kuisheidsgordel om niet te masturberen

Hoeveel masturberen is te veel masturberen?

Een historicus, een arts en een sekstherapeut vertellen waar de grens ligt tussen veel masturberen en te veel masturberen.
12.7.16

In het vijfde deel van zijn romancyclus Mijn Strijd schrijft de Noorse auteur Karl Ove Knausgaard over de eerste keer dat hij masturbeerde. Hij was in een badkamer, met een foto van een mollige, schaarsgeklede vrouw op een strand. "Ik sloeg mijn vingers om mijn pik en trok hem op en neer," begint de passage, die eindigt met Knausgaards conclusie dat het proces "ongelofelijk makkelijk" was.

In zekere zin is het verbazingwekkend dat een vent die een mondiale literaire sensatie werd door zijn leven zonder terugdeinzen tot in het kleinste, soms ondragelijke detail, bijna tot het eind van zijn reeks van zes boeken wacht voor hij over rukken begint – net als het feit dat het verhaal werd afgedrukt in het eerste nummer van de Amerikaanse Playboy waarin geen naakte vrouwen stonden. Maar het is wel begrijpelijk, aangezien er een taboe rust op praten over masturbatie.

Hoewel organisaties van Reddit tot de Universiteit van Indiana hebben geprobeerd om te achterhalen hoe vaak masturberen 'normaal' is, "Is het moeilijk om goede cijfers over dit soort dingen te vinden," zegt professor Thomas Laqueur van UC Berkeley. "Een tijdje geleden heeft iemand een onderzoek uitgevoerd, en de vragen waarop antwoord krijgen het moeilijkst was, gingen over masturberen en het inkomen van de respondenten."

Hoewel ik in mijn leven veel mensen heb ontmoet die ik wel "masturbatie-experts" zou durven noemen, is Laqueur pas echt een autoriteit in dit onderwerp: in 2003 schreef hij het boek Solitary Sex: A Cultural History of Masturbation. Als ik hem spreek via de telefoon, heeft hij net zijn hond uitgelaten – hij was laat op omdat hij de avond ervoor naar de opera was geweest.

"In je eentje dingen doen wordt vreemd gevonden," zegt hij. "Vaak masturberen mensen niet alleen omdat ze niemand kunnen vinden om seks mee te hebben, maar als afleiding – het lukt niet om te schrijven, om in slaap te vallen of er is iets anders." Hij vervolgt: "masturberen voor het schrijven is een terugkerend thema in de literatuur."

Ik vraag Laqueur waar de grens ligt als het aankomt op té vaak rukken. "Dat is een heel moeilijke vraag," geeft hij toe. "Het spreekt de wortels van het verlangen aan, en het verschil tussen mens en dier."

Volgens Laqueur is het concept "te veel masturberen" relatief nieuw, omdat denkers in de oudheid geen aandacht aan het onderwerp besteedden. "Het is niet zo dat Plato niet over seks nadacht," legt hij uit. "Maar hij dacht niet over deze specifieke vorm van seks." En zo bleef de tijdloze kunst van de zelfbevrediging onder de radar tot het begin van de verlichting.

Die verandering van zienswijze in het masturbatiediscours heeft zijn wortels in een artikel dat in 1712 werd geschreven door een anonieme arts, die zelfbevrediging beschreef als een ziekte die hij "onanisme" noemde. Die naam komt uit het einde van het Bijbelse verhaal van Onan, die in plaats van te trouwen met de weduwe van zijn broer en hun kinderen op te voeden als waren ze van hem, "zijn zaad verdierf tegen de aarde" (Dit gebeurde in het oude testament, dus liet God hem voor straf sterven.)

Tot die tijd lazen mensen dat verhaal als een parabel over waarom je niet moet weglopen voor je verantwoordelijkheden. De anonieme arts interpreteerde het verhaal op een andere manier; als je je aftrekt, zou God je straffen. "Het was nogal cynisch," zegt Laqueur. "Deze vent dacht gewoon: hoe kan ik wat geld verdienen? Ik kan zeggen dat je ziek wordt van masturberen!"

a-freakishly-comprehensive-answer-to-the-question-how-much-masturbation-is-too-much-masturbation-body-image-1466153867-size_1000

Een negentiende-eeuwse afbeelding van een man die ten onder gaat aan de "mentale en lichamelijke uitputting door onanisme"

Halverwege die eeuw was masturbatie al verboden in een groot deel van Europa. "Filosofen beschouwden had als een rotte plek in de samenleving, iets moreel verschrikkelijks, pathologisch, iets gevaarlijks," zegt Laqueur. Vooral Immanuel Kant was een felle tegenstander van het enkelspel, hij vergeleek het zelfs met zelfmoord. Laqueur zegt dat volgens Kant "het hele punt is dat je iemand niet kon gebruiken als object. Als je jezelf vermoordde, gebruikte je jezelf ook als een object, maar dat was nog enigszins te vergoelijken omdat je wanhopig was. Mensen die masturbeerden waren zich volgens hem bewust van het feit dat ze zichzelf als object behandelden, waardoor het nog erger was."

