Een paar biertjes met de barman van café ’t Pandje in Utrecht
Alle foto's door de auteur

Een paar biertjes met de barman van café ’t Pandje in Utrecht

We spraken kroegbaas Ron Netto over telefoontjes van Bram Moszkowicz, zijn legendarische tostibal en dronken studenten die dreigen met advocaten.
27.3.18

Welkom bij Last Call , een rubriek waarin we bij doorgewinterde barmannen en -vrouwen aan de bar hangen om wat van hun levenswijsheid op te doen. Van hoe je over een gebroken hart heen komt tot welke drankjes je niet moet bestellen als je niet uitgelachen wil worden.

Als ik vrijdagmiddag ‘t Pandje binnenloop, komt de geur van bier me tegemoet. Het is niet die vieze mix van kots, zweet en alcohol die je vaak in feestcafés aantreft, maar een melange van oud hout en goede verhalen. Het ruikt hier net zo gezellig en knus als het kleine Utrechtse zaakje eruitziet.

Advertentie

Het hele pand ademt de sfeer van een gemoedelijke boerenwoonkamer. Dit is de perfecte plek voor een blind date: eventuele pijnlijke stiltes vervagen in het interieur of in het geroezemoes op de achtergrond. Het licht is nog uit, maar ik voel me er al ontspannen door de oranje steunpilaren met schilderingen van biermerken en het kleine zwart-wit-betegelde keukentje.

Ron Netto (49) biedt me een cola aan en gaat aan de bar zitten. Samen met zijn broer René is hij eigenaar van café ‘t Pandje aan de Nobelstraat. De zaak stamt uit 1959 en staat bekend om zijn sfeer, de twee gezellige broers en hun beroemde tostiballen. Hun vader, Cor Netto, begon hier als barman en nam het café in 1970 samen met zijn vrouw over. Ron en René besloten in 1995 om de zaak over te nemen en staan zelf nog elke dag achter de tap.

Ron zet Barry Manilows Copacabana op en neuriet vrolijk mee. Ons gesprek voelt meteen als een nonchalant praatje wat je alleen met een echte barman kunt hebben en niet als een interview.

MUNCHIES: Hoi Ron. Waarom vind je het zo leuk om achter de bar te staan?
Ron Netto: Vanwege de gezelligheid. Ik ben in iedereen geïnteresseerd en eigenlijk maak ik altijd wel tijd voor een praatje. Ik vind het leuk jou hier nu aan de bar te hebben en zou het superleuk vinden als ik je hier over drie maanden weer zou zien. Er is een man die hier langer komt dan dat ik leef. Hij zal inmiddels iets van 68 zijn en komt tussen de drie keer in het jaar en drie keer in de week. Als het goed gaat, zie ik hem drie keer keer per week en als het slecht gaat maar drie keer per jaar.

Advertentie

Had je een vroege horecadroom, of ben je er ingerold?
Vanaf mijn vierde schreeuwde ik al dat ik de horeca in wilde. Mijn eerste bijbaantje was ook hier achter de bar. Ik heb heel even in dienst gezeten, om toch iets anders te proberen, maar in 1995 besloot ik om hier echt te gaan werken.

Waarom denk je dat het café nog steeds zo populair is?
De meeste cafés hier in de straat zijn feestcafés. Ze hebben minder meubels, hardere muziek en je kunt er echt dansen. Dat willen wij niet. We zijn liever een soort oase. Het is gezelliger praten als er niet zoveel herrie op de achtergrond is. Ik heb geen portier nodig om ongure types buiten te houden. Als er iemand binnenkomt die schreeuwt: “Ey, heb je geen Hazes?” dan roep ik “Nee man, helaas!” en dan lopen ze weer netjes naar buiten. Daarnaast voelt ons café vertrouwd aan, omdat mijn broer en ik altijd achter de bar staan. Mensen lopen wel eens in hun eentje naar binnen om een praatje te maken.

"Omdat niemand in die tijd nog een mobiel had, belde Bram Moszkowicz zelf hier naar de zaak om de finalist te feliciteren met zijn tweede plek bij De Nieuwe Moszkowicz."

Doen mensen dat snel?
Niet echt. Er heerst wel een bepaalde angst om in je eentje een café binnen te lopen, vooral tijdens dates. Meiden zie je vaak voorzichtig naar binnen wandelen en een beetje zoekend rondkijken, om vervolgens weer naar buiten te willen lopen. Waarschijnlijk denken ze dat ze uitstralen dat ze zielig en hopeloos op zoek zijn. Meestal zeg ik dan: “Ga lekker binnen zitten. Dan zit je in ieder geval warm en droog.” Mannen interesseert het weinig, die ploffen neer aan de bar en zeuren: “Man, ze is te laat.”

