Advertentie
recherche

De oud-rechercheur die mysterieuze verdwijningszaken probeert op te lossen

Dick Steffens overhandigde ooit het losgeld aan Holleeder in de Heinekenontvoering. Nu speurt hij naar vermiste personen, zoals Kris en Lisanne, die vijf jaar geleden in Panama verdwenen.

door Djanlissa Pringels
01 april 2019, 2:58pm

Precies vijf jaar geleden verdwenen Kris Kremers en Lisanne Froon van de aardbodem. Een rugzak met kleren, een telefoon, een camera met daarop honderden foto’s van een rivier, een stukje bot en een voet waren de enige tastbare dingen die gevonden werden nadat de twee studenten verdwenen tijdens een wandeltocht in Panama. De zaak werd wereldnieuws. Volgens de officiële conclusie van het politieonderzoek was het een noodlottig ongeluk. Maar zonder stoffelijk overschot zal nooit duidelijk worden wat er precies is gebeurd. Tot op de dag van vandaag wordt er gespeculeerd over de verdwijning. Waarom lagen hun rugzakken kilometers stroomopwaarts naast een rivier? Hoe kan het dat hun telefoons negen dagen na hun zogenaamde fatale ongeluk nog werden gebruikt?

De gepensioneerde rechercheur Dick Steffens (66) houdt zich met dit soort onopgeloste vermissingszaken bezig. Tijdens zijn carrière bij de politie werkt hij als infiltrant in criminele milieus. Een van zijn bekendste zaken is de Heinekenontvoering: hij is degene die het losgeld aan Holleeder moet geven. In 2014 begint hij samen met een oud-collega Simpar, een organisatie van vrijwilligers, waarmee hij raad geeft aan families van vermiste personen. Ik spreek met hem af om te praten over hoe zoiets in z’n werk gaat, en waarom het onderzoek naar vermiste Nederlanders in het buitenland vaak stroef verloopt.

1554122588566-Foto2

“Bij een vermissing is snelheid essentieel,” zegt hij. “Je moet zo snel mogelijk naar de plek van vermissing reizen. Als een vermist persoon meerderjarig is, gaat de plaatselijke politie er vaak van uit dat iemands telefoon kapot is, of dat iemand bewust van de radar is verdwenen. En hoewel dat vaak het geval is, zijn er ook gevallen dat iemand na een tijdje niet terugkeert. Dan wordt het verdacht.”

Als de vermissing wel direct serieus wordt genomen, moet er nog heel wat gebeuren voordat de Nederlandse politie ter plekke kan helpen. “Eerst wordt er contact opgenomen met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vervolgens wordt de Nederlandse ambassade in het betreffende land gecontacteerd. De Nederlandse politie moet een rechterlijk verzoek aanvragen om onderzoek te mogen doen.” Dat onderzoek is overigens nooit zelfstandig: “Alles gebeurt onder begeleiding van de lokale politie.” Volgens Steffens loopt dat niet altijd zoals je zou willen. Zo is er volgens hem in de eerste uren na de verdwijning soms niet genoeg controle over de zaak . “Er is vaak kritiek op het werk van de politie, maar mensen weten niet met hoeveel onmacht we te maken krijgen. Een rechercheur wil een zaak gewoon oplossen, en het is frustrerend dat we het soms met weinig middelen moeten doen.”

Steffens’ frustratie bereikt een hoogtepunt tijdens de verdwijning Kris Kremers en Lisanne Froon. “De ouders van Kris vroegen of ik naar de zaak wilde kijken en mijn mening over de conclusie wilde geven. Het werd me snel duidelijk dat er bij het onderzoek fouten waren gemaakt en dat er veel losse eindjes zijn.” De spullen van Kris en Lisanne werden kilometers stroomopwaarts gevonden van waar Lisannes linkervoet werd gevonden. “Verder is er weinig stoffelijk overschot om je op te baseren. Dat is absurd als je conclusie is dat ze gevallen zijn en een ongeluk hebben gehad,” zegt hij. De rivier die op het fototoestel van het tweetal stond werd pas twee weken na de vondst van de camera onderzocht. “Als je twee dagen na een vermissing alle plekken bezoekt waar diegene zou kunnen zijn, heb je een grotere kans dat iemand nog leeft dan wanneer je bijna twintig dagen wacht,” zegt Steffens. Pas drie weken na de vermissing mag de Nederlandse politie zich met de zaak bemoeien.

Op een avond zit Steffens met een oud-collega te sparren over de verdwijning van Kris en Lisanne. “We kwamen op het idee om een stichting op te richten die raad kan geven aan de familie van vermiste personen, en die zelf ook op onderzoek uit kunnen gaan,” vertelt hij. “Al snel werden we gecontacteerd door de familie van een Noorse jongen die tijdens zijn reis in Amsterdam vermist raakte.” Steffens zorgt ervoor dat zijn telefoon getraceerd wordt. Die blijkt voor het laatst te zijn gebruikt in de buurt van het Surinameplein, waar hij vervolgens met bewoners spreekt. Als dat niets oplevert, regelt Steffens speurhonden. Uiteindelijk vinden ze het lichaam van de jongen in een gracht.

