Jong en gevlucht naar Nederland

Elke dag ergens anders slapen is nu nog vaste prik voor de Syrische vluchteling Hussein

Drie jaar heeft Hussein (23) moeten wachten op zijn status. Ondertussen heeft hij zich nuttig willen maken door vrijwilligerswerk te doen. Het enige dat hij wil is studeren, en een leven leiden zoals alle anderen van zijn leeftijd.

door Hussein
13 december 2018, 1:44pm

Hussein, foto door Djanlissa Pringels

De Syriër Hussein (23) is in de zomer van 2015 vanuit Turkije naar Nederland vertrokken. In deze columnreeks vertelt hij over hoe het is om zijn leven verder op te bouwen in Nederland. De eerste column is een introductie van Hussein, waarin hij beknopt uitlegt wat hij de afgelopen drie jaar heeft meegemaakt en vertelt over zijn nieuwe hobby: t-shirts ontwerpen. Lees hier zijn verhaal.

“Ik was zestien toen de oorlog begon. Syrië is mijn geboorteland, maar het grootste deel van mijn leven heb ik samen met mijn ouders in Koeweit gewoond. Het leven daar was goed, maar ik hoorde er nooit echt bij. Want hoewel ik in Koeweit opgroeide, en ik er precies hetzelfde uitzag, was ik toch een buitenlander.

Op mijn twaalfde verliet ik Koeweit en ging ik terug naar Syrië om naar de middelbare school te gaan. Ik kon ook wel in Koeweit naar school, maar als je van origine geen Koeweiter bent heb je in het land minder rechten en is naar school gaan veel duurder. Mijn ouders hadden het niet breed, dus ik koos er zelf voor om te gaan.

Op een gegeven moment naderde ik de achttien, en zou ik het Syrische leger in moeten. Dat wilde ik niet. Om het leger te ontvluchten, ging ik terug naar mijn ouders. Maar daar kon ik niet echt verder met mijn leven. Door mijn Syrische achtergrond kon ik namelijk niet studeren in Koeweit, of althans, het collegegeld dat werd gehanteerd voor niet-Koeweiters kon ik niet betalen. Ik besloot om te vertrekken naar Turkije.

In Turkije heb ik zes maanden een schakelstudie gedaan, om me bij te scholen. Ik heb een toelatingstest gedaan voor de Universiteit van Istanbul, maar er waren die zomer zoveel oorlogsvluchtelingen dat ik twee jaar moest wachten voordat ik er terecht zou kunnen. Het liefst wil ik business studeren, want ik wil zakenman worden, of bij een bank werken. Ik besloot om richting Noord-Europa te gaan, zodat ik daar zou kunnen studeren.

Na een lange tocht kwam ik in Amsterdam terecht. In drie jaar ben ik in verschillende azc’s in heel Nederland verbleven, de afgelopen tijd kon ik terecht bij het azc in Den Helder. Een vreselijke plek. Ik wilde daar niet de hele tijd zijn. Er is niks te doen en iedereen zit in dezelfde, barre situatie. Je kan er totaal niet integreren, of jezelf nuttig maken. Ik wilde liever een onzeker leven leiden in Amsterdam, dan dat ik daar zat en geen stap verder zou komen.

In het begin sliep ik weleens in een park of op verschillende stations in Amsterdam. Daarna sliep ik voornamelijk bij de Bed Bad Broodopvang, waar ik ook kon ontbijten en dineren. Ik lunchte bij het Wereldhuis, waar vluchtelingen worden geholpen met integratie door ze bij te scholen, of verschillende activiteiten aan te bieden. Totdat ik een eigen huis heb moet ik nog steeds elke dinsdag terug naar het azc in Den Helder om mijn vingerafdruk af te geven. Zo kunnen ze controleren dat ik er nog ben.

