Identiteit

65 vrouwen in Kenia zeggen dat ze zijn verkracht door politieagenten

De slachtoffers en een aantal activisten slaan de handen ineen om de agenten ter verantwoording te roepen.

door April Zhu
12 februari 2018, 2:20pm

Illustratie door Julia Kuo 

Winnie Ogot uit het Keniaanse Kisumu was drie dagen nadat ze ontslagen was uit het ziekenhuis alweer op de been. Ze bezocht verschillende opvanghuizen voor vrouwen – ondanks de gapende wond in haar gezicht waar nog steeds vocht uit druppelde.

Ogot, die ook wel bekendstaat als ‘Auntie Gender’, vanwege haar uitgesproken mening over vrouwenrechten, zegt op een beestachtige manier geslagen te zijn door een aantal politieagenten. Toch had ze naar eigen zeggen niet erg veel tijd om weer aan te sterken: rechteloze vrouwen die beweerden verkracht te zijn door de politie hadden haar hulp nodig. “Ik moest iets doen,” vertelt ze. “Ik werd benaderd door vrouwen die me vroegen: ‘Wat moet ik in hemelsnaam doen? Er is bij me ingebroken en ik ben verkracht. Help ons alsjeblieft.’”

In de afgelopen maanden heeft Ogot talloze vrouwen geholpen om aangifte te doen van hun verkrachtingen, alhoewel veel van hen deze stap nog niet durven te nemen. De Keniaanse staatspolitie staat erom bekend regelmatig geweld te gebruiken tegen de burgers die ze eigenlijk zou moeten beschermen. Na de uitslag van de Keniaanse presidentsverkiezingen in augustus van vorig jaar ongeldig was verklaard en er in oktober van datzelfde jaar nieuwe verkiezingen werden georganiseerd, botsten hardhandige agenten met demonstranten in steden door heel het land, met veel spanningen en chaos als gevolg.

De Keniaanse politie maakte zich in deze periode naar verluidt schuldig aan talloze misdaden tegen de mensheid, waaronder seksueel geweld, volgens een recentelijk uitgekomen verslag van Human Rights Watch (HRW). 65 vrouwen vertelden aan HRW dat ze verkracht waren door politiemannen of mannen in uniform in de periode waarin de twee verkiezingen en daaropvolgende gewelddadige nasleep plaatsvonden. Een derde van deze vrouwen zegt aangevallen te zijn in hun eigen huis, in de aanwezigheid van hun familieleden, waaronder jonge kinderen.

Ogot zegt zelf twee weken na de tweede verkiezingen aangevallen te zijn. Ze vertelt aan Broadly hoe ze werd ingesloten door een groep mannen in uniform in drie Land Cruisers die door de Keniaanse politiemacht gebruikt worden. Zelf denkt Ogot dat het agenten van de Administration Police waren. De mannen kwamen hun auto’s uit, bekogelden haar met stenen en stalen haar notitieboeken en geld. Ze werd achtergelaten met verwondingen waar ze aan geopereerd moest worden, en verbleef uiteindelijk langer dan een week in het ziekenhuis.

In veel gevallen werden vrouwen die aangifte probeerden te doen van seksueel geweld meerdere malen weggestuurd door de politie.

Alhoewel Ogot niet zeker weet wat het motief van haar belagers was, erkent ze dat er veel factoren meespelen die haar tot een doelwit maken. Zo werkt ze als verkiezingstoezichtshouder voor de Kenya National Commission on Human Rights, waarvoor ze potentiële electorale misstanden documenteert bij stembureaus door het hele land, en rapporteert ze geweldsincidenten en andere mensenrechtenschendingen. Ook heeft ze bij meerdere radiostations haar verhaal gedaan over politiegeweld in Kisumu.

Dan is er ook nog het feit dat ze overlevenden bijstaat in het doen van aangiftes bij de politie: aangiftes van misdaden die naar verluidt door de politie zelf begaan zijn. Een angstaanjagende taak, die voor veel slachtoffers in eerste instantie nutteloos en risicovol lijkt, maar toch de nodige eerste stap is om recht op schadeloosstelling, medische zorg en uiteindelijk misschien zelfs rechtvaardigheid te krijgen. Als er geen aangifte wordt gedaan, hebben overlevenden geen enkele hoop op smartengeld.

In veel gevallen werden vrouwen die aangifte probeerden te doen van seksueel geweld meerdere malen weggestuurd: documenten werden geweigerd en de vrouwen werden gevraagd te betalen voor documenten die gratis zouden moeten zijn, volgens Ogot. Aan slachtoffers werd soms ten onrechte verteld dat ze alleen aangifte konden doen als ze de dader konden identificeren, of dat alleen politieambtenaren van een bepaalde rang deze zaken in behandeling konden nemen. Nog een obstakel is het transport naar openbare medische centra: veel vrouwen kunnen het zich niet veroorloven om van de peri-urbane sloppenwijken naar de ziekenhuizen in de stad te reizen.

