Oranje Leeuwinnen WK

De Utrechtse vrouw die in 1955 de allereerste damesvoetbalclub oprichtte

Toen Willy van Bruggen de eerste voetbalclub voor vrouwen begon, moest de KNVB daar niets van hebben. Ze noemden het een “nutteloze bijdrage aan de vooruitgang van het voetbalspel”.
13.6.19
herbido groot
Foto met dank aan VPRO's OVT 

Het WK is begonnen! Lees, kijk en beluister hier de komende weken alles wat we maken over de Leeuwinnen en andere vrouwen die voetballen. In onze podcast Oranje Leeuwinnen de Podcast bespreken we de wedstrijden na met onder meer Leonne Stentler en Foppe de Haan.


Geen zin om dit verhaal te lezen? Beluister dan hieronder de ingesproken versie.

Over de Utrechtse Willy van Bruggen is niet veel bekend, maar één ding is zeker: ze hield godsgruwelijk veel van voetbal. Ze bezocht zoveel wedstrijden als ze maar kon, was trouw supporter van haar voetballende broer Frits, en ze speelde graag een potje mee met de jongens in haar straat. Dat laatste was niet altijd even makkelijk, want in de jaren vijftig was een voetballend meisje nogal aanstootgevend. “Tot voor kort kon ik de deur niet uitstappen met een bal, of de politie zat me al op de hielen. En als de bal dan van het politiebureau moest worden teruggehaald, draaide ik daar natuurlijk altijd weer voor op,” vertelde ze in 1955 aan de Leeuwarder Courant.

Willy, 17 jaar oud en werkzaam op een kantoor, was niet tevreden met een leven als toeschouwer en clandestiene straatspeler. Ze vond het oneerlijk dat haar broer wel bij een vereniging kon voetballen, terwijl er voor vrouwen en meisjes helemaal niets was. Daarom liet ze een oproepje in het Utrechts Nieuwsblad plaatsen: “Dames gevraagd voor de oprichting van een damesvoetbalclub.”

Advertentie

Er kwamen enorm veel reacties: ruim zeventig jonge vrouwen schreven terug dat ze wel iets voor een voetbalclub voelden. Onder hen waren fanatieke straatvoetballers, meisjes die aangemoedigd waren door mannelijke familieleden en verveelde handbalspelers die weleens iets anders wilden proberen. Op woensdagavond 12 januari 1955 kwamen ze allemaal bij elkaar in café-restaurant ’t Kalfje, en werd vrouwenvoetbalclub Herbido (vernoemd naar de clubs Hercules, Bilthoven en DOS) officieel opgericht. De trainingen zouden plaatsvinden op zaterdagmiddag, en de eerste wedstrijd werd gepland voor Koninginnedag, op 30 april – zo hadden ze een paar maanden om een goed elftal te selecteren en te trainen. “We willen als we eenmaal publiek zijn geen gek figuur slaan,” zei Willy. “We menen het allemaal heel ernstig.”

De leden van Herbido hadden een paar gelukkige connecties: de vader van bestuurslid Trudi Buitenweg had in elf internationale wedstrijden voor het Nederlands elftal gespeeld, dus in hem vonden ze een bekwame trainer. Ook Bep en Suze Temming hadden een bekende voetbalvader, die daarnaast een goedlopende sportkledingzaak runde en niet te beroerd was om de nieuwe vrouwenclub van shirts, korte broeken en ballen te voorzien.

Dat wilde nog niet zeggen dan Herbido meteen zorgeloos kon trainen. De mannen van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) waren uitgesproken negatief over het idee van voetballende vrouwen. Ze noemden het een “nutteloze bijdrage aan de vooruitgang van het voetbalspel” en verboden aanvankelijk zelfs de vrouwencompetitie. Officiële clubs mochten hun velden niet aan vrouwen verhuren, en scheidsrechters die een wedstrijd tussen vrouwen floten, werden op een zwarte lijst gezet. In het begin traint Herbido daarom maar op een veldje voor het stadhuis in De Bilt.

Dan waren er nog de verbolgen echtgenoten die het niet konden verkroppen dat hun vrouwen het huishouden achterlieten om vrij en gelukkig rond te rennen over een voetbalveld – al was het maar een paar uur per week. In de radiodocumentaire Tikkie terug Truus (VPRO, 2005) vertelt een van de Herbido-leden dat haar man haar voetbalschoenen tussen de dubbele bodem van de tv-kast had geschroefd, om ze voor haar te verbergen. Ze bleef er vrolijk onder: “Het deerde me niet, want ik deed het nu eenmaal graag.”