Toen ik mijn verblijfsvergunning voor de eerste keer aanvroeg, moest ik zes maanden wachten, en werd ik afgewezen. Ik kon volgens de immigratiedienst gewoon terug naar Koeweit – het was daar veilig. Als ik terug kon gaan naar mijn familie, zou ik dat natuurlijk doen, maar in Koeweit wordt er niks geregeld voor vluchtelingen. Asiel aanvragen is heel moeilijk, en kan alleen als je studeert of werk hebt. En ook al zou ik asiel hebben, dan zou ik alsnog het collegegeld niet kunnen betalen, en zou ik niet geschoold genoeg zijn voor degelijk werk. Bovendien: ik was verdorie toch niet twintig dagen gaan reizen om vervolgens weer te horen dat ik terug moest?

Ik vroeg de overheid om een advocaat en ging daarmee in beroep. Ik moest opnieuw zes maanden wachten op antwoord. Aan het einde van die zes maanden kreeg ik weer te horen dat ik niet mocht blijven, om dezelfde reden. Mijn advocaat vertelde me het nieuws op een montere manier, alsof het vrolijk nieuws was. Het was een rare man. Ik wilde in hoger beroep, en mijn advocaat zei me toen dat ik mijn eigen bewijs mee moest brengen, om te kunnen laten zien dat ik in Koeweit niet verder zou kunnen met mijn leven. Maar hoe moet ik in hemelsnaam bij de ambassade van Koeweit bewijs opvragen over dat ik daar geen kansen heb? Dat gaan ze me natuurlijk nooit geven. Ik had nog een week om in hoger beroep te kunnen gaan, ik had geen bewijs, en op dat moment vertelde mijn advocaat me in een berichtje dat hij zijn handen er vanaf trok.

In die week kreeg ik gelukkig van iemand een willekeurig kaartje van een advocatenkantoor. Ik ging ermee naar Vluchtelingenwerk en zei: “Ik heb nog een week voor het hoger beroep, en ik wil deze advocaat.”

Ik kreeg een nieuwe, en ging in hoger beroep. Uiteindelijk verloor ik. Maar in Nederland kun je je verblijfsvergunning voor een tweede keer aanvragen. Dat deed ik, en toen heeft de Raad van State op 28 maart 2018 besloten dat ik mocht blijven.

1544692830772-IMG-20181213-WA0004
Foto via Hussein

In het Wereldhuis ontmoette ik in 2017 een vrouw die me vertelde over de Amsterdamse broedplaats Ondertussen. Zij bieden ruimtes en werkplaatsen aan voor mensen die ooit gevlucht zijn, nieuwkomers en mensen uit de buurt. Om elkaar te ontmoeten, Nederlands te leren, maar ook de handen uit de mouwen te steken om kunst, of praktische dingen te maken. We maken keramiek, maar ook schilderijen, t-shirts, linnen tassen en andere tierelantijnen. Zelf maak ik t-shirts.

De betekenis van het woord ‘ondertussen’ had wel wat weg van mijn leven. Ik had destijds geen identiteitskaart en daarom geen recht om te wonen, werken of studeren. Ik ben er wel, maar dat betekent niks, dacht ik. Ik ben aan het wachten totdat ik een verblijfsvergunning krijg en ‘ondertussen’ moet ik er maar wat van zien te maken. Het leek me daarom een goed idee om onderdeel uit te maken van de organisatie. Ze gaven workshops, eentje daarvan was zeefdrukken. Ik ging t-shirts bedrukken. Dat liep eigenlijk zo gesmeerd dat ik op zaterdagen de workshops ging co-coördineren.

Ik wilde graag iets doen waarvan ik kon leren. Ik kon zonder status nergens wit werken. In drie jaar heb ik allerhande vrijwillige baantjes gehad, om me in elk geval nuttig te voelen. Ik heb schoongemaakt, maar ook in bejaardentehuizen gewerkt, activiteiten met kinderen en mensen met een beperking georganiseerd, op een boerderij gewerkt, achter de bar gestaan, noem maar op. Maar ik wilde meer kennis over het ondernemerschap opdoen, iets zelf maken en verkopen.