En zelfs voor degenen die zich de reis wel kunnen veroorloven, kan het onveilig zijn. De hoeveelheid blauw op straat is na de verkiezingen flink toegenomen, waardoor er een bepaalde mate van straffeloosheid voor de politie is ontstaan. Iedere vrouw zou zich in deze situatie ongemakkelijk voelen, laat staan een vrouw die op weg is naar het politiebureau om aangifte te doen tegen de politie zelf. Slachtoffers kunnen weinig anders dan zich tot activisten als Ogot richten.

Kisumu, waar een groot deel van de politieke oppositie in Kenia zich bevindt, was een van de plekken die het hardst getroffen werd door geweld. Tijdens de eerste verkiezingen, die vorig jaar op 8 augustus werden gehouden, vierde de zittende president Uhuru Kenyatta zijn controversiële overwinning op oppositieleider en voormalig minister-president Raila Odinga. Zijn triomf werd echter overschaduwd door verdachte onregelmatigheden in de verwerking van de stemresultaten en de onopgeloste marteling en moord op Chris Msando, een prominent lid van Kenia’s Independent Electoral and Boundaries Commission.

Op 1 september vorig jaar verklaarde het Keniaanse hooggerechtshof de eerdere verkiezingsuitslagen ongeldig; er zouden nieuwe verkiezingen worden georganiseerd. De oppositie was echter niet tevreden en riep op tot een boycot van de tweede verkiezingsronde: door het hele land heen gingen duizenden mensen de straat om op te protesteren. Naarmate de tweede verkiezing naderde, verhevigden de protesten – met name in Nairobi en in het westen van het land.

“Vrouwen lopen altijd al meer risico het slachtoffer te worden van seksueel geweld, maar in roerige tijden wordt dat risico alleen maar groter."

Als gevolg daarvan trad de politie hardhandig op, om de rellen de kop in te drukken. Zo werd de politie ervan beschuldigd echte kogels te hebben gebruikt op burgers, en agenten in uniform plunderden woningen en sloegen, bestalen en verkrachtten burgers in de sloppenwijken van Nairobi en grote steden in het westen van Kenia, zoals Kisumu en Bungoma. De Kenya National Commission on Human Rights meldde dat 67 Kenianen, waaronder 10 kinderen, door de politie werden vermoord tussen de verkiezingen in augustus en de verkiezingen in oktober.

Volgens verschillende slachtoffers die hun verhaal deden bij Ogot, sloegen de agenten bij de politie-invallen de aanwezige mannen in de woning tegen de grond, waarna ze naar buiten werden gesleurd en soms werden gedwongen rioolwater te drinken of seksuele handelingen uit te voeren met objecten. Vervolgens betraden de agenten het huis opnieuw en sloegen ze de aanwezige vrouwen, waarna ze hen verkrachtten of dwongen tot andere seksuele handelingen. Sommige van de slachtoffers waren kinderen.

In augustus van 2017 hielp Ogot drie vrouwen uit Nyalenda, een sloppenwijk in Kisumu, om aangifte te doen van hun verkrachtingen bij de politie. Toen hun echtgenoten erachter kwamen dat hun vrouwen verkracht waren, besloten ze alle drie een scheiding aan te vragen. Andere slachtoffers besloten om die reden geen aangifte te willen doen, omdat ze niet bereid waren hun huwelijk op het spel te zetten. Volgens Ogot waren veel van hen ook bang voor mogelijke wraakacties.

“Vrouwen lopen altijd al meer risico het slachtoffer te worden van seksueel geweld, maar in roerige tijden wordt dat risico alleen maar groter,” vertelt Tina Alai aan Broadly. Alai stuurt het Keniaanse kantoor van Physicians for Human Rights aan, een organisatie die medische en juridische professionals van materialen voorziet om forensisch bewijs te kunnen verzamelen, om zo misdaden tegen de mensheid te kunnen bewijzen. In conflictsituaties, zoals de instabiliteit die volgde na de verkiezingen in Kenia, verandert seksueel geweld tegen burgers volgens Alai in zowel een vorm van willekeurige, collectieve straf als een gelegenheid voor opportunistische misdaad die in andere situaties zou leiden tot vervolging.

Naar een handjevol Keniaanse politieagenten is ooit onderzoek gedaan om vast te stellen of ze zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel geweld, maar in de afgelopen tientallen jaren is niet één agent ooit vervolgd voor conflictgerelateerd seksueel geweld tegen burgers in Kenia.

