Advertentie
Dit artikel is meer dan vijf jaar oud.
Here Be Dragons

Hoe zinvol zijn chemische wapens in een oorlog?

Het zijn de atoombommen van de armen.

door Martin Robbins
11 september 2013, 9:00am

A Syrian soldier aiming an AK-47 while wearing a chemical warfare mask. (Photo via)

Toen het Syrische leger vorige maand de rebellen in Ghouta aanviel, naar verluidt met zenuwgassen, was dat de eerste grootschalige inzet van chemische wapens (tijdens een oorlog) in 25 jaar tijd. De laatste persoon die chemische wapens gebruikte was Saddam Hoessein, tijdens de bombardementen op Halabja in 1988, die zo’n 5.000 mensen het leven kostten. Voor die tijd waren chemische wapens alleen gebruikt tijdens de Irak-Iranoorlog, de burgeroorlog in Jemen en de beide Wereldoorlogen.

Toch is het geen grote verrassing dat deze wapens onlangs weer werden ingezet. Syrië is één van de zeven landen die nog steeds weigeren om de Chemical Weapons Convention te ondertekenen. Dit verdrag verbiedt de productie, opslag en inzet van chemische wapens. Terwijl andere landen hun reserves wegdeden, hielden Assad en zijn regime zich bezig met het aanleggen van één van de grootste chemische wapenarsenalen ter wereld.     

Chemische wapens zijn relatief eenvoudig te maken. Scheikundestudenten kunnen waarschijnlijk zelf mosterdgas en chloor met elkaar mixen. De ingrediënten voor sarin ook zijn best makkelijk verkrijgen, al is het ingewikkelder om het spul daadwerkelijk te maken. Toch kan vrijwel elk land dat in het bezit is van een laboratorium en een bekwame scheikundige aan alle denkbare giftige middelen komen. Waarom worden ze dan niet vaker ingezet?

Het antwoord is dat gifgassen tegenwoordig niet meer zo effectief zijn om mensen mee te doden. Chemische oorlogvoering werd voor het eerst groot tijdens de Eerste Wereldoorlog. Soldaten zaten toen nog samengepropt in ondiepe loopgraven, en waren daardoor een makkelijk doelwit.

Al snel werd chloor ingehaald door fosgeen, en later door mosterdgas. Naast de scheikundige evolutie van gifgassen werd het ook mogelijk om de gassen steeds gerichter en verder op de vijand af te vuren. Hierdoor konden chemische wapens het slagveld compleet hervormen. In theorie althans.

De Britten deden hun eerste test tijdens de Slag bij Loos in 1915. Opperbevelhebber Douglas Haig liet toen 5.500 cilinders met 150 ton chloor aan de frontlinie afgaan. Toen de wind veranderde waaide de vrijgekomen gifgassen echter terug richting de Britten. Toch was de aanval vanuit Brits perspectief succesvol. De Duitsers konden zich niet verdedigen tegen de gasaanval, en dat brak hen op.

De Slag bij Loos laat zien hoe onbetrouwbaar chemische wapens zijn, zegt Omar Lamrani van de denktank Stratfor. “Je hebt de ideale omstandigheden nodig.” Zelfs de kleinste verandering van wind, luchtvochtigheid of zonlicht kan het effect van de wapens enorm aantasten. Sommige soorten mosterdgas bevriezen bijvoorbeeld al bij 14 graden Celsius.

Het installeren van 5.500 gascilinders aan het front is ook een lastige klus. Lamrani: “Het is daarnaast moeilijk om de perfecte aanvalsmethode te bepalen, als je weet dat de gebruikelijke aanvalsmiddelen – geschut, raketten, bommen, projectielen – vaak een flink deel van het chemische middel vernietigen.” En als je troepen zich op hetzelfde slagveld bevinden, is er een kans dat zij ook blootgesteld worden aan het gifgas.

Toen Saddam Hoessein in 1988 Halabja bombardeerde, had hij het geluk dat hij een luchtmacht had. Daarnaast bombardeerde Saddam zijn eigen burgers. Probeer maar eens hetzelfde te doen als de vijand een fatsoenlijk luchtafweergeschut heeft. Daar komt bij dat soldaten (burgers natuurlijk niet) tegenwoordig zijn uitgerust met gasmaskers.

Dus waarom worden ze nu in Syrië ingezet? Lamrani: “Chemische wapens moeten vooral afschrikken. Het zijn eigenlijk de atoombommen van de armen. Vanwege de enorme schade aan beide kanten worden chemische wapens door heersende regimes als allerlaatste troef ingezet, vaak in oorlogssituaties waarbij het grondgebied al grotendeels in handen is van de vijand.”

Toen Saddam Halabja bombardeerde was het niet zijn intentie om de stad in te nemen, maar om deze volledig te verwoesten. Toen de inwoners dood of gevlucht waren, bleef een chemisch vervuilde grond over. Assads aanval op Ghouta was dan ook niet specifiek tegen de rebellen gericht. Het was puur een terreurdaad van een wanhopige leider die zich bewust is van zijn eigen sterfelijkheid.

“Chemische wapens zijn vooral een psychologisch wapen”, zegt Lamrani. “Sommige zenuwgassen zijn onzichtbaar en geurloos. Je voelt je dus helemaal weerloos tegen zo’n wapen.” Toch zien anderen chemische wapens als een effectief middel om de bevolking onder controle te krijgen. Maar, zegt Lamrani: “Geen enkele bevolking is compleet neergeslagen door alleen chemische wapens.”

Een jaar nadat Halabja compleet was verwoest door Saddams troepen, verschenen er ineens krottenhuisjes met daken van stof. Al snel werden deze hutjes vervangen door stevigere bouwwerken, en nu staan er duizenden huizen in het nieuwe Halabja (Halabja Taza). De stad leeft voort, terwijl Saddam dood is. De verwachting is dat Ghouta ook langer zal leven dan Assad, wat alleen maar bewijst hoe veerkrachtig de mens is, en hoe zinloos chemische oorlogvoering is.

Volg Martin op Twitter: @mjrobbins

Martin Robbins is schrijver, en blogt voor de Guardian en New Statesman over vreemde en wonderbaarlijke dingen. In zijn column Here Be Dragons bespreekt hij conflicten en mysteries die de grenzen van wetenschap en menselijk begrip verkennen.