1544692880488-IMG-20181213-WA0003
Foto via Hussein

Ik vind het leuk om na te denken over designs. Bij Ondertussen wilde ik zelf tekenen en handgemaakte designs maken, in plaats van telkens weer een Mickey Mouse of een ander bestaand stripfiguur op een t-shirt te bedrukken. Ik ben Arabisch, en dat is natuurlijk een totaal andere cultuur en taal dan de Westerse. Maar het is wel een stijl waarmee veel mensen bekend zijn. Ik wilde een beetje van mijn eigen cultuur in de ontwerpen verwerken, om zo de twee culturen met elkaar te vermengen, en iets moois uit deze combinatie te laten vloeien.

Met de designs die ik maak probeer ik altijd wel iets te zeggen, bijvoorbeeld over hoe ik me voelde in een bepaalde situatie in de afgelopen drie jaar. Een van de ontwerpen is een deur in Arabische stijl. Ik kreeg vaker dan eens de vraag: “Waarom die deur?” Ik zei: “Sinds ik hier ben word ik van het kastje naar de muur gestuurd. Het enige dat ik wil is een deur openen om mijn rechten te krijgen zoals elk normaal mens van mijn leeftijd. Ik wil niet constant gecontroleerd worden en verboden te werken, te wonen of te studeren. Ik wil me kunnen bewijzen, als mens. Ik wil niet meer afgewezen worden.”

Een ander design dat ik heb gemaakt zijn de woorden ‘I M Possible’ in het Arabisch gedrukt. Dat lees je als ‘I am possible’, maar ook als ‘impossible’. De manier van leven hier in Amsterdam, dat past bij mij. Ik ben iemand die ervan houdt om op tijd te zijn, ik ben georganiseerd, ik plan mijn afspraken strak in, ik wil graag hard werken en studeren. Ik pas hier, het is voor mij in theorie mogelijk om te leven als de rest. Maar tegelijkertijd wordt het voor mij allemaal onmogelijk gemaakt om op die manier te leven. Ik heb lang moeten wachten, zonder rechten. Ik bestond niet.

Bij Ondertussen ontmoette ik een vrouw die ik mijn oma noem. Ze woont op een woonboot, in de Spaarndammerbuurt, in Amsterdam. Ze wil graag een beetje voor me zorgen. We leerden elkaar steeds beter kennen. Ik heb een jas van haar gekregen voor mijn verjaardag. Ze is 74. Ik zei tegen haar: bij jou heb ik dat gevoel van ‘oma’, dat jij mijn oma bent. Soms slaap ik bij haar. Ze maakt heel veel kunst, is heel creatief, en een lief mens. Dat voel je alleen al door haar te zien.

Ik heb op dit moment nog geen huis. Ik slaap bij mensen die ik in die drie jaar heb ontmoet en bij oma. Maar ik voel me nergens echt thuis. Ik voel niet dat ik erbij hoor, dat ik ben zoals de rest van mijn leeftijd. Jonge mensen gaan na hun werk naar huis, of na school naar hun ouders. Ze drinken, feesten en hebben weinig zorgen. Maar ik moet elke dag iemand opbellen om te vragen: mag ik bij je komen slapen? Ik had nooit eerder nagedacht over het belang van een eigen woonplek, maar nu word ik er al drie jaar lang elke dag mee geconfronteerd. Die onzekerheid is niet goed voor je mentale gezondheid, kan ik je vertellen.

Maar deze beroerde periode lijkt nu eindelijk voorbij te zijn, want sinds vorige maand ben ik Amsterdammer. Ik krijg via Startblok Elzenhage een kamer in Noord, naast het Noorderpark, bij de ingang van de Noord/Zuidlijn. Ik mag er in januari gaan wonen. Het is maar zes minuten reizen naar Centraal Station. Dan hoef ik niemand meer te bellen of ik bij ze mag slapen. Ik kan eindelijk weer een beetje bestaan. Gelukkiger kan ik op dit moment denk ik niet zijn.”

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Tagged:
Syrie
Nederland
hussein