Advertentie
Festival Guide

Verhalen over festivalmomenten waarop de beschaving compleet zoek was

Als iemand zijn stoma het publiek inslingert weet je dat je op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent.

door Ewout Lowie; illustraties door Sander Abbema
07 juni 2017, 3:10pm

Een groot deel van de pret van festivals – en dan heb ik het niet over eendaagse technopartijtjes maar over die dagenlange afzondering van de gewone maatschappij – zit 'm in het collectief verleggen van de ondergrens van de beschaving. Dat kan snel gaan; op dag één stop je nog schouderophalend een in het gras gevallen knakworst in je mond, op dag twee sta je opeens met een véél te jonge collega te tongen en op dag drie plof je zingend neer op een wc-bril die je ondanks de vele dubieuze spetters niet eerst met wc- papiertjes hebt bedekt. Het opzoeken van de goot en het accepteren van de goorheid, is wat festivallen juist zo leuk maakt.

Toch bestaat er nog steeds een donkerrode ondergrens, tot waar het leuk is. Daar voorbij slaat de pret opeens om in walging, over dingen die zo ver weg staan van iets dat je nog menselijk kunt noemen dat ze simpelweg mensonterend zijn. Het aanschouwen van dit soort situaties kan ervoor zorgen dat de lol er in één klap helemaal af is, en je de misselijkmakende mensheid verafschuwt. Hier zijn een paar verhalen van mensen die iets zagen en niet anders konden concluderen dan: jongens, tot hier en niet verder!

De peppomp

Het meest mensonterende moment op een festival kwam toen ik achttien en nog zeiknat achter de oren was. Voor het eerst ging ik naar een festival in België. Via kennissen van vrienden belandde mijn vriendengroep in een vrij groot tentenkamp met overwegend jonge Zeeuwen, en onze passie voor het gloednieuwe dubstep was ongeveer even groot als hun passie voor goedkope harddrugs. Het waren geweldige dagen; ik voelde me in een paar dagen volwassen worden in de meest ongure krochten van de grotemensenwereld, en dat met mijn allerbeste vrienden, een steengoeie programmering en erbarmelijke hygiëne.

Het moment dat haaks op de mooie herinneringen staat was de keer dat de Zeeuwen om een uur of acht 's ochtends hun vrienden gingen wekken met een voetpomp – zo'n oud, log ding waar je je luchtbed mee oppompt. Ik was nog wakker, en het fascineerde me mateloos hoe oude pubers zich onder invloed van veel drugs gedroegen. Ze schoven het puntje op het uiteinde van de slurf eerst in een plakkerige zak beige speed, daarna door een half-geopende tentrits, en vervolgens telden ze tot drie en knalden ze de punt met een rotvaart tegen de binnenkant van de schedel van de nog half slaperige mede- kampeerder. Bij de derde bloedneus die ik zag wist ik: ik ben volwassen.

— Twan, 27

De vuigste tong ooit

Het was al vroeg in de ochtend, want ik stond op de sleepless floor van een festival, toen ik de dansvlakte even moest verlaten voor een kleine boodschap. Toen ik de deur van een dixi opentrok, zag ik iemand gehurkt naast de wc zitten, en fanatiek de wc-bril likken. Hij had waarschijnlijk net een lijn gelegd van een of ander poedertje en slobberde gulzig de restjes op. Ik heb hem weggestuurd, want ik moest supernodig plassen. Toen ik eenmaal zat daalde het besef in: dit is niet de plek op aarde waar ik zou moeten zijn.

— Ottoline, 26

De bloedsmeur

Op de derde dag van Lowlands was ik met een groepje vrienden richting de camping aan het slenteren – we hadden de nacht ervoor amper geslapen en waren van plan om even een dutje te doen om de partybatterij weer op te laden. Halverwege kwamen we een meisje tegen dat we wel vaag van gezicht kenden, en dat letterlijk en figuurlijk verdwaald leek: ze had ogen als schoteltjes, en vertelde in een tempo waar Kraantje Pappie nog een puntje aan kan zuigen dat haar telefoon leeg was, ze haar tent niet kon vinden, en haar vriend kwijt was. Die laatste had ze al een dag niet meer gezien of gesproken, maar hoopte ze bij hun tent te vinden. We besloten haar te helpen zoeken naar haar tent – zo'n Hema-ding dat iedereen dat jaar had – en al snel renden we de camping over van de ene turquoise tent naar de andere, terwijl we in het wilde weg voortentjes openritsten.

