Mijn vriend doodde vijf mensen in mijn huis, maar toch zie ik hem niet als monster
Illustration av Ralph Damman

Mijn vriend doodde vijf mensen in mijn huis, maar toch zie ik hem niet als monster

Matthew de Grood werd bekend als de jongen die vijf mensen doodstak, maar ik weet dat wij hem ook in de steek hebben gelaten.
12.5.17

15 april 2014 begon zoals elke andere dag begon, op het einde van het semester. Het was Bermuda Shorts Day, een feestdag op de campus van de Universiteit van Calgary, waarop schaars geklede studenten hun laatste college laten voor wat het is, en vroeg beginnen met drinken. Ik heb dit feest nooit leuk gevonden - ik hoef niet zozeer tussen mensen te staan met korte broekjes en tanktops - en ik wist wel een betere manier om mijn vrijheid te vieren. Gelukkig dachten een hoop vrienden van me er ook zo over, dus gaven we een feestje bij mij thuis.

Ik woonde dichtbij de universiteit in een huis met vier vrienden die ik al mijn hele leven ken. De voorbereidingen begonnen vroeg, en werden nog leuker toen een aantal van mijn andere vrienden kwamen helpen om het huis klaar te maken voor een feest waar iedereen prima zou kunnen viben. Nadat ik mijn laatste essay had ingeleverd en op weg naar huis ging stond mijn telefoon roodgloeiend door alle berichten die ik kreeg, vragend om het adres.

Rond een uurtje of tien stonden mensen buiten of in de garage, omdat ons studentenhuis te klein was. Het was precies wat we nodig hadden om de zomer te verwelkomen. Ik had toen nog geen idee dat ik een paar uur later ondervraagd zou worden in een koude kamer, mijn handen en spijkerbroek vies van het bloed. Ik vertelde deze geluksmomentjes aan een agent, terwijl ik probeerde te begrijpen hoe het kon dat vijf van mijn vrienden waren doodgestoken op ons feest.

Binnen een week was ik druk met het schrijven van afscheidsbrieven voor de begrafenissen van vijf vrienden die ik had uitgenodigd voor mijn feestje. Mensen waarmee ik een toekomst had gepland, waarmee ik woonde, op kon bouwen en mensen waar ik van hield. Ik werd elke dag opnieuw geconfronteerd met een vervreemdende realiteit. De jongen die mijn vrienden vermoordde in mijn huis - mijn huisgenoten, mijn eerste liefde, mijn beste vriend - is namelijk ook iemand die ik als vriend beschouwde.

Ik ben degene geweest die Matthew de Grood had uitgenodigd. Iets dat best normaal en betekenisloos zou zijn geweest, als er niet was gebeurd wat er die nacht gebeurde. Maar het is wel gebeurd. Want die nacht stak Matt in een paar minuten vijf mensen dood, terwijl ik en een paar vrienden weg waren om snacks te halen. In die paar minuten ben ik zes vrienden kwijtgeraakt, werd ik meegesleurd in een rechtszaak, en wilde ik niet meer in mijn huis zijn.

De slachtoffers (niet geblurd) van links naar rechts | Brendan, Kaiti and Josh.

De gruwelen van die avond werden wereldnieuws, en de agressieve manier waarop journalisten ons benaderde zorgde ervoor dat ik en mijn vrienden ons nog verder verschuilden - nog verder dan dat we al deden, aangezien we onvoorstelbaar veel verdriet te verwerken hadden. De informatie die ik de agent gaf na het feest, werd gebruikt als primaire bron tijdens het proces.

Het bewijs liet zien dat Matt in een waan was tijdens de aanval. Hij leed aan een acute psychose, een verwoestende episode die meteen de diagnose kenbaar maakte: een zeer serieuze mentale aandoening. De complexiteit van zijn symptomen, of beter gezegd de symptomen die niet gelijk te herkennen waren, maakte het moeilijk een specifieke diagnose te stellen. En dat is niet zo gek, want het komt niet zo vaak voor dat alle symptomen waar iemand aan lijdt zich in abrupte episodes laten zien. De rechtbank besloot dat Matt niet verantwoordelijk was voor de misdrijf, door zijn mentale aandoening. Over die uitspraak wordt nog steeds gediscussieerd.

Familie en vrienden van de slachtoffers moeten zichzelf nu elk jaar voorbereiden op de jaarlijkse hoorzittingen van Matt, waarin de rechtbank kijkt hoe het met hem gaat. Dit soort hoorzittingen worden goed in de gaten gehouden door de media. Dit is een vreselijk proces, maar we moeten de rol die we hierin spelen, en zullen blijven spelen, accepteren.

