vriendelijke spot: het was wel gezellig om zo’n dialect-sprekende dame te horen vertellen dat je haar sneller gaat groeien als je uiensap op je schedel smeert, maar serieus hoefde je haar niet te nemen. Toch riep ze ook echte weerstand op: er waren dokters, weermannen en professoren die Klaziens praatjes als een abominatie en een bedreiging voor hun vakgebied beschouwden. Van Kooten en De Bie deden haar in hun sketchprogramma Keek op de Week na als ‘Berendien uut Wisp’, een struise boerendame die met haar recept voor thee van wijnruitplanten de kwakkelende vrouw van een dorpsgenoot om zeep helpt. Het personage van Wim de Bie maakt zich voortdurend woedend om de praatjes van Berendien. “Dit is onzin” spuwt hij.

Vooral de Vereniging tegen de Kwakzalverij trok tegen Klazien ten strijde. “Ik vind het sprookjes, goed vertelde sprookjes. Het is folkloristisch, het heeft geen echte betekenis,” vatte professor Timmerman het samen toen hij op televisie met haar in discussie ging. Volgens de Vereniging ging Klazien rechtstreeks in tegen de medische wetenschap, en stond ze voor een terugkeer naar onnozele genezingskunsten uit de de middeleeuwen. Die verwijten liet Klazien meestal gelaten over zich heenkomen. “Aderlaten zegt u? Mijn grootvader maakte inderdaad wel eens een sneetje achter het oor van de geit, als-ie ziek was,” zei ze dan.

Klazien overleed in 1997 aan de ziekte van Kahler – een vorm van beenmergkanker. Aanvankelijk werd er op haar verzoek geen grafsteen op haar graf geplaatst, omdat ze wilde voorkomen dat het een bedevaartsoord zou worden – een wens waar misschien zowel bescheidenheid als eigendunk uit spreekt. In Zalk is inmiddels een erfje naar haar vernoemd, al was de Vereniging tegen de Kwakzalverij daar fel op tegen.

Inmiddels lijkt Klazien grotendeels vergeten, maar leeft ze in ons collectieve geheugen voort als het archetype van een wijs oud kruidenvrouwtje, dat voor elke vage kwaal een remedie achter de hand heeft. Ook lijkt er binnen de medische wetenschap steeds meer aandacht te zijn voor de werking van alternatieve en complementaire middeltjes, en de vraag waarom vooral vrouwen er hun heil in zoeken. Soms kan een nutteloos zalfje dat met liefde en aandacht wordt aangebracht meer effect opleveren dan een klinisch bewezen medicijn.

Dat is ook belangrijk om in je achterhoofd te houden, mocht je de boekjes van Klazien nog eens willen lezen. Ze beriep zich constant op ‘vroeger’, wat voor haar het Nederland van voor de oorlog was, toen er nog geen verzorgingsstaat bestond en medische zorg voor hele lagen van de bevolking onbereikbaar was. “Toen had je geen geld om medicijnen te kopen of om een dokter te roepen, je probeerde eerst zelf van alles uit.” Klaziens adviezen waren misschien van weinig medische waarde, maar ze gaven wel inzicht in de veerkracht van de geest van mensen die zich alleen kool en aardappelen kunnen veroorloven.