Toch is de Keniaanse wet wat zedendelicten betreft vrij progressief. In de Sexual Offenses Act, die in 2006 in het leven werd geroepen, is vastgelegd dat slachtoffers van seksueel geweld het recht hebben op gratis medische zorg. Als de publieke orde ineenstort, zouden er volgens Alai “speciale maatregelen moeten worden genomen om te verzekeren dat slachtoffers toegang hebben tot spoedeisende zorg [...].”

In 2007 vonden er ook al controversiële verkiezingen plaats, met etnische slachtpartijen en een totale ineenstorting van de publieke orde, de dood van meer dan 1.100 Kenianen, een enorme vluchtelingenstroom en meer dan 900 seksueel-geweldszaken als gevolg.

Kenyatta en vice-president William Ruto werden in 2013 aangeklaagd door het Internationaal Strafhof in Den Haag vanwege misdaden tegen de mensheid – waaronder seksueel geweld – tijdens de onlusten die losbraken na de verkiezingen in 2007. Maar toen het stel in 2013 verkozen werd, trok het Internationaal Strafhof alle tenlasteleggingen terug. Het kleine beetje hoop dat de slachtoffers van seksueel geweld nog hadden, leek hiermee volledig te verdwijnen.

Twee jaar na ingang van zijn eerste termijn beloofde Kenyatta een fonds op te zetten van 10 miljard Keniaanse shilling (omgerekend zo’n 79 miljoen euro) om herstelrecht te bekostigen. Hij leek hiermee het totale gebrek aan vervolging van misdaden die gepleegd waren in de nasleep van de verkiezingen in 2007 te willen compenseren. Alai werkte samen met leden van de Kenya Transitional Justice Network aan een juridisch raamwerk om het fonds op te kunnen zetten, maar tot op de dag van vandaag is het fonds nog geen realiteit geworden. “We hebben nog geen cent teruggezien,” aldus Alai.

Alai gelooft dat slachtoffers en hun medestanders niet zouden moeten vertrouwen op de goedhartigheid van de Keniaanse overheid om de staat verantwoordelijk te houden. Ze raadt slachtoffers eerder aan juridische stappen te nemen. Ze merkt daarbij op dat voormalig Tsjadische dictator Hissène Habré in 2016 schuldig werd bevonden aan misdaden tegen de mensheid, waaronder seksueel geweld en gedwongen slavernij, en levenslang kreeg. Het was de eerste keer dat een voormalig staatshoofd in een ander land (Senegal in dit geval) schuldig werd bevonden aan deze aanklachten; de uitspraak was het resultaat van een strijd die twee decennia geduurd had.

“De slachtoffers waren uiteindelijk degenen die het verschil maakten,” benadrukt Alai. Ogot is het met haar eens: “De slachtoffers gingen voor in die strijd.”

In 2013 dienden acht slachtoffers van seksueel geweld tijdens het geweld na de verkiezingen in 2007 een constitutionele petitie in bij het Keniaanse Hooggerechtshof, waarin ze de overheid vroegen deze misdaden als misdaden tegen de mensheid te behandelen Ze werden daarin bijgestaan door een coalitie van ngo’s, waaronder de ngo waar Alai werkzaam voor is. De slachtoffers beschuldigen de overheid ervan de grondwet te hebben overtreden: de politieagenten die de misdaden hadden gepleegd waren nooit vervolgd, en er was geen schadevergoeding toegekend aan de slachtoffers. Een uitspraak in deze zaak zal komend jaar volgen. “Als we hierin slagen, kan deze zaak een kantelpunt betekenen voor seksueel geweld in conflictsituaties,” zegt Alai.

Op 9 januari werd Agnes Odhiambo, hoofdauteur van het Human Rights Watch-verslag, gevraagd deel te nemen aan een vergadering met vijf ambtenaren van de Internal Affairs Unit van de Keniaanse politie. Ze hadden een speciale eenheid gevormd om het aandeel van politieagenten in seksueel geweld te onderzoeken, en deden een beroep op Odhiambo om inzichten te krijgen in ze moesten omgaan met een gebrek aan forensisch bewijs en het waarborgen van het welzijn van de slachtoffers. Alhoewel het proces momenteel nog in de kinderschoenen staat, is het moeilijk om niet terug te denken aan de eerdere speciale eenheid die in 2008 werd gevormd, en maar weinig resultaat boekte. “Volgens mij is daar helemaal niets uitgekomen,” zegt Odhiambo. “Tot de dag van vandaag is er nog geen verslag naar buiten gekomen over dit proces.”

Ze is even stil en besluit dan: “Ik ben sceptisch, maar ook hoopvol. Je moet hoop blijven houden.”