Advertentie
Drugs

Deze boeren zijn het zat om de dupe te zijn van de oorlog tegen drugs

In een kasteel in Heemskerk kwamen vorige week cocaboeren, opiumtelers en ganjaboeren van over de hele wereld samen, omdat ze vinden dat ze slachtoffer zijn van de war on drugs.

door Bram Ebus
27 januari 2016, 11:09am

Vertegenwoordigers van de ganjaboeren uit St. Vincent en de Grenadines (een land in de Caribische Zee). Alle foto's door Bram Ebus

Vorige week werden er drieëntwintig kilo koekjes, rum en nog wat andere producten in beslag genomen door de douane op Schiphol. De reden was dat er in al die producten cocablad zat verwerkt. Het was meegenomen door een groep Colombianen die naar Nederland was gekomen voor een bijeenkomst van boeren uit veertien verschillende landen, om te praten over de problemen waar ze mee te maken hebben als gevolg van de keiharde oorlog tegen drugs.

Onder anderen cocaboeren uit de Andeslanden, opiumtelers uit Myanmar en ganjaboeren uit de Caraïben kwamen samen in Heemskerk. Hun boodschap was duidelijk: de illegaliteit van coca, cannabis en papaver – producten die de boeren verbouwen – moet uit VN-verdragen worden geschrapt. Die planten worden namelijk onterecht verward met de drugs die er uiteindelijk van worden gemaakt; geen enkele plant zou gecriminaliseerd mogen worden. Dat de rum en de koekjes in beslag werden genomen omdat er cocablad in zat was dus nogal ironisch.

Het grootste probleem is dat de keiharde mondiale oorlog tegen drugs – waaronder de aanpak van de illegale gewassen – tot grote armoede en conflicten leidt, waar vooral de boeren de dupe van zijn. Daarom had het Transnational Institute (TNI), een internationaal opererende denktank die in Amsterdam gevestigd is, deze bijeenkomst georganiseerd. Het is de bedoeling dat de gevormde standpunten gepresenteerd worden in april dit jaar. Dan wordt de UNGASS georganiseerd – de belangrijkste top van de Verenigde Naties over internationaal drugsbeleid.

De boeren kwamen bijeen in Slot Assumburg, een dertiende eeuws kasteel in Heemskerk. De brandweer moest al na een paar uur uitrukken omdat een van de Boliviaanse deelnemers het brandalarm inschatte als de knop om zijn kamerdeur te openen. Enkele uren later gooide hij vanillevla over zijn boerenkool heen, maar ook dat kon niemand hem echt kwalijk nemen – culturele verschillen kunnen soms even onhandig uitpakken. Voor de rest verliep alles behoorlijk gesmeerd.

Hier gaat het onder andere om: de cocaplant

Vooroordelen over gewelddadige gangs en moordende drugsbaronnen zijn niet van toepassing op de groep landbouwers van illegale gewassen, al worden zij wel vaak in dezelfde hokjes gestopt – en daardoor net zo hard aangepakt. Vaak worden ze als oorzaak van het drugsprobleem gezien, maar je kunt beter stellen dat ze er juist het slachtoffer van zijn. Naast het feit dat ze soms door gewapende groeperingen worden gedwongen om illegale gewassen te verbouwen, is het zo dat ze vaak simpelweg hun eigen families niet kunnen onderhouden met het verbouwen van voedselgewassen alleen. In bijvoorbeeld Colombia en Myanmar schort het aan staatssteun en goede publieke voorzieningen. Het bereiken van afzetmarkten kost simpelweg meer dan dat hun oogsten opbrengen – ze maken er verlies op.

Calixto Bustos

Calixto Bustos, een impressionant grote Colombiaan en cocaverbouwer, vertelt dat in zijn regio 22 kilo bananen worden verkocht voor 1 euro, evenveel als een klein kaasje dat hij hier in Nederland in een winkeltje zag liggen. Door het ontbreken van een goede infrastructuur en de lage voedselprijzen lukt het niet om in hun eigen onderhoud te voorzien met het verbouwen van voedselgewassen alleen. "Dus wat doet de boer? Hij teelt coca. Niet om rijk van te worden, maar om te overleven. Wij bevinden ons op de laagste trede in de productieketen van cocaïne", aldus Calixto. Van de vijftig euro die in Nederland voor een gram cocaïne wordt betaald, komt uiteindelijk bijna niets terecht bij de cocaboer. "Persoonlijk ben ik niet bang om te vertellen dat ik coca teel", zegt Calixto. "Ook ben ik niet bang om te zeggen dat de overheid – met haar agrarische politiek en haar onverschilligheid ten opzichte van de boerenbevolking – mij heeft gedwongen tot het verbouwen van de cocaplant."

Het verbouwen van die gewassen, om te kunnen overleven, is niet zonder risico. In de afgelopen decennia zijn ze door de nationale politie besproeid met kankerverwekkende herbiciden (die veel schade hebben veroorzaakt aan de natuur, voedselgewassen, vee en volksgezondheid). De Colombiaanse cocaboeren worden als criminelen behandeld en bevinden zich in de kern van het interne conflict. "Het aanvalsplan van de Colombiaanse overheid en de Verenigde Staten op de cocaplant houdt geen rekening met wat de boeren kan overkomen", voegt Calixto toe.

