Koop allemaal direct het boek van Jan van Tienen

Onze voormalige VICE-hoofdredacteur Jan van Tienen heeft een prachtig boek geschreven over de drie zelfmoorden in zijn familie. We spraken daar een hartig woordje met hem over.

|
okt. 29 2015, 12:34pm

Dit is Jan in een Wu-Tang-shirt. Foto door Boudewijn Bollmann

Jan van Tienen was vier jaar lang hoofdredacteur van VICE, en de laatste twee jaar daarvan zat ik elke dag naast hem. Dat was erg intiem: we zuchtten in elkaars gezicht, zweetten onszelf vochtige oksels op deadlines en ik kon aan de precieze manier waarop hij paniekerig bellend ijsbeerde zien wat er aan de hand was aan de andere kant van de lijn.

We werden dus vrienden voor het leven, ook in het leven na VICE, toen Jan Geschiedenis ging studeren en een boek besloot te schrijven. Dat boek is sinds vorige week uit, en heet Er is niets wat hier nog blijft. Het is fantastisch, en gaat over Jans zoektocht naar de geschiedenis achter drie zelfmoorden in zijn familie – een broer en twee zussen van zijn moeder. Voor die zoektocht moest hij veel naar Zeeland om met nabestaanden te praten, waardoor hij drie jaar lang bijna altijd in de trein zat als zijn andere vrienden en ik hem belden. De vaak stugge ontmoetingen die hij met zijn ooms en tantes en vrienden van de familie had, staan nogal kleurrijk in dit boek beschreven. Veelal in bruintinten. Het is vreselijk mooi en de moeite waard – nooit is de schijnbaar eindeloos durende familiekringverjaardag zo hartverscheurend in literatuur gevat.

Ik wilde Jan graag spreken over het oeverloze ongemak dat hij tijdens zijn onderzoek voor het boek heeft gevoeld – want niemand kan ongemak zo rillend in de monsterlijke bek kijken als Jan van Tienen. Ik heb ons gesprek zo integraal mogelijk opgeschreven.

VICE: Jan. Je boek. Hoe ben je begonnen?
Jan van Tienen: Hoe?

Ja, hoe.
Hoe ben ik begonnen. Hoe. Ik ben eerst benaderd door een uitgeverij.

O ja, wilde die niet dat je een zelfhulpboek rondom Arie Boomsma ging schrijven?
Nee, dat was een andere uitgeverij. Een wat obscuurdere. Die had op de website staan: "We geven graag boeken uit met commercieel appeal ('bestsellers')". Een vriend van me had hen getipt dat ik iets over Arie Boomsma wilde schrijven, en hij zei dat hij toen dollartekens in hun ogen had zien rinkelen.

Daar heb je wel nog echt een gesprek over gehad he? Een zelfhulpboek over Arie Boomsma?
Ja, maar dat was niet echt een klik. Hoe dan ook: ik had al jaren het idee dat ik uit wilde zoeken wat er nou precies het verhaal was achter die drie zelfmoorden in de familie. In 2011 heb ik voor VICE een interview met Bas Heijne geschreven – Powerduiden met Bas Heijne. Hij tipte mijn latere redactrice dat ze eens met mij moest praten. Ik moest er even over nadenken, maar op vakantie in Frankrijk dacht ik: ja, ik ga dit doen. Ik ga iedereen in deze familie vragen stellen, de waarheid achterhalen!

Yes!
Yes! Fijne gesprekken hebben, leren wie die mensen zijn die zelfmoord hebben gepleegd. Ik zat aan een journalistiek interviewboek te denken, met allemaal verschillende portretten, en daar dan een mooi verhaal laten ontstaan. Maar de eerste tante die ik ervoor wilde spreken zei meteen: "Dat lijkt me geen goed idee." Diezelfde dag nog werd ik teruggebeld door iemand anders die met de familie te maken had en die zei: "Wat is dit voor gekkigheid, rioolrat."

Waarom denk je dat ze dat zeiden?
Ik denk dat ze gewoon schrokken. En er zijn ook gewoon rare personen. Ik ben wel half bedreigd. Er zou iemand gebeld worden, dat ik altijd over mijn schouder zou moeten kijken. Toen schoot ik in een schulp, waardoor ik niet meer helder kon nadenken over het verhaal. Daar heb ik enorm mee geworsteld, en daar gaat het boek ook over, die worsteling.

Ja, wat ik mooi vond bij het lezen was dat je tijdens moeilijke gesprekken met die mensen ook niet echt door durft te vragen. Waardoor je vaak onverrichter zake weer drie uur terug in de trein moest. Tijdens het lezen wou ik soms voor je dat je Sven Kockelmann was geweest. Of hoe heet hij? Sven Kockelmann?
Ik weet niet wie het is, maar ik vind het een hilarische naam.

Die ene journalist die altijd zo door blijft hameren? Nee? Echt een bijter.
Een vechter voor de waarheid. Nee, ik weet niet precies wie je bedoelt.* Maar ik ben niet op die hamertoer gegaan omdat het om mijn familie ging, omdat het delicaat was. Ik wist zelf soms ook niet meer precies wat ik nu moest schrijven, wat voor verhaal ik precies zou maken.

