Pillen xanax in een hand
Drugs

Xanax heeft 7 jaar van mijn leven verpest en beheerst me nog steeds

"Ik ben nog steeds woedend op de medische wereld dat ze deze shit zo lang door mijn strot hebben geduwd, zonder me iets te vertellen over het risico op verslaving".
23 augustus 2020, 6:00am

Eén op de negen Belgen slikt antidepressiva en elke dag plegen er bijna zes mensen in het land zelfmoord – het op vier na hoogste percentage in Europa. Vooral jonge mensen kampen met geestelijke gezondheidsproblemen. Lees hier al onze artikelen over geestelijke gezondheid.

In België wordt veel anxiolytica en antidepressiva gebruikt. Het is een goede business – zelfs zo goed dat artsen eraan herinnerd moesten worden om niet te snel zware medicijnen voor te schrijven bij milde of gematigde symptomen. Maar ondanks die aanmaning is Xanax, een van de zwaarste anxiolytica, nog steeds een van de populairste pillen in het land.

De 33-jarige Annabel slikt al heel lang Xanax. Toen ze voor het eerst last van angst kreeg, schreef een huisarts het middel direct aan haar voor – zonder enige therapeutische begeleiding. Ze raakte zo verslaafd dat het haar dagelijkse leven nog steeds beïnvloedt. Om nog maar te zwijgen van de spijt die ze heeft. Dit is haar relaas.

De tegenpartij is bijna klaar met hun pleidooi. Over een paar minuten is het tijd dat ik moet spreken. Mijn rechterhand zit in mijn toga verborgen en mijn vingers klemmen zich om mijn doosje Xanax heen. Ik klamp me er nog steeds aan vast – ook al ben ik al acht jaar advocaat.

Het is al zes maanden geleden dat ik een van de tabletten heb geslikt, maar toch kan ik nergens heen zonder ze bij me te hebben. Mocht het zo zijn dat ik de controle kwijtraak, moet ik zeker weten dat ik er altijd eentje kan slikken, zodat alles weer bedekt wordt met een dikke, wollige laag onverschilligheid.

Ik heb mezelf zeven jaar lang op deze manier verdoofd, met goedkeuring van mijn artsen en familieleden. Met een goede dosis antidepressiva en anxiolytica kon ik me door mijn leven heen worstelen, tussen alle angstaanvallen en depressies door. Ik had in 2010 mijn eerste paniekaanval, die me doodsbang maakte. Ik stond te trillen op mijn benen en had de dagen erna geen enkele kracht meer. Ik dacht destijds dat het bij die ene keer zou blijven, maar het gebeurde steeds weer opnieuw – totdat ik in 2012 besloot dat het nooit meer mocht gebeuren.

Bij elke paniekaanval kreeg mijn lijf zoveel te verduren dat ik het gevoel kreeg dat ik minuten van mijn leven verloor. Noem het wat je wilt: paniekaanval, spasmofilie, het gevoel dat je doodgaat – voor mij kwam het erop neer dat ik mijn appartement niet kon verlaten. Zelfs binnenshuis werd de veilige ruimte steeds kleiner, en uiteindelijk was mijn bed nog de enige plek waar ik kon zijn. Mijn vriendje veranderde geleidelijk aan in mijn verpleger. Ik begon te doen alsof ik niet meer zonder onze relatie kon leven, alsof het de voorwaarde voor mijn voortbestaan was. Het is geen goed idee om je romantische relatie te beschouwen als voorstadium voor psychotherapie.

Ik maakte een afspraak met een huisarts en legde hem kort mijn situatie uit: ik was 25, ik was net begonnen bij een groot advocatenkantoor en ik was samen gaan wonen met de persoon van wie ik dacht dat het de liefde van mijn leven was. En ik dacht elke dag oprecht dat ik zou sterven van angst.

“Oh, maar het normaal wat je vertelt. Je zet grote stappen, en dat is eng. Je hebt zeker in je tienerjaren geen crisismoment gehad? Nou, die crisis komt nu alsnog. Het is een kleine depressie. Dat kunnen we oplossen.”

Ik verliet de praktijk met een schouderklopje en een recept waarmee ik twee maanden lang antidepressiva en anti-angstmedicijnen kon krijgen. Hij had niet aan me verteld dat ik tegelijkertijd ook therapie had moeten volgen, en hij had me ook niet gewaarschuwd voor het risico op verslaving.

Ik zou drie Xanax-pillen en één antidepressivum per dag moeten slikken. Ik ging blij de deur van de huisartsenpraktijk uit en was opgelucht dat ik een oplossing had gevonden. Ik haastte me naar de dichtstbijzijnde apotheek en vroeg daar direct om een glas water, zodat ik zonder verder oponthoud aan mijn behandeling kon beginnen. Daarna ging ik naar de bioscoop, maar ik herinner me de film niet meer. Ik werd kwijlend wakker tijdens de aftiteling van de film. Ik sliep ook in de metro naar huis. En ik sliep weer toen mijn vriendje thuiskwam. Toen we daarna seks hadden, was ik nog helemaal uit m’n plaat.

Ik vond het geweldig dat ik helemaal legaal en medisch goedgekeurd high was, en dat het van de beste dealer kwam. Ik was niet helemaal van de wereld, alsof ik wiet had gerookt of GHB had gebruikt, maar ik was ook niet meer helemaal op de wereld. Ik had het gevoel dat ik van mijn oude demonen af was, maar dat was slechts een illusie: ze lagen nog steeds op de loer in de schaduw van mijn chemisch verdoofde hersenen.

Dit ging bijna drie jaar zo door. Mijn huisarts leek ook blij te zijn. Ik hoefde zelfs geen echte afspraak meer te maken om mijn pillen voorgeschreven te krijgen; ik belde hem gewoon op en dan liet hij het recept in een envelop achter bij zijn assistent.

