Zes diersoorten die wél profiteren van de klimaatverandering

FYI.

This story is over 5 years old.

Zes diersoorten die wél profiteren van de klimaatverandering

Gelukkig blijft er ook nog wat schattigs over in die extreme post-menselijke aarde van de toekomst
27.5.16

Het milieu is hard naar de klote aan het gaan. Of eigenlijk langzaam, vanuit ons beperkte mensenperspectief gezien, maar voor moeder aarde gaat het allemaal relatief snel. Stijgende temperaturen, extremere weerssituaties en vervuiling zijn niet alleen de mens tot last, maar vooral ook de dieren. IJsberen verdrinken, koraalriffen sterven af en bijen lijden onder pesticiden. Maar dat is niet het hele verhaal. Klimaatverandering heeft namelijk ook een zonnige kant – tenminste, voor sommige soorten. Want waar er verliezers zijn, zijn er ook winnaars: dieren die uitstekend gedijen in het veranderende milieu.

Advertentie

De inktvis

Het gaat bijzonder goed met de inktvis. Zo'n beetje alle inktvissoorten kennen namelijk een groeiende populatie, zo blijkt uit recent onderzoek door een groep Australische marinebiologen. De onderzoekers hebben data van vissers over de bijvangst aan inktvissen tussen 1953 en 2013 geanalyseerd, en zij concludeerden dat er steeds meer inktvissen zijn. Het gaat hier om data over 35 verschillende soorten inktvis van over de hele wereld die allemaal een andere leefomgeving hebben, wat impliceert dat deze trend voor zo'n beetje alle inktvissen geldt.

De oorzaak van de opkomst van de inktvis is – je raadt het al – de opwarming van de aarde. De onderzoekers vermoeden dat de warmere wateren de levenscyclus van de inktvis, die kort en heftig is, versnelt, waardoor er meer baby-inktvisjes geboren worden. Daarnaast zijn onze tentakelige vrienden heel omgevingsgevoelig, waardoor ze zich snel kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. (In tegenstelling tot de meeste andere dieren; Darwin zou trots zijn).

Overigens is de groeiende inktvispopulatie niet echt goed nieuws voor ons, hoe schattig sommige soorten ook zijn. Ze zijn namelijk onze concurrenten: ze vinden alle visjes lekker die wij ook lekker vinden. "Inktvissen zijn gulzige en kundige jagers, en als zij meer jagen heeft dit invloed op het lot van andere roofdieren," schrijven de onderzoekers. Als de opkomst van de inktvis zich dus doorzet, hebben wij straks geen sushi met zalm meer. (Maar wel met inktvis).

Advertentie

De Amerikaanse Brulkikker

Ik vind kikkers best leuk. Ze kwaken, ze springen en hebben semigriezelige puilogen. Ze zijn alleen niet leuk wanneer ze als een ware invasie van groene aliens de biodiversiteit verstoren, zoals de Amerikaanse Brulkikker dat doet (de naam doet vermoeden dat dit beest daarnaast ook een godsgruwelijk lawaai maakt). Je vond ze ooit alleen in het zuidoosten van de VS; nu hebben ze zo ongeveer 75% van Zuid-Amerika geïnfiltreerd, waar ze het voedsel van andere dieren opeten en ziektes overbrengen op mede-amfibieën. En onderzoekers voorspellen dat de overgebleven 25% er tegen het jaar 2080 ook aan moet geloven.

Dit komt wederom door de opwarming van de aarde. Robin Moore, een Amerikaanse amfibie-conservator, zei tegen The New York Times dat "amfibieën afhankelijk zijn van externe temperatuur, luchtvochtigheid en regen. Zelfs de kleinste verandering in de hoeveelheid regen die in een gebied valt, kan hun conditie beïnvloeden. Als het klimaat verandert, verhuizen ze." Voor veel amfibieën betekent dit dat ze zullen uitsterven; voor anderen, zoals de Brulkikker, betekent het een gouden eeuw.

Teken en muggen

Deze twee soorten zuigen hard, op elke mogelijk manier, dus noem ik ze voor het gemak maar even samen. Naast het feit dat ze allebei bloedirritant zijn en ziektes kunnen overbrengen, hebben ze ook gemeen dat ze van warme, vochtige plekjes houden waar ze naar lieve lust kunnen seksen, bloed zuigen en vermenigvuldigen. En laat de klimaatverandering nou net tot nog meer van zulke plekjes leiden.

Natuurlijk hebben zowel teken als muggen honderden subsoorten. Bij teken lijkt er niet zoveel verschil tussen te zitten, maar bij de mug wel. De enige subgroep muggen die steekt zijn de steekmuggen, en deze komen bijna overal ter wereld voor. Het probleem is dat de soorten die vroeger alleen in de tropen konden overleven, noordwaarts aan het trekken zijn. Een voorbeeld hiervan is de denguemug, die door de opwarming van de aarde recentelijk ook in Zuid-Europa verschenen is en daar naar verwachting een groeiend probleem zal vormen. Hetzelfde geldt voor de tijgermug in Noord-Amerika.

