Wat zegt de wetenschap eigenlijk over bloeddonaties door homo's?

In Amerika mogen mannen geen bloed doneren als zij in het afgelopen jaar seks hebben gehad met andere mannen.
14.6.16

Na de massamoord in een homo-nachtclub in Orlando waarbij 50 mensen omkwamen en tientallen gewonden vielen, is het begrijpelijk dat de LHBT-gemeenschap actie wilde ondernemen. Toch werden zij uitgesloten van een van de meest belangrijke manieren om te helpen: homoseksuelen mogen geen bloed doneren.

I have one of these types. I'm gay. Im not allowed to give blood. https://t.co/eyqgnUufLc
— K Joffre ★ (@meanhood) June 12, 2016

Advertentie

so it's legal to buy this in the US, but it would be illegal for me to donate blood? #ThanksAmerica pic.twitter.com/pFgRZvkU8B
— Jonathan (Youtuber) (@SlayJonathan) June 13, 2016

De aanslag wakkerde een oud debat op over het algemene verbod op bloeddonaties door mannen die seks met andere mannen hebben, kortweg MSM (De term wordt gebruikt om mannen in het gehele seksuele spectrum te dekken). Hoewel het levenslang verbod op bloed doneren in 1983 werd verkort tot één jaar na het laatste seksuele contact tussen twee mannen, stellen veel experts dat ook dit verbod niet gebaseerd is op enige wetenschappelijke basis. Nederland deed er net wat langer over, 32 jaar langer om precies te zijn. Pas toen het College voor de Rechten van de Mens in 2015 oordeelde dat deze permanente uitsluiting discriminerend was werd ook hier de regel van een jaar is geïntroduceerd.

Als we naar de feiten kijken is er namelijk helemaal geen wetenschappelijk bewijs voor een verbod van één jaar. Het lijkt meer een overblijfsel van angst en stigma dat homoseksuelen discrimineert.

Het verbod moet voorkomen dat mensen door bloeddonaties met HIV worden geïnfecteerd. Natuurlijk is dat begrijpelijk, en het is ook de reden dat intraveneuze drugsgebruikers niet mogen doneren. Ook klopt het dat HIV relatief vaker voorkomt bij MSM dan andere delen van de samenleving: het Center for Disease Control schat dat 18% van MSM HIV-positief is. Ter vergelijking, over de gehele samenleving ligt dit percentage onder de 1%.

"Ook het aangepaste beleid discrimineert."

Maar MSM zijn niet de enige mensen die HIV kunnen aantrekken, en alle bloeddonaties worden getest op overdraagbare ziektes, waaronder HIV. Sterker nog, sinds de opkomst van HIV hebben voorzorgsmaatregelen ervoor gezorgd dat de kans voor het krijgen van HIV één op de twee miljoen is. Waar komt die één jaar lange wachttijd dan precies vandaan? Duurt het echt zo lang voordat HIV vindbaar is?

"Wetenschappers en bloedbanken doen er alles aan om hun testen te verbeteren, en ze kunnen infecties van een paar dagen oud nu al vaststellen." vertelt Dr. Paul Volberding, hoofd van het AIDS Research Institute aan de Universiteit van California. "Dus een wachttijd van 12 maanden slaat nergens op."

Advertentie

Volberding vertelt dat de tijd tussen het oplopen van HIV en het vaststellen daarvan vrij gering is. Hij suggereert dat het verbod voor mannen die seks hebben gehad met andere mannen kan worden verkleind tot één week, zonder dat het ook maar iets van de veiligheid inlevert (hoewel Volberding wel vindt dat hier een academisch debat aan vooraf moet gaan)

De laatste jaren zijn de testen nog preciezer en gevoeliger geworden – wat betekent dat er ook bij een lage hoeveelheden antistoffen een diagnose kan worden gesteld. Hierdoor is ook het aantal valse negatieven bij testen op HIV drastisch verminderd.

Zelfs de meest conservatieve schattingen over de tijd tussen infectie en detectie is korter dan een jaar: 98% van de mensen heeft genoeg antistoffen om, wanneer zij geïnfecteerd zijn, binnen drie maanden een positieve uitslag te krijgen.

Volberding wijst ook op het feit dat een meerderheid van de HIV-positieven in Amerika weten dat zij geïnfecteerd zijn en daardoor zelf al weten dat ze niet kunnen doneren. Het CDC schat dat dit aantal rond de 88% ligt in Amerika en in sommige gebieden als San Francisco ligt dit percentage zelfs rond de 95%.

"Dus je kan gewoon zeggen 'doneer geen bloed als je weet dat je seropositief bent,' dat zou het risico tot verspreiding aanzienlijk verminderen. Als je dan ook nog de nieuwste detectietechnieken toepast kun je mensen vinden die niet weten dat ze zijn geïnfecteerd," stelt Volberding.

Advertentie

Toen het verbod van één jaar werd aangekondigd zei de FDA dat hun besluit was gebaseerd op de meeste actuele kennis. Maar ze vertelden niet op welke kennis dat precies was gebaseerd en hoe de wachttijd van één jaar was vastgesteld. Ze vertelden alleen dat andere landen dezelfde wachttijd aanhouden. Ook in Nederland wordt sinds eind vorig jaar een wachttijd van een jaar gerekend. Een aanpassing die volgens COC-voorzitter Tanja Ineke alleen een symbolische waarde heeft. Mannen die veilige seks hebben worden namelijk ook geweerd, en ook hier lijkt de periode van een jaar nattevingerwerk.

Belanggroeperingen als de Gay Blood Drive zeggen dat het besluit van het FDA vooral beïnvloed is door een sociaal stigma.

Destijdse stelde de groep dat "ook het aangepaste beleid discrimineert." Eerder deze week moedigde de groep al aan om bloed te doneren, maar zei ook: "We zien dat de slachtoffers van deze aanslag die snel bloed nodig hebben zelf niet zouden mogen doneren."

In plaats van een week te wachten, of enkele maanden, wil de Gay Blood Drive een test introduceren aan de hand van een lange vragenlijst die per persoon het risico toetst. Dit is precies wat Italië in 2001 heeft gedaan. MSM mogen nu net als iedereen bloed doneren nadat zij een lange vragenlijst hebben ingevuld. Tot nu toe heeft één onderzoek al laten zien dat deze verandering geen extra risico's met zich meebrengt. Ook het Nederlandse COC is van mening dat de nadruk vooral op het risicogedrag moet komen te liggen.

Het goede nieuws is dat er in Orlando geen tekort aan bloeddonoren was –

lokale bloedbanken werden overspoeld

nadat ze eerst aan een tekort aan bloed zaten. Mensen werden zelfs weggestuurd en gevraagd of zij later deze week konden terugkomen. Maar voor veel mensen is het verbod nog altijd een steen des aanstoots.