Al sinds de eerste dag was Herbido erg veel in het nieuws geweest – en meestal niet op een positieve manier. “Kicks Op Hoge Hakken?” kopte De Telegraaf op 13 januari 1955. De Leeuwarder Courant liet Willy van Bruggen bevestigen dat ze zich naast voetbal ook graag met huishoudelijk werk bezighield. “Een uiterst beschaafd stel meisjes, en beslist anders, dan wij ons voetbalzoekende dames hadden voorgesteld. Niets in haar houding of gebaar doet vermoeden, dat men met “Kenau’s” te maken zou hebben”, schreven ze goedkeurend.

Die media-aandacht voor Herbido, hoe flauw en seksistisch ook, werkte aanstekelijk. Overal in Nederland probeerden vrouwen, met meer of minder succes, hun eigen voetbalclub te beginnen. Het bestuur van Herbido besloot daarom om op 16 april 1955, samen met een aantal andere beginnende clubs, de Nederlandse Dames Voetbalbond op te richten. Omdat ze niet door de KNVB erkend werden, waren ze een ‘wilde’ voetbalbond- maar ze konden wel onderlinge wedstrijden organiseren. Willy van Bruggen werd de eerste penningmeester.

Op 30 april 1955 speelde Herbido de eerste wedstrijd, tegen de Haagse club EHDVV. De belangstelling was gigantisch: bijna vierduizend toeschouwers stonden er langs de lijn. “De mensen kwamen apies kijken,” zei doelvrouw Gien van Maanen hier vorig jaar over tegen het AD. “Ze dachten dat we er niets van konden, maar dat bleek mee te vallen.” De club had zich drie maanden lang goed voorbereid, en won met 4-0. De Leeuwarder Courant noemde het “een aardige wedstrijd.” Het was het begin van een nationale zegetocht: overal waar Herbido speelde, wonnen ze met gemak. Van Maanen was een topdoelvrouw – ze speelde al jaren handbal, waardoor ze een “katachtig reactievermogen” had ontwikkeld.

Advertentie

Al snel wordt Herbido uitgenodigd om wedstrijden te spelen in Duitsland, in stadions waar makkelijk tienduizend toeschouwers in passen. Met een aantal leden van andere clubs vormen ze een officieus Nederlands elftal. De Duitse clubs blijken vaak sterker, maar de Nederlanders doen hun uiterste best om terug te vechten – ze voelen de onderhuidse rivaliteit met Duitsland even sterk als de mannen. Tijdens een bloedstollend duel (2-1 voor Duitsland) in Essen haalt Van Maanen haar wenkbrauw open aan de doelpaal. Een journalist van Het Parool is zo door de wedstrijd gegrepen, dat hij zijn artikel besluit met een hartstochtelijk betoog voor het vrouwenvoetbal: “De wedstrijd was niet onesthetisch,” schrijft hij, om vervolgens te concluderen dat damesvoetbal “geen object van walging hoeft te zijn. Als die meisjes graag willen voetballen, laat ze dan.”

Het mooie aan voetbal is dat je er niet veel voor nodig hebt. Als je twee gezonde benen hebt, een stukje grond en een object dat redelijk heen-en-weer te schoppen valt, kom je al een heel eind. Veel Herbido-voetballers waren begonnen op straat, waar ze een bal of desnoods een platgetrapt blikje richting een geïmproviseerd doeltje trapten. Er waren altijd al vrouwen en meisjes die voetbalden, officieel of niet.

Misschien is het juist daarom in Nederland altijd hard geprobeerd om vrouwen van het voetbalveld te weren. Niet alleen de houding van de KNVB, maar ook de toon van de Nederlandse media is jarenlang verbazingwekkend seksistisch geweest. Voetballende vrouwen werden over het algemeen neergezet als onaantrekkelijke viswijven, waarvan tegelijkertijd de struise rondingen en deinende borsten besproken dienden te worden. Andere Tijden laat zien hoe het Polygoonjournaal van elke voetbalwedstrijd tussen vrouwen een soort melige komedie maakt, waarin de spelers “vrouwelijke doffertjes” uitdelen met hun “voetjes”. Als Gien van Maanen een bal stopt, “ontfermt ze zich moederlijk over de bal.”

Herbido valt na een paar zeer succesvolle jaren van drukbezochte trainingen en internationale wedstrijden langzaam uit elkaar: veel vrouwen krijgen verkering of gaan trouwen, en dat betekent dat ze hun leven grotendeels binnenshuis moeten voortzetten. Gien van Maanen gaat door met handbal. Willy van Buren maakt, voor zover ik heb kunnen ontdekken, geen carrière binnen de sport. Het zal nog tot 1971 duren voordat de KNVB schoorvoetend het vrouwenvoetbal erkend, en nog veel langer voordat er serieus geld beschikbaar is om een competitie te ontwikkelen. Het spreekt voor de onstuitbare voetballust van deze generatie voetbalvrouwen hoeveel ze voor elkaar kregen, terwijl de hele samenleving tegen ze was.