Advertentie

Teken zijn net als hun zoemende collega's bezig de noordelijke regionen der aarde te koloniseren. Hun aantal is dan ook wereldwijd aan het groeien, ook in Nederland. Dit heeft vrijwel zeker te maken met de klimaatverandering, maar over wat de oorzaak precies is, bestaat binnen de wetenschap nog geen overeenstemming. Het kan te maken hebben met het feit dat in veel gebieden de koude periodes minder koud zijn, of dat het eerder warm wordt in de lente. Teken doen aan een winterslaap en kunnen lang zonder eten, dus een gebied is al snel voor ze geschikt. Hoe langer het warm is – en ze dus niet slapen – hoe meer ze zich kunnen voortplanten.

De kwal

Terug naar de zee, dit keer voor een ander glibberig, flexibel wezen dat de sciencefiction al sinds jaar en dag inspireert om robots en monsters te creëren met tentakels. Want niet alleen de inktvis, maar ook de kwal profiteert van de stijgende temperaturen van het zeewater, aangezien ze dan sneller groeien. Een groot aantal wetenschappers heeft gesignaleerd dat kwallenpopulaties de afgelopen decennia wereldwijd explosief gegroeid zijn en dat ze hun leefgebied uitgebreid hebben.

Naast de opwarming van de oceanen, draagt ook overbevissing bij aan het succes van de kwal, aangezien ze hetzelfde eten als kleine vissen (plankton, visseneitjes en kleine vissen) en dat bij die overbeviste soorten ook een aantal van de weinige dierensoorten zitten die kwal eten, zoals de zalm en de makreel. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat poliepen zich graag nestelen in menselijke constructies zoals havens en andere industrie op zee.

Advertentie

Het goede nieuws is dat kwallen eetbaar zijn. Het slechte nieuws is a) dat dit voor slechts 20 tot mogelijk 35 soorten geldt, en b) dat wij Westerlingen vooralsnog niet echt warmlopen voor dit voedsel, in tegenstelling tot veel mensen in bijvoorbeeld China en Zuid-Korea. Gelukkig zijn kwallen kannibalistisch, dus als het er echt heel veel worden eten ze mogelijk elkaar op.

De staartmees

Het is eindelijk tijd voor een leuk dier, namelijk het mini-vogeltje dat in heel Europa en Azië te vinden is. (Kijk hoe schattig!). Ook dit dier tiert welig, alleen verstoort het de biodiversiteit niet, eet het geen dingen die wij ook willen eten, zuigt het niet ons bloed op en maakt het ons ook niet ziek. In het Nederlands heet hij de Staartmees; in het Engelse draagt dit vogeltje de enigszins dubieuze naam 'long tailed tit'.

Voor de staartmees brengt de klimaatverandering alleen maar mooie dingen. Volgens een Brits ecologisch onderzoek uit 2014, hebben de warmere lentes ertoe geleid dat meer babymeesjes overleven, waardoor de populatie door de jaren heen gegroeid is. De onderzoekers voorspellen op basis van klimaatmodellen dat het overlevingspercentage zal blijven toenemen. Ik kijk er in ieder geval zeer naar uit om dit beestje in mijn venster te hebben zitten, hoewel die kans erg klein is in een flat op negen hoog.

Helaas lijkt de staartmees een van de weinige door mensen gewaarde (niet-eetbare) dieren te zijn die blij is met de opwarming van de aarde. De dieren die het slechtst tegen klimaatverandering kunnen zijn namelijk degene die meest kwetsbaar zijn, aldus Jennifer Holland van National Geographic. Het zijn de dieren die een kleine of gefragmenteerde populatie hebben of op een bepaalde plek vastzitten, en de dieren wiens voedselvoorziening of leefgebied door mensen bedreigd wordt. Degene die zich wél kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden of er zelfs in floreren, zijn de soorten die snel kunnen evolueren of gebaat zijn bij veel warmte, droog of nat. Natuurlijk moet hierbij wel gezegd worden dat het helemaal niet zeker is dat de bovengenoemde soorten in de toekomst succesvol zullen blijven. Voorspellingen zijn namelijk enkel zo goed als de informatie op basis waarvan ze gemaakt worden, en het welzijn van een soort hangt van zoveel complexe variabelen af dat het onmogelijk is ook maar iets met zekerheid te zeggen. Behalve dan dat de aarde hoe dan ook door zal blijven draaien, vol met leven – maar waarschijnlijk wel veel minder dan nu, en op een gegeven moment ook zonder ons.