Διασκέδαση

Joshua Oppenheimer en de moorddadige playboys van Indonesië


Vele jaren later, in 2004, reisde regisseur Joshua Oppenheimer naar Indonesië voor een project dat hem in contact bracht met een paar mensen die deze slachtpartij hebben overleefd. De oude mannen waarmee hij sprak woonden nog steeds in dezelfde dorpen als waar ze hun misdaden hadden gepleegd, en wilden er maar wat graag over praten. Die getuigenverklaringen waren de inspiratie voor Oppenheimers nieuwste film, The Act of Killing.

“De daders die ik ontmoette schepten erover op, en voerden allemaal een soort toneelstukje op in plaats van gewoon een verklaring af te leggen,” zei Oppenheimer toen ik hem sprak op het Berlinale filmfestival in Berlijn. “Tegen 2005 was ik niet meer op zoek naar een bekentenis van de dingen die er in 1965 waren gebeurd. Ik wist dat alleen maar het vastleggen van de misdaden niet genoeg zou zijn om de stilte te doorbreken. Sterker nog, de moordenaars praatten constant over wat er was gebeurd. Daarom wilde ik uitzoeken waarom ze er zo over opschepten, en hoe dat gerelateerd was aan de angst die ik ook in hen zag.”

De film richt zich vooral op Anwar Congo: een zelfbenoemde gangster, playboy en liefhebber van Amerikaanse films, die z’n geld verdiende door kaartjes te verkopen bij de bioscopen van Medan, de hoofdstad van die regio. Naarmate de gevoelde dreiging van het communisme toenam in het land, gingen Anwar en z’n vrienden—waaronder een paar hooggeplaatste ambtenaren—op een bloederige killing spree en vermoordden ze duizenden mensen, aangemoedigd door het machismo van de buitenlandse films waar ze zo van hielden. Tot nu toe is niemand van de groep vervolgd voor z’n daden.  
 


Joshua Oppenheimer. Foto door Olive Clasper voor VICE.

Het publiek maakt voor het eerst kennis met de grijzende Anwar als hij terugkeert naar het gebouw waar hij een reeks misdaden pleegde tussen 1965 en 1966. In het begin waren z’n moordmethoden rommelig, zegt hij, dus begon hij staaldraad te gebruiken om z’n slachtoffers te wurgen. In de film laat hij zonder enige schaamte z’n techniek zien. Wanneer het gruwelijke segment voorbij is, danst hij de chachacha.

Volgens Oppenheimer is dat een goed voorbeeld van de manier waarop Anwar en z’n vrienden een afstand proberen te creëren tussen hun daden en hun schuldgevoel. “Ik denk dat er iets heel erg donkers in het proces werd opgeroepen. Uiteindelijk denk ik niet dat Anwar de kracht heeft om elke dag in de spiegel te kijken en te zeggen: ‘Ja, wat ik deed was verkeerd.’ Ik denk niet dat hij zo zou kunnen leven. Z’n hele gemeenschap draait erom dat soort daden of te eren, of onder tafel te vegen.”

Andere opmerkelijke figuren in de film zijn Herman, een speelse, rondbuikige pestkop met politieke ambities, en Anwars oude vriend, Adi Zulkadry, die claimt dat hij geen schuldgevoel aan z’n misdaden heeft overgehouden.

Voor The Act of Killing kreeg Oppenheimer ze allemaal zo ver dat ze de moorden naspeelden. In z’n film laat hij ze zowel de slachtoffers als de daders spelen in steeds uitbundigere of eigenaardige settings, vaak gekleed in nette pakken en hoeden, of zelfs in vrouwenkleding. In een verhelderende scène speelt Anwar de rol van het slachtoffer, en wordt hij vastgebonden en een prop in z’n mond geduwd. Het is maar een toneelstukje, maar de reconstructie maakt hem overstuur en gedesoriënteerd. 

Videos by VICE



The Act of Killing is goed ontvangen door filmkijkers en recensenten, maar er zijn ook mensen die de motieven van de regisseur in twijfel trekken. Zij zijn bang dat Oppenheimer door zo’n open podium te bieden aan de daders, de moeilijke situatie van de overlevenden heeft genegeerd. Maar de indruk die je krijgt van Oppenheimer (die trouwens ook Indonesisch spreekt) als je wat tijd met hem doorbrengt, is die van een man die gelooft in de kracht van cinema en van verzoening. “Eén van de problemen is dat mensen terugdeinzen. We moeten niet terugdeinzen voor de waarheid, anders dansen we met onze ogen dicht van de klif af, rechtstreeks de afgrond in.”

Hij stelt ook dat de wereld niet zo zwart-wit is als velen van ons denken, en dat we, om datgene te vinden wat we zoeken, ons moeten inleven in de vijand. “Ik herinner me dat mijn moeder me vroeg of ik Anwar vergeven had, en ik de vraag niet begreep. Ik realiseerde me in het proces van het maken van de film dat ik niet weet hoe ik mensen moet veroordelen. Ik kan zien dat je een mens bent dat iets slechts heeft gedaan, maar ik kan niet de volgende stap nemen en zeggen dat jij daarom een slecht mens bent. Ik denk dat het komt doordat ik familieleden heb die gestorven zijn in de Holocaust, dat ik denk dat als we willen begrijpen wat er gebeurd is, we moeten begrijpen dat we niet in een Star Wars-wereld leven, waar goede en slechte mensen duidelijk gescheiden zijn.

In 2011, nadat hij meer dan duizend uur aan materiaal had geschoten en net begonnen was aan het editingproces, liet hij een ruwe versie zien aan de regisseurs Werner Herzog en Errol Morris, die vonden dat de film zo belangrijk was dat ze besloten er de uitvoerende producenten van te worden. “Werner Herzog zei tegen me: ‘Josh, art doesn’t make a difference…’  Toen keek hij me een lange tijd aan zoals alleen Werner Herzog dat kan, en zei hij: until it does.” 

Een scène uit The Act of Killing.
 
The Act of Killing heeft al veel indruk gemaakt nadat de film voor het eerst gescreend werd in Telluride, gevolg door de officiële première op het Toronto filmfestival. Maar nog belangrijker: de film is al meer dan driehonderd keer vertoond in Indonesië, ondanks dat de film verboden is in het land.
 
The Act of Killing is vanaf 23 mei in de Nederlandse bioscopen te zien.
Thank for your puchase!
You have successfully purchased.