Hoe het is als je dochters zich aansluiten bij IS
Beeld via Flickr Creative Commons
Identiteit

Hoe het is als je dochters zich aansluiten bij IS

Eerst was Olfa Hamrouni blij dat haar dochters weer wat interesse toonden in de islam. Toen liepen ze opeens weg om zich bij een jihadistisch traningskamp aan te sluiten.
19.9.16

Olfa Hamrouni veegt met de punt van haar gebloemde hijab de tranen van haar wangen. Op tafel liggen foto's van haar dochters. Twee jonge gezichten staren ons aan. De meisjes worden vastgehouden door anti-IS-militairen in Tripoli in Libië, nadat ze radicaliseerden met behulp van gewelddadige extremisten.

"Niemand uit de buurt praat meer met me," vertelt Olfa. Ze werpt een blik op haar twee jongste dochters, die in de keuken van hun huisje in Tunis (Tunesië) aan het werk zijn. "Kinderen van andere families mogen niet meer met mijn dochters spelen en ze worden terroristen genoemd."

Advertentie

De meeste jihadmilitairen komen uit Tunesië. Volgens VN-rapporten hebben meer dan 5500 Tunesiërs tussen de 18 en 35 zich aangesloten bij militaire organisaties zoals IS en het al-Nusra Front (verwant aan Al-Qaeda). Hiervan zijn er 700 vrouw.

IS-propaganda richt zich op het krachtiger maken van vrouwen. Er wordt gesproken over zusterschap, er eindelijk bij kunnen horen, en spirituele verrijking.

De motieven van meisjes en vrouwen die radicaliseren worden kritisch bekeken, meer dan bij mannen. Maar volgens Dr Erin Saltman, onderzoeker aan hetInstitute for Strategic Dialogue (ISD) in Londen, is dit naïef en seksistisch. "Vrouwen maken maken al heel lang onderdeel uit van gewelddadige, extremistische organisaties, zowel die van extreemlinks als van extreemrechts. Ze vechten mee of helpen met de logistiek of communicatie," vertelt Dr. Saltman. "We begrijpen niet waarom vrouwen van verschillende achtergronden een gewelddadige en extremistische organisatie als IS zouden steunen, aangezien zij vrouwen onderdrukken."

"Maar je moet eens kijken naar hoe IS propaganda maakt, die is gericht op het krachtiger maken van vrouwen. Er wordt gepraat over zusterschap, er eindelijk bij kunnen horen en spirituele verrijking. Het westerse publiek snapt dat niet altijd. Er wordt een ideaal wereldbeeld gecreëerd, net zoals de Sovjets en de Nazi's dat ook deden," legt Saltman uit.

Volgens haar hebben mannen en vrouwen verschillende beweegredenen tot radicalisering. "Geradicaliseerde vrouwen variëren in leeftijd, van 13 tot 45. Dat is een enorm grote groep. Soms radicaliseren ze samen met hun man, soms alleen, soms met vrienden. Sommigen gaan met hun vriendjes die kant op, anderen hopen daar te kunnen trouwen, en weer anderen gaan echt om te vechten," vertelt ze. "Als propaganda kijken ze naar het thema dat het beste bij hun slachtoffers aansluit, en dit wordt verwerkt in de ideologie."

Advertentie

Hamrouni's dochters vielen ten prooi aan islamitische extremisten in 2012, een jaar nadat dictator Zine El-Abidine Ben Ali en zijn seculiere regime waren afgezet. De verhoudingen in Libië veranderden hierna dramatisch, en religieuze extremisten kregen vrij spel. Islamitische tentenkampen werden aan de grenzen opgezet, van waaruit ze hun overtuiging predikten.

Ook bij de Hamrouni's was er onrust. Olfa was net gescheiden en had moeite om in haar eentje alle vier haar dochters in de gaten te houden. Haar oudste dochter Ghofran – die nu achttien is – daagde haar moeder uit door make-up te dragen en haar haar kort te knippen. Rahma, een jaar jonger, werd geschorst van school vanwege het tegenspreken van docenten.

In 2012 werd er een grote tent opgezet naast het huis en Ghofran ging er naar binnen. Ze kwam naar buiten in een nikab. Rahma volgde spoedig. Ze braken hun cd's met rockliedjes in tweeën en Rahma zette haar gitaar bij het vuilnis. Ze leefden nu in een wereld waar westerse muziek verboden was

Hamrouni was eerst blij dat de zussen een soort van doel in hun leven hadden gevonden, maar dit stopte toen de meisjes hun eigen familie als heidenen begonnen te zien. Ze probeerden hun jongere zusjes Taysin (11) en Aya (13) te radicaliseren en ze weg te houden van school. Ze hadden het over de jihad en Syrië, en maakten Aya zo bang dat ze niet meer durfde te eten.

"Ze bereidden hun ziel voor op de dood," vertelt Hamrouni terwijl ze de foto's recht legt. "Als er een IS-strijder was overleden in Syrië, dan gingen ze naar zijn of haar moeder om haar te feliciteren."

Advertentie

Vanwege geldgebrek verhuisde de familie naar Libië, waar Hamrouni schoonmaakwerk vond. Binnen enkele weken reisde Ghofran af naar een jihadistisch militair trainingskamp in Sirte, een bolwerk van IS in Libië. Hamrouni verhuisde terug naar Tunesië, maar dat weerhield Rahma er niet van om van de familie weg te lopen en achter haar zus aan te gaan.

