Facebook en Twitter moeten van de EU binnen 24 uur reageren op haatzaaien

Op dit moment wordt 43 procent van de meldingen op Facebook pas na 48 uur beantwoord.
08 december 2016, 10:58am

Facebook, Twitter, YouTube en Microsoft reageren volgens de Europese Commissie niet snel genoeg op online haatzaaien. De commissie eist daarom dat technologiebedrijven meldingen van haatspraak bekijken binnen 24 uur nadat ze voor het eerst gemeld zijn.

Slecht 40 procent van alle notificaties werden binnen 24 uur afgehandeld, volgens een rapport van de Europese Commissie. Dit rapport is de eerste evaluatie van de manier waarop Facebook, Twitter, YouTube, en Microsoft online haatspraak bestrijden. Het onderzoek komt 6 maanden nadat de vier bedrijven afgelopen mei een gedragscode in Europa ondertekenden.

De Europese Commissaris Věra Jourová zei in een statement deze week dat "het onze plicht is mensen in Europa te beschermen van het online oproepen tot haat en geweld. Dit is het doel van de gedragscode."

12 NGO's, gevestigd in 9 Europese landen, analyseerden de reacties op haatspraak notificaties over een periode van 6 weken in november en oktober 2016. De bevindingen tonen volgens de Europese Commissie aan dat van de 600 notificaties van online haatspraak, 28 procent leidde tot verwijdering van de uitlating, 40 procent van alle meldingen binnen 24 uur werden ontvangen, en dat 43 procent pas na 48 uur aankwam.

Mark Zuckerberg. Beeld: Alessio Jacona/Flickr

De resultaten tonen aan dat Facebook te kampen had met het hoogste aantal illegale notificaties, met 270 gerapporteerde incidenten, vergeleken met 163 gevallen bij Twitter en 123 gevallen bij Youtube.

Er waren nog geen incidenten gerapporteerd over Microsoft, die communicatieproducten als Skype en het videospellen-platform Xbox beheert. Zowel antisemitisme als anti-moslimhaat was dominant in de notificaties van illegale inhoud. Raciale scheldwoorden, gescheld op etniciteit en land van herkomst kwamen ook voor.

"Een groot aantal gevallen had te maken met een vorm van anti-immigratie," stond in het rapport van de Europese Commissie. Ondanks het feit dat Facebook het grootste hoeveelheid meldingen kreeg, verwijderde het bedrijf slechts in 28.3 procent van de gevallen de berichten. YouTube verwijderde de gemelde content in bijna de helft van de gevallen.

"De reacties bij Twitter en Youtube na een melding lijken af te hangen van de methode waarmee de content gemeld wordt (vertrouwde rapporteurs versus normale gebruikers), vermeldde het rapport. "De verhouding voor verwijderingen zijn vergelijkbaar bij Facebook, afhankelijk of de gebruiker de content meldt via een vertrouwd kanaal of de normale wijze."

Zowel YouTube, Facebook, Microsoft als Twitter reageerden niet op onze e-mails of wilde er niet in detail op reageren. Het verslag komt op een moment dat alle vier de bedrijven een campagne lanceren om terreur te stoppen. Facebook, Twitter, Microsoft en YouTube beloven plechtig om extremistische content op de platforms aan te pakken door informatie te delen over de mensen die dit posten.

"Vanaf vandaag zetten we ons in om een gezamenlijke database te maken van 'hashes' – unieke digitale 'vingerafdrukken' – voor gewelddadige terroristische beelden, terroristische wervingsvideo's en beelden die we hebben verwijderd van onze diensten," aldus de bedrijven.

Ze hopen dat door informatie met elkaar te delen, potentiële terroristische content gemakkelijker kunnen herkennen op de eigen platforms.

Maar Joe McNamee, directeur van de Europese digitale rechten campagnegroep EDRi, vertelde aan Motherboard dat de regeling "een nieuwe stap is naar een situatie waar internetgiganten wetgever, rechter en beul worden van onze vrijheid van meningsuiting."

"Dit moet worden gezien in een context waar de EU online bedrijven duwt richting een volledige eigen rechtshandhaving voor het regime," zei hij. Vervolgens wees hij op voorbeelden zoals de Richtlijn Terrorisme die deze week door het Europese Parlement kwam. Deze stelt voor dat lidstaten internetservices kunnen blokkeren "zonder afbreuk te doen aan vrijwillige maatregelen van de Internetindustrie om het misbruik van haar diensten te voorkomen."