Creators

Daan Roosegaarde over zijn obsessie met afgebroken stukjes satelliet

“Hiervan zweven er miljoenen door het heelal. En als je geraakt wordt ben je dood.”

door Yoran Custers; foto's door Laisa Maria
04 oktober 2018, 10:39am

Wij aardbewoners houden ons vooral bezig met problemen die zich op aarde afspelen, zoals de plasticsoep of klimaatverandering. Want ja, daar zijn we nou eenmaal aardbewoners voor. Maar volgens Daan Roosegaarde zijn we er daarmee nog lang niet. Rondom onze planeet zweven er miljoenen afgebroken stukjes van satellieten en raketten, die zo hard door de ruimte vliegen dat ze weer andere satellieten kunnen beschadigen – met nog meer rotzooi tot gevolg.

Ruimtevaartorganisaties als NASA en de ESA onderzoeken al een tijdje hoe we dit kunnen opruimen, maar een duidelijke oplossing is er nog niet. Om deze zoektocht een duwtje in de rug te geven, lanceerde Roosegaarde anderhalf jaar geleden zijn plannen om dit probleem zichtbaarder te maken en nieuwe ideeën te stimuleren. Die plannen hebben nu geleid tot iets concreets: op 5 oktober opent Space Waste Lab bij Kunstlinie Almere Flevoland (KAF), dat bestaat uit een tentoonstelling, workshops en een groot lichtkunstwerk dat meermalen de ruimte in zal schijnen: het bestaat uit verticale lijnen van licht die precies aanwijzen waar stukjes ruimteafval zich bevinden, ergens tussen 200 en 20.000 kilometer hoogte van de aarde.

In zijn studio in Rotterdam vertelde Daan Roosegaarde ons meer over de problemen van ruimteafval, zijn lichtperformance en een opmerkelijk bericht op UFO Meldpunt Nederland.

Creators: Hi Daan. Hoe vaak sneuvelt er zo’n satelliet?
Daan Roosegaarde: Minstens een keer per jaar, en dat kost iedere keer tussen de twee- en vierhonderd miljoen euro. De prijs voor al dat afval betalen we dus al op een bepaalde manier. Er is ook geen wetgeving op dit gebied: als een Chinees stukje ruimteafval een Nederlandse satelliet raakt, heb je geen verzekering en kun je dus geen schade claimen.

Toen China in 2007 een ongebruikte weersatelliet kapot schoot, om te laten zien hoe superieur ze waren in hun ruimtetechnologie, kwam er in een keer heel veel junk vrij, waar de rest van de wereld héél boos over was. Toen hebben de ruimtevaartorganisaties met elkaar afgesproken dat zoiets nooit meer mag gebeuren. Maar het vliegt er allemaal dus nog wel. We hebben hier gisteren trouwens een stukje ruimteafval binnengekregen, dat ook in de tentoonstelling te zien zal zijn. Wil je ‘m zien?

Nou, graag!

(Roosegaarde pakt een klein doosje en laat trots de inhoud zien: een klein metalen plaatje dat lijkt te zweven in een glazen vierkant.)

Beeld: Studio Roosegaarde

Mooi hoor.
Ja hè? Het is door een astronaut opgepakt. Hier zweven dus miljoenen stukjes van door het heelal. Om precies te zijn: we weten dat er 29.000 rondvliegen die groter zijn dan tien centimeter, want alleen die kunnen we tracken. Ze kunnen een snelheid bereiken van zo’n 25.000 kilometer per uur; als je geraakt wordt ben je er geweest.

Weet je wie ook weleens dekking heeft moeten zoeken voor een stuk ruimtepuin? André Kuipers. Hij ging meteen de capsule in, en verder kon hij alleen maar hopen dat hij niet geraakt zou worden. Dat gebeurde uiteindelijk ook niet, maar het had vervelend kunnen aflopen.

Jeetje. Maar goed, je zegt dat we de prijs dus al enigszins betalen. Hoe zit het dan met de lange termijn?
Als zo’n klein stukje een satelliet raakt, kan-ie al ophouden met werken, en kunnen er weer nieuwe stukken afbreken, die óók weer schade aanrichten. Op een gegeven moment is die hoeveelheid spacejunk zo groot dat je ook geen satellieten meer de lucht in kunt krijgen, wat weer ten koste kan gaan van de digitale communicatie. Dan heb je dus geen bankieren meer, geen Facebook, geen VICE. Het voelt allemaal ver weg, maar het is dus tegelijkertijd iets dat ons heel direct raakt.

