Brussel

Ik zocht uit waarom Brussel de boeiendste stad van Europa is

Het onderwerp 'Brussel' kun je zelfs officieel studeren. Als je door de Pacificatiestraat loopt begrijp je al snel waarom.
08 november 2017, 4:07pm
Alle foto's door de auteur

Boeken, stapels geweldige boeken zijn er de laatste jaren over Brussel verschenen, wat zeg ik, er zijn zelfs een universiteit en een studiecentrum opgericht die als enig onderwerp 'Brussel' hebben. De stad werd in 2016 nog het laboratorium van de toekomst genoemd en momenteel loopt er een tentoonstelling in Berlijn onder de titel 'Waarom Brussel het nieuwe Berlijn is'.

De komende weken kun je op Noisey de documentaire Noisey Brussel bekijken – de eerste aflevering staat inmiddels online. Die documentaire gaat over de hiphopscene van Brussel in 2016, het jaar waarin de stad meer dan ooit de hoofdstad van Europa was. De stad kreeg op verschillende manieren te maken met terrorisme, radicalisering en verdeeldheid, maar tegelijkertijd vonden er interessante muzikale en culturele ontwikkelingen plaats.

Brussel is hoe dan ook in veel opzichten vreselijk interessant, en om uit te vinden hoe dat komt kun je het beste door de Pacificatiestraat lopen. Volgens het USE-It stadsplan van Brussel (dat sinds 2010 al door meer dan anderhalf miljoen toeristen is gebruikt) is dat de plek waar de extreemste extremen van de stad samenkomen.

Zo sta ik op een maandagochtend in de Pacificatiestraat in Brussel, in de schaduw van een leegstaand huis dat ouder is dan België. Op het eerste zicht is deze straat niets bijzonders: 350m lang (volgens Google Maps), lichtjes stijgend, een flauwe bocht, en met meer deurbellen dan ooit de bedoeling was aan de gevels. Ik tel twee restaurantjes, één wassalon en wat leegstaande panden.

De straat begint aan het plein van Sint-Joost-ten-Node – zowel de kleinste, de meest diverse als de armste gemeente van Brussel. Sint-Joost-Ten-Node is amper een vierkante kilometer groot en moet qua bevolkingsdichtheid in deze top tien op wereldschaal enkel Mumbai en Kolkata laten voorgaan.

Aan het einde van de Pacificatiestraat, slechts 350 meter verder, sta ik plots aan de mondaine Maria-Louizasquare, waar ambassades, beschermde Art Nouveaupanden en een elegante vijver het straatbeeld bepalen. Dit is de Europese wijk, het beslissingscentrum van de Europese Unie, waar het Europees parlement en de Europese Commissie zetelen. De armste gemeente en het rijkste continent. Dat bedoelde USE-It dus met die extremen die elkaar raken.

Om de hoek stap ik binnen in wat waarschijnlijk de oudste winkel van de buurt is, de Droguerie Higuet. Het contrast met het groepje jonge gastjes dat me zojuist vroegen om hun foto te maken en kort na deze foto hun blote kont toonden kon niet groter zijn.

In de winkel vertelt de uitbater – een tachtigjarig mannetje – van plan te zijn om te sterven op de stoel waarop hij nu zit. Zijn verhaal – 'u had de stad vroeger moeten zien, het is niet meer zoals het geweest is, de gouden tijden zijn voorbij' – doet me realiseren dat Brussel op veel vlakken gewoon een gemiddeld grote West-Europese stad anno 2017 is. Druk, multicultureel, arm-en-rijk, een ratjetoe van dieselwagens, smartphones, kunstgalerijen, koffiebars en andere uitspattingen van de hedendaagse geglobaliseerde kapitalistische wereld, overgoten met een saus van nostalgie naar authentiekere tijden.

Misschien is er gewoon niet één specifiek ding dat Brussel uitzonderlijk maakt. Ja, er is een enorme bevolkingsgroei, er wordt een enorm aantal talen gesproken door een enorm aantal nationaliteiten zonder dat één taalgroep de meerderheid heeft, maar het is meer de combinatie van een hoop elementen die uitzonderlijk is. Je kan het misschien zo zien: een hond met een hoedje is speciaal, maar niet uniek, een hond met drie poten is ook relatief zeldzaam en een blinde hond kom je niet elke dag tegen, maar een blinde hond met een hoedje en drie poten is wel heel bijzonder.

Wat Brussel wel echt bijzonder maakt, is dat er niet echt sprake is van een rijke (oude) binnenstad en arme (modernere) wijken eromheen, zoals in de meeste Europese steden. In Brussel wonen arm en rijk nog echt naast elkaar, middenin stad. Dat heeft dan weer een hoop te maken met de voor niemand begrijpelijke stadsstructuur en met het feit dat de massale stadsvlucht van de traditionele Brusselse bevolking in de jaren 1960 en 1970 samenviel met de eerste grote immigratiegolven naar de stad, zoals dat bijvoorbeeld ook in veel Amerikaanse steden het geval was. Daardoor heeft, zoals gezegd, geen enkele taal- of bevolkingsgroep in Brussel de meerderheid. Is dat makkelijk? Misschien niet. Maar het zorgt er ook voor dat geen enkele bevolkingsgroep het recht kan opeisen om de baas te spelen over een andere groep.

Een eenzame, kleine Belgische vlag op z'n kop op een muur, brengt me op weer een andere gedachte: België, het land waar Brussel de hoofdstad van is. In tegenstelling tot de meeste andere landen, is België helemaal niet ontstaan of geboren, zoals het standbeeld boven aan de vijver op het einde van de Pacificatiestraat ons wil doen geloven (zie foto hieronder). Het kwam Engeland en Frankrijk op een bepaald moment goed uit om een klein en manipuleerbaar landje te hebben liggen tussen Nederland, Frankrijk en Duitsland. Dus bedachten ze het concept 'België', waardoor de mensen die in dat land woonden (en hun nageslacht, zoals ik) 'Belgen' werden, en verder maar moesten zien – nu al 187 jaar lang.

Het is ook niet gek dat van alle Brusselaars maar een zeer klein deel zich in de eerste plaats Belg voelt. Ze voelen zich Brusselaar, op de tweede plaats inwoner van hun gemeente en pas op de derde plaats Belg. Het interessante hieraan is niet dat in een multiculturele samenleving minder mensen een band hebben met het land waar ze wonen, maar wel dat de vage staatsstructuur in België de Brusselaars een alternatief voorschotelt: hun stad. Voor een plek waar meer dan de helft van de inwoners niet als Belg geboren is, en waar drie op de vier kinderen een moeder heeft die niet uit België afkomstig is, biedt zo'n stad kansen.

Ik klim over het hek van de vijver, naar een plek waar ooit een soort watervalletje gestroomd moet hebben, en zie rottende schoenen, een verdronken driewieler en weggevreten dierenlijkjes liggen. Ik besef dat ik van Brussel nou ook weer niet een magische experimenteerplek moet maken, waar alles _Dettol_-geur en zonneschijn is. De vervreemding die veel mensen voelen tegenover de stad, zorgt er ook voor dat heel wat dingen niet lopen. In Brussel worden vier op de tien kinderen geboren in armoede, om er maar eens wat grimmigere statistieken bij te pakken. Daar kunnen we dan gelukkig tegenover zetten dat de jongerenwerkloosheid in Brussel nu al bijna vier jaar aan het dalen is.

Zo is het de hele tijd: overal vind je extremen én alles ertussen. Zou dat de typisch Brusselse vaagheid zijn? Een plek waar hiërarchie grotendeels ontbreekt, waar geen duidelijke structuur is, maar waar een spontane solidariteit en een algemene je-doet-maar-wat-houding de dienst uitmaken? De stad doet me denken aan het internet, waar er ook geen opgelegde hiërarchie is waar je naar te leven hebt. Misschien zal men in toekomst naar Brussel (en bij uitbreiding naar het Europa van nu) terugkijken en meewarig met het hoofd schudden als ze lezen dat wij anno 2017 nog steeds woorden als 'afkomst', 'etniciteit' en 'nationaliteit' gebruikten om de mensen om ons heen te beschrijven.

Het feit dat er geen doel is, dat niemand goed weet wat Brussel is of waar we naartoe gaan, biedt de mogelijkheid dat het ergens zal zijn dat we nu niet kunnen bedenken.

Bekijk deel 1 van Noisey Brussel nu hier.