Maar die nacht, toen ik uit de auto stapte en Matt weg zag lopen van mijn huis, was ik me nog niet bewust van alle chaos die de volgende jaren op me af zou komen. Je zou het ook wel een allesomvattende golf van verwoesting kunnen noemen, waarmee ik elke dag wakker word.

Ik rende gewoon naar een vriend die hulp nodig had.

***

Matthew de Grood was mijn eerste en beste jeugdvriend. We hebben elkaar ontmoet op de kleuterschool, en waren allebei ongemakkelijke wezens. Misschien klikte het daarom zo goed. Langzaamaan verzamelde we een netwerk van leuke mensen om ons heen, die altijd een belangrijk onderdeel in ons leven zouden spelen. Soms zagen we elkaar een hele tijd niet, maar de vriendschap bleef altijd aanwezig.

Matthew de Grood | Canadian Press

Matt en ik hadden veel overeenkomsten. Onze geboortedata liggen dicht bij elkaar, we zijn opgegroeid in dezelfde voorstedelijke buurt, waarin we op latere leeftijd zouden skateboarden. We hadden een relatief gelukkige en normale jeugd en waren slimme leerlingen. Later schreven we ons in bij de Universiteit van Calgary - en daar waren onze ouders best blij mee.

We waren allebei weerspiegelingen van hoe de maatschappij ons het liefst zou zien: aardig, betrokken, slim en optimistisch - tot die nacht in april. Daarna zijn we gereduceerd tot statistieken in een narratief van onrecht en mislukkingen. Onderwerpen die vaak worden besproken, maar nooit helemaal worden begrepen, totdat je het meemaakt. De abstracte systemen van onze maatschappij, zoals stigma's, structurele beperkingen en emotionele onderdrukking, waarvan we allemaal onderdeel uitmaken en die ook mij en Matt beïnvloedde in ons leven, hebben er allemaal voor gezorgd dat Matt in een waan raakte die avond.

Matt en ik waren ons altijd al bewust van deze systemen omdat zijn vader politieagent was, mijn vader een huisarts en mijn moeder een verpleegster. Vandaag de dag delen we intieme ervaringen en kennis over de doorsnede van en gaten in onze geestelijke gezondheid, het rechtssysteem en sociale machtsverhoudingen. Deze nieuwe kennis en ons gedeelde trauma heeft het aantal misvatting en onopgemerkte signalen aan de oppervlakte gebracht, wat ertoe heeft geleid dat de opgestapelde worstelingen van Matt, die op die avond uitbarstte, nooit zijn opgevallen, of erkend.

Die nacht die drie jaar geleden plaatsvond voedt de media, maar ook het gekeuvel tijdens de koffiepauze, gesprekken tijdens het avondeten en posts op sociale media. Niet alleen in Canada, maar over de hele wereld. Ik begrijp de conclusies die worden getrokken, maar ik vind ze wel bekrompen, regressief en ze zullen ook niet helpen om de pijn te verzachten van familie, overlevenden, vrienden en Matthew de Grood zelf, of een van de twee Canadezen die voor hun veertigste al enige vorm van geestelijke problemen hebben ervaren.

Ik geloof zelfs dat dit onbegrip voor de onderliggende oorzaak van deze tragedie juist demonstreert hoe maatschappelijke misvattingen en onwetendheid dit soort gebeurtenissen in de hand werkt, waar uiteindelijk mijn vrienden, hun families en ontelbaar veel anderen de dupe van zijn. Zonder een progressieve wind door onze geestelijke gezondheidszorg, zullen dezelfde stigma's en falende systemen die uiteindelijk hebben geleid tot de dood van vijf van mijn vrienden blijven bestaan. Mensen met geestelijke problemen hebben goede zorg en maatwerk nodig om zulke situaties in de toekomst vaker te kunnen voorkomen.

