Advertentie
Kunst

Ik ging met een medium naar een tentoonstelling vol dode lichamen

Maar na vijf minuten verliet ze al huilend de kamer.

door Djanlissa Pringels
08 september 2017, 11:40am

Alle afbeeldingen door de auteur

We gaan allemaal dood. Dit is een van de weinige zekerheden in de wereld. En alhoewel dit niets nieuws is, heeft de Westerse wereld nog altijd een – zacht uitgedrukt – ongemakkelijke relatie met alles wat te maken heeft met de dood. En daar past de lugubere aantrekkingskracht van Real Human Bodies, een tentoonstelling waar echte lijken te zien zijn, helemaal in. Het is gruwelijk, maar ook fascinerend: je kan het menselijk lichaam verkennen, je leert er wat van en je kan een uurtje lang je grootste doodsangsten onder ogen komen, om daarna veilig terug te keren onder de levenden.

Maar onlangs kreeg de tentoonstelling een bittere nasmaak. Het gerucht ging dat de lichamen die tentoongesteld worden in Breda niet van Nederlandse en Amerikaans vrijwilligers zijn, maar van Chinese zwervers die illegaal verkocht zijn door de overheid. Met andere woorden: je bekijkt de darmen, oogballen en ruggewervels van mensen die op straat zijn gestorven en nooit om pottenkijkers gevraagd hebben. Er ontstond een shitstorm in de media en waar de lichamen vandaan komen, blijft nog steeds een mysterie. Een mysterie dat de expertise eist van iemand die de doden op speed dial heeft en het hen gewoon rechtstreeks kan vragen: een medium.

Na wat googlen, besluit ik Ria Doodeman – die naam verzin ik niet – te contacteren. Ze biedt volgens haar website "antwoorden op levensvragen" en als ik haar over de tentoonstelling vertel, ziet ze het idee meteen zitten. Zei ik trouwens al dat haar achternaam Doodeman is?

De volgende dag zit ik in de trein naar Hotel Brabant in Brabant om met het medium naar de opengesneden lichamen van Real Human Bodies te kijken. Ik kan wel in mijn broek schijten van spanning. Niet alleen ben ik wat wantrouwig tegenover iemand die claimt te praten met overledenen, maar ik ben ook nieuwsgierig: hoe praat je in godsnaam met geconserveerde lijken? Hoe zal zij een klinische, wetenschappelijke tentoonstelling vol echte, dode lichamen ervaren? Is dat niet ongelooflijk eng?

Als ik aankom in het hotel, is het een absurde bedoening. Het hotel geeft me een The Shining-vibe (je kamer moet maar net boven een tentoonstelling vol dode foetussen en opengesneden mensen zijn). Het eerste wat ik zie is een reclame voor onbeperkt spareribs eten voor 19,50. Ook hoor ik een vrouw bij de balie vragen of de baby's al gestorven waren voor de tentoonstelling. "Ja mevrouw, de baby's waren al dood. Ze zijn niet gedood voor de tentoonstelling," hoor ik de man antwoorden. Oef.

Na een kwartiertje zie ik Ria, die me direct herkent. Ze bewijst meteen haar helderziendheid, maar het kan ook aan het feit liggen dat ik de enige in de kamer ben of dat Djanlissa Pringels een naam is die redelijk makkelijk te googlen is. Toch mag ik Ria meteen: ze is een lieve vrouw met helderblauwe ogen en een brede glimlach. "Het was nooit mijn bedoeling om medium te worden, maar het overkwam me gewoon," vertelt ze. "Als kind zag ik vaak bepaalde dingen, maar die heb ik geleerd te onderdrukken. Op een dag was ik iemand aan het masseren en besefte ik plots dat we omringd werden door de energie van een overledene. Ik wist dat het haar dode vader was en kon bepaalde dingen vertellen die niemand wist. Hierna heb ik tien jaar een mediumopleiding aan The English College gevolgd."

We praten nog een half uurtje over de dood en hoe je als medium de dood ervaart. "Ik ontdekte dat er verschillende lagen van energie zijn als je in een ruimte stapt. Ik zat bij een vriendin en zag achter haar plots een prachtig transparant silhouet. Ik wist dat het mijn overleden oma was, ook al had ik haar nog nooit gezien." Als ik Ria vraag of ze ook verschillende transparante silhouetten zal zien op de tentoonstelling, vertelt ze me dat het niet op die manier werkt. Ze voelt de doden alleen als ze hen toelaat. Wel moet ze bewust blijven van haar eigen energie en die in balans houden: als ze in contact treedt met een dode, vermengt zijn energie die namelijk met de hare. Zo kan ze geconfronteerd worden met frustratie, angst en woede. Laten we hopen, voor Ria's gezondheid, dat de tentoonstelling niet gevuld is met boze en verwarde Chinezen.

We lopen de tentoonstellingsruimte in. Het eerste wat ik zie is een opengesneden schedel. Je ziet de wimpers, tanden en hersenen, netjes in plakjes opgedeeld. "Hier zie je de kaakwortel," vertelt Ria me. "Het is zoals kaas," hoor ik een moeder uitleggen aan haar zoontje, "maar dan hersenkaas." Mijn maag draait om, maar dat kan ook liggen aan de penetrante rioolgeur die in de kamer hangt.

