Food by VICE

Waarom Pringles voor mij altijd naar luxe zullen smaken

Voor kinderen die opgroeiden in het Mumbai van de jaren negentig, was Pringles eten voor de rijken: een onweerstaanbaar, maar overbodig luxeproduct.

door Mithila Phadke
27 augustus 2018, 12:00pm

Foto's via Flickr-gebruikers Paul K en Leonid Mamchenkov. Compositie door MUNCHIES.

Ik heb een lange weg afgelegd — 6,516 kilometer om precies te zijn — om deze herinnering uit mijn jeugd weer tegen het lijf te lopen. Maar daar stond ‘ie, keurig op het aanrecht bij een Italiaans café in het onmiskenbare rood van een bus Pringles Original.

Hallo, oude vriend.

Ik zat bij het raam van een café in het Noord-Italiaanse Rimini, klaar om een hap te nemen van de heerlijkste broodje caprese- ter wereld. En tijdens dat moment van pure tevredenheid bedacht ik me hoe lang ik al hierheen wilde gaan. Ik had met mijn magere journalistenloontje maanden gespaard om een ticket te boeken en nu was ik er dan, de reis van mijn dromen. Deze reis bestond uit vele dingen die voor het eerst waren: mijn eerste reis ooit buiten India, de eerste keer dat ik alleen reisde en de eerste keer dat ik me echt vrij voelde.

En krachtig. En alles was heerlijk luxueus - dat was pas echt nieuw voor me.

Ironisch genoeg was dit ook de dag dat ik voor de eerste keer Pringles kocht. Het grootste gedeelte van de 25 jaar dat ik leef smaakte luxe en verlangen namelijk precies naar Amerikaanse gezouten chips in zo’n grote bus.

*

Ik was ongeveer acht toen ik voor het eerst Pringles at. Toen kon ik nog mijn gulzige vuisten helemaal in die bus duwen. Ik at ze alleen tijdens de wintervakanties in het midden van de jaren negentig, bij mijn grootouders in een buitenwijk van Mumbai, toen mijn oom terugkwam uit de Verenigde Staten voor zijn jaarlijkse bezoek. De Pringles zaten altijd diep verscholen in zijn Samsonite-koffer tussen de reusachtige flessen Dove shampoo, M&M’s, Snickers, miniatuurauto-sets en zachte handdoeken. Toen mijn oom de koffer met cadeaus openmaakte sprongen alle neven en nichten altijd om hem heen, ook omdat er een soort ‘geur van Amerika’ leek te ontsnappen uit de koffer. Die heerlijke, buitenlandse wasverzachtergeur die ik associeerde met genoeg hebben, welvaart en de mogelijkheid om zoveel mogelijk Pringles te eten wanneer je maar wilt.

Hoewel we het allemaal zouden moeten delen, ging ik ‘s nachts naar beneden om stiekem die rode bussen te legen. De anderen konden alle Snickers hebben, zei ik tegen mezelf om mijn actie te rechtvaardigen. Ik had een hekel aan Snickers. Het liefst maakte ik een stapel van wat Pringles van 5 centimeter hoog, zodat ik het in één grote hap kon eten alsof het een cake was. Of ik verpletterde ze en strooide het over mijn dhal en rijst voor de extra knapperigheid.

Het liefste maakte ik een stapel Pringles van 5 centimeter hoog, zodat ik het in één grote hap kon eten alsof het een cake was.

Ik was geobsedeerd door Pringles.

Ondanks alle lokale soorten chips die werden aangeboden, evenals de tientallen knapperige gefrituurde snacks die mama kocht van deur-tot-deur verkopers — mirgunda, kuradya, saandge en chikodya — smaakte niets zo goed als Pringles Originals. Het feit dat ze niet overgoten waren in masala betekende dat je je vingers niet vies zou maken, als 8-jarige vond ik dat enorm chique.

Het was een dure snack voor de Indiase middenklasse in de jaren negentig, de jaren na 1991 toen India haar economische liberalisering meemaakte. Buitenlandse merken begonnen langzaamaan hun weg naar binnen te vinden: Coca Cola, Sony, de heilige drie-eenheid Adidas-Reebok-Nike en zelfs McDonald's.

De gouden M was toen niet de leverancier van vet katervoedsel en slechte beslissingen, het was gewoon een plek die zo mooi en glimmend was in haar geelrode kapitalistische glorie: de grote speeltuinen, die ketchup- en mosterdbijvulautomaten, de verzamelgekte rondom Happy Meals, en natuurlijk ook de McAloo Tikki en Maharaja Mac-burgers (geen rundvlees, alsjeblieft) speciaal voor de Indiase markt. Ik herinner me de eerste keer dat we ernaartoe gingen. Ik kan me de eerste keer nog herinneren. We gingen met de witte Fiat van mijn vader. Ik en mijn zusje waren zo onder de indruk, het was echt een evenement. Net zoals toen de eerste buurtsupermarkt geopend werd (er werd toen een clown ingehuurd) of toen de eerste Archie stripboeken verkocht werden.

Omdat een stripboek toen meer dan 50 roepies kostte, meen ik me te herinneren, zouden meer dan twee Archie stripboeken per maand wel gezien worden als een beetje TE voor een kind. “Ugich kashala?” zouden de mensen zeggen, “waarom voor iets gaan dat je niet nodig hebt?” Het was een beetje de slogan van die tijd. “Koop Tinkle” (een lokale, goedkopere variant) zou mijn moeder zeggen. “Of ga naar de bibliotheek. We hebben toch niet voor niets zo’n pasje voor je aangeschaft, of wel?”

