Advertorial

Hoe ik na een jarenlang gevecht eindelijk van mijn anorexia herstelde

Elise* was nog maar 12 toen ze anorexia ontwikkelde. Wat volgde was een jarenlang en intens gevecht tegen haar eetstoornis.

door Gepresenteerd door Anderzorg
12 februari 2018, 10:30am

Tegen mijn twaalfde werd ik geleidelijk aan wat voller. Mijn moeder hield mijn eetgedrag nogal in de gaten, en stelde me na een tijdje voor om samen wat gezonder te gaan eten. Ik ging akkoord: in diezelfde periode werd ik op school ontzettend gepest, waardoor ik al erg onzeker was en dus vatbaar voor opmerkingen over mijn gewicht en uiterlijk. De combinatie van het lijnen, de onzekerheid over mijn lijf en bovendien een moeder die mijn zusje en mij onze hele jeugd aan haar onzekerheden blootstelde, bleek voor mij funest. Steeds vaker speurde ik het internet af naar tips over hoe je kon afvallen, en binnen een halfjaar veranderde ik van een gezond uitziende tiener in een extreem dun, onzeker en apathisch meisje.

Op 13-jarige leeftijd was het al zover uit de hand gelopen, dat mijn ouders een intakegesprek inplanden bij een gespecialiseerde kliniek in Amsterdam voor kinderen met eetstoornissen. Ik had een gesprek met een psychiater en kreeg de diagnose anorexia – een paar jaar later veranderde dit in ‘anorexia purgerend’, omdat ik toen ook begon met braken. Ik volgde dagbehandelingen, wat inhield dat ik maandag tot en met vrijdag van 11 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds in behandeling was. In het weekend ging ik naar huis.

“Als ik me netjes aan alle regeltjes hield, zou ik zo snel mogelijk weer thuis zijn – en kon ik weer volledig mijn eigen, eetgestoorde gang gaan.”

Andere patiënten gingen er zichtbaar op vooruit door de dagbehandeling, en ook ik deed het van buitenaf gezien heel goed. Toch hield ik er stiekem een dubbele agenda op na. Mijn redenatie was als volgt: als ik me netjes aan alle regeltjes hield, zou ik zo snel mogelijk weer thuis zijn – en kon ik weer volledig mijn eigen, eetgestoorde gang gaan. Eetstoornispatiënten zijn de beste leugenaars die je ooit tegen zal komen, en ik was daar bepaald geen uitzondering in.

Na een halfjaar had ik mijn dagbehandeling afgerond, waarna ik eens per twee weken ambulante gesprekken begon te volgen. Al snel viel ik terug, en nam de anorexia mijn hoofd weer volledig over. In die tijd werd ik meerdere keren opgenomen op de PAAZ [Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis, red.], waar het hoofddoel toch vooral aankomen en stoppen met braken was. Ik volgde destijds dan ook geen therapie: normaal leren eten was mijn belangrijkste taak. Jaren van opnames en ambulante behandelingen volgden.

Zo bleef ik aanmodderen tot mijn 17e, al ging het geleidelijk aan wel wat beter. Ik kwam in een nieuwe klas terecht en nam mezelf voor nu écht zelf de touwtjes in handen te nemen, in plaats van de eetstoornis mijn leven te laten dirigeren. Dit lukte me ook, al was het maar van korte duur. Ik werd verliefd en kreeg een vriendje, die het uiteindelijk vrij snel weer uitmaakte – oorzaak van opnieuw een terugval. Dieper dan ooit tevoren.

“Telkens ging ik behandelingen aan, zonder echt de intentie te hebben te genezen – en dan heeft zo’n behandeling weinig zin.”

Onder druk van mijn ouders beloofde ik hen wederom dat ik beter zou worden. Telkens ging ik behandelingen aan, zonder de intentie om echt te genezen – en dan heeft zo’n behandeling weinig zin. Weer ging ik wekelijkse gesprekken aan bij een gespecialiseerde kliniek, waarbij ik werkelijk alles aan elkaar loog. Als voorbereiding op de wekelijkse weegmomenten dronk ik standaard vijf liter water, zodat de weegschaal een veel hoger gewicht aan zou geven. Omdat we bij de instelling in kwestie altijd met kleding aan op de weegschaal werden gezet, hing ik hanggewichten aan de binnenkant van mijn broek van ieder een paar kilo, en zware sieraden. Zo wist ik iedereen om de tuin te leiden: de weegschaal gaf aan dat ik 50 kilo woog, al woog ik in werkelijkheid een magere 36 kilo. Ik was vel over been.

Na een tijdje begon mijn vader zich echter nogal argwanend op te stellen: hij vond me er té dun uitzien om 50 kilo te kunnen wegen, en nam me mee naar het ziekenhuis. Daar kwam de aap uit de mouw, en ik werd twee maanden opgenomen in een gespecialiseerde kliniek in Amsterdam.

Na jaren van vechten tegen de anorexia – en tegelijkertijd niet beter willen worden – was ik dan eindelijk op mijn keerpunt aangekomen. Ik wilde zó graag van het braken en het hele eetgestoorde af zijn, dat ik me overgaf aan de behandeling. Als gevolg daarvan ging het opnieuw leren eten een stuk makkelijker, en was er geen sprake meer van een dubbele agenda. De behandeling voelde als een warme deken.

“Ik realiseerde me dat de wil om beter te worden toch vooral uit mijzelf moest komen – en niet aan me opgedrongen kon worden, hoe cliché dat misschien ook klinkt.”

Kort nadat ik me aan het genezingsproces had overgegeven, ontmoette ik de vrouw die later mijn vriendin zou worden. Ze kon zich in heel goed in mij inleven, en gaf me het laatste duwtje dat ik nodig had. Ze wist precies wat ze tegen me moest zeggen. “Ga het leven verdomme aan, Elise,” zei ze dan tegen me. Ik had die adviezen tot dat punt nooit van iemand anders aangenomen, en ik realiseerde me dat de wil om beter te worden toch vooral uit mijzelf moest komen – en niet aan me opgedrongen kon worden, hoe cliché dat misschien ook klinkt. Eindelijk had ik de motivatie in mezelf gevonden.

In de jaren na die laatste opname lachte het leven me weer toe, ik was tot over mijn oren verliefd. Natuurlijk had ik af en toe mijn zwakke momenten, en gaf ik soms nog toe aan mijn neiging om te braken. Daarvoor heb ik nog een tijd bij een particuliere psycholoog gelopen om de psychologie achter het braken te ontrafelen en het daarbij horende patroon te doorbreken – en langzaamaan verdween ook dat laatste restje van mijn anorexia bijna helemaal.

Inmiddels leid ik mijn leven op zo’n manier, dat ik me niet constant schuldig voel over wat ik zojuist heb gegeten. Als ik mezelf nu bekijk in de spiegel, zie ik geen vertekend beeld meer: ik zie mezelf precies zoals ik ben, en zorg goed voor mezelf. Heel af en toe heb ik nog een eetgestoorde gedachte, maar ik heb een inzicht in mezelf dat ik voorheen nooit had, en weet nu hoe ik mezelf weer moet herpakken.

* De naam van Elise is gefingeerd om haar privacy te beschermen. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

Heb je vragen of zoek je hulp? Neem dan contact op met je huisarts. Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Anderzorg.