Corona

Waar komen die intense stemmingswisselingen opeens vandaan?

Ik vroeg een psycholoog waarom veel mensen sinds de corona-uitbraak moodswings hebben, en wat we eraan kunnen doen.
09 april 2020, 9:27am
Moodswings_Banner
Illustratie door Sander Ettema

Laat één ding duidelijk zijn: het coronavirus is verschrikkelijk kut. Er gaan de hele tijd mensen dood, zzp’ers kunnen hun huur niet meer betalen, de kroegen zijn al weken dicht en COVID-19 is misschien wel de grootste cockblock ooit. En toch wappert ook op deze joekel van een modderschuit een klein vlaggetje. Want het virus zorgt ook voor saamhorigheid. Niet de saamhorigheid waardoor mensen samen liedjes gaan zingen, de een nog tenenkrommender dan de ander, maar gewoon het simpele besef dat we allemaal niet zo erg van elkaar verschillen als we altijd gedacht hebben. Of je nou vindt dat Zwarte Piet een duivel of een halve heilige is, of je nou het liefst met 180 in een oude diesel over een uitgestorven A2 kachelt, of een FSC-houten bakfiets deelt met je buren: iedereen kan ziek worden, iedereen moet anderhalve meter afstand van elkaar houden en vooral: iedereen heeft last van oncontroleerbare stemmingswisselingen.

Want je kunt het ontkennen, maar ook jij hebt de ene dag zin om met de dekens die over je hoofd getrokken in bed te blijven liggen tot je echt bijna in je onderbroek pist, terwijl je de volgende dag vol goede moed de dag in stapt en het idee hebt dat het allemaal wel meevalt, dat het goedkomt en dat we ons ook door deze moeilijke tijd wel heen slaan.

Maar waar komen die collectieve moodswings eigenlijk vandaan, is er iets aan te doen, en als je partner er last van heeft, moet je daar dan tegenin gaan, of juist lekker meeschommelen? Voor het antwoord op al deze vragen belde ik met Jean-Pierre van de Ven, psycholoog en auteur van het onlangs verschenen boek Het Moet Helemaal Anders.

VICE: Ha Jean-Pierre. Ik heb de laatste tijd last van enorme stemmingswisselingen. Herken je dat?
Jean-Pierre van de Ven: Ik merk zeker dat ik soms een wat korter lontje heb. Of dat ik opeens ongeduldig ben met mensen op straat als ze niet opzij gaan, of als ze niet begrijpen dat we 1,5 meter afstand moeten houden. Maar ook dat ik denk: ik ben eigenlijk een beetje klaar met dat corona.

Waar worden die moodswings door veroorzaakt?
Ik denk dat er een paar dingen aan de hand zijn. Ten eerste is er het nieuws, dat slechte nieuws dat steeds maar op ons af blijft komen. De consumptie van al dat slechte nieuws heeft een slechte invloed op je stemming. Ten tweede: het is heel dichtbij. We hebben allemaal een soort beschermend idee van onkwetsbaarheid. We kijken natuurlijk wel goed uit als we de straat oversteken, maar toch heb je het idee dat iets slechts vooral andere mensen hier ver vandaan overkomt. Nu blijkt dat familie en vrienden getroffen kunnen worden, waardoor je ontdekt dat je minder onkwetsbaar bent dan je dacht. Dat heeft natuurlijk ook een slechte invloed op je stemming.

Maar er zijn dus ook dagen dat ik juist denk: het gaat eigenlijk best prima.
Dat komt doordat er twee krachten werkzaam zijn. De eerste hebben we net besproken, dat sombere. De andere is veerkracht, dat hebben we ook allemaal, en wordt beïnvloed door allerlei omstandigheden. De vraag is: welke omstandigheden hebben een positieve invloed op jou?

