​De nieuwe EP van Robin Kampschoer is net zo gelaagd en stuwend als Jupiters manen

We spraken met Robin over perfectionisme en ons zonnestelsel.
19 februari 2016, 11:55am

De Nederlandse producer Robin Kampschoer staat bekend om zijn verfijnde technoproducties en live-sets. Daarmee trad hij op in vermaarde instituten als Trouw en Tresor, het Parijse museum Palais de Tokyo en op Fusion. Daarnaast staat hij onder zijn moniker RMFK bekend om zijn diepe dub en warme ambient-geluid. Zijn producties verschenen op labels als Studio Soulrock, Redevice en sinds vorige week ook op LET Recordings. Dit jonge label – van de Amsterdamse promotors achter Les Enfants Terribles – bracht 8 februari de EP IO uit. Goed nieuws voor zijn trouwe fanschare, waaronder internationale grootheden als Laurent Garnier, Jonas Kopp, Levon Vincent en Eric Cloutier. We spraken af met Robin om samen naar zijn nieuwe EP te luisteren en het te hebben over Detroit, perfectionisme en ons zonnestelsel.

THUMP: Ha Robin, gefeliciteerd met je nieuwe release. Wat heb je met IO willen afleveren?
Robin: Een EP waarmee ik een emotionele connectie maak. De titel verwijst naar een van de manen van Jupiter, geologisch gezien het meest actieve object in ons zonnestelsel met meer dan vierhonderd actieve vulkanen die constant een nieuwe laag over het maanoppervlak leggen. Een mooie metafoor voor de track zelf: gelaagd en stuwend, van begin tot eind. In Elements, de tweede track, hoor je mijn relatie met Detroit terug; daar liggen mijn muzikale wortels. IO heeft het in zich tot een anthem uit te groeien, en Elements is echt een track om prime time door een set te mixen, in de traditie van Derrick May en Juan Atkins. Je hoort ratelende hihats, rechtstreeks uit de TR-909, dansende shakers en synths die bij elke aanslag weer anders klinken. Het maakt de track warm en swingend.


Je staat bekend als een perfectionist als het om het produceren van geluid gaat. Belemmert je dat niet in je creativiteit?
Je kunt de manier waarop ik het karakter van mijn geluid vormgeef vergelijken met beeldhouwen – het is er niet van het ene op het andere moment. Je creëert klank, legt het weg en pakt het dan weer op. Daar kan een hele tijd tussen zitten, omdat het vrijwel nooit meteen goed is, of dat is wat ik zoek. Begrijp me niet verkeerd, kleine vergissingen zijn juist interessant om verder op te borduren, maar dan heb je het over het begin van het creatieve proces. In het laatste stadium, dat van het afmixen, ben ik heel secuur. Als dan iets ongepolijst klinkt is dat een bewuste keuze. Noem het perfectionisme, voor mij is het een drijvende kracht achter mijn creativiteit. Dus nee, geen belemmering. Uiteindelijk is het een werkwijze om die emotionele connectie met de luisteraar nóg krachtiger te maken.

Luke Hess uit Detroit heeft een remix van IO gemaakt. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
Luke en ik hebben elkaar in 2015 leren kennen. Ik was altijd al fan van zijn muziek, Best Day in Detroit is een van mijn favoriete tracks aller tijden. Tijdens onze ontmoeting bleek de bewondering wederzijds te zijn, een enorme eer. Toen besloten we contact te houden en daar is, gestimuleerd door de mensen van LET Recordings, deze samenwerking uit voortgekomen. Luke had meteen een goed gevoel bij IO, en zijn remix laat horen dat hij er daadwerkelijk zijn eigen sound aan heeft toegevoegd. Hij is er echt ingedoken, je proeft zijn plezier. Het is interessant om beide versies na elkaar te beluisteren, want ze zijn echt verschillend.

Kun je iets vertellen over de apparatuur waar je mee werkt?
Ik ben van de ouderwetse hardware, denk aan een Minimoog Voyager of een TR-909. In de tijd waarin ik met muziek maken begon, waren computers gewoon niet snel genoeg om audio te verwerken. Ik vind het prettig om met mijn handen aan een machine te zitten, in plaats van aan een muis. Eigenlijk is al mijn geluid zelf gemaakt. Ik gebruik nauwelijks samples. Toch zit er in Elements een stemgeluid verstopt – ik maak een diepe buiging voor diegene die raadt waar dat vandaan komt.

IO is op vinyl onder andere verkrijgbaar via Rush Hour en Clone Records. De digitale versie verschijnt binnenkort.

Volg Robin via Facebook // SoundCloud