Maar je hebt voor VICE ook bijvoorbeeld Abu Imran van Sharia 4 Belgium geïnterviewd. Die heb je toch wel moeilijke vragen gesteld. Lijkt me ook geen makkelijke prater.
Ja, dat was ook heel frustrerend. Wat een saaie, fantasieloze hufter is dat. Dat ik vroeg met hoeveel mensen ze waren bij Sharia 4 Belgium, en dat hij dat dan niet wilde vertellen. Kom op zeg. Echt geen greintje humor. Maar het is ook weer zo: als je dat kunt vastleggen, iemands humorloosheid, de façade van wat iemand probeert op te houden, kan dat net zo interessant zijn.

Het is aan het begin van het boek al duidelijk je er niet achter gaat komen waarom je oom en tantes zelfmoord gepleegd hebben. Toen je doorkreeg dat dat niet zou gebeuren, had je daar vrede mee?
Nou, het boek gaat ook over hoe je met het verhaal van zelfmoord omgaat. De plotloosheid van het boek, het ontbreken van een onthulling, dat past ook bij de situatie. Als je iemand kent die zelfmoord heeft gepleegd – je wordt vanzelf ook een soort buitenstaander.

Je weet nooit precies wat er...
Waarom iemand die beslissing genomen heeft.

Het is wat beklemmend en angstaanjagend hoe weinig er binnen je familie over dat leed gepraat wordt.
Ja, klopt. Mijn goede vriend Henk heeft meegelezen, en hij herkende het ook van zijn eigen familie. Hij zei: "Jij en ik zijn niet oud genoeg om al zulke geheimen te hebben." Ik vraag me af of dat misschien zo is. Als wij ouder worden hebben we misschien ook geen zin om over oude wonden te praten. Het is een manier om met elkaar om te gaan en verder te leven.

Het is ook wel kenmerkend voor families in het algemeen.
Ja. Van die kerstdiners, waarbij je denkt: iedereen hier heeft dingen meegemaakt. Daar zouden we het over kunnen hebben. Maar in plaats daarvan prikken we in ham. Echt wel treurig.

Je hebt drie jaar lang uuuuuuuuuuren in treinen en streekbussen gezeten naar alle uithoeken van Zuid-Nederland, om vervolgens in bruine rokerige woonkamers vragen te stellen aan mensen die niet willen praten...
Ik wil dit als blurb op het boek.

Hoe heb je het volgehouden? Ik zou er echt de brui aan gegeven hebben. Waarom heb je niet halverwege gedacht: oké, ik schrijf wel een coming-of-ageroman over een jongen die in de stad gaat wonen en daar het leven en de liefde leert kennen? Of iets van die aard?
Ja, omdat ik voelde dat er iets zat.

Wat, ongemak?
Nou, ja. En veel ontmoetingen met mensen waren zo mooi, dat ik dan in de trein terug echt moest schrijven. Eén lieve soort van tante, bij wie ik langs was en die een onganse hoeveelheid visjes voor me had gebakken, en zich daar vervolgens voor schaamde. Of een bejaarde dame die erop uit fietste om bier voor me te halen terwijl ik niet per se hoefde – zulke middagen. Ik had die soort van tante deze week aan de lijn, en die zei: "ik ben toch wel geëmotioneerd dat ik je weer hoor." Ik heb echt wel een band gekregen met haar, en ook met andere mensen die ik sprak. Mijn tante Berit uit het boek is hartstikke trots. Dat is me wat waard ook, hoor.

Om een groot deel ervan te schrijven heb je in het vakantiehuisje van wijlen mijn opa en oma in de Achterhoek gezeten. Hoe was dat?
Ja, bij Diepenheim in de buurt. Om daar boodschappen te doen moest ik veertig minuten lopen. Ze verkopen in Diepenheim 'verdientjes': karbonades met 'worstdeeg' in het midden. Worstdeeg, een walgelijk woord voor iets dat smaakte naar genegenheid. Ik voelde me echt levend in die afzondering.

Hoezo?
Eerst voelde ik de blinde paniek van dat ik daar zat in mijn eentje, daarna ging ik zitten en schrijven. En dan was ik twee en een half uur geconcentreerd aan het schrijven en dan keek ik op en dacht ik:

Ik kan dit!
Ja, het kan! En als ik die veertig minuten naar het dorp liep, dan ging onderweg die zinnensluis open en zag ik de Matrix echt. Dus. Nog bedankt daarvoor.

Ja, graag gedaan. Ik heb daar heel vaak Pasen gevierd. Redelijk verlaten plek.
Zo gek dat mensen zeggen dat Nederland vol zou zitten. Onzin. Alles is geclaimd, maar het is niet vol.

Wat is eigenlijk de mooiste reactie die je gekregen hebt op je boek?
Mensen die het gelezen hebben zeggen dat ze gelachen en gehuild hebben, dat ze het herkennen van hun eigen familie. En ik had het aan mijn straatkrantverkoper gegeven, die jarenlang vroeg hoe het met mijn boek was. Ze is Italiaans, en toen ik de volgende dag weer bij de Albert Heijn kwam zei ze: "Sir, I thought the Dutch language could not convey emotions, but your book proves me wrong". Ik heb de Nederlandse taal voor haar gered. Dat was een heel mooi compliment.


* Na het gesprek heeft Jan Sven Kockelmann gegoogeld, en hij geeft nu aan wel degelijk te weten wie Sven Kockelmann is, maar zijn naam tijdens het interview even niet herkend te hebben.

'Er is niets wat hier nog blijft' is onder andere hier te koop.

Meer VICE
VICE-kanalen