Precies. Want de vraag is natuurlijk: kan je iets tegen die stemmingswisselingen doen?
Je moet kijken hoe je je veerkracht een boost kunt geven. Dat is bij iedereen anders. Je moet kijken of je de zaken kunt mentaliseren. Dat wil zeggen, of je je stemmingen in verband kunt brengen met de gebeurtenissen in je leven. Niet iedereen is daar even goed in. Stel, je hebt vanochtend ruzie gehad met je partner, en dan schiet je ‘s middags ineens uit je slof tegen een collega. Dan heb je misschien niet meteen door dat die ene ruzie te maken heeft met de andere, maar het is wel goed om dat achteraf te beseffen. Kijk welke factoren van invloed zijn op jouw gunstige stemmingen. Dat kan zijn dat je minder nieuws tot je neemt, of belt met iemand. Het kan zijn dat je geïnspireerd raakt door een boek, of iets wat je op Netflix ziet. Ga dat na. Het is goed om daar een tijdje bij stil te staan. Vijf minuten per dag bezinnen op wat positief en negatief van invloed is geweest op je stemming. Gewoon plusjes en minnetjes zetten, en kijken of daar een patroon in te ontdekken is.

En het zal best zo zijn dat veel mensen op dezelfde dingen uitkomen. Contact met andere mensen. Seks hebben is altijd een booster. Dankbaarheid ook. Als mensen je dankbaar zijn, of als je zelf dankbaarheid hebt getoond, heeft dat ook vaak een positief effect. En andere mensen helpen geeft mensen ook meer veerkracht. Want daar krijg je weer dankbaarheid voor terug en daar voel je je beter over.

Openheid is ook een belangrijke factor. Als je jezelf durft te laten zien zoals je bent – dus ook je angsten en je onzekerheid en je twijfels over deze tijd durft te tonen aan iemand – dan is dat een vorm van vertrouwen en daar krijg je vaak ook vertrouwen voor terug. Dat stimuleert je veerkracht ook.

Verder kan je ook, als je toch aan het bezinnen bent, een soort witboek maken. Een lijstje van dingen waar je trots op bent. Eigenschappen van jezelf, of dingen die je hebt gedaan, of complimenten die je weleens hebt gekregen van andere mensen. Dat kan over je hele leven gaan. Daar maak je een lijstje van, en dat leg je dan even weg, en als je dat lijstje dan weer doorleest zijn er vast een of twee dingen die je een glimlach bezorgen. Die kan je dagelijks even de revue laten passeren.

Stel nou dat je met een partner samenleeft en je merkt dat je partner een slechte dag heeft. Moet je hem of haar dan uit die put praten, of moet je het dan juist even laten gaan?
Nee, altijd laten gaan. Dat vergeten veel mensen. Jij bent niet verantwoordelijk voor je partner. Je kan je partner wel steunen, maar je moet daar erg mee oppassen. Veel mensen denken dat ze kant-en-klare oplossingen moeten bieden aan hun partner. Maar als je dat doet, zeg je ook een beetje: ik weet het wél en jij weet het niet. Misschien zit je partner daar helemaal niet op te wachten. Dan is het zinniger om er gewoon te zijn. En als hij of zij over dingen wil praten, of wil zeggen dat het moeilijk is, dan moet je die ruimte bieden. En soms is steun niet meer dan een blik, of een arm over de schouder, of een zoen.

We zitten nu al een paar weken binnen, en dat blijft ook nog wel even zo. Denk je dat deze situatie went?
Ik denk het niet. Onze hersenen zijn er op ingericht ons te verbinden met andere mensen. Daar valt nu wel erg veel van weg, en dat went niet. Onze hersenen willen connecties, mensen aankijken, mensen voelen.

Dat is geen al te positieve boodschap. Denk je dat we hier toch nog iets goeds uit kunnen halen?
Ik denk dat wat we nu meemaken op alle mensen die nu leven een enorme indruk maakt, ongeveer vergelijkbaar met een oorlog. Dat zal onze saamhorigheid versterken, en we zullen later ook wel terugdenken aan die veerkracht. Je ziet nu al dat we heel snel heel ingrijpende maatregelen hebben genomen. We waren daar ook allemaal verantwoordelijk voor. We hebben allemaal ons gedrag enorm veranderd. We zullen ons vooral herinneren dat we het samen hebben gedaan.

Laten we het hopen. Dankjewel Jean-Pierre!