Op de koffie bij de oprichters van het Theepottenmuseum

“Dit museum is een beetje de schuld van mijn schoonmoeder.”

|
mrt. 29 2018, 9:33am

De voorwaarden zijn simpel: het moet een theepot zijn, maar het mag totaal niet op een theepot lijken. En dan krijg je dus potten in de vorm van vaatwassers, Engelse drop of Jimi Hendrix. Of zelfs een espressomachinetheepot. In het Theepottenmuseum in het Limburgse Swartbroek kun je eindeloos pottenkijken, want je vindt er meer dan 2.000 absurde exemplaren.

Het museum is opgericht door Saskia en Frits Lavell, voor wie het een hele kunst moet zijn geweest om zo’n gigantische collectie bij elkaar te verzamelen – of ze houden gewoon extreem van thee natuurlijk. Om te horen waar hun fascinatie vandaan komt, welke stromingen er zijn in de theepottenwereld en wat hun grootste pronkstuk is, ging ik langs voor een bakkie.

Het museum zit verscholen in een groot maar onopvallend woonhuis midden in het dorpje Swartbroek. Bij binnenkomst krijg ik een verrassende vraag: koffie of thee? Ik kies voor koffie, en hoop dat ze dat niet erg vinden. Frits houdt zelf ook meer van koffie, geeft hij toe. Saskia is wel een theeleut, en schenkt zichzelf een kopje in uit een verrassend normale theepot. “Die kan tenminste gewoon in de afwasmachine.”

Het museum is nu zeven jaar open, en hun allereerste exemplaar was een olifantentheepot, die de moeder van Saskia zo’n vijftig jaar geleden van de buurvrouw kreeg. Toen kregen ze ook een poezentheepot in handen, en van het een kwam het ander. “Dit museum is dus eigenlijk de schuld van mijn schoonmoeder,” vertelt Frits lachend.

De collectie heeft zo langzamerhand wel hun hele huis overgenomen. Dat ging snel, want zeven jaar geleden kregen ze plots 700 theepotten erbij. Het stel is nu maar naar de eerste verdieping van hun huis verkast, want het museum vult de begane grond. De andere collecties van Frits – schaakborden en postzegels – hebben ook plaats moeten maken voor de theepotten. “Hij is een beetje een hamster,” zegt Saskia.

Na het koffieleuten krijgen we een rondleiding. Ik vraag me af hoe je theepotten in hemelsnaam rangschikt. Lengte van de tuit? Inhoud? Kleur? Maar nee, de collectie is ingedeeld op thema. “We hebben een vakantiekast, kerstkast, gedekte tafelkast, huishoudelijke apparatuurkast, sprookjeskast, kasten met aapjes, olifantjes, uiltjes en kikkertjes,” somt Frits op. “Noem maar op.” Dat levert volgens Saskia soms problemen op. “Als je er een hebt met een hond én een kat erop, zet je hem dan bij de honden of bij de katten?”

Het lijkt een flinke klus om het overzicht te bewaren, maar Frits weet van bijna elke theepot uit zijn hoofd waar hij staat. Hij begint over de geschiedenis van de theepot te vertellen, en begint over de twaalfde of dertiende eeuw in China. Toen waren er ook al maffe potten, zoals de ananastheepot. Als je die aan iemand gaf, wenste je diegene veel rijkdom toe – het Chinese woord voor ananas lijkt namelijk veel op dat voor rijkdom. En als je in het Engeland van de achttiende eeuw indruk wilde maken, schonk je thee uit een speciale theepot. Als je bloemkool serveerde, kon je dus mooi de bloemkooltheepot gebruiken.

De oudste uit de collectie stamt uit 1880, en heeft de vorm van een aap. “Je wilde laten zien dat je in verre streken was geweest,” zegt Saskia. “Dat deden ze dan via een theepot. Goed hè?”

Een uitgesproken topstuk? Na wat aandringen laten ze er eentje zien van de onvolprezen theepottenmaker Paul Cardew. Een pot gemaakt van kleine theepotten, die ze stuk voor stuk ook op ware grootte in het museum hebben staan.

In het midden staat het topstuk te pronken: een theepot bestaande uit meerdere theepotten

Niet alleen de vindingrijkheid van de ontwerpen, maar ook de onderwerpkeuzes vallen op. Eén theepot heeft de vorm van het hoofd van Bill Clinton, en in het handvat is het gezicht van Monica Lewinsky verwerkt. Een theepot van Donald Trump hebben ze nog niet, maar lijkt Saskia wel leuk. “Je ziet dat soort kopjes en borden ook al op de markt, dus het kan niet lang meer duren.”

Als ik vraag wat voor pottenkijkers het museum eigenlijk aantrekt, zeggen ze dat er vooral vrouwen op afkomen. Hun mannen slepen ze meestal mee. Het maakt het echtpaar trots als die dan met de nodige scepsis binnenkomen – “theepottenmuseum, bah” – en dan enthousiast weer weggaan.

“We hadden laatst een chauffeur die wat mensen uit een verzorgingstehuis kwam brengen, en die had van tevoren gezegd dat hij geen stap binnen zou zetten,” vertelt Frits. “Maar hij had geen keus, want er waren ook mensen bij die in een rolstoel zaten. In het gastenboek schreef hij echter dat hij bekeerd was tot de theepot. De volgende dag kwam hij terug met zijn echtgenote, want die moest het ook zien.”

Het Theepottenmuseum in Swartbroek is open op vrijdag, zaterdag en zondag van twaalf tot vier uur. Meer informatie over het museum vind je hier. En meer bijzondere theepotten hieronder.

Meer VICE
VICE-kanalen