De slechtste school van Nederland is nu het beste gebouw van Amsterdam

Een tot wijkcentrum omgetoverd schoolpand heeft de Amsterdam Architectuur Prijs gewonnen.

door Mark Minkjan; foto's door Marc Faasse
|
apr. 17 2018, 9:27am

Aan de Chris Lebeaustraat, vlak buiten de ring in Amsterdam-West, stond kort geleden nog een basisschool met de slechtste Cito-score van Nederland. Nadat de Ru Paréschool werd opgeheven, kwam het gebouw leeg te staan. Heel bijzonder was dat gebouw verder niet – totdat het op experimentele manier werd verbouwd door bewoners en organisaties uit de buurt. Het pand kreeg zo’n goede opknapbeurt dat het afgelopen donderdag zelfs de Amsterdam Architectuur Prijs 2018 won.

En dat is best knap. Andere genomineerden waren een flitsend datacenter, het nieuwe olifantenverblijf van Artis (dat trouwens over een jacuzzi beschikt), een yuppentoren, een studentencomplex en de nieuwe IJhal in het Centraal Station. Maar de architectuurprijs ging niet naar een exorbitant miljoenenontwerp, maar naar de Ru Paré Community – de sociale onderneming die van het schoolgebouw een centrale plek voor de buurt maakte.

“Ik heb nog steeds knallende koppijn, we hebben het tot diep in de nacht gevierd,” vertelt Auguste van Oppen vrijdagmiddag. Hij is een van de architecten van het groepsproject. Ik vertel hem dat ik het nogal een statement vind van een architectuurjury om voor zo’n sociaal project te kiezen. “Architectuur is meer dan efficiëntie, geld en vierkante meters,” legt hij uit. “Ru Paré zegt iets over een manier van werken waarbij bewoners, initiatiefnemers en architecten tegen de klippen op iets voor elkaar proberen te krijgen. Het betekent echt iets voor de stad.”

Hij benadrukt dat het niet het gebouw van de architect is, maar een enorm collectief bouwproject. En dat vond de jury blijkbaar ook.

Stichting Samenwonen-Samenleven, de initiatiefnemer van deze renovatie, wilde een soort nieuw buurthuis waar buurtbewoners terecht kunnen en ook zelf iets kunnen bijdragen. Het project ging dan ook niet naar architecten die hyperambiteuze bouwplannen hadden gepresenteerd – met een kek plaatje erbij – maar naar Elisabeth Boersma, Marc van Asseldonk en Auguste van Oppen. Zij hadden een voorstel gemaakt waarbij met bewoners en lokale organisaties werd gekeken hoe het gebouw opnieuw gebruikt kon worden.

De meest opvallende verandering is de gymzaal op de eerste verdieping. De buitenmuur van die gymzaal is helemaal weg, en vanaf het voormalige schoolplein is een grote entreetrap gebouwd – de ingang lag eerst aan de andere kant van het gebouw. De vloer van de gymzaal, inclusief alle gekleurde lijnen, ligt er nog, maar de zaal is nu een soort buitenhuiskamer van de buurt, waar evenementen plaatsvinden en waar je iets kunt eten of drinken.

Toen ik er op een doordeweekse ochtend langsging, werd dat ook door flink wat mensen gedaan. Het is een ruime, lichte plek, en qua bezoekers is het er een stuk diverser dan het gemiddelde hippe koffiezaakje. De oude gymzaal is ook een foyer voor de rest van het gebouw, dat vol zit met allerlei maatschappelijke organisaties en bedrijven.

Voor de transformatie werden materialen uit de buurt gebruikt. Zo vind je er bijvoorbeeld vijf hergebruikte tuinbouwkassen, die boven in het gebouw hangen. De enorme deuren in de gevel naar het plein zijn een meter of vijf hoog en kunnen bij mooi weer worden opengeklapt, waardoor het op zomerse dagen net lijkt alsof je buiten zit. Tegelijkertijd kijk je vanaf de eerste verdieping de wijk Slotervaart in, dat lang bekend stond vanwege sociale problemen en armoede.

Die blik op de wijk is niet alleen letterlijk; vanuit de Ru Paré Community wordt nagedacht over hoe het leven van de buurtbewoners verbeterd kan worden, en hoe ze zelf hun steentje kunnen bijdragen aan het gebouw en de buurt. Zo kunnen mensen er terecht voor taalcursussen, computerles, belastingadvies en binnenkort een gereedschapsuitleen. Ook worden er door voormalig vluchtelingen Exodus Evenings georganiseerd met muziek, eten en kunst rond telkens één cultuur, bijvoorbeeld Syrië, Eritrea of Koerdistan.

Maar het bijzondere pand is niet alleen voor buurtbewoners. “Sommige mensen betalen voor deze ruimtes en diensten, maar als je geen geld hebt is het gratis,” zei Hans Krikke van Samenwonen-Samenleven bij de prijsuitreiking. “Dan vragen we je in ruil iets bij te dragen. Bijna zestig initiatieven hebben een plek in dit gebouw.” De ondernemers in het gebouw moeten wel aantonen dat ze iets betekenen voor de wijk.

Doordat de horecavergunning sinds kort rond is, komt er ook meer geld binnen. Dat is nogal belangrijk, want met alleen subsidies redden ze het niet. Mede daarom is ook het KlusLAB opgericht, waarbij bewoners met expertise en die iets willen leren samen betaalde onderhoudsklussen doen in de buurt, die anders voor gemeentediensten of onderhoudsbedrijven zouden zijn.

Het KlusLAB werkt ook verder aan het gebouw zelf, want dat is eigenlijk nooit af. De grote verbouwing was nog maar het begin. Anders dan bij de meeste architectuur is hier geen vast eindontwerp. Stapsgewijs wordt er verder gebouwd en geprogrammeerd, afhankelijk van wat nodig is en waar geld voor is.

Impressie van de verschillende ruimtes in het gebouw.

Er zijn nog veel ideeën om het gebouw te verbeteren, bijvoorbeeld om de gevel te verfraaien met mineraalverf, het plein groener te maken en om van de scheiding tussen de foyer en de rest van het gebouw een open glazen wand te maken. Ook willen ze het pand van de gemeente kopen, als er meer geld is. Daarna kunnen ze zich volledig op de toekomst van het pand storten.

“Qua uiterlijk is het eigenlijk een foeilelijk gebouw,” zegt architect Van Oppen. “Maar de schoonheid zit ‘m erin dat je veel mensen bij het bouwproces betrekt en steeds iets toevoegt, waarmee de identiteit verandert. Dat is heel bevrijdend.”

Meer VICE
VICE-kanalen