Hamrouni wrijft in haar ogen, vermoeid door het herbeleven van de hartverscheurende gebeurtenissen. Taysin zit stil naast haar en houdt haar angstvallig in de gaten. Ze blijft strak voor zich uitkijken terwijl haar moeder verder vertelt. Ghofran trouwde een IS-strijder en raakte zwanger. Rahma trouwde Noureddine Chouchane, waarschijnlijk een van de verantwoordelijken voor de aanslag op een toeristenresort in het Tunesische Sousse in 2015.

Rahma's echtgenoot kwam om bij luchtaanvallen van de VS in februari van dit jaar op Sabratha in Libië. Ze stuurde haar moeder een vurig sms'je: "De situatie is gevaarlijk en ik zal misschien sterven. Bid dat ik een martelaar mag worden." Hamrouni belde haar, maar Rahma weigerde om naar huis te komen. Ghofrans echtgenoot kwam ook om tijdens een luchtaanval. De zussen en Ghofrans baby worden op dit moment vastgehouden door anti-IS militairen in Tripoli.

Hamrouni probeert wanhopig om haar dochters en kleinkind terug te krijgen naar Tunesië. De autoriteiten weten af van haar situatie, ze heeft een oproep gedaan op de nationale televisie, maar dit alles lijkt het stigma rond haar familie alleen maar groter te maken. Zeker voor vrouwen is het niet gunstig om geassocieerd te worden met terrorisme. "Mijn land geeft niks om kinderen," vertelt ze. "Mijn dochters zijn hun toekomst kwijt."

Als er een IS-strijder was overleden in Syrië, dan gingen ze naar zijn of haar moeder om haar te feliciteren.

Mohammed Iqbal Ben Rejeb komt op voor Hamrouni en ander families die hun kinderen zijn kwijtgeraakt aan gewelddadige extremisten. Hij runt de organisatieRATTA (Rescue Association of Tunisians Trapped Abroad) waarmee hij probeert de Tunesische overheid te overtuigen om burgers terug te halen; of er ten minste voor te zorgen dat ze niet vertrekken. Ook wil hij graag rehabilitatieprogramma's opzetten voor de jongens en meisjes die zijn geradicaliseerd maar toch weer terugkeren.

Ben Rejeb richtte RATTA op in 2012 nadat zijn broer radicaliseerde en naar Syrië vertrok. Een week later zag hij zijn fout in en keerde terug. Ben Rejeb zag de tranen van zijn moeder en besloot RATTA op te zetten om zo andere ouders in soortgelijke situaties steun te kunnen bieden.

Advertentie

Ben Rejeb moet de organisatie nog dit jaar opdoeken vanwege een gebrek aan steun; een klap in het gezicht voor iedereen die op hem rekent en samen met hem probeert de Tunesische regering in gesprek te laten komen met de betrokken families. Ook is Rejeb teleurgesteld in hoe weinig er wordt geïnvesteerd in anti-radicaliserings- en rehabilitatieprogramma's – juist in Tunesië.

Als reactie op de aanslagen van maart 2015 op het Bardo-museum riep de regering van Tunesië wel een anti-terrorisme-wet in het leven, met het idee dat ze daardoor beter moskeeën in de gaten konen houden. Maar veel Tunesiërs klagen dat er juist meer overlast is, wat mensen nog vatbaarder maakt voor extremisten.

"Ik denk dat communicatie en in gesprek zijn met elkaar heel belangrijk zijn," zegt Dr. Saltman. "Je luistert alleen naar wie je wilt luisteren, en als je radicaliseert is een van de eerste dingen die je wordt verteld dat je niet naar mainstream media moet luisteren, en het er vooral niet over moet hebben met de mensen om je heen. Het is al bewezen dat in gesprek blijven met elkaar een belangrijk zaadje plant voor de twijfel die er misschien nog is."

Met Youth Innovation Labs hoopt Saltman jonge activisten en creatievelingen bij elkaar te brengen om zo de anti-dialoog te openen jegens haat en extremisme. "Dit soort initiatieven kunnen ervoor zorgen dat jongeren van elkaar horen dat extremisme gevaarlijk is, in plaats van dat de overheid ze vertelt dat ze geen terrorist moeten worden," vertelt ze. "Het is zoveel beter als jongeren samen onderdeel willen uitmaken van de tegencultuur. Dit soort projecten geven weer hoop."

Ik wil graag dat mijn dochters bidden, maar niet dat ze extremisten worden

De ISD van Dr. Saltman werkt ook samen met Extreme Dialogue, een anti-radicalisatieprogramma overgewaaid uit Canada en Groot-Brittannië voor op scholen. Binnenkort beginnen ze hier ook in Duitsland en Hongarije mee. Een van de strategieën van dit programma is om in de veilige omgeving van een klaslokaal gewelddadig extremisme te bespreken met voormalig extremisten en overlevenden van terroristische aanslagen.

Maar in landen als Tunesië is het lastig om dit soort programma's op te richten, aangezien niet iedereen toegang heeft tot de basisbehoeftes.

Hamrouni leeft bij de dag en probeert haar familie bij elkaar te houden. Ze is bang dat Aya en Taysir nu extra kwetsbaar zijn door wat er met hun oudere zussen is gebeurd. Ze durft er niet aan te denken wat er gebeurt als ze hen ook kwijtraakt. "Ik hou van mijn geloof," zegt ze, "uiteindelijk zijn we allemaal moslims. Ik wil graag dat mijn dochters bidden, maar niet dat ze extremisten worden."

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.