Film

Herinneringen aan de J-horror van begin deze eeuw

De nieuwe film uit de Ring-reeks wil het specifieke type Japanse horrorfilm terugbrengen dat Amerika ooit in zijn greep hield.
11 februari 2017, 6:00am

Het begin van deze eeuw was een rare tijd voor Amerikaanse horrorfilms. Het grootste deel van de industrie voer mee op het succes van Wes Cravens Scream, in een poging om iets iconisch te creëren. Het resultaat was dat het publiek werd doodgegooid met goedkope imitaties als I Know What You Did Last Summer en de parodieën van de Wayans brothers. Toen dook de urban legend op over een rare, korrelige videoband waarop een kind te zien was dat uit een put kroop. Wie de video zag zou zeven dagen later sterven.

Het is ruim een decennium geleden dat Gore Verbinski de horrorklassieker The Ring uitbracht , een remake van de Japanse horrorfilm Ringu uit 1998. Deze week verscheen Rings in de bioscoop, een nieuwe film binnen de _Ring-_serie die hoopt de westerse obsessie met Japanse horror filmremakes te doen herleven.

Rings is een twee uur durende reeks highlights van andere Ring_-films. Het nieuwe deel volgt een oninteressante hoofdrolspeler ( Matilda Lutz) die een verborgen video in de originele behekste video vindt. Ze ontmoet een professor ( Johnny Galecki uit _The Big Bang Theory) op de plaatselijke universiteit, die de tape gebruikt op zijn studenten om "dichter bij god" te komen. Beide verhalen lopen op niets uit. Serieus. De hele film is niet veel meer dan een onhandige herintroductie in de wereld van The Ring — een twee uur lange opeenvolgingen van dromen, een nutteloos optreden van Vincent D'onofrio als een blinde en verkrachtende priester, en een nieuwe tape vol waardeloze horrorbeelden zoals maden, omgekeerde kruizen en botten.

Verbinksi's remake uit 2002 was een rustig en weloverwogen uitgezette film die de ervaring van vervloekt zijn extreem persoonlijk maakte. Hierdoor was het zowel op commercieel als professioneel vlak een succes dat niemand zag aankomen. De film brach alleen in de VS al meer dan 250 miljoen dollar op, en de filmindustrie wilde zijn slag slaan door er snel een paar J-horror-remakes uit te persen.

Screenshot uit The Ring

J-horror is een heel specifieke type Japanse horrorfilm, dat Amerika in het begin tot het midden van de jaren nul bereikte. The Grudge (origineel  Ju-On), One Missed Call en Pulse (origineel  Kairo) waren allemaal J-horror remakes. Ze zijn allemaal vrijwel hetzelfde: Ze bevatten wraakzuchtige geesten (meestal kinderen), wazige fotografie, en ze maken de vervloeking heel persoonlijk door het behekste huis weg te laten. De meeste films hadden dezelfde boodschap: Als je een geest tegen komt ben je de lul.

Na de Tweede Wereldoorlog zette Japan alles in op technologie in plaats van individuen. Dit zorgde ervoor dat een generatie Japanse mensen zich eenzaam en gevaarlijk kwetsbaar voelde. Aan het eind van de jaren negentig viel dit op bij een kleine groep Aziatische filmmakers. Zij begonnen vindingrijke horrorfilms te maken die uniek waren in de aanpak van structuur, verhaallijn en thema.

J-horror remakes volgden gepast door de voordelen van de connectie met Amerikaanse film te gebruiken. Ze leenden het vindingrijke gebruik van sounddesign, verhalende structuur en thema. Deze veelvoorkomende elementen presenteerden het Noord-Amerikaanse publiek met iets onweerstaanbaar nieuws en raars.

Herinner je je dat gorgelende geluid van The Grudge nog? Het blijkt dat een van de voornaamste redenen dat J-horrorfilms zo effectief zijn hun fantastische gebruik van sounddesign is. Dit is iets waaraan westerse horrorfilms in die tijd weinig aandacht schonken. Dat is sindsdien veranderd. Denk bijvoorbeeld aan dat huiveringwekkende geluid van The Babadook of het sublieme sounddesign van NBC's Hannibal. J-horrorfilms begrepen deze delicate kunstvorm en neigden naar een paar geluidseffecten met volmaaktheid. Ze speelnde de beroemde quote van Hitchcock, "Er zit geen angst in de knal, slechts in de verwachting ervan," om.

Screenshot uit The Grudge

Nu brachten de ringtone van One Missed Call of het statische geluid van knetterende tape die tot leven komt in The Ring hun eigen angst mee. Deze geluidseffecten worden gebruikt in de films om de komst van een geest aan te kondigen. Omdat het diëgetische geluidseffecten waren (wat betekent dat de personages in de film ze kunnen horen) gaf dit het publiek een constante spanning, puur door het geluid.