"Met de huidige drugspolitiek hebben ze geprobeerd ons kapot te maken," zegt Fidel Próspero Ayala, een kleine bebaarde Peruaan. Hij vertelt hoe de drugsoorlogen in Peru zijn leven hebben gedomineerd. Hij is afkomstig uit een van de meest bevochten valleien in de Andesregio – de VRAE-regio, die meer dan vijftigduizend cocaboeren herbergt. Als president van de FEPAVRAE (De Federatie van Agrarische producenten van de Rivier van Apurímac en Ene Vallei) vertegenwoordigt hij duizenden cocaboeren.

Fidel Próspero Ayala, uit Peru

Fidel groeide op tijdens de hoogtijdagen van de maoïstische guerrillabeweging Lichtend Pad, die tegenwoordig beter beschreven kan worden als een narco-terroristische organisatie. Zij vermoordden zijn moeder en zijn oma. Zelf trok Fidel met de boerenzelfbeschermingsbeweging (Rondas Campesinas) op zijn vijftiende de bergen in om zijn familie en zijn gemeenschap te verdedigen. Niet alleen tegen Lichtend Pad, maar ook tegen het nationale leger, dat nauwelijks onderscheid maakt tussen de terroristen en de boeren, en de boeren dus met net zoveel geweld bestrijdt. Fidel heeft geen andere manier om te overleven dan door het telen van coca: "We willen dat de regering ons als cocalandbouwers erkent – niet als drugshandelaar of narco-terrorist. De Peruaanse regering heeft ons altijd al gemarginaliseerd en verkeerd bestempeld. We zijn gewoon landbouwers die coca verbouwen. Wij telen alleen coca om onze families te kunnen onderhouden."

Naast dat de boeren de grootste slachtoffers zijn van het keiharde mondiale drugsbeleid, kun je überhaupt vraagtekens zetten bij de resultaten die het oplevert. De oorlog tegen drugs heeft een enorme impact op kwetsbare groepen zoals de boeren die de illegale planten verbouwen, terwijl het gebruikersprobleem er in al die decennia nauwelijks kleiner door is geworden.

Daarbij worden veel illegaal verklaarde gewassen gebruikt voor allerlei onschuldige doeleinden. Zo laat de delegatie uit Myanmar weten dat opium een prima medicijn is tegen diarree en hoest, en bovendien goed werkt als pijnstiller. Traditie en cultuur zijn verder bepalende factoren voor de consumptie van het cocablad, dat even ver van cocaïne af staat als een palmboom van shampoo of als batterijen van crystal meth.

Ook in Marokko wordt marihuana (oftewel het neefje: kif) niet op waarde geschat. Abdellatif Adebibe, van de Marokkaanse delegatie, vertelt enthousiast hoe de eerste Bijbel en de eerste Amerikaanse grondwet op cannabispapier werden gedrukt. Ook legt hij uit hoe geschikt hennep als textiel is, en vertelt hij over de vele gebruiken van marihuana als medicijn. De Marokkaanse overheid verbood sinds 1957 alles wat met kif te maken heeft.

Abdellatif Adebibe, de president van de Marrokaanse Confédération des Associations de Sanhaja du Rif pour le développement,

Desalniettemin staan veel boeren er positief tegenover om over te stappen naar andere (legale) gewassen, maar ze voelen zich hierbij onvoldoende gesteund door hun eigen overheden. Ze hebben vaak het gevoel dat zij de hardste klappen van de zweep krijgen, en nooit enige hulp krijgen. Het is volgens alle deelnemers ook volstrekt duidelijk dat er eerst alternatieven moeten worden gecreëerd, voordat boeren afstand kunnen doen van hun huidige gewassen, die als illegaal worden bestempeld. Het komt vaak voor dat illegale gewassen worden uitgeroeid, en boeren voor de volgende oogst twee keer zoveel illegale gewassen moeten planten om verloren inkomsten goed te maken.

Min Thein uit Myanmar vertelde dat hij drie jaar lang opium teelde, totdat de nationale politie zijn gewassen vernietigde en de grond onbruikbaar maakte. "Wij als boeren zullen alles planten dat ons in leven houdt; daarom telen wij ook opium. Als de overheid ons wil ondersteunen bij het vervangen van opiumgewassen voor legale gewassen zou dat erg fijn zijn."

Inmiddels zijn de meeste boeren weer thuis of onderweg naar hun landen en boerderijen. TNI en de boeren zullen blijven strijden voor erkenning en een betere oplossing voor hun moeilijke positie. De hoop is gevestigd op de UNGASS van dit voorjaar. Voor het eerst worden aanzienlijke veranderingen verwacht in het internationale drugsbeleid. De VN moet haar verantwoordelijkheid gaan nemen en nationale regeringen aansporen hun drugspolitiek te veranderen. Er zal beter geluisterd moeten worden naar de boeren, die tot nu toe altijd zijn genegeerd in internationale debatten. De overheden zouden moeten inzien dat onze drugsproblemen niet op hun bord terecht moeten komen. Alternatieve gewassen, een betere toegang tot zaden, het decriminaliseren van de boeren en zorgen voor investeringen die de boeren meer toegang geven tot legale markten van voedselgewassen, zou al een wereld van verschil maken.

Lees hier de verklaring die is opgesteld op basis van de bijeenkomst in Heemskerk.