Music by VICE

​Satori: "In de elektronische muziek is het tijdperk van de Romantiek aangebroken"

Zijn debuutalbum is een pleidooi voor meer emotie en vrijere composities.

door Aron Friedman
12 maart 2015, 8:20pm

Afgelopen vrijdag kwam het debuutalbum van de Nijmeegse Satori – echte naam Djordje Petrovic – uit op Underyourskin Records. De plaat, waarvan we vorige week al een aantal tracks in première brachten, is voor de luisteraar even avontuurlijk als voor Djordje zelf. "Je hoort Afrikaanse muziek, zigeuner en Balkan-invloeden, maar ook house en mimimal grooves. Al die stijlen bij elkaar maken mij wie ik ben."

De albumtitel In Between Worlds is een verwijzing naar je Servische vader en je Zuid-Afrikaanse moeder. Hoe kwamen zij in Nederland?
Mijn vader kwam als jaren zeventig gastarbeider naar Nijmegen voor een beter leven. De gastarbeiders uit die tijd hebben Nederland mee opgebouwd. Ze belandden allemaal in fabrieken en autogarages. Hoe er nu wordt gekeken naar buitenlanders is heel anders.

Heeft je vader last gehad van die omslag?
Ja. Hij voelde zich welkom als gastarbeider, maar toen hij een huis ging kopen, een familie ging stichten en zich Nederlander ging voelen toen was dat wel minder. Toen werd hij vaak uitgescholden als 'vieze Turk,' terwijl het natuurlijk een Joegoslaaf is. Ik was daar verder helemaal niet mee bezig, ik hoorde het later pas. Mijn moeder is gevlucht voor de rellen, rond de Apartheid. Ze is geboren in Zuid-Afrika, maar had Nederlands bloed.

Meestal is er bij kinderen van immigranten weinig ruimte voor creatieve beroepen.
Wat ik zelf merk bij immigranten is dat ze hardwerkende mensen zijn, die uit een ander land komen. Ze moeten zich bewijzen. Ze voeden de kinderen ook zo op: probeer zoveel mogelijk geld te verdienen, werk hard. Mijn ouders zijn een uitzondering. Ze vonden het belangrijker dat ik gelukkig was. Ze hebben me heel vrij opgevoed, zonder prestatiedruk. Wat heel Servisch en ook Zuid-Afrikaans is: doen wat je hart je ingeeft, werken om te leven en niet andersom. Die stijl heb ik van ze overgenomen.

Hoe ben je voor het eerst geïnspireerd geraakt om elektronische muziek te maken?
Als Nijmegenaar is het cliché om te zeggen, maar dat was op Planet Rose – specifieker: tijdens de set van Anders Trentemøller. Later heb ik ook een belangrijke ervaring gehad in de RAI, bij Dave Clark. Beide optredens triggerden mij om te gaan graven. In die periode maakte ik country liedjes op gitaar. Ik heb mezelf ook piano leren spelen, voornamelijk door goed te luisteren en na te spelen. Op mijn twintigste kreeg ik van mijn zus pianoles cadeau. Dat was echt klote, want ik vond het helemaal niet leuk meer. Iets mysterieus en romantisch wordt dan ineens heel theoretisch. De charme was helemaal weg. Ik heb een half jaar geen toetsen aangeraakt.

Je bent met El Mundo voor het eerst gaan produceren. Hoe ging dat?

90 Watts bracht onze eerste plaat uit en daarna hadden we al snel ons eerste hitje Jazz Tango op Catwash Records, dat heeft ons meteen flink gepusht. Als je een hitje scoort, gaan dingen lopen. Ik kende Pim (El Mundo, red.) al een tijdje, hij was de dj en ik de muzikant. Door alles wat ik voorbij hoorde komen bij Planet Rose wilde ik ook muziek maken. Dankzij Pim is die muziek veel dansvloergerichter geworden. Ik leerde steady grooves maken: een kick, een baslijn en één akkoord. Maar later in het project moesten we steeds meer aan een bepaalde verwachting voldoen.

Hoe kijk je terug op die periode?
Ik denk dat ik dat project nodig had om mijn creatieve geest richting te geven. Het heeft me heel goed geleerd wat wel en wat niet kan. De nadruk lag op de effectiviteit, maar ik wil muzikant zijn en mooie nummers maken. Ik wilde mensen raken met mijn muziek en dat voelde ik niet meer in het project. Ik kon mijn muzikaliteit niet kwijt, dus heb ik besloten mijn eigen pad te gaan. Het voelde te afgekaderd. We begaven ons in een scene en daar komen verwachtingen bij kijken, bijvoorbeeld dat alle tracks een 4/4 kick moeten hebben en moeten werken op de dansvloer. Op een gegeven moment wilde ik dat niet meer. Ik wil doen wat ik voel en doen wat ik cool vind. Ik wil mensen kunnen verrassen. Ik wil mijn eigen identiteit laten doorschemeren en me niet laten beïnvloeden door de spelregels van de dansvloer.

