William Gibson heeft geen idee hoe de toekomst ons gaat zien

"Het enige constante, lijkt mij, in de manier waarop we kijken naar ons verleden, is dat we de inwoners nooit zo zien als ze zichzelf zagen."
26.12.16
William Gibson. Beeld: Michael O'Shea

William Gibson is misschien geen orakel, maar hij was wel de eerste scifischrijver die doorhad dat de semantische zone achter ons computerscherm net zo groots en meeslepend zou kunnen zijn als de kosmos zelf. Hij noemde die ruimte cyberspace, een nieuw woord dat tot onze verbeelding sprak aan het begin van het internettijdperk. In zijn boeken neemt hij de technologische mogelijkheden onder de loep, en zijn profetische voorspellingen worden alom geprezen.

Advertentie

Maar Gibson is meer dan een futuristische trendspotter. Hij is een geweldig schrijver, een van de besten in het genre. Zijn manier van denken over de toekomst komt voort uit zijn uitgebreide, bijna eerbiedige kennis van het verleden, en het bewustzijn dat geschiedenisverhalen vaak net zo speculatief zijn als de toekomst in sciencefiction. Hoe het echt was in de geschiedenis zullen we namelijk nooit weten, en hoe het verhaal verteld wordt hangt sterk af van wie het vertelt.

Zijn laatste roman, The Peripheral is het eerste boek in meer dan tien jaar dat zich weer afspeelt in de toekomst. Hij probeert dit lange gemis te compenseren door niet een, maar twee toekomstige tijdlijnen te beschrijven. De ene is niet heel ver weg van ons en dus redelijk herkenbaar, de ander is een door onze hedendaagse hoogmoed radicaal veranderde wereld.

The Peripheral is een duizelingwekkend boek. Gibson kijkt niet alleen vooruit, maar probeert zich voor te stellen hoe inwoners van de toekomst naar ons kijken. De lezers die zoeken naar futuristische speculaties, wordt in plaats daarvan een spiegel voorgehouden. Daarmee zullen ze zich mogelijk realiseren dat elk moment in het heden uiteindelijk iemands verre geschiedenis wordt.

De nacht voordat ik met Gibson sprak had ik zeven angstdromen. Maar hij bleek een buitengewoon genadige gesprekspartner, waar elke interviewer van zou dromen.

Motherboard: In The Peripheral stuurt de toekomst bouwtekeningen naar het verleden. De technologische capaciteiten in dat verleden zijn echter beperkt. Als ze die instructies opvolgen resulteert dat in een primitieve en matige versie van het ding. Denk je dat we er niet klaar voor zijn om de toekomst te zien op haar eigen niveau, oog in oog?

Advertentie

William Gibson: Iets waarmee ik worstel in The Peripheral is de manier waarop we, in tijdreisverhalen, doen alsof de mensen in het verleden boerenkinkels en uitschot zijn. En wanneer we ons mensen uit de toekomst voorstellen zijn ze vaak zwak en decadent. Dat gebeurt al sinds H.G. Wells.

Ik las dat je met een nieuw boek begint als er een openingszin in je hoofd is opgedoken. Wanneer wist je dat je de eerste zin van The Peripheral had?

Aan het begin had ik een jonge vrouw die van een heuvel af liep in mijn hoofd, maar wat ze ging doen wist ik nog niet. Mijn karakters komen overal vandaan. Ze kloppen plotseling in de stromende regen op je deur, je laat ze binnen om auditie te doen en vervolgens nemen ze heel het boek over. Ik had het idee dat deze jonge vrouw de hoofdpersoon van het boek was, maar het kon ook de andere kant op gaan.

Dus het begon met een zin over die vrouw?

Om terug te komen op de eerste zin: mijn compositorische methode bestaat uit zoveel marteling en herhaling dat ik volgens mij de eerste paar pagina's pas af had nadat ik de kladversie inleverde. Zelfs na de versie die jij hebt gelezen heb ik nog zitten sleutelen, het is gewoon een obsessie. Ik blijf doorgaan met perfectioneren totdat het hele proces me dwingt te stoppen.