Zonder iemand om advies te vragen, verhoogde ik mijn dosis. Ik slikte stiekem vijf tot tien Xanax per dag, soms zelfs meer, en vulde dat ’s avonds aan met wat alcohol. Ik haatte de persoon die ik was geworden, maar ik hield ervan om los van de werkelijkheid te raken als ik mijn dosis overschreed. Eind 2015 begon ik me zorgen te maken. Ik was bijna 10 kilo aangekomen, ik ervoer geen extreme vreugde of verdriet meer en kon nergens meer van genieten. Ik leefde op de automatische piloot.

Ik wilde stoppen. En zoals iemand die op een dag besluit om een glutenvrij dieet te proberen, stopte ik er van de ene op de andere dag mee. Ik begreep alleen niet dat ik verslaafd was geraakt, en wist al helemaal niet dat er een afkickproces zou zijn.

Opeens was de pijn er weer. Het was alsof ik drie jaar geleden een boemerang had weggeworpen en die nu in mijn gezicht terugkwam. Mijn angstaanvallen waren er weer, maar nu nog veel intenser. Mijn depressieve symptomen verergerden. Ik flipte de pan uit en alle beslissingen maakten me doodsbang. Ik wist niet meer wat ik op vrijdagavonden moest doen en zegde zelfs mijn eigen bruiloft af.

In januari 2016 ging het mis. Ik was woedend omdat ik mijn lichaam niet onder controle kon houden. Ik was woedend op mijn dokter die me verslaafd had gemaakt. Maar ik was nog woedender op mezelf. Ik had zo lang tegen mezelf gelogen, en had gehoorzaam de chemicaliën geslikt die me waren overhandigd, zonder te proberen te begrijpen waarom het voor mij zo moeilijk was om te leven. En daar lag ik dan, duizenden pillen verder, maar niets opgeschoten.

Ik probeerde zelfmoord te plegen, wat eigenlijk meer een schreeuw om hulp was. Ik moest mezelf resetten. Ik moest aan mezelf en aan anderen toegeven dat ik aan mezelf moest werken, want anders zou ik over vijftig jaar nog steeds in dezelfde situatie zitten.

Ik begon met therapie. En tegelijkertijd raadpleegde ik een psychiater, die me een aangepaste, minder zware dosis gaf. Beetje bij beetje leerde ik weer te functioneren zonder het keer op keer het paardenmiddel tot me te nemen dat ik jaren had gebruikt. En op een ochtend, drie jaar later, na een lange en moeizame tocht, kwam ik uit bed zonder mijn tablet Xanax te slikken.

Ik moest huilen. Door mijn medicatie was ik helemaal vergeten hoe emotioneel ik eigenlijk was. Ik was gewoon een prima meisje geworden: altijd een beetje over the top, voor wie het net zo makkelijk om zich door het leven heen te bewegen als om in te storten. De pillen hadden mijn onderscheidingsvermogen aangetast. Ik maakte uiteindelijk geen onderscheid meer tussen de dingen die me goed lieten voelen en de dingen die misschien wel schadelijk voor me waren. Zo verpestte ik mijn relatie ook en ging ik oninteressante baantjes doen. Ik had geen enkele ruggengraat meer.

Sinds ik geen pillen meer slik, huil ik bijna overal: tijdens een film, als mijn vriendje zegt dat hij van me houdt, als ik een zaak win, als ik er een verlies, soms zelfs als ik klaarkom. Maar ik heb nu het gevoel dat deze emoties bij me horen, dat er geen belemmering meer is voor mijn tranen.

Ik ben nog steeds woedend op de medische wereld dat ze deze shit zo lang door mijn strot hebben geduwd zonder me iets te vertellen over het risico op verslaving. Maar ik weet ook dat het zeven jaar geleden voor mij van levensbelang was om mijn pijn in de wacht te zetten en mijn hoofd boven water te houden. Destijds had alleen medicatie me kunnen helpen, en ik zal dan ook nooit iemand veroordelen die op een bepaald moment in het leven de behoefte voelt om antidepressiva of anti-angstmedicijnen te nemen.

Maar ik veracht het gemak waarmee een huisarts – niet eens een psychiater – deze pillen achteloos voorschrijft, zonder een patiënt aan te moedigen om naar een specialist te gaan. Ik had nog vele jaren zo door kunnen gaan, verspilde jaren, jaren die ik me niet meer goed kan herinneren.

De hypocrisie van de Belgische overheid verbaast me. We leven in een land waar blowen illegaal is, maar we mogen wel in alle rust antidepressiva slikken totdat we alle wil om te leven verliezen. In dit tempo zullen we misschien wel net zo eindigen als de Verenigde Staten, waar het aantal overdoses als gevolg van Fentanyl is geëxplodeerd.

Als ik tegenwoordig het gevoel heb dat het niet meer gaat, schreeuw ik, huil ik, ga ik naar mijn therapeut, praat ik mijn vrienden de oren van hun kop. Ik heb zelfs weer angstaanvallen. Het zou kunnen dat ik weer pillen ga slikken, maar deze keer doe ik dat dan met volledige kennis van zaken. Ik wens de verloren jongvolwassene die ik acht jaar geleden was hetzelfde geluk toe.

Soms betreur ik het slappe bewustzijn dat ik de afgelopen jaren heb gekweekt. Maar zelfs nu kan ik niet over straat zonder een doosje Xanax in mijn tasje. Voor het geval dat.

Als jij worstelt met depressieve of suïcidale gedachten, bel dan naar de crisishulplijn 0900-0113 of kijk op 113online.nl.