Amateurs in Amerika.
Sport

Hoe Nederlandse amateurvoetballers massaal transfers naar Amerika maken

Deze zomer vertrekken er pakweg honderd.
12 juni 2020, 8:32am

Marios Lomis was amateurvoetballer bij VV Noordwijk, toen hij in de zomer van 2017 een berichtje kreeg op Facebook. Of hij misschien interesse had om te gaan voetballen in Amerika? Lomis kon een studiebeurs krijgen bij Creighton University, in Omaha, in de staat Nebraska. Daar zochten ze nog een spits voor het voetbalteam.

“Ik paste in het profiel, omdat ik in Nederland op hoog amateurniveau voetbalde en tegelijkertijd studeerde,” vertelt Lomis vanuit de Verenigde Staten. Hij wilde altijd al in het buitenland studeren, dus een stap naar Amerika vond hij wel interessant. “Ik keek op Google Maps waar Omaha lag,” vertelt hij verder. “Nou, in the middle of nowhere. Maar ik kon er kosteloos een master doen en voetballen – dat was doorslaggevend.” Via Skype sprak Lomis met de trainer van het voetbalteam van de universiteit. Niet veel later zat hij in het vliegtuig naar Nebraska. Sindsdien woont en voetbalt hij in de Verenigde Staten.

Als amateurvoetballer in Nederland heb je mazzel als je wat extraatjes krijgt van je club. Misschien krijg je wat hulp om een appartementje te vinden, misschien krijg je onder de tafel een envelopje met zwart geld. Meer kan je niet verwachten. Maar in de Verenigde Staten werd opeens alles betaald voor Lomis, omdat hij als student athlete uit ging komen voor de universiteit. Zijn studiekosten werden volledig gedekt, hij kon kosteloos wonen op de dure campus van de universiteit en kreeg zelfs 500 dollar zakgeld in de maand. Een ideaal leventje voor een 22-jarige student die graag een balletje trapt.

Marios Lomis (links) met twee ploeggenoten in de Verenigde Staten. (Foto via Lomis)

De afgelopen jaren zijn er op dezelfde manier honderden Nederlandse amateurvoetballers naar de Verenigde Staten vertrokken. De website Transfermarkt houdt bij in welke landen Nederlanders in het buitenland voetballen. De meesten zitten over de grens in onze buurlanden België, Duitsland en Engeland – wat wel logisch is. Maar daarna zitten verreweg de meeste Nederlandse voetballers in Amerika, ruim boven bijvoorbeeld Scandinavië en Frankrijk. Dat is zo, doordat het de afgelopen tijd steeds populairder is geworden onder Nederlandse amateurs om een studiebeurs in Amerika te fiksen.

Paul de Koning is verantwoordelijk voor deze trend. Hij was degene die Lomis in 2017 een facebookberichtje stuurde. De Koning was zelf amateurvoetballer in Nederland. Hij speelde in de eerste klasse bij Sparta'25. In 2007 werd hij na een wedstrijd op zijn schouder getikt. “Stond daar ineens een Amerikaanse coach, TJ Kostecky, die vroeg of ik naar de VS wilde vertrekken,” vertelt De Koning. Hij was toen 21 jaar. “Op een bierviltje tekende Kostecky uit wat er voor mij mogelijk was met beurzen in Amerika. Heel bijzonder.” De Koning sprak thuis meteen met zijn ouders over het voorstel.

Kostecky wilde hem naar zijn voetbalteam halen, het elftal van Long Island University in Brooklyn. Daar kon De Koning een studiebeurs krijgen. “Je moet aan heel veel academische eisen voldoen. Als ik nu terugkijk, is het eigenlijk een wonder dat dat bleek te passen,” zegt De Koning. Kort na aankomst in New York ging hij met zijn team op trainingskamp in Californië. “Dat was fantastisch. We gingen naar LA, San Francisco en Beverly Hills, en verbleven in het Mandalay Bay Beach resort. Dat vergeet ik nooit meer. Dat is een resort jongen, daar word je achterlijk van, zo groot. We kregen alles van de school: de kleding, het reizen. Daar stond ik wel van te kijken. In Nederland was ik gewoon een eersteklasser.”

De Koning (onderste rij, vijfde van links) met zijn team in New York. (Foto via De Koning)

De Koning bleef anderhalf jaar in New York en haalde daar zijn master. Elke dag trainde hij met het team en studeerde hij, in de weekenden reisde hij voor wedstrijden heel Amerika door. Toen hij na anderhalf jaar terugkwam in Nederland, kreeg hij regelmatig de vraag van andere amateurvoetballers hoe ze ook zo’n stap konden maken. “Het begon als een soort vriendendienst; mensen helpen ook zoiets te regelen,” vertelt hij. Die vriendendienst liep al snel uit de hand. In 2015 richtte De Koning samen met zijn broer een bedrijf op om Nederlandse sporters naar de VS te brengen. Samen vlogen ze meteen naar Amerika, om er zoveel mogelijk coaches te spreken en een netwerk op te bouwen.

De sportbudgetten waar Amerikaanse universiteiten en colleges mee werken, zijn vaak gigantisch. De Koning noemt de University of Oregon als voorbeeld. “Die hebben een sportbudget van meer dan 190 miljoen dollar per jaar,” vertelt hij. “Dat halen ze uit tv-gelden, ticketverkoop, sponsors, merchandise, noem maar op. Dat is meer dan de budgetten van PSV en Feyenoord bij elkaar.” Dat geld wordt vooral geïnvesteerd in typisch Amerikaanse sporten, zoals American football en basketbal. Dat zijn ook de sporten die het grote publiek trekken, daar wordt het geld mee verdiend. Maar de meeste universiteiten en colleges maken ook budgetten vrij voor andere sporten, zoals voetbal, hockey en volleybal – sporten waarin we in Nederland relatief goed zijn. Onze hogere amateurs in die sporten zijn daarom van waarde voor zo’n universiteit.

