Identiteit

Vrouwen vertellen over de naarste ervaringen met hun psychiater

"Ik was een beetje labiel, maar de psychiater diagnosticeerde me al na 45 minuten met een zeer zware persoonlijkheidsstoornis. En ik geloofde hem gelijk."

door Rosanna ten Have
28 april 2017, 8:21am

ILLUSTRATIE DOOR MARILYN SONNEVELD

Nadat ik een aantal maanden geworsteld had met bepaalde psychische problemen, besloot ik dat het tijd was om professionele hulp te zoeken. Een vrouw of man die er jaren voor gestudeerd had zou me hopelijk kunnen helpen wat orde op zaken te stellen, want zelf lukte dat niet meer helemaal. Maar toen ik eenmaal op de bank zat bij de therapeut, vertelde zij me doodleuk dat ik "gewoon even op vakantie moest". Ik kreeg door deze opmerking het idee dat ik me had aangesteld, en het duurde jaren voordat ik opnieuw met iemand durfde te praten – gelukkig nam zij mijn problemen wel serieus.

Hoewel hulpverleners menselijk zijn, en foutjes ook, is het verschrikkelijk als iemand met autoriteit en kennis niet gelooft in de ernst van je beweringen. Net als andersom: als een psycholoog of psychiater je vertelt dat je diep in de problemen zit en je opzadelt met een levensveranderende psychische stoornis, terwijl je zelf dacht dat een paar keer met iemand praten wel voldoende zou zijn.

Volgens Samen Sterk zonder Stigma, een organisatie die ervoor pleit dat psychische problematiek in de samenleving bespreekbaar wordt gemaakt, voelen veel mensen zich gestigmatiseerd door hulpverleners. In 2014 is daar onderzoek naar gedaan, en 38 procent van de deelnemers voelde zich respectloos behandeld door ggz-hulpverleners. Een mogelijke oorzaak daarvan is dat therapeuten en huisartsen te snel een diagnose (moeten) stellen – indicaties moeten ook benoemd worden, zodat de sessies vergoed worden door de zorgverzekering.

We spraken vier vrouwen over de verschrikkelijke ontmoetingen die ze hadden met een therapeut, psycholoog of psychiater, en vroegen wat voor gevolgen dit had voor het vertrouwen in hun zelf en hun psychische gezondheid.

Liesbeth (28)

Ik wilde naar een psycholoog, omdat er een gedragspatroon was waarin ik steeds verviel en dat me heel erg ging tegenwerken. Het was een emotionele periode waarin ik hulp zocht, dus ik was wel een beetje labiel. Uiteindelijk kwam ik bij een psychiater terecht, terwijl ik helemaal niet wist of ik wel een psychiater nodig had.

Het was zo'n type uit stripboeken: stoffig, hij bewoog heel langzaam, had vlassig haar en een brilletje op. Het was een heel kil kamertje en ik zat daar mijn tranen weg te slikken. Hij vouwde heel clichématig zijn handen onder zijn kin en keek me aan. Als ik zenuwachtig ben, ga ik heel erg veel praten om de stilte te vullen, dus toen hij vroeg waarom daar was heb ik een soort krankzinnig huilend verhaal afgestoken. Hij stelde alleen maar van die hele irritante, clichématige vragen als "Hoe voel je je dan?".

Het was een heel kil kamertje en ik zat daar mijn tranen weg te slikken. Hij vouwde heel clichématig zijn handen onder zijn kin en keek me aan.

De diagnose kwam erop neer dat ik een zeer zware persoonlijkheidsstoornis zou hebben en dat ik minimaal twee jaar lang wekelijks in therapie moest. En ik geloofde hem gelijk. Hij heeft ervoor gestudeerd, is best bekend en staat hoog aangeschreven. Mijn wereld stortte in: "O mijn god, al mijn plannen voor de komende twee jaar gaan niet door, want ik ben gek en ik moet in therapie en het gaat nooit meer goedkomen."

Het werd nog erger, want hij zei ook dat hij dit niet voor me ging oplossen, omdat hij binnenkort met pensioen zou gaan en hij geen lang traject wilde aangaan met iemand die hij niet tot het einde kon begeleiden. Het was echt een heel zwart beeld dat opeens werd geschetst. Omdat ik zo labiel als de klote was, had hij ook tegen me kunnen zeggen: "Je hebt schizofrene neigingen," dat had ik ook geloofd.

Toen ik buiten stond heb ik huilend mijn vader gebeld en hij kwam gelijk naar me toe. Ondertussen belde ik ook iemand anders en zij zei gelukkig: "Dit is echt typisch oude psychiatergedrag. Zij hebben er een ontzettend handje van om meteen met hele heftige ziektebeelden te strooien en kunnen helemaal niet omgaan met jonge meisjes. Jij bent niet geesteszieker dan elke andere jonge vrouw van 28, die in de grote stad opgroeit." Daarna kwam mijn vader en hij zei min of meer hetzelfde. Dat stelde me helemaal gerust.