Ik begin langzaam te begrijpen dat het niet mijn schuld is dat ik de symptomen niet heb herkend tijdens mijn gesprekken met Matt – dat het niet mijn schuld is dat het me niet is gelukt een vriend te helpen op het moment dat hij hulp nodig had. Meerdere professionals hebben me op het hart gedrukt dat er weinig signalen waren die ik had kunnen herkennen voor dit gebeurde, en dat ik weinig had kunnen doen toen het eenmaal te laat was, maar toch voel ik een knagend schuldgevoel – want wat als…? Hoewel de technische term voor dit gevoel 'survivor guilt' is, is het feit dat ik het heb overleefd maar één van de dingen die me dwarszit. Toch is het belangrijk om te begrijpen dat interventies een verschil kunnen maken. De complexiteit van het dagelijks leven zijn soms moeilijk te ontwarren en begrijpen, en de mist van hulpeloosheid kan ondoordringbaar lijken. Het vermindert je vermogen om een open en eerlijk gesprek te voeren – die gesprekken zijn moeilijk en je moet er tijd voor uittrekken. Trauma's zijn net zo doordringend, maar hebben een surreëel randje: ze snijden dwars door alle onzin heen die je dacht te weten, en leggen een primitieve emotie bloot die normaal gesproken wordt onderdrukt. Ze veranderen de manier waarop je naar je vrienden en familie kijkt, en naar vreemden – ze veranderen de fundamenten van het leven. Tegenwoordig hebben Matt en ik, ironisch genoeg, ongeveer dezelfde diagnose: PTSS, angstaanvallen, depressie – alsof we in het leger hebben gezeten.

Het stigma dat aan psychische problemen kleeft is wat Matt en zijn omgeving ervan heeft weerhouden om zijn ziekte in eerste instantie te erkennen.

Momenteel is Matt het juridische gedoe voorbij: hij zit in een inrichting, waar hij behandeld wordt, en niet gestraft als een crimineel. Toch heb ik de afgelopen drie jaar vaak gehoord dat dit een fout in ons juridische systeem zou zijn; alsof het oneerlijk is dat Matt niet als crimineel wordt behandeld. Hij heeft iets onvoorstelbaars gedaan, maar ik weet, gebaseerd op elk flintertje bewijs en op wat ik weet, dat Matt geen moordenaar is.

Veel kranten schreven de afgelopen tijd dat Matthew de Grood "extra vrijheden" heeft gekregen. Dat is tot op zekere hoogte waar, maar dat is een normaal proces in zijn rehabilitatieprogramma. De termen die kranten gebruiken zijn bedoeld om reacties uit te lokken, en niet om een discussie te beginnen over de complexe nuances van Matts behandelplan, of over rehabilitatie in het algemeen. Feit is dat het huidige beleid omtrent geestelijke gezondheid alle levende slachtoffers van deze tragedie in de steek heeft gelaten. Matt werd ontoerekeningsvatbaar verklaard, en ondergaat momenteel de best beschikbare behandeling. Hij zal worden vrijgelaten als een panel van medische professionals en maatschappelijk werkers vindt dat dat kan. Als hij vrij is zal hij te maken krijgen met de dagelijkse problemen van onze overbelastte, onbegrepen en ondergefinancierde geestelijke gezondheidszorg – naast het zeer bekende verhaal dat hij met zich meedraagt. Ik weet hoe moeilijk het kan zijn om hulp te krijgen – hoewel mijn omstandigheden minder ernstig zijn dan die van Matt – en dat is wat me het meeste zorgen baart in de aanloop naar zijn vrijlating.

Rehabilitatiemethodes, die zijn gericht op veilige en waardevolle re-integratie, zijn niet perfect en ook niet altijd de juiste way-to-go, wat betekent dat er in sommige gevallen gevaren voor de samenleving kunnen ontstaan. Het is een feit dat mensen die serieuze geestelijke problemen hebben meer kans hebben om het slachtoffer van geweld te worden dan andere mensen. Maar je richten op dat eerste in plaats van het tweede, draagt alleen maar bij aan de scheiding tussen mensen met psychische problemen en de rest van de maatschappij, of die mensen nou een gevaar vormen of niet.

Het stigma dat aan psychische problemen kleeft is wat Matt en zijn omgeving ervan heeft weerhouden om zijn ziekte in eerste instantie te erkennen. Niemand wil geloven dat iemand van wie ze houden ziek is. De gewelddadige en tragische dingen die gebeurt zijn, deels daardoor, hebben dat stigma alleen maar versterkt, waardoor het voor anderen nog moeilijker is geworden om de strijd tegen psychische ziektes aan te gaan. Een veiligere samenleving wordt gebouwd op begrip, conversatie en collectieve interventie. Veel van het zuur dat mensen richting deze zaak slingerden is niet ongerechtvaardigd, maar misplaatst. Mensen zijn bang dat de huidige juridische precedenten laks zijn, en dat er kansen liggen voor criminelen om onder hun straf uit te komen door psychische klachten op te voeren. Dat komt voor, maar veel mensen vergeten dat diezelfde juridische precedenten ervoor zorgen dat anderen onterecht veroordeeld worden. Door de reikwijdte van deze wet te vergroten wordt ook de macht vergroot van de mensen die de wet maken, handhaven en beoordelen, wat misverstanden, geweld en onrecht tegengaat.