Een van meest spraakmakende zaken waar Steffens bij betrokken raakt, is de verdwijning van de Nederlandse geneeskundestudent Sophia Koetsier. In augustus 2015 was zij naar Oeganda vertrokken voor haar afstudeerstage. Drie maanden later, op 22 oktober, verdween ze toen ze tijdens een roadtrip even naar het toilet ging. Tot op de dag van vandaag weet niemand wat er met haar is gebeurd. Een van de weinige sporen is een zwart onderbroekje dat op vier meter hoog in een boom hangt.

Een tijd lang wordt er in de media wild gespeculeerd over de zaak. Koetsier had soms manische episodes ten gevolge van een bipolaire stoornis. Hoe haar onderbroek zo hoog in een boom terecht kwam, of waarom er geen spatje modder te vinden is op haar schoen, blijft een raadsel. Na een tijdje verdwijnt de zaak uit de media en uiteindelijk moet de politie de zaak afsluiten zonder te weten wat er is gebeurd. De familie van Koetsier blijft zoeken naar antwoorden.

“Als ik lees wat er allemaal gedaan is tijdens de zoektocht naar Sophia en als ik filmpjes bekijk van hoe de politie te werk ging, kan ik niet zeggen dat er hard gewerkt is in die zoektocht,” zegt hij. Steffens baseert zich op een filmpje dat gemaakt is van de plek waar Koetsier verdween, en een politiedossier waar cruciale informatie uit ontbreekt. In het filmpje is een hikingschoen te zien. Er zit geen spatje modder op, zelfs niet op de zool. Iets verder ligt de binnenzool, die is gloednieuw. Volgens Steffens lijkt het erop dat de schoen niet gebruikt is, maar er later is neergelegd. “Dan zie je haar onderbroek op vier meter hoog in een boom hangen.”

Koetsier had soms manische periodes. “Maar ik kan me niet voorstellen dat je in zo’n bui je al je kleren afscheurt, in je nakie in een boom kruipt, en dat daar dan vervolgens geen enkel DNA-spoor van terug te vinden is. Hoe het erbij lag was gewoon te clean. Het deugt niet,” zegt Steffens. Ook de conclusie dat ze door een krokodil is opgegeten, vindt hij absurd. “Ik heb nog nooit gehoord van een krokodil die iemand opeet zonder een spatje bloed achter te laten, vervolgens een schoen terugbrengt en een onderbroek bovenin een boom hangt,” zegt hij.

Steffens raadt de familie van een vermist persoon altijd aan om een goed lokaal contact te zoeken dat direct na de verdwijning bewijsmateriaal kan verzamelen. Al is dat volgens hem niet altijd even gemakkelijk. “De privé-detective in de zaak van Sophia Koetsier vroeg bijvoorbeeld 75.000 dollar.”

Een aspect waardoor vermissingszaken in het buitenland vaak gecompliceerd zijn, is het feit dat politie corrupt kan zijn. “Ik ben dit jaar naar Panama en Costa Rica geweest voor een zaak en daar kan je veel kopen. Je betaalt voor informatie van een politieagent of iemand van het forensisch onderzoek. Pas op: er zijn absoluut ook niet-corrupte mensen, maar in verschillende landen, ook in Europa, gelden verschillende omgangsregels met politie.” Volgens Steffens is het een voordeel dat hij zelf een politieachtergrond heeft, omdat het gemakkelijker is om de lokale politie te sturen. “In het geval van Koetsier is het bijvoorbeeld altijd mogelijk zelfs een volledig nieuwe zaak op te starten. Dan zou je ook de politiemensen kunnen spreken die er drie jaar geleden mee bezig waren.”

Je mengen in misdaadzaken in corrupte landen is niet zonder gevaar. Zo beschrijft misdaadjournalist Alberto Arce in zijn boek de gevaarlijke situaties waarin je terechtkomt als je je als buitenstaander in een wereld van corrupte agenten en geweld begeeft. “Je moet wel voorzichtig zijn, ja,” zegt Steffens. “Ik ben nog nooit in direct gevaar gekomen, maar je bent je er wel bewust van. Je moet nooit in je eentje op pad gaan en altijd een planning maken van je dag en die ergens achterlaten, het liefst op internet, voor het geval dat je zelf ook van de radar verdwijnt.” Daarbij is het volgens Steffens belangrijk dat je de plaatselijke autoriteiten te vriend houdt. “Desnoods betaal je ze een beetje. Je geeft ze eerst een klein bedrag, en vertelt ze dat je de rest betaalt als je de goede informatie hebt gekregen. Het is levensgevaarlijk om met een grote som geld op pad te gaan.”

Als ik Steffens vraag waarom hij nog altijd bezig blijft – hij is immers na een lange carrière als rechercheur alweer een tijdje met pensioen – zegt hij dat het simpel is. “Ik doe het gewoon graag. Ik moet ook wel, want ik kan het niet loslaten. Je bent als familie van een vermist persoon aan de goden overgeleverd.”

Tagged:
misdaad
losgeld
rechercheur
vermissing