Literatuur

Nine doet auditie om actrice te worden, na een vet traumatische gebeurtenis

Lees hier vast een deel van het verhaal van Nhung Dam in 3PAK, het boekenweekgeschenk voor jongeren.
16 september 2018, 4:00am
Rode Jerry can
Foto door iStock

Van 21 tot en met 30 september vindt de jaarlijkse Boekenweek voor Jongeren plaats. Naast een tour van 21 schrijvers langs scholen in het hele land, wordt komende vrijdag de prijs voor het beste boek voor jongeren uitgereikt. Bovendien is er een speciaal boekenweekgeschenk voor jongeren, 3PAK. Dit jaar hebben Tim Hofman, Nhung Dam en Raoul de Jong daarvoor een verhaal geschreven. Die drie verhalen zijn samengevoegd in 3PAK, dat je tijdens de Boekenweek voor Jongeren gratis krijgt op school, in de bibliotheek of in de boekhandel.

Hieronder lees je vast een deel van het verhaal van Nhung Dam, 'De Auditie (na een vet traumatische gebeurtenis)'.

Het lukt niet me te concentreren. De diva naast me haalt me steeds uit mijn concentratie met haar gesnuif. Ze doet het vast expres. Ik weet alleen de eerste twee regels: ‘Alles is koud, koud en nog eens koud. Leeg, leeg en nog eens leeg.’ Leeg, ja, dat is het.

In mijn leven zijn slechts drie dingen van belang: vrijheid, creativiteit en seks. Als het aan mij lag, zou ik vandaag nog een politieke partij oprichten. De Partij van de Vrijheid, Creativiteit en Seks. Zie je me al voor je op een poster, de grote roerganger van de VSC, of de CVS, daar ben ik nog niet over uit.

Ik zou me fatsoenlijk voor moeten stellen, je vertellen wie ik ben, waar ik ben, hoe ik in godsnaam hier in de grote stad terecht ben gekomen, wat ik vanochtend tijdens het ontbijt door mijn strot heen geduwd heb, op wat voor flora en fauna mijn slaapkamer uitkijkt, wat voor ornamenten we op onze voordeur hebben, wat de staat van ontbinding is van Jupiter (mijn pas gestorven kat) en hoe ik nou zo’n verdorven persoon ben geworden.

Liever heb ik dat je gewoon probeert te begrijpen wat ik te zeggen heb. Partijleider of niet, met mij aan de macht zal er nooit meer een ramp gebeuren. Iedereen is gelukkig. Oké, misschien niet iedereen of voor de volle honderd procent, maar in ieder geval zo gelukkig dat er nooit meer een catastrofe plaatsvindt zoals bij ons thuis op 9 juli 2017, bij volle maan in de achtertuin voor de werkschuur van Freddy.

Maar waar heb ik het over, ik geld officieel nog als een onontwikkelde debiel. De stembus is een no go-area, evenals het park na zonsondergang, de servieskast, alle jongens, laat staan dat ik een eigen partij mag oprichten. Mijn ouders maken me wijs dat je tot je achttiende een soort zwakzinnige bent die, zonder autoriteit of streng toezicht van ‘de volwassenen’, niet kan functioneren of alles kapotmaakt. En dat zeggen ze niet om mij klein te houden, maar om zichzelf groot te voelen. Mijn vader gaat elke avond na het eten een of andere moeilijke roman in de serre lezen en denkt daarmee iets van het leven te snappen. In de relaxfauteuil alleen-voor-papa zit hij, tijdens het omslaan van de pagina’s, stijver dan de gemakkelijke stoel het toelaat, maar hij heeft geen idee. Laat hem maar lekker hautain aan zijn grijze borsthaar friemelen. Hij heeft geen idee waar dat fokking boek over gaat dat hij aan het lezen is. Begrijp jij er wat van als jouw vader zoiets uit zijn boek zou citeren: ‘Toen Jan na de begrafenis van zijn vader alleen naar huis liep, zag hij hoe de lucht zich onuitputtelijk samentrok tot een gitzwarte cumulus. Bij aankomst op huize Rustgoed, zwaaiden de takken van de linde wild heen en weer, en Jan zag: zijn huis was zijn huis niet meer.’

Ik denk dan: cut the crap.

Mijn naam is Nine Boot. Ik ben zeventien jaar. Ik ben geboren onder de sterrenhemel van de Grote Beer, de Oregon, of de whatever, in ieder geval waar de steelpan een kwartslag gedraaid stond en het zo de rest van mijn persoonlijkheid (Boogschutter) en mijn lot (tragisch) heeft bepaald. De kou sloeg door de muren en de ijspegels knalden door de ruiten. Mijn moeder heeft twintig uur geperst, sindsdien kan ze geen sinaasappelsap meer zien.

Ik klink misschien boos (ook dat zeggen mijn ouders altijd, dáár word ik nou juist boos van), maar ik ben het fokking braafste meisje waar elke ouder van kwijlt en droomt. Ik zit niet voor niets in deze benauwde wachtkamer, klaar om straks of afgeslacht te worden, of de kans van mijn leven te krijgen. Mijn ouders zien niet wat voor een goudmijn ze in huis hebben: ik heb dromen, idealen, ben eerlijk en zelden te beroerd om mijn eigen én andermans kaksporen van de pot te vegen als ik van de plee kom, dat kun je van mijn vader niet zeggen. Hij weet niets. Volgens Freddy heeft het te maken met dat je de grens overgestoken bent, de mentale grens naar het volwassen zijn. Eenmaal daar is er geen weg terug, zei Freddy altijd. Onverschilligheid rest. Kaksporen maken de dag. Ook dat zei Freddy.