Welk legendarische moment had je niet willen missen?
Een aantal jaren geleden kwam er regelmatig een man bij ons in het café. In die tijd was het programma De Nieuwe Moszkowicz op televisie en op de avond van de finale belde die man of hij hier de finale kon kijken met zijn vrienden. Hij bleek later één van de twee finalisten te zijn, maar hij mocht natuurlijk niets zeggen. Omdat niemand in die tijd nog een mobiel had, belde Bram Moszkowicz zelf hier naar de zaak om hem te feliciteren met zijn tweede plek.

"Zijn gehaktballen waren al beroemd, maar één keer vroeg een groepje mannen uit het casino dat hier vaker zat of hij niet iets stevigers had. Toen dacht hij: ik stop zo’n bal gewoon tussen een tosti."

Kwam je hier vaak toen je jong was?
Niet echt. De eerste zeven jaar dat we de zaak hadden, woonden we erboven en later woonden we op vijf minuten afstand. Het café ging pas om 21.00 uur open en dan lagen mijn broer en ik allang in bed. Toen ik wat ouder was, werkte ik op vrijdag in de zaak en dronk ik er op zaterdag vaak twee biertjes voordat ik de stad in ging. Buiten mijn werk om, kwam ik hier niet heel veel.

Wat maakt ‘t Pandje ‘t Pandje?
Als je door de balken naar het plafond kijkt, zie je een muurschildering. Daar zat door lekkage een gat. Na het dichten, besloten we het op te leuken. We hebben er een kijkraam van gemaakt, waardoor je de Domtoren kunt zien. De kaaiman op de balk is ook bijzonder. Die heeft mijn vader ooit als grap gekregen van zijn broer die zeeman was. Hij staat daar inmiddels al 45 jaar.

De kaaiman die vader Cor Netto van zijn broer als cadeau kreeg

Hij is een beetje stoffig, heb je hem wel eens schoongemaakt?
Ik heb het wel eens geprobeerd. Maar als ik hem een sopje geef, brokkelt hij waarschijnlijk van ellende uit elkaar.

Wat voor wijsheid heb je zelf door de jaren opgedaan als barman?
Hoe belangrijk het is om beleefd te zijn. Soms wil iemand naar het toilet en dan lopen ze snel langs me heen, alsof ik ze niet zie. Als ze weglopen schreeuw ik meestal: “Graag gedaan!”, maar dan nóg reageren ze niet. Vroeger zou ik dat ook gedaan hebben, maar vraag het gewoon netjes. Ik zeg altijd ja. Ik vind het ook verbazingwekkend hoe hard mensen soms kunnen liegen. Als iemand wat op de toiletdeuren schrijft of de wc onderkotst en ik zeg: “Hé, wat ben jij nu aan het doen?” zeggen ze doodleuk: “Dat was ik niet.” Ik weet eigenlijk niet of dit nu een eye-opener is of een teleurstelling.

Advertentie

Kun je wat vertellen over jullie legendarische tostibal?
Hij wordt veel besteld en veel mensen vinden hem lekker. Het oorspronkelijke tostibal-idee is van mijn vader. Zijn gehaktballen waren al beroemd, maar één keer vroeg een groepje mannen uit het casino dat hier vaker zat of hij niet iets stevigers had. Toen dacht hij: ik stop zo’n bal gewoon tussen een tosti. Het is dus eigenlijk een platte gehaktbal in een kaastosti met een pittige tomatensaus.

De muurschildering van de Domtoren in Utrecht

Maak je wel eens vervelende dingen mee?
Mensen gaan soms ruzie zoeken of dingen uitlokken om aangifte te kunnen doen. De laatste keer dat ik iemand gevraagd heb naar buiten te gaan, was toen een megadronken kerel naar de wc wilde. Ik dacht: dat gaan we niet doen, straks kotst hij de hele wc onder. Het lukte natuurlijk niet om hem naar buiten te begeleiden zonder tegenstribbelen. Er zijn veel studenten in Utrecht en de helft daarvan studeert rechten en zij dreigen vaak met hun vader die advocaat is. Dat is moeilijk, want stel ik wordt boos, dan kunnen ze gewoon aangifte doen. Ze staan best wel sterk.

Is dat wel eens gebeurd?
Wel eens. Dronken jongelui voelen zich snel in hun eer aangetast en bellen dan de politie. Die komen dan hierheen, maar zien natuurlijk meteen hoe de vork in de steel zit met zo’n lamgeslagen kerel. Vaak wordt hij gewoon netjes naar huis gestuurd. Zo’n jongen heeft dan vooral zichzelf ermee.

Wat vind je van Utrecht?
Utrecht is supergezellig. Ik weet ook niet beter natuurlijk, omdat ik in deze straat geboren ben. Toch vind ik de kleine straatjes in Amsterdam ook wel erg knus. In Utrecht heb je jammergenoeg geen kleine straatjes met cafés. En als dat wel zo zou zijn, zou ik hier toch niet weg willen. Dit is ons plekje. Mijn oudste dochter en de zoon van mijn broer hebben hier allebei al eens gewerkt. Als zij het overnemen, worden ze de derde generatie. Dat heeft toch iets romantisch?

Bedankt, Ron.