Na een paar keer vals alarm riep het meisje opeens heel blij: "Dit is hem, dit is hem!" Ze ritste het tentje open, en toen dat leeg bleek en iemand vanuit een naburig tentje riep dat hij de man in kwestie voor het laatst had gezien met ene Melissa, sloeg haar blijdschap al snel om in iets grimmigers. Ze begon te schreeuwen en te schelden, gooide een koelbox om, en trapte tegen wat lege blikjes aan. Als kers op de doorgesnoven taart graaide ze onder haar rokje, haalde triomfantelijk een bebloede tampon tevoorschijn, en begon daarmee over het tentzeil van de vermeende vreemdganger te wrijven. En daarmee was ook de grens van mijn medemenselijkheid bereikt. Ik voelde me opeens doodmoe, heb me omgedraaid en ben zonder iets te zeggen weggelopen.

— Lisette, 32

Met je erectie in een giftige dixi

Op Dour liep ik het festivalterrein op achter een zweterige jongen die op slordige wijze, waarschijnlijk met een sleutel, de tekst "IK ZOEK DRUGS" tussen z'n schouderbladen gekerfd had staan. Dat was denk ik het grofste wat ik wat ik tot dan toe ooit had gezien, maar ik zette door.

De volgende ochtend, na vijf dagen hittegolf en een totaal gebrek aan schaduw en drinkwater, schrok ik iets na zonsopgang wakker met een verkeerd gevoel in m'n darmen, maag en eigenlijk hele lichaam. Het voelde ondertussen meer als een survivalexpeditie dan als een festival, en ik zag het licht aan het einde van de tunnel al. Ik besloot nog een laatste keer de dixi's te trotseren. Met een toiletrol onder m'n arm liep ik langs de Waalse vrouwtjes die je vriendelijk twee tot drie vierkantjes papier aanboden. Ik zocht een dixi uit in de verste hoek, en analyseerde de situatie. De exacte details heb ik verdrongen, maar het was dusdanig grimmig dat ik snel besloot in de dixi ernaast te stappen, waar het in ieder geval niet boven de bril uit torende. Rillend en vol heimwee naar de houten toiletbril in mijn moeders huis nam ik plaats. Enigszins opgelucht dat dit de laatste beproeving zou zijn keek ik wat om me heen, toen mijn oog op de pisbak vlak naast mijn hoofd viel. Tussen de drijvende plastic bekers, tegen de zijkant aan, herkende ik het sliertenpatroon van een zaadlozing. Iemand was er ondanks de warme, giftige dampen in geslaagd om klaar te komen, en niet zo'n beetje ook. Om het kokhalzen tegen te gaan deed ik m'n ogen dicht, maar het kwaad was al geschied.

— Rik, 23

De plaszak

Ik stond op de zaterdagnacht van Lowlands kachellam bij een concert, en opeens zag ik iemand lachend naar de buik van zijn vriend wijzen. De vriend begon mee te lachen, en het volgende moment zag ik hem zijn shirt omhoog trekken en een soort zak van zijn buik trekken. Ik besefte nog maar net dat dit een volle stoma was, toen ik de jongen het ding boven z'n hoofd zag zwiepen, als een misselijke lasso, voordat-ie hem meters hoog door de lucht het publiek in wierp. De pis en kak spetterde over de hoofden van het publiek heen, en hoewel ik het net niet kon zien, wil ik niet eens denken aan de ongelukkige ziel die het ene moment nog vrolijk stond te hossen op zijn favoriete artiest en het volgende moment een zweterige zak poep en pis tegen z'n slaap aan kreeg. Ik zag omstanders kokhalzen, voor een aantal mensen was alle lol er duidelijk af. Ikzelf vond het wel lachen. Ik zal eerlijk zijn: ik was degene die dit idee aan mijn vriend – die een stoma droeg – had voorgesteld.

— Vincent, 36

Dit artikel verscheen eerder in onze Festival Guide. Meer stukken uit de Guide vind je op festivals.vice.com.

Tagged:
ταμπόν
Festivals
dixi
schaamteloos
VICE Nederland
Ewout Lowie
Peppomp