Het uiterlijk van je poep verklapt een hoop over je gezondheid

Er zijn zeven categorieën poep, volgens de Bristol Stool Chart.

|
18 juni 2018, 9:09am

Foto via Cactus Blai Baules/Stocksy

Poepen blijft een tricky onderwerp. Iedereen doet het, poepen is zelfs van levensbelang om onze afvalstoffen kwijt te raken, maar toch praten we er nauwelijks over.

Feces, stoelgang, hoe je het ook noemt: wat je poept is een real-time weergave van de gezondheid van je spijsverteringsorganen. Dus laten we het even schaamteloos over poep hebben.

Je kunt het zo gek niet bedenken, of wetenschappers bestuderen het. Zo ook de vorm van je drol. In 1998 ontwikkelden Stephen Lewis en Ken Heaten van de universiteit van Bristol een poepschaal met zeven stappen. De schaal loopt op van constipatie (type 1) tot diarree (type 7).

De Bristol Stool Chart wordt twintig jaar later nog steeds gebruikt om patiënten met problemen in het maagdarmkanaal te helpen om aan hun dokter uit te leggen wat ze vandaag voor drol hebben gedraaid, zonder dat ze daadwerkelijk die poep hoeven te bewaren.

Afbeelding via Gezondheidsnet.nl

Hoe je poep eruit ziet kan nogal verschillen, en dat is vaak afhankelijk van wat je hebt gedaan. Soms sport je veel en drink je weinig, of heb je het poepen uitgesteld, waardoor je harde poep hebt. Na een pittige maaltijd kan je juist nogal dunne poep verwachten.

Hoe hoort je drol er eigenlijk uit te zien?

In de ideale situatie is het makkelijk om te poepen, zonder dat je veel kracht hoeft te zetten, en zonder dat je een intens gevoel van aandrang hebt.

In termen van de Bristol Stool Chart gaat dat over droltypes 3, 4 en 5: als een “worst met barstjes, 2 tot 3 centimeter in diameter”, of als een “lange worst of slang, glad en zacht, met de consistentie van tandpasta, zo’n 1 tot 2 centimeter in diameter”, of “zachte keutels met duidelijke randen”.

Hoewel de drogere ontlasting (types 1 en 2) misschien de minste rommel geeft, kan het wel de binnenkant van de dikke darm beschadigen. De compacte drollen worden vaak groot waardoor ze veel druk uitoefenen op de darmwand. Om deze drollen eruit te werken moet de anus uitgerekt worden, wat voor spanning en pijn kan zorgen.

Als je veel kracht moet zetten tijdens de grote boodschap loop je het risico op scheurtjes in de anus, aambeien, prolaps en diverticulose. Dat zijn kleine uitstulpingen in de darmwand, gevormd door de overdruk. Deze plekjes kunnen geïnfecteerd raken en gaan ontsteken.

Waterige ontlasting komt vaak voor bij darminfecties, bijvoorbeeld door parasieten zoals Giardia, of een ontstekingsziekte als de ziekte van Crohn. Zachte ontlasting is over het algemeen beter dan harde ontlasting, maar het zou niet waterig moeten zijn. Bij veranderingen in de stoelgang, zoals harde poep, als je het gevoel hebt dat er iets achterblijft, of juist dunne ontlasting en heftige aandrang, is het altijd een goed idee om contact op te nemen met de huisarts.

Het belang van water

Zelfs als je nauwelijks achterom kijkt, valt het meestal wel op dat je poep de ene dag meer water bevat dan de andere dag.

De dikke darm is eigenlijk een enorm geavanceerd recyclingsysteem, ingebouwd in je lichaam. Het recyclen van water is één van de belangrijkste werkzaamheden. Elke dag investeert je lijf zo’n 9 liter vloeistof in het verteren van je eten, waarvan 1,5 liter speeksel, 2,5 liter maagsap en 0,8 liter gal. Het is duidelijk dat je dit niet allemaal weer uitpoept.

Hoe langer het verteerde voedsel erover doet om door je dikke darm te gaan, hoe meer water eruit gehaald wordt en hoe droger je ontlasting wordt. Dus alles wat de doorvoersnelheid beïnvloedt heeft een significant effect op de consistentie van je poep.