Via een vriendin heb ik een andere psycholoog gevonden en daar zit ik nu ongeveer twee maanden. Zij heeft met een paar hele simpele opmerkingen al enorme wonderen verricht en rust in mijn hoofd gebracht. Ze zegt ook dat ik niet twee jaar in therapie hoef. Een 'persoonlijkheidsstoornis' zegt ook helemaal niks, zei ze, er zijn vier of vijf verschillende typen met allemaal verschillende uitingen en die psychiater heeft daar nooit onderscheid in gemaakt. Er zijn zeker dingen waar ik aan moet werken en het is ook niet allemaal aanstelleritis, maar het helpt niet als je me eerst alleen maar dieper in die put flikkert en dan zegt dat het bijna niet op te lossen is. In vijfenveertig minuten waarin iemand letterlijk alleen maar zit te huilen, kan je geen diagnose stellen.

Ik moet wel waken om niet te snel in mijn 'alles is seksisme'-rol te vervallen, omdat het een oude witte man is, maar ik weet wel dat het niet heeft geholpen dat hij nooit heeft geweten hoe het is om 28 te zijn als vrouw en liefdesverdriet en bepaalde andere verdrieten te hebben. Qua type problemen waar ik mee worstel is het denk ik makkelijker om met een vrouw te praten, omdat de kans dat zij dit ook heeft meegemaakt groter is.

Kim (23)

Toen ik een jaar of twaalf was, ging ik naar de psycholoog omdat ik last had van angstklachten, voornamelijk in sociale situaties. Na een aantal gesprekken stelde de therapeut de diagnose 'autisme'. Ik kan het me niet zo goed meer herinneren, maar volgens mij had de psycholoog mijn klachten besproken met de psychiater en andere mensen van het team daar, en toen hebben ze gezamenlijk besloten om die autismesticker erop te plakken.

De psycholoog had niet echt door wat voor impact dat op mij had, op een jong kind. Ik ben mijn hele middelbare-schooltijd onzeker geweest door die diagnose. Een moeder van een vriendinnetje wist dat ik dat had, en toen ik een keer ruzie met dat vriendinnetje had, zei ze: "Dat komt omdat je autistisch bent." Ik ging me daarna steeds meer verdiepen in wat dat eigenlijk betekende, en dacht dat ik niet helemaal lekker was. In sociale situaties dacht ik vaak, als een gesprek niet zo lekker liep, dat ze het bij het juiste eind hadden – 'zie je wel'. Daardoor kon ik heel moeilijk vrienden maken en ging ik situaties uit de weg. Als ik het even niet begreep, klapte ik helemaal dicht.

Ik heb het gevoel dat ik stickers aan het verzamelen ben – welke sticker zullen we er nu weer bijplakken?

Ik ben nog wel een tijdje behandeld door die psycholoog, maar daarna verhuisde ik naar een andere stad waardoor ik een andere therapeut kreeg. Ik vertelde haar dat ik autistisch was, waarop zij zei: "Nou, volgens mij is dat helemaal niet waar." Ze haalde er een psychiater bij en hij zei ook dat het totale onzin was; hij zei hij dat ik oversensitief was voor sociale prikkels – juist het tegenovergestelde. Hij werd er zelfs boos van.

Het is ook moeilijk om te geloven dat het opeens niet zo is. Ik ben er nog wel mee bezig, maar ik kan het steeds meer loslaten. Iemand zegt eigenlijk tegen je dat je niet helemaal normaal bent, en dat je dingen niet zo goed begrijpt. Ik had altijd het gevoel dat ik het juist heel goed begreep en dingen over-analyseerde.

Door de verkeerde autismediagnose ben ik elke keer dat ik een nieuwe psycholoog bezoek, bang dat ze weer een nieuwe stoornis op me zullen plakken. Ik heb het gevoel dat ik stickers aan het verzamelen ben – welke sticker zullen we er nu weer bijplakken?

Anna* (23)

Ik zat in het eerste jaar van mijn toenmalige opleiding en kon heel slecht uit bed komen. Als ik uit college kwam, ging ik eigenlijk ook meteen weer mijn bed in. Ik voelde me afgesloten van iedereen en mijn moeder werd ook nog heel erg ziek. Daarom ben ik naar een psycholoog gegaan.

Het eerste wat hij zei was: "Ja, twintig zijn is voor iedereen lastig – daar kom je wel weer overheen." Voor de zekerheid wilde hij nog twee testen doen, maar eigenlijk was hij er wel van overtuigd dat er niet zo veel aan de hand was. Mijn grootste angst in het leven is dat ik een aansteller ben. Het was voor mij sowieso een grote stap om hulp te vragen, omdat ik altijd alles zelf wil doen. Toen hij dat zei, wist ik zeker dat ik een aansteller was.

