Stefano Keizers

Het maakt niet uit of Stefano Keizers ons voor de gek houdt

In de nieuwe documentaire over zijn leven wordt de vraag 'is hij nou echt een dwaas, of doet hij alsof?' irrelevant verklaard.
Wouter van Dijk
Amsterdam, Netherlands
4.9.20

Vrijwel elk gesprek over cabaretier, kunstenaar, muzikant, presentator en allround media-hofnar Stefano Keizers belandt vroeg of laat – en eigenlijk altijd vroeger dan later – bij dezelfde vraag: ‘Is hij nou echt een dwaas, of doet hij alsof?’. Als z’n lage stem en langzame manier van praten je niet al het gevoel geven alsof je constant in de maling wordt genomen, doen zijn uitspraken in programma’s als De Slimste Mens en Maestro dat wel. Hij probeert hoe dan ook, altijd en overal, een show te regisseren en als kijker is het moeilijk om daar niet in mee te gaan. 

Nu is er een documentaire over hem gemaakt, die gisteren werd uitgezonden op televisie. Lavinia Aronson volgde Stefano een paar maanden lang, terwijl hij zich aan het voorbereiden was op de première van zijn

tweede toneelvoorstelling.  Elke scène is op een andere manier fascinerend, tenenkrommend of ontregelend. De beginscène, bijvoorbeeld, waarin we Stefano zien in de kleedkamer van een theater waar hij, in de stijl van ontevreden Kai, zijn onvrede over de première uit in een tirade waarbij hij zijn grootste angst door de ruimte brult, namelijk: niet goed genoeg zijn. 

Ook tamelijk wonderbaarlijk is de scène waarin hij, zonder duidelijke reden of aanleiding, bij het opengaan van een brug tussen het stijgende wegdek en de slagboom gaat staan. De vermoeide preek die hij krijgt van de dienstdoende brugwachter is zo spot-on dat je haast niet gelooft dat het echt is. Het plat Amsterdamse Wat bereik je hier nou mee, man?” komt voort uit onvervalst chagrijn, maar legt – schijnbaar onbedoeld – de kern van de film bloot. 

Want wat bereik je er nou mee om je overal als een losgeslagen dwaas te profileren? Makkelijk antwoord: het genereert aandacht. Als een miljoen mensen hem de rare kwibus en zelf gediagnosticeerde narcist zien uithangen tijdens een televisieuitzending, is de kans groter dat die later een kaartje voor zijn theatervoorstelling kopen. Maar waarom wil hij dat zo graag? Het antwoord daarop lijkt te zijn: omdat hij anders volledig doordraait. 

Dat dit een oprechte angst is, zie je in zijn ogen in wat veruit de beste scène in de documentaire is. In een boksschool krijgt hij eerst een paar flinke tikken van Lavinia, om vervolgens hijgend aan haar te vertellen dat hij gek wordt als de dingen die hij maakt niet gezien worden, omdat ze anders blijven rondspoken in z’n kop. 

“Ik voel een druk om dingen te maken. Dat is wat het is. M’n hele leven lang al krijg ik dingen in m’n hoofd, en die moeten er uit. Als niemand dit wil zien, gaat het er niet uit.” 

De setting van een boksschool, gecombineerd met het gevoel van diep vanbinnen gevangen te zitten door een drang om dingen te maken, deed me denken aan een oud fragment uit een documentaire over de Vlaamse kunstschilder Sam Dillemans. Hij wordt opgezocht in zijn atelier, waar hij schildert, peinst, zeurt en bokst. Het liefst allemaal tegelijkertijd. 

De strekking van dit fragment is eigenlijk dat we meer respect moeten hebben voor kunst, en niet altijd op zoek moeten gaan naar de menselijkheid in de mensen die buitengewone prestaties leveren. We zijn geneigd om mensen die ons verrassen of verbazen te willen duiden, en op zoek te gaan naar overeenkomsten tussen ons en de kunstenaar, in plaats van de buitengewone prestatie te bewonderen en die te zien voor wat het is. 

Volgens Dillemans moeten er meer mensen zijn die zich volledig wijden aan wat ze doen. Hij noemt de legendarische wielrenner Eddy Merckx, maar ook Picasso: mensen die geen compromissen sloten. We moeten op zoek naar mensen die iets helemaal doen, en niet te veel aandacht schenken aan de bejaarde amateur-pottenbakker die denkt dat ze met haar hobby twintig exposities moet vullen. 

Deze mening is wat overtrokken en aanstellerig- je totaal opofferen voor wat dan ook is vaak een loze en lelijke romantisering van doorgeslagen obsessies. Maar misschien is het wel goed om in je achterhoofd te houden, de volgende keer als je Stefano Keizers weer iets ziet doen. Want deze documentaire maakt duidelijk dat hij alles opoffert, zodat hij kan delen wat hij heeft gemaakt. 

En of dat dan echt of nep is, maakt niets uit.