Hoe lang moeten we nog zo doorgaan voordat zoiets daadwerkelijk gebeurt?
Op dit moment vormen zich al banen en snelwegen van ruimteafval rondom de aarde. De Amerikaanse ruimte-expert Donald J. Kessler heeft een keer berekend dat, als we niks doen, we het point of no return zullen bereiken over zo’n dertig à veertig jaar. Dan zouden we gevangen raken op onze eigen planeet, wat natuurlijk bizar is. Je wilt straks niet tegen je kinderen zeggen: “Ja, er is leven op Mars, alleen kunnen we er helaas niet meer komen.”

Beeld: Studio Roosegaarde

Met je lichtperformance wijs je letterlijk aan waar al dat afval zich bevindt. Hoe werkt dat precies?
Het zijn twee lijnen van licht, die tot op 20.000 kilometer hoogte de stukken afval realtime kunnen lokaliseren en volgen. Er zit anderhalf jaar aan onderzoek in: we moesten data van de ESA en de NASA verzamelen, software ontwikkelen, veiligheidschecks doen. Je gooit een enorme intensiteit licht de lucht in, en er vliegen natuurlijk ook gewoon vliegtuigen. Daarom moesten we een manier verzinnen om, als een vliegtuig te dichtbij komt, snel over te schakelen op een ander stukje ruimteafval. Dus die lijnen verschuiven steeds naar andere afvalstukjes.

Als je onderin een afwijking van anderhalve millimeter hebt, is dat boven natuurlijk een stuk groter – dat maakt het enorm complex. We kunnen het ook alleen testen wanneer het donker is, dus we werken eraan door tot drie uur ‘s nachts. Door een van die tests zijn we trouwens op UFO Meldpunt Nederland beland. Ze dachten blijkbaar dat die lichtstrepen van ruimtewezens kwamen.

O nee, aliens!
“Twee groene lichtstrepen die in synergie naast elkaar bewegen,” haha. Op een gegeven moment kwamen ze er wel achter dat er gewoon een persbericht van was, en het dus geen ufo kon zijn. Maar leuk om te zien dat mensen het echt buitenaards vinden. Het doel is uiteindelijk dat mensen beseffen dat dit afval echt boven hun hoofd zweeft, en dat ze gaan nadenken over wat we er überhaupt mee kunnen doen.

Wat zou je dan met ruimteafval kunnen doen?
Dat is precies wat we met het Space Waste Lab gaan onderzoeken: KAF heeft een educatief programma georganiseerd, en daarin worden onder meer workshops gegeven waarbij mensen hun eigen ideeën voor oplossingen moeten opschrijven op ansichtkaarten. We hebben ook middelbare scholen gevraagd om hieraan mee te doen, en zo’n tweeduizend scholieren hebben zich inmiddels aangemeld.

Maar om je een idee te geven: een manier om dit afval te laten verdwijnen is bijvoorbeeld om het naar de aarde te trekken – zodra het door de dampkring gaat, verbrandt het namelijk. Dan heeft het iets weg van een vallende ster, en daar zouden we ook iets aan kunnen hebben: wat nou als we voortaan geen geld meer uitgeven aan vuurwerk, maar met oud en nieuw met z’n allen naar kunstmatige vallende sterren gaan kijken?

Hoe zou je dat afval dan naar de aarde toe kunnen trekken?
Hoe we dat precies kunnen doen weten we nog niet. Er zijn verschillende ideeën, van een gigantisch sleepnet tot een soort robotarm, maar van geen van die ideeën is bewezen dat het kan werken. Dit alles wat ik net vertelde valt onder de eerste fase van dit project. Over een paar maanden gaan we fase twee aankondigen, die in het teken staat van concrete oplossingen. Voordat we écht de ruimte ingaan zijn we wel weer even verder – ik hoop dat we over een paar jaar iets kunnen presenteren bij een wereldtentoonstelling, bijvoorbeeld bij Expo in Dubai in 2020.