Het is dus een win/win-situatie: de Amerikaanse universiteiten en colleges krijgen relatief goede sporters uit Nederland, terwijl deze Nederlandse amateurs studiebeurzen krijgen in de VS. In dat gat dook De Koning. Samen met vier andere fulltimers benadert hij nu coaches in de VS en studerende topamateurs in Nederland, om die aan elkaar te matchen. Hij vraagt uiteraard wel een vergoeding als zo’n deal rondkomt, vergelijkbaar met een jaar collegegeld in Nederland. De Koning schat dat zijn bedrijf nu richting de 300 Nederlandse sporters naar de VS heeft gebracht.

Marios Lomis in zijn vrije tijd in de Verenigde Staten. (Foto via Lomis)

Voor Lomis was het voetballend wel flink aanpoten toen hij aankwam in Nebraska. De voetbalcultuur in de VS is totaal anders dan die in Europa, zeker op het studentenniveau. Het seizoen was extreem kort, slechts een paar maanden, met elke vrijdag en zondag een wedstrijd. De trainers mochten elke wedstrijd onbeperkt doorwisselen. “Soms werd ik na twintig minuten gewisseld, zat ik vijf minuten op de bank, en moest ik vervolgens weer tien minuten spelen. Dat was geen doen,” vertelt Lomis. Door dat systeem was de intensiteit hoger, maar het spel minder tactisch dan in Nederland. Lomis moest zich aanpassen, intussen haalde hij zijn master.

Na het seizoen gebeurde er iets moois. Een Amerikaanse zaakwaarnemer nam contact met hem op. Die vond dat hij veel beter op profniveau kon spelen in de VS, in plaats van het studentenniveau dat alleen maar op en neer gaat. De zaakwaarnemer regelde een stage voor Lomis bij North Carolina FC, aan de oostkust van het land. Die club komt uit in de USL, het tweede profniveau van de VS. Lomis moest wel zelf zijn vliegticket betalen. Als hij een contract af zou dwingen, zou hij dat vergoed krijgen. Lomis: “600 dollar voor een vliegticket was best veel voor mij als student, maar ik dacht: fuck it, ik ga het gewoon proberen.” Lomis vloog naar de oostkust, in de hoop daar profvoetballer te worden.

In North Carolina wist hij snel te overtuigen, met een paar goals in de proefwedstrijden. Lomis kreeg een profcontract. Het was hem in Nederland niet gelukt om prof te worden, maar met een omweg lukte dat in de VS wel. Daarom bleef hij ook na zijn studie in Amerika. Veel geld verdiende hij niet met zijn eerste contract bij North Carolina FC, zo’n 1.750 dollar per maand, maar het was een begin. Inmiddels voetbalt Lomis met een beter contract voor de Texaanse club El Paso Locomotive, ook in de USL. Zijn ultieme doel is om uiteindelijk de MLS te halen, het hoogste niveau in Amerika. “Om dat te halen moet ik vijftien, twintig keer scoren in een seizoen in de USL,” zegt hij.

Annebel Brandts vertrekt deze zomer naar Milwaukee. (Foto via Brandts)

In Nederland bereidt een nieuwe lading amateursporters zich nu voor om in de zomer van dit jaar naar Amerika te vertrekken, zodra dat weer kan, met de huidige coronacrisis. Een van hen is de 17-jarige Annebel Brandts. Zij speelde afgelopen seizoen op het middenveld van JVC Cuijk, toen ze een berichtje op Instagram kreeg van het bedrijf van De Koning, met de vraag of ze naar de VS zou willen vertrekken. “Dat leek me erg gaaf,” vertelt ze. “Na mijn examens heb ik besloten dat ik het ga proberen.” Ze maakte met het bedrijf van De Koning een videocompilatie van haar voetbalkwaliteiten. Die werd op YouTube gezet, waarna verschillende Amerikaanse coaches reageerden, onder meer uit Ohio en Wisconsin.

Ze koos voor Cardinal Stritch University uit Milwaukee, in de staat Wisconsin. Daar had ze het beste gevoel bij. Ze doet nu al mee met online trainingen. Brandts gaat in Milwaukee naast het voetballen de studie Social work volgen. Ze is nog nooit in Amerika geweest. “Het is nu allemaal nog een beetje onwerkelijk, maar ik vind het heel vet,” vertelt ze. Op dit moment woont Brandts nog bij haar ouders in het Brabantse dorp Rijkevoort. Maar als alles goed gaat, pakt ze op 1 augustus het vliegtuig naar Milwaukee, in de hoop op een glorieuze toekomst in het Amerikaanse voetbal.

-

Tijdens de coronacrisis bellen we met voormalig spelers uit de Eredivisie, om erachter te komen hoe het nu met ze gaat. Van Shinji Ono in Japan tot Jozy Altidore in Canada. Al deze interviews zijn hier te vinden. Naast onze geschreven verhalen en video's hebben we nu ook een podcast: De Wereld van VICE Sports. De afleveringen zijn hier te luisteren bij Apple of hier op Spotify: