Identiteit

Waarom we geen genoeg kunnen krijgen van series en films over dode meisjes

In haar nieuwe verzameling essays 'Dead Girls' onderzoekt schrijver Alice Bolin entertainment over dode vrouwen, om te begrijpen hoe vrouwenhaat de media vormt – en andersom.
16 juni 2018, 8:02am
Laura Palmer uit "Twin Peaks" (L), Harriet Vanger uit "Girl with the Dragon Tattoo."
Laura Palmer uit "Twin Peaks" (L), Harriet Vanger uit "Girl with the Dragon Tattoo." 

In een jaar waarin de mannelijke wrok tegenover vrouwen een gewelddadig hoogtepunt bereikte – een schietpartij op een Amerikaanse school omdat een tienerjongen werd gedumpt door zijn vriendin, en een man die in Canada op voetgangers inreed omdat vrouwen geen seks met hem wilden – voelt het boek van Alice Bolin, Dead Girls: Essays on Surviving an American Obsession__, nogal relevant. In de langverwachte verzameling essays, die uitkomt op 26 juni, bestudeert Bolin het verschijnsel dat ze de “Dead Girls Show” noemt. Ze onderzoekt de obsessie van de entertainmentindustrie met vrouwenmoord, en zoekt uit waarom dit subgenre in Amerika zo populair is, om op die manier iets te leren over de diepgewortelde vrouwenhaat in het land.

Als je bedenkt hoe lang feministen al eisen dat vrouwen worden beschouwd en behandeld als volwaardige mensen, is het opvallend om te zien hoe populair de Dead Girl Shows zijn. Bolin bespreekt de tv-series Pretty Little Liars, True Detective, How to Get Away with Murder, Making a Murderer, Dateline NBC, Cold Case Files, en vele anderen. Er zijn nog duizenden boeken, films, series en podcasts die ik hier zou kunnen noemen. Het publiek (zowel mannen als vrouwen) verslindt ze allemaal. Maar wat zegt dat over ons?

Die vraag probeert Bolin te beantwoorden door verschillende stijlfiguren in het subgenre uit te lichten, om zo uit te zoeken waarom dode meisjes ons zo boeien. “In het plot van Twin Peaks wordt het lichaam van de zeventienjarige Laura Palmer gevonden, aangespoeld aan de oever van een rivier,” schrijft Bolin over de cultklassieker van David Lynch. “Het beeld van Palmers lijk in Twin Peaks blijft op je netvlies gebrand: de natte haren, vastgeplakt aan haar perfecte porseleinen gezicht, blauwgekleurd door de dood, maar met een rustige, liefelijke uitdrukking.” Palmer is niet veel meer dan een decorstuk, wil Bolin duidelijk maken. Ze is een canvas waarop het karakter van de mannelijke detective die de moord onderzoekt, geschilderd wordt – een “neutraal domein waarin naar oplossingen voor mannelijke problemen wordt gezocht.”

Zo kijkt Bolin ook naar Harriet Vanger – de vermiste vrouw in _The Girl with the Dragon Tattoo. Z_ij wordt expliciet bestempeld als een ‘puzzel’ die Mikael Blomkvist, de onderzoeksjournalist in het boek, moet oplossen. “Wat deze woordkeus impliceert is duidelijk: vrouwen zijn een soort problemen die opgelost moeten worden.” De onderzoeksjournalist raakt geobsedeerd door de Dead Girl, en die obsessie gaat vaak samen met een seksuele lading die vergelijkbaar is met het verlangen om te moorden, zegt Bolin.

Je kan het op allerlei manieren nuanceren, maar de voorbeelden die Bolin onderzoekt wijzen allemaal op een verborgen obsessie van zowel de schrijvers als de kijkers: de onderwerping van vrouwen. De interessantste stukken in het boek zijn de (schaarse) momenten waarin Bolin de stijlfiguren verbindt met het sociale systeem en de statistieken uit de echte wereld – waarin we duidelijk kunnen zien hoe deze verhalen de gevaarlijke relatie met vrouwen weerspiegelen, maar ook in stand houden. Met een aantal statistieken laat Bolin zien waarom plots waarin de mannelijke partner de dader is, voorspelbaar zijn: iedere dag overlijden er vrouwen door toedoen van hun mannelijke partner. 11,700 vrouwen overleden tussen 2001 en 2012 aan de gevolgen van huiselijk geweld; en in 56 procent van de schietpartijen tussen de 2009 en 2015 werd een echtgenoot, ex-vrouw, of een ander familielid slachtoffer.

Door dit soort verbindingen te leggen, beginnen we te begrijpen wat er eigenlijk op het spel staat wanneer we ons afvragen waarom we zo geobsedeerd zijn door vermoorde vrouwen in fictie. “Misdaadverhalen zijn sterk aanwezig in onze cultuur, niet alleen omdat het vaak spannende en schokkende verhalen zijn, maar ook omdat ze de sociale orde in stand houden,” schrijft Bolin. Vervolgens verwijst ze naar het essay Sentimental Journeys van Joan Didion uit 1990. Didion beschrijft een bekende zaak van een joggende vrouw die werd verkracht in Central Park, en de arrestatie, de rechtszaak, de bekentenis en de veroordeling van vijf verdachten, een Latino en vier zwarte mannen. “In de zaak van de Central Park-jogger, worden zwarte mannen en witte vrouwen niet alleen als tegenpolen gepresenteerd, maar ook als natuurlijke vijanden,” zegt Bolin. Het vrouwelijke slachtoffer werd, net als de vermoorde vrouwen in fictie, gebruikt als een canvas waarop racistische en sociologische angsten werden geprojecteerd.

Laura Palmer in Twin Peaks. Via Netflix.

Het boek van Bolin verwijst weinig naar voorbeelden buiten de entertainmentindustrie, en gaat daardoor niet veel dieper in op de bredere discussie over vrouwenhaat en de constructie van de sociale hiërarchie. Na het lezen van de collectie bleef ik me afvragen hoe deze projecties in verband staan met dingen zoals professionele ‘versierders’, verkrachting op universiteitscampussen en geweld tegen sekswerkers. En, waar ik vooral aan moest denken, was de Canadees Alek Minassian, die tien mensen vermoordde door in Toronto op een menigte van voetgangers in te rijden. Vlak voordat hij aan deze vernietigingsmissie begon, postte Minassian een cryptisch bericht op Facebook waarin hij zijn aanslag linkt aan de “incel” (involuntarily celibate) – een online gemeenschap van mannen die boos en gefrustreerd zijn dat vrouwen geen seks met ze willen.

Natuurlijk geloof ik niet dat de Dead Girl Shows de woede van Minassian, of mannen zoals hij, kan veroorzaken. Maar ik geloof wel dat het grote aantal stijlfiguren van dode meisjes en de woede van Minassian, beide symptomen zijn van de genderrollen die ons al eeuwenlang voorhouden dat vrouwen de taak hebben om mannen te dienen. Dus, volgens (de gesimplificeerde versie van) mijn theorie: in een tijd waarin mannen hun dominantie over vrouwen steeds meer beginnen te verliezen, brengt een Dead Girl Show een algemeen geaccepteerde kans om vrouwen weer in een extreem ondergeschikte rol te plaatsen – een rol waarin ze niks meer voorstellen dan een beeldschoon lijk.

Ik probeer te ontdekken of mijn theorie ook ergens op slaat, en sprak met Linda Ong, hoofd van cultuur bij de Civic Entertainment Group, die de televisiewereld adviseert over de consument en waar zij ontvankelijk voor zijn. “De populariteit van misdaadseries is deels toe te schrijven aan de verschuiving van de vrouwelijke rol in de maatschappij,” zegt Ong. “Kijkers met een traditionelere smaak zien mannen en vrouwen graag in traditionele genderrollen. Ze zijn gewend aan de slachtofferrol van vrouwen. Het succes van de podcast Dirty John is hier een goed voorbeeld van.”

Dr. Kimberly Davies, hoogleraar sociologie en voorzitter van de afdeling sociale wetenschappen aan de Augusta Universiteit, heeft een andere verklaring: misdaadseries die draaien om de moord op een vrouw spelen in op de angsten van vrouwen. “Mannen lopen veel meer risico om slachtoffer te worden van geweld,” zegt Davies. “Maar vrouwen zijn er banger voor.” (In 2015 was 78 procent van de moordslachtoffers man, en 20,9 procent vrouw.) Maar tegelijk spreekt ze de theorie van Bolin, dat de Dead Girl Shows de sociale hiërarchie versterken, niet tegen.

“Ik kijk veel misdaadseries. Als er ergens in een donker bos opeens een vrouw ronddwaalt, weten we dat er iets gaat gebeuren.” Op die manier blijf je vrouwen in hun rol duwen, zegt Davies. “Het suggereert dat die vrouwen zelf bijdragen aan hun slachtofferschap.” In andere woorden, de Dead Girl Shows schetsen het beeld dat het slachtofferschap van vrouwen iets onvermijdelijks en verdiend is.

Ong heeft nog een verklaring waarom Dead Girl Shows juist op dit moment zo populair zijn – eentje waar ik zelf nooit aan had gedacht. Ze geeft een iets optimistischer theorie, door minder te focussen op de moord en meer op de plotlijn. “We leven in een tijd van extreme desoriëntatie, waardoor thema’s als gevaar, chaos, twijfelachtige ethiek en onrechtvaardigheid nu relevant voelen voor consumenten. Het oplossen van misdaden brengt de kijkers hoop, betekenis en ontplooiing – of in ieder geval die illusie.