Bovendien heeft deze zaak, net als die van Vince Li – de man die een medepassagier in een bus doodde in 2008 en die ook ontoerekeningsvatbaar werd verklaard – het debat over het vrijlaten van mogelijk gewelddadige personen in de samenleving doen opleven. Ons oververhitte rechtssysteem is onlangs gedwongen om gewelddadige criminelen zonder psychische stoornis vrij te laten, vanwege ongrondwettelijkheden tijdens hun proces. In plaats van dat dit probleem aangepakt wordt door op een rationele manier te kijken naar de 20.000 rechtszaken die momenteel openstaan in Canada vanwege het bezit van een plant die binnenkort toch legaal wordt, houdt iedereen zich bezig met deze twee zaken, waarin vaststaat dat acute psychische problemen de oorzaak waren, wat aangeeft dat onrecht en institutioneel falen nog altijd bestaan.

Omdat deze gebeurtenissen zo dichtbij me staan, hebben ze een onuitwisbare indruk op me gemaakt, en hoewel ik nu pas begin aan de weg richting vergeving, heb ik geaccepteerd dat progressieve beslissingen worden ingegeven door compassie en empathie. Ik begrijp nu hoe makkelijk angst en wanhoop regressieve reacties kunnen opwekken – opgestookt door sensatielust. Het is frustrerend dat mensen weigeren in te zien wat de oorzaak is van deze tragedie, en blijven doorgaan met het creëren van de omstandigheden die tot deze gebeurtenissen hebben geleid, en dat in de toekomst weer zouden kunnen doen, als we er niets aan veranderen.

Als het lijkt alsof ik een harteloze moordenaar verdedig vanwege een misplaatst soort loyaliteit, dan kan ik je waarschijnlijk moeilijk overtuigen van het tegendeel. Iedereen denkt hier anders over, maar als ik het aantal mensen dat begrijpt wat ik bedoel even groot is als het aantal mensen dat door dit soort zaken wordt beïnvloed, kunnen we misschien belangrijke dingen veranderen, en zorgen voor meer begrip en compassie – echte rechtvaardigheid. In alle discussies over de nalatenschap van en herinneringen aan Jordan, Kaiti, Lawrence, Josh en Zack, zijn dat de ideeën die mijn vrienden definieerden.

Ik ben verdrietig over mijn rol in de bevestiging van de oneerlijke oordelen, maar ik doe mijn best om te voorkomen dat anderen de pijn moeten voelen die ik voel. Ik maak me ook zorgen over de dag dat Matt vrijkomt, maar niet om dezelfde reden als de gemiddelde persoon.

De slachtoffers (niet geblurd) van links naar recht:| Brendan, Kaiti, Josh, and Jordan.

Nu, tegen het einde van het schooljaar en nu we gewend zijn aan het aanstaande leven als echte volwassenen, nemen we de tijd om samen te komen ente feesten alsof de wereld waarin we binnentreden niet op in storten staat.

Als we deze leugens in ons dagelijks leven accepteren, ontkennen we de kostbare fouten die erdoor veroorzaakt worden – waaronder de omstandigheden die leiden tot dit soort drama's, vaak met nog grotere gevolgen.

We zijn het levende bewijs van de schade die deze complexe sociale systemen kunnen veroorzaken, zelfs op de best bedeelde leden van de maatschappij. We zouden als levend bewijs moeten worden beschouwd dat er verandering nodig is, maar deze zaak lijkt juist een referentiepunt voor het tegenovergestelde te worden. De stigma's die ervoor zorgen dat personen geen hulp zoeken voor hun problemen, het gebrek aan adequate psychische hulp, juridische kwesties, en het verwerpen van basale mensenrechten voor mensen met geestelijke problemen zijn maar een fractie van de problemen die meer aandacht en begrip verdienen.

Als hij als een crimineel zou zijn berecht, zou Matt gezien zijn straf een grotere financiële last zijn voor de maatschappij, en statistisch zou de kans dat hij weer in die maatschappij zou kunnen terugkeren kleiner worden met elk jaar dat hij in de gevangenis zou zitten. In Matts geval weet ik zeker dat dat het leed alleen maar had vergroot, ook bij vrienden en familie.