Life Inside

De vreemde en verschrikkelijke dingen waaraan je gewend raakt in de gevangenis

Ik ben wel honderd keer gevisiteerd.

Heb je weleens op de wc gezeten terwijl je met een gast zat te praten die over je heen leunt terwijl hij aanmaaklimonade drinkt en koekjes eet?

Heb je weleens de noodzaak gevoeld om National Geographic-tijdschriften op je torso vast te tapen bij wijze van geknutseld harnas?

Of wat dacht je van iemand die met een zaklamp in je anus tuurt als je op bezoek bent geweest bij je familie?

Of de hele tijd aangesproken wordt met een nummer in plaats van je naam?

Advertentie


Ik wel. Ik maak deze dingen regelmatig mee. In de gevangenis draait het allemaal om het normaliseren van abnormaal gedrag. Het leven in de gevangenis is niet normaal.

Normaal bestaat niet in de gevangenis.

Toen ik voor het eerst een penitentiaire inrichting binnenkwam, leek alles buitenaards en walgelijk. Op dag een werd ik gestript van mijn kleren, samen met nog een paar mannen. We moesten naakt marcheren en kregen een ID-nummer.

Laten we hier even bij stilstaan. Ik ben op methodische wijze vernederd, heb een nieuwe vorm van identificatie gekregen en daarna geïnformeerd dat ik niet langer vrij ben. Ik was feitelijk het bezit van de staat Michigan geworden. Dat alles gebeurde in een paar minuten.

Ik stond perplex. Twintig jaar later is het doodnormaal.

“251141, rapporteer bij je cellenblok. Hey 251141, waar denk je naartoe te gaan? Hierkomen, 251141, je hebt post.”

De visitaties? Honderden heb ik er meegemaakt.

“Buig voorover en spreid je billen. Til je lul op. Nu je zak. Hou je mond open met je vingers. Nee, je kunt je handen niet wassen. Oké, laat me nu je voetzolen zien.”

Op mijn tweede dag in de gevangenis moest ik met twintig andere gedetineerden naakt marcheren door een lange, Alcatraz-achtige gang langs tientallen cellen naar een groezelige, slecht verlichte gezamenlijke doucheruimte. Die ruimte was een enorme open hal waar douchekoppen uit beschimmelde muren staken. Een aantal mannen begon zich, onder het spetterende en kokend hete straaltje, te bevredigen alsof masturberen onder het toeziend oog van je medegedetineerden de normaalste zaak van de wereld was.

Advertentie

Een andere regel in de gevangenis is dat vriendschap vluchtig is. Je kan op een dag wakker worden en je realiseren dat de man waar je al tien jaar bevriend mee bent er niet meer is. Overgeplaatst naar een andere gevangenis. Misschien was hij wel je celmaat. Je hebt namelijk totaal geen zeggenschap over met wie je een cel deelt.

Chaos is de norm, wat tegenstrijdig klinkt, maar het is wel zo. Ik heb al twintig jaar geen echt goede nachtrust gehad. Te veel chaos, te veel onzekerheid.

Dat brengt me op geweld, wat de ultieme norm is in de gevangenis. Door de jaren heen ben ik gestoken, gesneden, bijna verkracht en ik ben meer dan eens in elkaar getrapt. Uit zelfverdediging – zeker toen ik nog jong was en door de pedofielen gezien werd als knap – ben ik gedwongen om een aantal van die dingen zelf te doen.

Begrijp me niet verkeerd: mijn misdaden maken me nog geen monster. Ik geloof zelfs dat ik in mijn hart een pacifist ben. Ik heb empathie voor mensen die gewond, misbruikt of op een andere manier slachtoffer zijn. Ik heb een keer een man gered die in de eetzaal stikte door de heimlichmanoeuvre toe te passen. En ja, het klopt dat de helft van de aanwezige gevangenen applaudisseerden – vooral omdat de bewakers riepen dat ik moest stoppen – maar de andere helft riep ‘boe’ omdat ik hem niet liet sterven.

Nog iets waar je aan gewend moet raken: alles wordt voor je gepland en nagetrokken door autoritaire figuren. Ik krijg te horen wanneer ik moet eten, wanneer ik moet slapen, wanneer ik naar buiten mag, wanneer ik met mijn familie mag praten, wanneer ik moet douchen, wanneer ik mijn haar moet knippen of mijn kleren strijken. Mijn geld wordt voor me beheerd; ik betaal geen belasting en mijn zorgverzekering (voor zover die bestaat) is gratis en wordt gemonitord door anderen.

Advertentie

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst zelf een grote beslissing mocht maken. Ik word nerveus van de gedachte. Met hulp van God en van familie en vrienden hoop ik dat ik oké ben op de dag dat ik word vrijgelaten. Maar hoe moet dat met de mensen hier die geen vrienden en familie meer hebben omdat ze weet ik het hoeveel jaar hebben vastgezeten. Wie helpt hen met wennen aan het zelf maken van beslissingen? Wie helpt ze 20, 30 of 40 jaar ‘normaal’ te vergeten?

Misschien is dat de reden dat er zoveel van ons falen als we vrijkomen.

Iemand die slimmer is dan ik mag dat uitzoeken. Maar ik wil dit wel zeggen: elke man die lang genoeg in de gevangenis zit dat-ie geleerd heeft om het gevangenisvoedsel te verteren is het met me eens. Terwijl ik aan dit essay werkte, liet ik het aan medegedetineerden lezen en ze knikten allemaal met hun hoofd.

De vraag die jij jezelf moet stellen, lezer, is deze: wat ga jij eraan doen? Veel mensen zeggen dat we onze straf verdienen. Maar vanuit maatschappelijk standpunt slaat dat nergens op. De maatschappij wordt alleen beter als gevangenen beter zijn als ze vrijkomen. Als ze er slechter uitkomen, wordt de maatschappij ook slechter.

Volgens mij is dat gewoon logisch. Of misschien is logica hier ook genormaliseerd.

De 43-jarige Jeffry Metcalf zit vast in de Thumb Correctional Facility in Lapeer, in de staat Michigan. Hij zit een straf uit van 40 tot 60 jaar voor doodslag en twee jaar voor wapenbezit. Hij werd veroordeeld in 1996.