Toen VICE María Marrone voor het laatst sprak in 2017, studeerde ze nog in de VS. Inmiddels woont de in Venezuela geboren fotograaf en filmmaker in Londen, en zien zowel haar leven als haar werk er radicaal anders uit. “Ik ben moeder geworden,” zegt ze. “Ik ben moslim geworden.” Die veranderingen vormen niet alleen wie ze is, maar ook hoe ze zich via haar kunst tot de wereld verhoudt.

Zo hebben deze veranderingen haar toewijding aan documentaire, geworteld in non-fictie, versterkt. Fictieve werelden hebben haar nooit echt geïnteresseerd. “Ik probeer liever de wereld waarin ik leef te bevragen en te begrijpen,” zegt ze. Voor Marrone is documentaire een manier om zich te verhouden tot de geleefde werkelijkheid, met name rond thema’s als feminisme, het lichaam en politiek.
Videos by VICE
Als kind verliet ze samen met haar ouders Venezuela vanwege de crisis en verhuisde ze naar de Verenigde Staten. Die vroege ervaring tekende haar en maakte haar al op jonge leeftijd bewust van vragen rond identiteit en representatie. Toen ze in 2020 naar Londen verhuisde, kwam ze opnieuw in een andere culturele en politieke omgeving terecht, wat dat bewustzijn alleen maar versterkte. Daar begon ze verbanden te zien tussen Latijns-Amerikaanse, islamitische en andere gemeenschappen van kleur, en hoe deze groepen op hun eigen manier vergelijkbare ervaringen hebben met identiteit, representatie en stereotypering. “Ik begon al die verschillende vormen van verbondenheid te verzamelen,” zegt ze. Tegenwoordig draait haar werk om die verbindingen en overlappingen, en wat ze vertellen over de wereld waarin wij leven.

Haar kennismaking met de islam begon in 2018, toen ze werkte aan You Resemble Me, een documentaire over een moslimvrouw die opgroeit in Frankrijk. Terwijl Marrone zich verdiepte in verhalen over discriminatie en uitsluiting, raakte ze steeds nauwer betrokken bij moslimgemeenschappen. Uiteindelijk bracht die zoektocht haar zelf tot de islam. Sindsdien zijn ook verhalen uit de moslimwereld een vast onderdeel van haar werk geworden, vooral wanneer ze parallellen ziet met de politieke crisis, ongelijkheid en veerkracht die ze uit Venezuela kent. Marrone wil vooral aan het licht brengen hoe gemeenschappen van kleur vaak worden gestereotypeerd en tegenover elkaar worden gezet, terwijl hun verhalen en ervaringen vaak veel op elkaar lijken. “Wat echt pijnlijk is,” zegt ze, “is wanneer gemeenschappen van kleur verdeeld raken, terwijl hun geschiedenis en intergenerationele trauma’s juist zo veel overeenkomsten vertonen.”

Ze voelt zich nog altijd sterk verbonden met haar Latijns-Amerikaanse achtergrond en met het idee van een “third culture kid,” een kind dat het grootste deel van zijn of haar jeugd opgroeit buiten het land van herkomst en de cultuur van de ouders. “Iemand die nergens volledig bij hoort,” volgens Marrone. Jarenlang betekende leven als third culture kid voor haar vooral wrijving. “Je bent constant aan het schakelen tussen verschillende culturen of jezelf aan het bewijzen,” zegt ze. Londen, waar ze nu woont, biedt haar een ander soort thuisgevoel. Daar ervaart ze ruimte om meerdere identiteiten tegelijk te hebben. “Je hoeft niet steeds te twijfelen of je tegelijk westers, Latina en moslim kunt zijn. Hier bestaan er zoveel manieren om moslim te zijn.” Geloof geeft haar bovendien een manier om zichzelf te begrijpen, los van natiestaten en opgelegde identiteiten. Thuis is niet langer een performance, maar iets wat verankerd zit in taal, eten, herinnering en liefde. Een gevoel dat van binnenuit komt.

Marrone’s bekering tot de islam veranderde niet alleen haar identiteit, maar ook haar idee van activisme: minder individueel en ideologisch, meer collectief, lichamelijk en spiritueel verankerd. Dit komt ook duidelijk naar voren in haar werk. Zo blijft feminisme een belangrijk vertrekpunt, maar is haar visie erop breder geworden. Waar ze vroeger vooral een “whitewashed” vorm van feminisme tegenkwam, “vaak gericht op een westers publiek, met nadruk op het individu, commerciële trends en het lichaam,” ziet ze nu een veel rijker en diverser landschap. “Door feministische bewegingen van over de hele wereld te bestuderen is het een veel complexer gesprek geworden,” zegt ze. Ze zoekt geen universele definitie meer, maar verbindingen tussen contexten. “Voor mij is het nu vooral interessant om te onderzoeken hoe verschillende gemeenschappen feminisme begrijpen en beleven.”

Ook veerkracht loopt als een rode draad door haar werk, gevormd door wereldwijde conflicten. Zo werkte ze mee aan The Light that Remains (nu hernoemd tot Rendered in Light), een korte film die zich afspeelt in Gaza, waarin ze onderzoekt hoe geloof kan dienen als bron van psychologisch overleven en veerkracht onder geweld. Tegelijkertijd is haar werk diep beïnvloed door de aanhoudende crisis in Venezuela. “Het verhaal van Venezuela is onlosmakelijk verbonden met mijn eigen verhaal,” zegt ze. Haar ouders verlieten het land uit angst, en die ontheemding werkt nog altijd door. Hoewel ze niet namens Venezuela wil spreken, ziet ze zichzelf duidelijk als deel van de diaspora. “De kern van wie ik ben en hoe ik naar de wereld kijk, ligt daar.” Venezuela verschijnt niet expliciet in haar werk, maar sijpelt door in haar esthetiek en in de mensen en verhalen die haar aanspreken. “De personages die mij aantrekken zijn altijd mensen die me doen denken aan de mensen van wie ik hield toen ik opgroeide.”

Uiteindelijk brengt Marrone politiek steeds terug naar het lichaam: veerkracht en bevrijding beginnen bij lichamelijke autonomie, in de fysieke en emotionele ervaring van de mens. “We kunnen heel intellectueel over wereldpolitiek en activisme praten, maar in de eerste plaats wordt veerkracht gevoeld. Het zit in het lichaam en in het hart, als wonden die mensen met zich meedragen,” zegt Marrone.
Haar grootste bron van inspiratie is haar dochter en de wereld waarin zij hoopt dat haar dochter zal opgroeien. “In de wereld die ik voor haar probeer te verbeelden hoeft de volgende generatie niet voortdurend te vechten voor bestaansrecht, maar is er ruimte voor nieuwsgierigheid, creativiteit en vreugde.”