Is die breuk goed verlopen?
Ja, we hadden het er van de zomer nog over dat deze stap ons beiden veel heeft gebracht. Het heeft me als mens volwassener gemaakt. Ik ga heel raar doen als ik me niet goed voel. Toen kon ik daar niet goed mijn vinger op leggen, maar nu weet ik dat ik me toen niet goed voelde als muzikant. Ik herken de noodsignalen nu beter.

Je bent nu je identiteit aan het herdefiniëren. Ben je niet bang dat je een nieuwe kooi voor jezelf bouwt? Dat je opnieuw op een punt zal komen, waarop je je gevangen voelt?
Destijds zat er nog te weinig identiteit in onze muziek. Het was vooral meedoen in de techhousescene. Ik denk dat mijn livesets en mijn album nu veel meer gericht zijn op mijn eigen identiteit en niet op een stroming of een genre. Ik denk als je juist vanuit die muzikale identiteit werkt dan ben je niet bezig met sociale conventies en zul je je ook nooit gevangen voelen. Dat is ook de inspiratie voor mijn nieuwe label Krooks. Dat gaat een collectief van creatieve ondernemers en muzikanten worden, met als doel onze generatie te helpen ontwikkelen in hun creatieve identiteit. We gaan 23 maart 'online' en muziek gaat een onderdeel van onze missie worden. Who cares wat het is, als het maar eigenwijze muziek is. Het mag allemaal wel wat eigenwijzer. Ik stond zondag op Dancefair en toen liet ik zien hoe ik schommel met mijn BPM. In Balkanmuziek verandert het tempo midden in een nummer, dus dat doe ik ook in mijn liveset. Ik vind onze scene daar soms heel bekrompen in. Voel je vrij, mix alles met elkaar, gooi het BPM omhoog of omlaag.

Hoe zie je je album in de huidige elektronische scene?
Ik denk dat we met elektronische muziek het tijdperk van de Romantiek in gaan. De klassieke muziek maakte in de 19e eeuw eenzelfde soort transitie. Eerst lag de nadruk nog op logica, structuur en intellectualiteit, maar toen werden emotie, gevoel, fantasie, dramatiek veel belangrijker – en de composities vrijer. Dat zie je nu ook heel erg in de house en de techno. We laten onze muziek niet meer bepalen door dogma's, maar nemen de vrijheid om ons individualistischer uit te drukken. In Between Worlds is ook niet bepaald door een genre, label of muzikale conventie, het draait meer om gevoel en passie. Ik denk dat deze plaat appeleert aan die drang naar romantiek.

Gekoppeld aan mijn album heb ik een liveset. Dan ga ik on stage jammen met elementen van het album. En ook in mijn live performance probeer ik zo vrij mogelijk te zijn. "Vraag jezelf niet af wat het publiek nodig heeft, maar vraag je af wat jou tot leven laat komen. Wat het publiek nodig heeft is een artiest die tot leven komt." Dit heb ik geschreven op mijn synth, het is mijn lijfspreuk en raakt de kern van mijn muziek.

Wat is het eerste wat je hebt gedaan toen het album uit was?
Ik heb hem aan mijn ouders laten luisteren.

Wat vinden ze van je muziek?
Voor mijn vader is alles Tiësto. Als we door het winkelcentrum lopen en hij komt een bekende tegen, zegt hij: dit is mijn zoon en hij maakt muziek zoals Tiësto. Maar een tijdje terug zat ik met mijn ouders bij Van der Valk. Mijn moeder zegt: Hoe ging het dj'en? Ik zeg: Mam, ik dj helemaal niet. Toen vertelde ze mij dat ze nooit echt begrijp wat ik nou precies doe, dus heb ik mijn laptop en mijn controller gepakt en ben live in dat Van der Valk restaurant voor ze gaan spelen. Ik liet zien hoe ik improviseerde, wat ik precies deed. Mijn moeder had wel iets van: Hoe kan je dit allemaal onthouden? Dit gaat toch heel vaak mis? Toen vertelde ik dat ik het leuk vind om risico's te nemen. Mijn moeder heeft nu wel door wat het verschil is tussen dj'en en live spelen. Mijn vader nog niet echt denk ik, maar hij vindt het wel supercool. Ze zien me gelukkig, horen de verhalen en zijn trots.

Je kunt Satori vinden op Facebook // Soundcloud