Gek genoeg was de strenge campagne die masturbatie moest tegengaan niet per se verbonden aan seks. "In het achttiende-eeuwse Europa was er meer seks dan ooit," zegt hij. Het verzet tegen rukken was verbonden aan "de morele afkeuring van het zoeken van een uitvlucht uit de dagelijkse wereld," vergelijkbaar met de impuls van ouders die boos worden omdat hun kinderen alleen maar gamen of met hun telefoon bezig zijn. "Mensen dachten dat masturbatie het soort mensen voortbracht dat de maatschappij niet zou moeten voortbrengen."

Naarmate de tijd vorderde, veranderde er weinig aan de kijk die mensen op masturbatie hadden. Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog "waren er gevallen van soldaten die werden opgenomen met wat 'masturbatiegekte' werd genoemd," zegt Laqueur. "Het was de duistere keerzijde van het virtueuze idee dat het nodig was om je fantasie en zelfbewustzijn te ontwikkelen."

Tegenwoordig kijken we met een veel liberalere blik naar onanie. Dat heeft veel te maken met de baanbrekende seksonderzoeken van seksuoloog Alfred Kinsey, die uitgebreide studies deed naar de menselijke seksualiteit aan de Universiteit van Indiana. "De kracht van de resultaten van Kinsey was dat duidelijk werd dat masturbatie heel veel voorkomt, en zeker niet in verband staat met welke ziekte dan ook," zegt Dr. Eli Coleman, een professor aan de afdeling Family Medicine and Community Health aan de Universiteit van Minnesota. Coleman organiseerde in het verleden een academische conferentie over masturbatie, en is er voorstander van het te gebruiken om mensen hun eigen lichaam en seksualiteit te laten ontdekken: "Het is een gezonde manier om je seksualiteit uit te drukken."

Maar toch zijn er grenzen als het op rukken aankomt, en bij overschrijding van die grenzen komt vaak bloed kijken. De directeur van het Centrum voor Gezonde Seks in Los Angeles, Alexandra Katehakis, heeft genoeg verhalen gehoord over mannen met bloederige pikken vol blaren, en van vrouwen die zo fanatiek met hun vibrators waren dat ze brandwonden opliepen. Als je op het punt zit waarop je jezelf verwondt tijdens zelfbevrediging, gaat het volgens haar "niet eens meer om het krijgen van een orgasme – het gaat dan om compulsief gedrag." En zulk gedrag kan een teken zijn voor problemen als dwangneuroses, of het kan duiden op seksueel misbruik in iemands kindertijd.

Katehakis waarschuwt ook dat voor mannen geldt dat te veel aftrekken op porno ertoe kan leiden dat je 'm niet meer omhoog krijgt tijdens echte seks. "Dat zien we best vaak," zegt ze. "Als jonge mannen tussen de twintig en dertig erectieproblemen hebben, is de eerste vraag die ze zichzelf moeten stellen 'hoeveel porno kijk ik?'"

En vergeet niet, Katehakis is geen kruisvaarder in de strijd tegen masturbatie – ze is een gediplomeerde sekstherapeut. "Porno en masturbatie moeten een plezierig onderdeel van iemands gezonde seksualiteit vormen," legt ze uit, waarbij ze benadrukt dat ze alleen wil dat mensen veilig masturberen, ongeacht hun gender. Dat betekent dat je ervoor moet zorgen dat je masturbatiegewoontes je dagelijkse leven niet in de weg zitten, je voorzichtig met je gereedschap moet omgaan, en dat je glijmiddel moet gebruiken.

Een van de redenen waarom sommige mensen niet genoeg kennis hebben over veilige masturbatietechnieken, is omdat ze nooit zijn aangemoedigd om daarover te leren. "Volwassenen schamen zich altijd al voor masturbatie," zegt Elise Franklin, een therapeut uit Los Angeles die in haar praktijk pleit voor een pro-seks-instelling. "Als je twee bent en je ouders zien dat je aan jezelf zit, zeggen ze: Niet doen!' Als je op school seksuele voorlichting krijgt, wordt het onderwerp ontvangen met gelach en gegiechel.

Ondanks de zweem van onwaardigheid die om het onderwerp hangt, is er niet echt zoiets als te veel masturberen. Voglens Franklin is een potje rukken niet anders dan de vorm van een sneeuwvlok: "Er zijn duizenden manieren en gewoontes, en geen daarvan is verkeerd."