Ze had een punt. Want hoewel westerse merken — schoenen, kleding, elektronica en eten — langzaam in de Indiase winkels terechtkwamen, betaalde je er nog steeds de hoofdprijs voor.

Hetzelfde gold voor Pringles. Waarom zou je die kopen als er genoeg goedkopere, lokale merken zijn? Ruffles (of Lay's zoals het later zou gaan heten) bood veel meer smaken aan. Waarom Pringles? Ugich kashala?

Dus moest ik, net als de meeste van mijn leeftijdsgenoten, wachten op jaarlijkse bezoekjes van familieleden die in een vreemd land woonde of er een hadden bezocht. En zoals op een gegeven moment overal in de wereld, werden deze producten — hoe banaal en alledaags in hun thuisland dan ook — een soort culturele valuta in een ander land. Heerlijke Toblerone die het beste schap in de koelkast krijgt, die exclusieve Crayola-kleurpotloden waar die ene jongen in de klas mee schrijft, de felbegeerde Sony Walkman — het waren allemaal statussymbolen. Het betekende dat je familie iemand had die in het buitenland woonde en daarom meer cosmopoliet en wereldwijs was dan een ander.

"Ik herinner me nog de eerste Kit Kat-reclame in India, zo rond het Wereldkampioenschap in 1996," vertelt mijn vriend Suprateek, ook geboren in de jaren 90. "Ze maakten er een heel punt van over hoe je ze zou moeten openmaken: je haalt de verpakking eraf door je nagels langs de gleuf tussen de twee repen te halen, zodat de folie netjes wordt opengescheurd, en eet de repen daarna één voor één. Ik was nog nooit op die methode gekomen! Ik weet nog dat ik dacht: shit, ik eet het al die tijd al helemaal verkeerd."


Foto's via Flickr-gebruikers Paul K en Leonid Mamchenkov. Compositie door MUNCHIES.

Omdat Cartoon Network de nieuwe generatie min of meer hypnotiseerde, inbel-internet steeds toegankelijker werd en lokale merken zoals Gold Spot, Premier Padmini en HMT langzaam uitstierven, kreeg India er wat nieuwe aspirationele merken en wensen bij.

Uiteindelijk kwam er een moment waarop mijn oom geen Pringles meer meenam omdat ze niet langer zo ontoegankelijk waren. Ze hadden zelfs hun weg gevonden naar Ruchi, onze vertrouwde buurtwinkel waar de filiaalmanager in een bepaalde zomer besloot dat ze aan een inhaalslag moesten beginnen. De winkel was compleet gerenoveerd, groter en exclusiever en had nu alles. Van Doritos tot drie soorten Pringles en van Hershey's chocoladesiroop tot Ferrero Rochers.

Zelfs toen ik geld begon te verdienen en ik best een bus had kunnen kopen, deed ik het niet.

Mama begon dure chocoladesiroop te kopen om op warme zomermiddagen door de koude melk te roeren, maar ik was al lang gestopt met het vragen om Pringles. Ik wist niet eens wat het kostte, ervan uitgaande dat het ongelooflijk, verpletterend duur was. Iedere keer dat we naar de winkel gingen dacht ik aan Pringles en iedere keer kocht ik het lokale merk.

Zelfs toen ik geld begon te verdienen en ik best een bus had kunnen kopen, deed ik het niet. Ik wist dat het veel duurder was dan Lay’s en het leek me allemaal zo’n verspilling, zo onnodig. Voor mij vertegenwoordigde Pringles het eten voor de rijken, van mythische proporties. Door de hunkering uit mijn kindertijd was het nog steeds een onweerstaanbare, heerlijke toegangspoort voor me tot het welvarende, fancy leven. Als onnodige extravagantie, perfect vervangbaar door minder dure merken. Pringles was uitgegroeid tot iets dat ik moest verdienen, iets dat ik alleen zou verdienen als ik een rijker en succesvoller mens zou zijn.

Ik heb tien jaar lang geen enkel Pringles-chipje gegeten.

Ik maakte mijn school en universiteit af, liep stage als journalist, kreeg daarna een goedbetaalde baan, er waren vriendjes, harten die gebroken werden. Ik hoopte dat ik op een dag het leven zou hebben waar ik altijd van gedroomd had, al was het maar een heel klein beetje van dat — een onnodig extravagante uitspatting bijvoorbeeld, misschien wel verpakt in een rode chipsbus.

Die middag in het Italiaanse café was ik nogal verrast dat de bus Pringles slechts een paar euro kostte. Niet echt goedkoop, maar wel bizar betaalbaar voor mij. Ik kocht een bus en liep terug naar mijn tafeltje aan het raam. Mijn half opgegeten broodje lag er nog, maar ik opende de bus en nam een chipje.

Het was oké.

Niet zo knapperig als ik het verwacht en nogal smakeloos. Ik heb er nog een paar gegeten. Eerlijk? Ze waren prima. Maar zoals vrijwel alles in het leven smaakten ze niet zo goed als de herinnering eraan.

Ik heb de tijd genomen om de hele bus te legen, verkruimelde er nog een paar over mijn sandwich en liep weer naar buiten. Het kostte me een tijdje om te beseffen waarom ik, op een moment dat ik echt diep teleurgesteld had moeten zijn, aan het glimlachen was.

Het was omdat ik op de een of andere manier erin geslaagd was mijn weg te vinden naar een leven waarin Pringles eindelijk gewoon waren, en daar ben ik heel erg dankbaar voor.

Tagged:
Munchies
Food
INDIA
chips
McDonald's
italie
globalisatie