In jouw geweldige interview in The Paris Review vertel je dat je in je eerste boeken ageerde tegen de sciencefiction die je vroeger las. In die verhalen werd toekomstige technologie afgeschilderd als iets dat "praktisch onzichtbaar" is geworden.

Advertentie

Arthur C. Clarke zei in die tijd al dat geavanceerde technologie niet te onderscheiden is van magie. Ik heb daar nooit aan getwijfeld. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat als we in staat zijn om veel geavanceerdere technologie te ervaring, we gewoon geen idee hebben wat er gebeurt. Het is hetzelfde als een tovenaar die een spreuk uitvoert.

Hoe heb je dat verwerkt in je boek?

Ik heb de technologie in The Peripheral op sommige gebieden zelfs een beetje afgezwakt. Zo had ik bijvoorbeeld een model bedacht waarin communicatie via smartphones gebeurde zoals telepathie, en dat je ook gemeenschappelijk kon dromen. Het was volgens mij een goed stukje extrapolatie, een soort speculatieve toekomstvoorspelling, maar toen ik een testhoofdstuk schreef waarin ik het introduceerde bleek het onmogelijk om te gebruiken. Het was gewoon te afleidend, het voelde te raar om überhaupt mogelijk te zijn. Ik wist dat het de lezers zou afleiden van het echte verhaal. Ze zouden verdwalen in die ervaring.

Hoe heb je dat opgelost?

Ik geef ze nu smartphonetechnologie die slechts een klein beetje geavanceerder is dan onze huidige. Ook nu zal het sommige mensen afleiden, omdat de telefoons wel vervlochten zijn met het menselijk lichaam. Het zal een uitdaging zijn voor mensen die niet vaak sciencefiction lezen, maar de volledig geëxtrapoleerde telepathie-telefoon had het hele verhaal verziekt. Het was onmogelijk om een verhaal te vertellen omdat de technologie zo vreemd was.

Advertentie

Zouden schrijvers dat vroeger ook gedacht hebben over onze smartphones?

Ik denk dat als iemand in de jaren vijftig had gedroomd over onze huidige smartphonetechnologie en er een sciencefiction boek over had geschreven, hij of zij die misschien ook niet had gepubliceerd. Het zou te moeilijk zijn om een verhaal te vertellen, terwijl je tegelijkertijd beschrijft wat deze mensen doen met hun rare zaktelefoonsets die ze allemaal hebben.

"Het enige constante in de manier waarop we kijken naar ons verleden, is dat we de inwoners nooit zo zien als ze zichzelf zagen."

Ondanks alle technologische uitvindingen raken de fysieke objecten die de overgang tussen de tijdperken overleven in The Peripheral mij het meest.

Ik ben opgegroeid in een klein plaatsje in het zuiden van de Verenigde Staten en daar waren veel oude dingen te vinden. Zolang ik me kan herinneren kreeg ik een schrijnend gevoel over al deze dingen. Ik zie dingen van een paar honderd jaar oud op een vlooienmarkt, en die mogen nu dan niet heel belangrijk meer zijn, maar honderden jaren geleden waren ze dat voor iemand wel. Op zo'n markt heeft alles een verborgen verleden. Op een gegeven moment bedacht ik me dat in de structuur van het boek, als het realistisch was, ook een verborgen verleden van de objecten moest zitten. Mensen in de toekomst gaan misschien ook wel naar een antiekwinkel om dingen uit het verleden te kopen.

Dat lijkt op de historische Amerikaanse oudheden in The Man in the High Castle van Philip K. Dick. Je noemt The Peripheral een tijdsreisroman, maar het lijkt ook op een alternatievegeschiedenisroman.

Advertentie

Er is een dunne lijn tussen beiden, en dat is ook wat het verhaal onderscheidt van al die oneindige, vervelende en paradoxale stukken.

Philip K. Dick was totaal geobsedeerd door historiciteit. Daar is ook veel van te vinden in jouw boek: het verschil tussen dingen die echt oud zijn en dingen die dat niet zijn.