Dit zorgde ervoor dat J-horrorfilms op heel interessante manieren met hun structuur konden spelen. Ze deden vaak niet mee met de simpele jumpscare ( Rings heeft verschrikkelijke jumpscares) die zo populair waren in de Amerikaanse film. In plaats daarvan zagen ze af van achterhaalde setup en misleiding, en brachten ze het verhaal simpelweg direct. The Ring doet dit op fenomenale wijze in de acht minuten durende openingscene. Tegen de tijd dat we op het tien-minutenpunt zitten weten we al dat de bekijker van de video nog maar zeven dagen te leven heeft. Gedurende de rest van het verhaal tikt de klok, en iedere dag die voorbijgaat herinnert je eraan wat er op het spel staat. Het is extreem intens.

Screenshot uit The Grudge

The Grudge experimenteert met een non-lineaire manier van vertellen en geeft het publiek een complex assortiment aan subplots. Het werkt, maar in mindere mate. De rest van de J-horror-remakes deed niet eens de moeite om te experimenteren en had bekende thema's die te veel focusten op het creëren van angst met uitgewoonde stijlfiguren. Dit is een misstap die het beste wordt beschreven door de man die het horrorgenre twee keer opnieuw heeft uitgevonden, Wes Craven: "Horrorfilms maken geen angst. Ze laten het op je los."

Het succes van The Ring kan worden toegeschreven aan het heroverwegen van onze relatie met media. De film onderzocht de schadelijke effecten van media op hetzelfde moment dat advocaat Jack Thompson de makers van Grand Theft Auto aanklaagde vanwege het aanzetten tot geweld. Het werkte voor zowel Amerikaans als Japans publiek omdat geweld en media dingen zijn die in beide cultuur terugkomen. Terwijl The Grudge uiteindelijk zijn connectie vond met het Amerikaanse publiek waren de thema's huiselijk geweld en verdriet algemeen genoeg om door beide culturen te worden gewaardeerd, zij het net niet op de juiste golflengte om het Noord-Amerikaans publiek de film als iconisch te laten bestempelen.

Tegen 2005 was de J-horrortrend drie jaar oud en al stervende. The Ring kon het publiek maar moeilijk enthousiasmeren, vanwege de oudbakken beeldspraak en de mislukte poging om dieper in te gaan op de mythologie van het origineel (in plaats daarvan ging-ie over krankzinnigheid door vleermuispoep). Daarnaast leken films als One Missed Call en Pulse te veel op hun westerse tegenhangers als Final Destination en Scream. Het J-horrorgenre groeide veel te snel, en het Amerikaanse publiek verloor haar zin in herhaling na herhaling van Japanse geestverhalen.

Op hetzelfde moment dat het J-horrorfenomeen gebeurde kwam er in 2004 een kleine horrorfilm genaamd Saw uit. Publiek stroomde bijna een decennium lang naar de bioscoop voor dit nieuwe genre, "torture porn." Dit nieuwe subgenre was een makkelijke vervanger voor J-horror. Tegen 2007 was J-horror dood. In dat jaar alleen al hadden we Saw IV, Hostel II en nog een game changer genaamd Paranormal Activity. Torture porn en found footage waren de nieuwe koningen van de Noord-Amerikaanse horror.

Het Japanse publiek consumeren echter nog steeds op passionele wijze Ringu en Ju-On films. Tegenwoordig zijn allebei deze series populairder dan ooit. Afgelopen jaar kregen Ringu en Ju-On een crossoverfilm in Japan die het publiek naar de bioscoop lokt met de ultieme monstermatch: Sadako vs. Kayako. Inderdaad, Samara van The Ring en het kleine jongetje uit The Grudge samen in één film. Hoewel het raar klinkt, houdt Japan echt van de personages. Kayako heeft zelfs zijn eigen instagramaccount. Het zou dus geen verassing moeten zijn dat de film een kaskraker was. Het was de negende film in The Ringu-serie, en de twaalfde in de Ju-On-serie. Het Japanse publiek houdt van lange verhalen. Het westerse publiek niet zo.

Het horrorgenre zit vaak achter zijn eigen staart aan, maar een grote doorbraak kan een weg banen voor goedkope imitaties. The Ring was een slimme reactie op meta-horror die zijn publiek een verfrissend alternatief voor alle hergebruikte ideeën gaf, maar daaruit werden weer veel te veel goedkope imitaties geboren.

J-horror prefereerde diepgang boven alle andere dingen als het op bangmakerij aankwam. Door vervloekingen persoonlijker te maken, werden kijkers betrokken bij de deconstructieve keuzers van de filmmakers. Als Rings echter een enige indicatie is, is het genre waarschijnlijk weer dood.

We zijn ver voorbij de dagen van analoge videohorror, maar de les blijft hetzelfde: Als een film daadwerkelijk eng wil zijn, moet het ons overweldigen met gigantisch kwellende onderwerpen over ons eigen leven en de aspecten van onze persoonlijkheid die we verafschuwen. Voor een korte tijd was dat precies wat J-horror deed: Het maakte angst persoonlijk.