Wat denk je dat het oplevert om scholieren hun ideeën op te laten schrijven?
Ik denk dat het heel goed is om het even open te trekken, en niet te veel in de “ja maar”-houding te blijven hangen. In januari organiseren we ook een groot symposium, zoals we ook met het Smog Free Project hebben gedaan. Toen vroegen we aan studenten in Peking wat hun oplossing zou zijn voor het smogprobleem, en daar kwam onder andere de Smog Free Bicycle uit voort. Er zijn meer dan een miljoen deelfietsen in Peking, dus iemand zei: waarom zouden we daar niet kleine luchtverschoners op zetten?

Nu we het toch over de Smog Free Bicycle hebben: wordt die al een beetje bereden?
Het prototype is klaar en getest, en we zijn met deelfietsfabrikant Ofo in gesprek over de exacte lanceringsdatum. Die datum wordt momenteel nog besproken met de aandeelhouders, maar ze zullen in ieder geval als eerst in Peking rijden. Daarna in andere Chinese steden, en daarna als het goed is ook in Europa.

Voor dit project over ruimteafval werk je dus ook samen met NASA en ESA – hoe gaat dat eraan toe?
Het zijn hele creatieve mensen, maar ze benaderen het natuurlijk wel een stuk technischer dan ik. Ze denken overal vrij praktisch over na, terwijl ik het zelf ook wel goed vind om soms even afstand te nemen. Een quiche lorraine is ook het lekkerst als-ie een dag oud is. Ik ben meer degene die het transformeert, en het niet alleen als probleem ziet, maar ook als ingrediënt. Iets waar je wat mee kunt maken. Zoals licht dus, of een kunstmatige vallende ster.

Dat is een hele andere manier van denken, maar je hebt elkaar wel nodig om iets voor elkaar te krijgen. Ik moet ook nog van alles bijleren. Maar dat is ook hoe dit soort projecten gaan: een paar jaar geleden was ik nog amateur op het gebied van smog, maar nu kan ik best zeggen dat ik daarin een expert ben. Met ruimteafval ben ik weer gewoon een amateur.

Toen we je anderhalf jaar geleden spraken noemde je jezelf ook al een “amateur in ruimteafval”. Ben je inmiddels niet eerder een soort semi-prof?
Ja ach, eigenlijk kun je dat ook wel zeggen. Ik heb aardig wat geleerd inmiddels. Dat het nog complexer en lastiger is dan ik al dacht, maar ook bijvoorbeeld in welke landen ze geïnteresseerd zijn in innovatie op dit gebied. Luxemburg bijvoorbeeld, daar is ook een programma gestart om grondstoffen uit de ruimte te delven.

NASA en ESA zijn al langer bezig met ruimteafval. Hoe komt het dat we er dan toch zo weinig over horen?
Omdat VICE er niet over schrijft, verdomme! Nee, ik weet het eigenlijk ook niet. ESA heeft al tien jaar een clean space-programma, maar dat moet je maar net onder de aandacht weten te brengen. Dat is dan ook wat wij nu doen. En daarnaast denk ik ook dat we zulke dingen zelf belangrijker zijn gaan vinden. Tien jaar geleden was een Hummer bijvoorbeeld nog een statussymbool, maar nu ben je eigenlijk best wel een loser als je er een koopt. Toch?

We vinden duurzaamheid belangrijker?
Ja, of vooral: wat we mooi en goed vinden lijkt te veranderen. Schoonheid kun je interpreteren als een duur horloge of een Ferrari, maar ook als schone lucht of energie. En daardoor krijgen ideeën ook meer kans om te groeien. Je ziet het bijvoorbeeld met Boyan Slat en zijn plastic-project, of een project als The Great Bubble Barrier. Dat zijn drie vrouwen van de TU Delft, die een soort bubbelbarrière hebben gemaakt om te voorkomen dat plastic afval vanuit rivieren de zee in stroomt. Die presenteren iets, er wordt in geïnvesteerd, en dan gaan ze dat gewoon doen. De wereld verandert, maar in plaats van dat ze zich daardoor bang laten maken, laten ze zich leiden door hun nieuwsgierigheid. Dat is precies wat we nu nodig hebben.

Space Waste Lab is te bezoeken van 5 oktober tot 19 januari 2019 bij Kunstlinie Almere Flevoland (KAF). De lichtperformance is twee keer per maand te zien – hier vind je de exacte data. Een daarvan is 6 oktober, en dan komt ook André Kuipers een kijkje nemen, die net als Roosegaarde ambassadeur is van het Weekend van de Wetenschap.