In ons huidige tijdperk is veel neps te vinden, van blauwe broeken tot wat dan ook. Ik denk dat we er nu een beetje overheen groeien, tenminste totdat het zich weer voor doet. Maar als ik Londen in moet schatten voor de toekomstige inwoners, en ze zo veel smaak hebben als ik denk, dan zullen ze niet al te glimmende dingen maken. Als ze nieuwe dingen moeten maken omdat iets ontbreekt, wordt alles verweerd en is het niet te onderscheiden van het oorspronkelijke ding met historiciteit. Ik weet niet hoelang het geleden is dat ik The Man in the High Castle las, maar volgens mij maakt Dick zich geen zorgen over neppe historiciteit. Ik denk niet dat hij lang genoeg heeft geleefd om de verschrikking van neppe historiciteit mee te maken, maar het zal hem vast kwaad hebben gemaakt als hij het wel had meegemaakt.

"In de laatste tien of twintig jaar is de geschiedenis van de mensheid in Noord-Amerika hevig aan het veranderen."

Zie je jezelf ook een historische roman schrijven?

Daar heb ik zeker over nagedacht, en als ik de gereedschapskist had dan zeker. De gereedschapskist die ik heb ontwikkeld, is denk ik geschikt voor zowel het heden als het verleden. Toen ik met Bruce Sterling The Difference Engine schreef, was ik erg geïnteresseerd in de manier waarop het gereedschap werkte. Ik wilde zien hoe stukjes van het heden gebruikt werden in een door ons uitgevonden alternatief verleden.

Advertentie

De meeste sciencefiction gaat over onze fascinatie voor de toekomst, maar The Peripheral gaat meer over de fascinatie van toekomstige mensen voor ons. Wat zorgt ervoor dat je zo nieuwsgierig bent naar de manier waarop ze later naar ons kijken?

Als ik op de een of andere manier kennis uit de toekomst zou kunnen krijgen – een deel van alle grote kennis over een paar honderd jaar – dan zou ik de geschiedenis willen weten. Ik zou het liefst een geschiedenisboek krijgen. Ik zou willen weten hoe ze over ons denken. Daaruit zou ik alles kunnen afleiden wat ik wil weten van de toekomst. Het enige constante, lijkt mij, in de manier waarop we kijken naar ons verleden, is dat we de inwoners nooit zo zien als ze zichzelf zagen.

Hoe bedoel je?

We hebben een heel gedetailleerd beeld van de Victorianen. Ze zijn niet heel ver weg, maar ze waren anders. Het beeld dat zij van zichzelf hadden lijkt in niets op het beeld dat wij van ze hebben. Ze vonden zichzelf waarschijnlijk niet puriteins en pervers. Ze dachten waarschijnlijk niet dat kinderarbeid een probleem is. Ik ben er zeker van dat ze kolonialisme geen probleem vonden, het was een meerwaarde, geen probleem. Al hun zaken draaiden eromheen. Wij zien hun nu anders, en ik denk dat de toekomst ons ook zeker niet zal zien als wij onszelf nu zien.

Je kijkt dus vooruit naar hoe mensen terug zullen kijken.

Een onderdeel van mijn werkmethode in fictie, waarvan ik me meer bewust werd tijdens het schrijven van dit boek, is dat ik er altijd vanuit ben gegaan dat geschiedenis net zo'n speculatief vakgebied is als het schrijven van sciencefiction. Ons geschiedkundige verhaal veranderd door de jaren heen, en over honderd jaar – ervan uitgaande dat technologie op dezelfde snelheid blijft ontwikkelen – wordt het verleden op een manier beschreven die wij niet eens zullen herkennen.

Waarom niet?

Wij hebben niet de technologie om de realiteit te overzien, maar zij waarschijnlijk wel. In de laatste tien of twintig jaar is de geschiedenis van de mensheid in Noord-Amerika hevig aan het veranderen, en dat gaat waarschijnlijk nog wel door. Dat geschiedenis van het heden blijft maar veranderen.