Ik ben boos. Blijkbaar. Door de toon die ik aansla. Dat is hun enige bewijs. De toon in mijn stem. Maar. Niemand vraagt me iets. Ze vragen me niet waarom ik zo praat, waar ik naar op zoek ben, wat mij sinds die ene dag niet meer loslaat. Iedereen wil alleen maar weten wat er met Freddy gebeurd is. Wat is er in godsnaam met Freddy gebeurd? Waarom praat iedereen over de ramp met Freddy (mijn oom, de buren, mijn klasgenoten, het hele dorp sinds het in de krant heeft gestaan), iedereen behalve mijn eigen vader en moeder?

We keken een documentaire over een of andere crazy goeroe. Ik moest erom lachen, Freddy niet. Je moet weten dat Freddy niet de naam is die hij bij geboorte heeft gekregen, mijn ouders hebben het gepresteerd om mijn broer Ferry Boot te noemen. Hij noemde zichzelf Fred, of Freddy. Anyway, Freddy zag er iets in, in die goeroe, hij bleef als een bezetene kijken naar de man in zijn rode gewaad die sprak over chi als essentiële, opwekkende kracht die aan alle dingen leven schenkt. Ik had de televisie uit moeten zetten, het lot moeten keren en alles wat zou volgen niet laten gebeuren. Maar ik deed het niet. De dagen erna haalde Freddy een stapel boeken uit de bieb over elektromagnetisme, levensenergie en swami-nog-wat. Binnen de kortste keren sprak hij nergens anders meer over. Alleen maar over dat niets waar die mensen op tv het over hadden, over het verlicht zijn, over het niets, dat het aan hem trok.

Ik probeer sinds de ramp aan het niets te denken, maar dat is zo mogelijk nog ingewikkelder dan het grootste priemgetal uit te rekenen (en dan nog zou ik dat getal hier niet kwijt kunnen, want het grootst ontdekte priemgetal bestaat al uit 23.249.425 cijfers en zou 9000 pagina’s beslaan).

Ik wil actrice worden. Ja, Nine Boot, de tweelingzus van de grote Freddy Boot wil actrice worden. Hoewel het mij zeer duidelijk wordt gemaakt dat het ongepast is om ambities te hebben in tijden van rampspoed, ik zal je zeggen: ik kom uit een gat waar alles altijd ongepast is. Waar je hele bestaan ongepast is. Mijn ouders weten niet dat ik hier ben, op de achtste verdieping van de theaterschool, klaar om mezelf compleet belachelijk te maken tijdens mijn eerste auditie ever. Ik heb ze gezegd dat ik een weekend ga logeren bij xxx (sorry, ze wilde anoniem blijven). Mijn ouders geven alleen maar om hun koeien, om de melkfabriek, die op het punt staat verpletterd te worden door een nieuwe landingsbaan. Wat overigens het slechtste idee uit de hele historie is: een landingsbaan maken in Moddergat. Ambitie is niet voor elke plek weggelegd. Hoogmoed komt voor de val. Dat zou Freddy zeggen.

Op internet stond: ‘De auditie kan een selectief karakter hebben: je hebt voldoende talent of niet.’ Je hebt het blijkbaar wel of niet. Je redt het wel of je redt het niet. Er zit vrij weinig tussen. Alsof er geen leven bestaat tussen het een en het ander. Op het aanmeldingsformulier stonden lege vakjes waarin ik mijn identiteit aan de hand van kruisjes moest zien te vinden. ‘Type: Afrikaans, Arabisch, Aziatisch, Caribisch, Europees, Oost-Europees, Indisch, Anders. Kleur ogen: blauw, blauwgrijs, grijs, bruin, groen, anders.’ Mensen zien zelf niet hoe idioot ze zijn.

Freddy zag het, en dat was het begin geweest van de ramp. Hij was bang wat er zou gebeuren op 9 juli 2018, de dag dat hij de mentale grens moest oversteken (zijn achttiende verjaardag). Mijn ouders proberen ons wijs te maken dat als je eenmaal die grens bent overgestoken, je nooit meer die domme fouten begaat van toen. Mijn moeder heeft het altijd over kalverliefde alsof dat een fout is die dan niet meer voorkomt. Terwijl die kalverliefde het enige wezenlijke is wat haar nooit is overkomen (ze heeft nooit een ander dan mijn vader gehad).

Freddy zei: ‘Waarom zouden ze anders alleen maar lullen over hypotheken, renteaftrekken, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen? Waarom moeten we wachten tot onze hersenkwabben volgroeid zijn, om vervolgens wat te doen? M’n leven te vullen met al die shit?’

Mama zei dat als het hem niet beviel, hij op zijn achttiende een eigen dak boven zijn hoofd kon regelen. Tot die tijd moest hij leven onder dat van hen, volgens hun regels. Freddy zei: ‘Een eigen dak boven mijn hoofd? Serieus? Is dat jouw definitie van vrijheid? Ik wil geen dak boven mijn hoofd, ik wil de sterrenhemel boven mijn hoofd, maar je bent te stom om dat te kunnen begrijpen.’

En toen gaf papa Freddy een klap. Zo hard dat Freddy’s neus begon te bloeden.

En toch was het niet papa’s schuld. Alles wat erna gebeurde.
Met Freddy.
En nee, het was ook niet mijn schuld.
Ook al heb ik hem de benzine aangegeven.

Als je wilt weten hoe dit verhaal verdergaat, pik 3PAK dan vanaf komende vrijdag op bij de bibliotheek, de boekhandel of op je school.