Toch is het enorm boeiend. Die stoffige lessen anatomie die geïllustreerd werden met onduidelijke tekeningen worden plots heel wat helderder. Ria en ik praten over oogballen, skeletten en het belang van een ruggenwervel. We lachen als een man zich naast een skelet legt om te meten hoe groot het lichaam is. De sfeer is luchtig en er is geen spoor te bekennen van een boze geest of gefrustreerde dode die zich vastklampt aan Ria.

Dan lopen we de hoek om. We zien een grotesk figuur: een man in zithouding, uit elkaar gehaald zodat we zijn darmen, kaak en hersenpan kunnen bekijken. De sfeer verandert. "Dit is confronterend," vertelt Ria me, "dit is echt nog een duidelijk persoon. Ik hoop maar dat de mensen die deze tentoonstelling bezoeken de doden respecteren en er niet om lachen." Op dat moment loopt een jongetje met een fidget spinner binnen en hij schiet in de lach bij het zien van de penis van de man. Ria's gezicht spreekt boekdelen. "Dit raakt me heel erg diep. Ik moet nu constant terugkeren naar mijn gezonde verstand en mijn emotie loskoppelen," vertelt ze, terwijl ze angstig rondkijkt. De tranen rollen over haar wang. "Ik wil weg, dit is te intens."

Al met al zijn we vijf minuten in de tentoonstelling geweest. Met een cappuccinootje in het restaurant van het hotel praat ik nog even met het medium na. Ria vertelt me dat ze niet in contact trad met de zittende man, of de geesten van andere dode lichamen in de zaal. Ze werd wel geconfronteerd met het feit dat die zittende man een echt iemand was met een echt verhaal. Ze heeft geen contact gehad met de man en kon ze hem niet vragen waar hij vandaan kwam. Toch overviel haar een gevoel van wanhoop en verdriet. "De ruimte voelde niet goed aan," vertelt ze me nog. "Het was een hele andere ervaring dan toen ik het dode lichaam van mijn broer vasthield." Ria vertelt over hoe ze haar broer uit zijn lichaam zag glijden. Als ik haar vraag waar haar broer nu is, antwoordt ze dat ze hoopt dat zijn geest ergens in Tanzania zit. " Voor zijn dood was hij op vakantie in Tanzania en hij zei: als er een paradijs is, wil ik hier zijn. Volgens theorieën blijkt dat als je een sterke verbinding met een plek hebt, je ook naar die plaats gaat," vertelt ze me.

Tot slot vraag ik haar of ze mij wil lezen. Ze vertelt me dat ik een nieuwsgierige creatieveling ben, met behoefte aan structuur. Ik had van kinds af een sterke drang om mijn eigen gang te gaan, ik luister naar muziek om te ontspannen en hou van gezellig tafelen. Dat kan zeker kloppen, maar ik ben denk ik niet de enige die zo is. Als Ria ziet dat ik opensta voor de lezing, vertelt ze me ook dat ze nog een boodschap heeft voor me. "Je overleden ex-vriendje wil dat je weet dat hij het leuk vindt als je luistert naar jullie gemeenschappelijke nummer en hij zou graag hebben dat je op zijn verjaardag een bos bloemen voor jezelf koopt." Ik ben me er bewust van dat Ria even goed naar mij geluisterd heeft als ik naar haar. Ik kan alleen maar hopen dat Ria's sterk staaltje observatievermogen troost biedt aan mensen die iemand verloren hebben en nood hebben aan een manier om een pijnlijk hoofdstuk af te sluiten.

Na een tweede cappuccino keer ik in mijn eentje terug naar de tentoonstelling. Met alleen koffie en melk op een nuchtere maag zien dode lichamen en foetussen op sterk water er bijzonder onsmakelijk uit. Ik zie een opengesneden, zwangere vrouw waar de foetus nog in zit. Een man ligt in verschillende plakjes verspreid, alsof hij slachtoffer is geworden van een scène uit Final Destination en ik kan rokerslongen oppompen en die vergelijken met gewone longen. Verschillende ziektes, zoals aids en kanker, worden met echte lichaamsdelen geïllustreerd. "De meeste gechoqueerde reacties komen van mensen die zelf roken of ziek zijn. Deze tentoonstelling is voor hen heel confronterend," vertelt de man aan de balie me. En confronterend is het zeker. Er hangt een gespannen sfeer in de ruimte: de bezoekers zijn duidelijk gebiologeerd, er wordt gepraat over ziektes, het lichaam en de dood. En nu en dan wordt er een wansmakelijke opmerking gemaakt, zoals 'high five!' bij een doormidden gesneden man of het liedje van The Lion King wordt geneuried bij het lichaam van een man die een lap huid vasthoudt.

Na een twee uur praten over de dood en kijken naar plakjes mens, ben ik klaar om me in een deken te wikkelen en in een hoekje te huilen. Het is nog steeds niet duidelijk wat het persoonlijke verhaal achter elk lichaam is en het is erg heftig om te zien hoe fragiel ons vleselijk omhulsel is. Wat ik van de tentoonstelling heb geleerd is dat we ons duidelijk nog geen houding kunnen geven tegenover de dood. Je kan het relativeren, het lichaam volledig loskoppelen en als een wetenschappelijk object analyseren en er zelfs mee lachen. Of je kan, net zoals Ria, de hoop koesteren dat je na het leven op een mooi plekje belandt. Maar in één ding zijn we hetzelfde: "We vinden het moeilijk om de dood te accepteren," vertelde Ria me, "dat is waarom we het leven proberen te vereeuwigen." En ik denk dat medium Ria hiermee de tentoonstelling goed gevat heeft.