Toen hij zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel afrondde, was Clément Poplineau (28 jaar, uit Lyon) een van de weinige studenten wiens werk al eens was te bewonderen in een kunstgalerie. Zijn schilderstijl doet denken aan de renaissance, de barok en het classicisme. Hij schildert alleen geen pausen of andere belangrijke figuren uit die periodes, maar zijn eigen vrienden en steekt daarbij de hedendaagse straatcultuur in een klassiek jasje. Hij wil een brug slaan tussen het gesloten artistieke milieu en mensen die wat lager op de maatschappelijke ladder staan.
Clément transformeert dus niet alleen de klassieke schilderstijlen naar de eenentwintigste eeuw, maar kaart ook thema’s aan als de hedendaagse klassenstrijd, macht, onderdrukking en verzet. We spraken hem over de schilderijen die hem inspireerden, de boodschappen die erachter zitten en de manier waarop hij werkt.
« The ecstasy of the meal », 100x70, huile sur toile – 2019 (Photo : Ties Bemelmans).
VICE: Van jouw stijl wordt gezegd dat het op de renaissance is geïnspireerd, maar je hebt ook schilderijen die meer aan de barok doen denken. Hoe zou je dat zelf omschrijven?
Clément: Qua kenmerken en technieken komt mijn manier van schilderen vooral overeen met de renaissance: ik glaceer bijvoorbeeld met natuurlijke pigmenten. Ik weet dat de klassieke schilderkunsten veel mensen aanspreekt, dus dat leek me een goede manier om zowel de echte kunstliefhebbers als de jongeren uit een lager sociaal milieu aan te spreken.
Twee van mijn eerste schilderijen zijn geïnspireerd door het werk van Caravaggio: Schrijvende Sam is een knipoog naar Schrijvende Sint Hiëronymus, en Petit Gorkus Rabat is geïnspireerd door de Jonge Zieke Bacchus. Maar toen ik ze eenmaal had geschilderd, vond ik ze toch te veel op het origineel lijken – ik wilde ook weer geen kopieën maken. Dus ik behield de stijl, maar ging wel op zoek naar een eigen identiteit in plaats van iets na te apen dat al bestaat.
“In de media wordt de kloof altijd geaccentueerd, maar misschien kunnen we die kracht juist benutten om de kloof te dichten.”
Tijdens de barok en renaissance werd vooral de adel geportretteerd. Hoe verhoudt jouw werk zich tot maatschappelijke ongelijkheid?
Voor mij hoort iedereen gelijk te zijn. In die tijd werden vooral de rijken geschilderd, en wij – het gewone volk – veel minder. We zijn nu wel in de meerderheid, maar dat is niet terug te zien in de kunst. In de muziek een stuk meer, in met name hiphop. Maar dat is eigenlijk niet voldoende, want zo lijkt het net alsof je alleen rapper of voetballer kunt worden als je onderaan de sociale ladder staat, terwijl we in werkelijkheid tot alles in staat zijn – inclusief het dichten van deze maatschappelijke kloof en mensen die hard oordelen laten zien dat we wel degelijk op eigen houtje iets kunnen bereiken.
« ACAB 1312 », 15x15, huile sur toile/broderie – 2019 (Photo : Seppe Elewaut).
Een schilderij als ACAB 1312 lijkt om wel wat meer dan het gewone volk te gaan, eerder op een opstand die plaatsvindt.
Ik wilde de symbolische acties van de jeugd laten zien. Maar ook het geweld, de domheid en het onrecht dat we om ons heen zien gebeuren. We weten allemaal welke problemen er heersen in de rechtspraak en de gevangenis, we hebben allemaal vrienden die vastzitten. Ik wil dingen op een voetstuk plaatsen waarvan de samenleving vindt dat ze verborgen moeten blijven. Waarde toekennen aan zaken die normaal gesproken niet vertegenwoordigd worden of geaccepteerd zijn.
Maar zo verborgen is dit alles toch ook weer niet? Er wordt ook veel in de media over gepraat.
Ja, maar wel vooral op een negatieve manier. Ik denk dat de beelden goed te pas komen wanneer je ze omzet in iets positiefs. In de media wordt de kloof altijd geaccentueerd, maar misschien kunnen we die kracht juist benutten om de kloof te dichten. We gaan ze gewoon op dezelfde manier inzetten.
« 10H DE GARDAV DANS LA SABAT », 32x19x15, résine de polyester d’inclusion/haschisch – 2020 (Photo : Seppe Elewaut).
Je kunt je schilderijen dus eigenlijk niet los zien van een bepaald politiek bewustzijn, of zonder het idee van de klassenstrijd in je achterhoofd.
Klopt. Neem mijn laatste sculptuur, 10H DE GARDAV DANS LA SABAT. Daar heb ik een beetje hasj in gestopt, als verwijzing naar de jonge mensen van nu. Dat is per definitie politiek geladen, omdat het staat voor iets strafbaars: een standpunt dat botst met een bepaalde ethiek. Sinds de renaissance hebben we altijd aan de verwachtingen van de elite voldaan.
Het idee is dat het nu over ons gaat en ik denk dat het vooral aan onszelf is om dat te verwezenlijken. Verder geef ik weinig om het politieke aspect. Ik wil deze symbolische acties laten zien en de moraal van het verhaal in twijfel trekken.
“Ik zou graag willen dat mijn schilderwerk voor de kunstwereld is wat rap voor de muziekwereld is: dat het de maatschappelijke strijd laat zien.”
Dus je wilt de penibele toestand laten zien, de onderdrukking en de ongelijkheden. Zie je schilderen als een daad van verzet of wil je puur en alleen het huidige maatschappelijke landschap laten zien?
Eigenlijk beschouw ik mezelf niet als een kunstenaar, dat idee spreekt me niet zo aan. Ik ben schilder, maar mijn doel is vooral om mijn broeders naar het museum te brengen, zodat het beeld wat jonge mensen van de arbeidersklasse hebben verandert, en ook het beeld van het grote publiek an sich. Met mijn werk wil ik vooral een maatschappelijke impact veroorzaken. Dat wil ik ook met mijn volgende schilderijen tot stand brengen: de blik op dingen veranderen en andere perspectieven laten zien.
« RICKZER », 100x70, huile sur toile – 2018 (Photo : Ties Bemelmans).
Even terug naar die Air Max – hoe heb je die gemaakt?
Met een mal waarin ik polyesterhars heb gegoten, zodat de schoen doorzichtig is en je de hasj goed kunt zien. Normaal gesproken is hasj iets dat je moet verbergen omdat het verboden is, dus het leek me leuk om het ergens in te verstoppen, maar dan wel op een manier dat het opvalt. Je mag hasj ook niet verkopen, maar het staat nu wel gewoon in de galerie. Het zit in een kunstwerk dat zelf wél verkocht kan worden.
“Hasj moet je normaal gesproken verbergen omdat het verboden is, dus het leek me leuk om het ergens in te verstoppen, maar dan wel op een manier dat het opvalt.”
Ik wil dus iets laten zien dat verborgen moet blijven door het in de schijnwerpers te plaatsen. Net zoals bij Sacralisation of the khapta, waarin je een vriend van me ziet – hij lijkt te bidden, maar is eigenlijk een jointje aan het rollen. Roken is een uitlaatklep, een bijna religieuze daad. De een ziet roken als een misdaad, maar voor anderen is het bijna een noodzaak.
« DAWA », 30x24, huile sur toile – 2018 (Photo : Seppe Elewaut).
Geldt dat ook voor ACAB 1312, met die politieauto? Dat je iets laat zien wat eigenlijk gecensureerd zou moeten worden?
Ik heb een heel ingewikkelde verstandhouding met autoriteit, die ook erg tegenstrijdig is. De auto is van toen mijn ex in het ziekenhuis lag. Ik was 24 uur per dag bij haar, maar moest ondertussen ook werken en deed dat in haar kamer. Het was ook een periode waarin er veel politiegeweld gaande was in de Franse buitenwijken, daar hield ik me veel mee bezig. Het werk is deels geborduurd, omdat je het zo minder zou ruiken en het minder geluid maakte.
Het heeft een heel andere stijl dan je andere werk.
Ik wilde mezelf bevrijden uit mijn comfortzone komen. En een beetje risico nemen, zoals met die schoen, of met de Lacoste-polo. Op zich weet ik waar ik technisch gezien toe in staat ben, maar dat is zowel een voordeelpositie als een valkuil.
In die kamer kwam ik ook op het idee om dit schilderij van Amine te maken, een vriend van me die vastzit. Hij is een ongedocumenteerde immigrant. Ik vroeg hem wat kunst voor hem betekende – mensen associëren immigranten vaak met onveiligheid en gevaar, maar niet zozeer met kunst. Het enige waar hij op kon komen waren de Berbermotieven op de wandtapijten uit Azrou, de Marokkaanse regio waar hij vandaan komt. Ik schilderde hem en borduurde de achtergrond met de kleuren en patronen van zijn geboortestreek. Hierdoor is zijn relatie tot kunst veranderd: het heeft nu een plek gekregen in zijn leven en het is een manier voor hem geworden om afstand te nemen van stigma’s.
« Sacralization of the khapta », 89x58, huile sur toile – 2019 (Photo : Ties Bemelmans).
Wat was je inspiratiebron voor Innocent 42?
Het portret van Paus Innocentius X van Diego Velázquez. Het fijne aan Innocent 42 vind ik dat het spanning uitstraalt, de omlijsting is heel strak. Je ziet een vriend van me die een boete kreeg voor een tag die ik had gezet. Het staat voor de onschuldigen die beschuldigd worden.
“Ik moet mijn werk vaak toelichten voordat het echt begrepen wordt, die vooroordelen zitten er echt ingebakken.”
Je meeste werk is niet ingelijst, maar deze wel. Waarom?
Het accent ligt op het frame. Het is een schilderij dat veel vragen oproept: mensen vroegen zich bijvoorbeeld af of het een jihadist is, maar wat hij op zijn hoofd draagt is een doek van mijn graffitigroep uit Lyon. Het is net zoals mijn doek over twee broers die met een kilo wiet aan tafel zitten, waarvan iedereen dacht dat het twee terroristen waren die een aanval voorbereidden. Over vooroordelen over jongeren gesproken.
Maar ik vind dat ook wel interessant: het laat goed zien dat je afbeeldingen op een heel bevooroordeelde manier kunt interpreteren. Sterker nog, ik moet mijn werk vaak toelichten voordat het echt begrepen wordt, die vooroordelen zitten er echt ingebakken. En daar verandert niks aan als we er niet aan blijven werken.
« Innocent 42 », 53x43, huile sur toile – 2016 (Photo : Seppe Elewaut).
In het ene schilderij zie je duidelijk dat het zich in de Franse banlieues afspeelt, maar andere werken zijn wat universeler, zoals het poloshirt met het kogelgat erin. Zie je grote verschillen tussen Lyon en Brussel, wat dat betreft?
Ik heb vrienden uit zowel Brussel als Lyon geschilderd. De wijken in Frankrijk en België zijn heel verschillend, maar de onzekerheid is er hetzelfde. Dat is sowieso iets universeels.
“Onzekerheid is universeel”
In Sacralization of the khapta en in Hagra is duidelijk te zien hoe je met lichtval speelt. Speelt dat een belangrijke rol in jouw werk?
Dat is altijd heel belangrijk, omdat ik veel clair-obscur gebruik. In Sacralization of the khapta komt het licht van boven en worden de handen van mijn vriend belicht. Daardoor wordt je aandacht getrokken naar zijn handgebaar en lijkt het des te meer dat hij bidt. In Hagra komt het licht vanaf de zijkant, waardoor de scène meer tot leven komt.
« TROU D'BOULETTE », 30x20, polo lacoste sur toile – 2019 (Photo : Seppe Elewaut).
Heeft het licht ook een semantische betekenis?
Misschien klinkt het wat zweverig, maar ik probeer inderdaad licht te werpen op onze situatie. Ik wil onszelf in het licht zetten, zodat iedereen ons kan zien. De theatraliteit, die versterkt wordt door het licht, draagt daaraan bij. Ik bekijk nu alles in relatie tot het licht en vanuit mijn schildersbril, en kijk naar de vormen en tegenvormen. Die tafel daar – die zou ik kunnen laten zien door alleen de schaduw te schilderen. De schaduw is altijd een geprojecteerd beeld van iets, een manier om iets op indirecte wijze bespreekbaar te maken.
“Eigenlijk beschouw ik mezelf niet als een kunstenaar, dat idee spreekt me niet zo aan. Mijn doel is vooral om mijn broeders naar het museum te brengen.”
Misschien ga ik nu wel heel diep, maar je zou ook kunnen zeggen dat de schaduw op jou slaat: je wilt dezelfde onderwerpen blijven aansnijden, maar vanuit een andere hoek, zoals een schaduw ook verandert naarmate de stand van de zon anders is.
Ik wil evolueren, maar tegelijkertijd behouden wat ik heb door mijn focus, schaduwen en licht te veranderen, en me op de schoonheid te richten in plaats van op mislukkingen. Er is inderdaad niets waarmee je dat beter kunt laten zien dan licht.
Volg VICE België op Instagram.
« Hagra », 100x150, huile sur toile – 2020 (Photo : Ties Bemelmans).
(Photo : Ties Bemelmans)