Je levensstijl bijvoorbeeld. Antibiotica, pijnstillers (vooral degenen opiaten bevatten, zoals codeïne) en fysieke inactiviteit zorgen ervoor dat de darm minder samentrekt. Hierdoor zal het voedsel langzamer door de dikke darm gaan, en dit kan zorgen voor constipatie.

Hoe je eet is hoe je poept

Wat je eet is cruciaal voor de consistentie van je ontlasting, en de gezondheid van je darm.

In de jaren 70 en 80 vergeleken wetenschappers in Zuid- en Oost-Afrika de gezondheid van het maagdarmstelsel van mensen die op traditionele wijze leefden, en mensen die een westers dieet hadden. Constipatie en harde ontlasting kwamen vaker voor bij mensen met het westerse dieet.

Dit was gelinkt aan meer gevallen van darmkanker, ontstekingsziektes van de darm en andere chronische ziektes die vaker voorkomen in het Westen. De resultaten werden verklaard door het verschil in de hoeveelheid vezels in het dieet van beide populaties. De relatie tussen vezelinname en darmkanker is later bevestigd in talrijke andere studies.

Vezels in het dieet beïnvloeden op verschillende manieren de doorvoersnelheid in de darm, de consistentie van de ontlasting, en de gezondheid. Ten eerste neemt vezelrijk voedsel veel water op. Hierdoor neemt het volume van de ontlasting toe, wordt het zachter en zal het sneller door de darm heen gaan. Daarnaast wordt het voedsel verdund, zodat eventuele gifstoffen sneller afgevoerd kunnen worden.

Voedingsvezels hebben ook belangrijke bestanddelen: fermenteerbare koolhydraten zoals resistent zetmeel (zetmeel dat niet verteerd wordt in de dunne darm), bètaglucanen en fructo-oligosacchariden, worden zeer gewaardeerd door de miljoenen bacteriën die je darm bewonen (je darmmicrobiota). Je vindt deze voedingsstoffen onder meer in volkorengranen, peulvruchten, fruit en groente.

De afvalproducten van je darmbacteriën, de zogenaamde kortketenige vetzuren, zijn goud voor je lijf. Eén van deze vetzuren, butyraat (hetzelfde zuur dat Parmezaanse kaas zijn heftige aroma geeft), vermindert de doorvoersnelheid van voedsel door de spiersamentrekkingen in de darm te versterken.

Ook versterken en repareren de vetzuren de cellen van de darmwand gedurende hun tocht door de darm. Ze maken kankercellen kapot, verminderen ontstekingsreacties en pijn, en zorgen voor een verzadigd gevoel. Best de moeite waard dus.

Helaas spelen vezels meestal niet zo’n grote rol in onze westerse voeding. De meeste mensen eten maar 12 tot 15 gram vezels per dag, terwijl het voedingscentrum adviseert 30 to 40 gram per dag te eten.

We kunnen dus nog heel wat verbeteren. Dit advies is natuurlijk wel onder voorbehoud: als je last hebt van spijsverteringsproblemen zoals maagpijn, misselijkheid, overgeven of diarree, is vezels eten niet altijd een goed idee. Overleg in dat geval met je arts.

Ook als je last hebt van diverticulose kunnen ruwe vezels het probleem verergeren. Voor mensen die last hebben van het prikkelbare darm syndroom is het beter om bijvoorbeeld gefermenteerde stoffen en bepaalde suikers (afgekort tot FODMAP) in vezelrijke voedingsmiddelen te vermijden. Deze stoffen zitten onder andere in uien, knoflook, appels, peren, melk, peulvruchten, bepaalde soorten brood en pasta, en cashewnoten.

Maar voor de meesten van ons is het eten van meer vezels wel een goed idee. Het vermindert de doorvoersnelheid van voedsel, maakt de ontlasting zachter en het poepen gemakkelijker, waardoor de gezondheid van de darm verbetert.

Dit artikel verscheen eerder op The Conversation.

Volg TONIC op Facebook en Twitter.