Die testen kon ik online invullen en daarna hadden we weer een afspraak. Hij vertelde toen dat ik een flinke burn-out had en meteen moest stoppen met alles wat ik aan het doen was, want als ik dat niet zou doen, zou ik depressief worden. Ik geloofde hem eerst niet, maar een maand later ben ik wel met alles gestopt, omdat ik huilend in de collegezaal stond en het helemaal niet meer ging. Ik ben bij hem in therapie gebleven, hoewel ik altijd het gevoel bleef houden dat hij mij gewoon een irritante twintiger vond. En nu, achteraf, heb ik ook het idee dat hij er niet alles aan heeft gedaan om me te helpen.

Ik zit nu weer in therapie, omdat ik sinds een tijdje weer last heb van dezelfde klachten en daarom thuiszit. Er is nu uitgekomen dat ik een eetstoornis heb. Als ik erop terugkijk, heb ik die eigenlijk al sinds mijn veertiende. Ik heb intensief gedanst tot ik toen mijn enkelbanden scheurde; daarna ben ik heel erg aangekomen en is mijn eetpatroon erg veranderd. Mijn ouders zeiden vanaf het begin dat ik af moest vallen en dun moest zijn, waardoor ik het gevoel had dat het er niet om ging dat ik gezond was, maar dat ik dun was. Daarom heb ik heel veel moeite met goed eten.

Bij mijn oude psycholoog is dat onderwerp wel aan bod gekomen, maar hij is er niet op doorgegaan; de therapie bij hem heeft me niets gebracht. Ik denk dat vrouwen sowieso het stempel hebben dat ze te veel gevoelens hebben, en misschien is dit in mijn geval ook een deel van het probleem, maar ik denk ook dat de oudere generatie psychiaters en therapeuten niet doorheeft hoeveel druk er op jonge mensen ligt.

Ik denk dat vrouwen sowieso het stempel hebben dat ze te veel gevoelens hebben, maar ik denk ook dat de oudere generatie psychiaters en therapeuten niet doorheeft hoeveel druk er op jonge mensen ligt.

Jolien (30)

Twee jaar geleden heb ik het contact verbroken met mijn vader. Ik heb geen al te fijne jeugd gehad, en daardoor kreeg ik allerlei klachten, onder andere een depressie. Ik studeer toegepaste psychologie, dus ik wist goed wat ik wilde: traumatherapie en iemand met wie ik dieper op de zaak in kon gaan. Toen ik eenmaal bij een psycholoog terechtkwam, zat ik er behoorlijk doorheen. Bij de meeste mensen zie je dat natuurlijk niet aan de buitenkant, en hoewel ik het hele verhaal had verteld, dacht hij dat het allemaal wel meeviel.

Als ik hem bijvoorbeeld vertelde dat ik naar gedroomd had over mijn vader, dan zei hij: "Oh, wat vervelend," maar in plaats van dat hij er dieper op inging, deed hij daar verder niks mee. Ik weet dat je als cliënt hard moet werken, maar dit was echt eenrichtingsverkeer. Soms was het gewoon vijf minuten stil, dan had ik niks meer te zeggen en dan stelde hij ook geen vragen.

Uiteindelijk heb ik bij de zesde behandeling een brief geschreven aan mijn vader, waarin ik alles eruit gooide. Het was voor mij heel heftig om de brief te schrijven, en ter ondersteuning had ik mijn vriend meegenomen naar de sessie. Ik las de brief voor aan de psycholoog, waarop hij alleen maar zei: "Zo, dat is wel een heftig verhaal. Goed dat je dat hebt gedaan."

Maar in plaats van aan mij, vroeg hij aan mijn vriend wat hij ervan vond. Ook zei hij toen dat hij dit wel een mooie afsluiting vond van het proces, terwijl ik dacht dat we nog maar net begonnen waren.

Op het moment zelf was ik een beetje overrompeld, maar toen ik thuiskwam dacht ik: potverdorie, wat voor sukkel heb ik nou weer als psycholoog? Toen heb ik besloten om de behandeling stop te zetten, want het leverde me niks op. Ook ging ik twijfelen aan mezelf: misschien maakte ik het allemaal erger dan het was.

Ik heb hem toen een mail gestuurd waarin ik vertelde dat ik vond dat het niet klikte tussen ons, en dat hij mij niet verder kon helpen. Daar kreeg ik een – naar mijn idee – gepikeerde mail op terug. Ik vertrouwde die grote GGZ-instelling niet meer, en door mijn verhaal te delen, vertelden andere mensen dat ze hetzelfde ervaren hadden.

Uiteindelijk heb ik zelf een andere psycholoog gevonden. De gesprekken met haar gaan heel goed. Ze nam me vanaf het begin heel serieus en heeft ook mijn vermoedens – depressie en PTSS, en de invloed daarvan op mijn lichaam – vastgesteld. Door haar heb ik er nu honderd procent vertrouwen in dat het wel goedkomt.

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.