Kunst

De man die al tien jaar het Flessenscheepjes Museum boven water houdt

“De helft van alle flessenscheepjes bewaren we op zolder. Als je ze allemaal laat zien, word je als bezoeker knettergek.”

door Anne Myrthe Korvinus; foto's door Ryan Oosterling
06 april 2018, 9:21am

Foto door Ryan Oosterling

Het is heus niet zo moeilijk om een beetje cultureel verantwoord bezig te zijn – je moet vooral gewoon even met je luie reet van die bank af. En natuurlijk weten waar je al die cultuur kunt opsnuiven. Daarom is er op Creators rondom de Nationale Museumweek extra aandacht voor museumcultuur, bijzondere pronkstukken en pareltjes van musea waar je waarschijnlijk nooit eerder bent geweest, maar waar je jezelf toch echt een keer naartoe zou moeten slepen.

“Flessenscheepjes Museum in zwaar weer”, las Frans Wesseling zo’n tien jaar geleden in de lokale krant van Enkhuizen. Het museum kwam vrijwilligers tekort, waarop hij zich daar zelf maar voor aanmeldde. Tegenwoordig is hij de coördinator van dit kleine museum, dat de grootste collectie flessenscheepjes ter wereld beheert – van sobere Duitse marinebootjes tot de Halve Maen, het VOC-schip waarmee in 1609 de eerste Europeanen voet aan wal zetten bij het huidige New York.

We spraken af met Frans, en vroegen hem of het museum ook tegenwoordig zijn hoofd nog een beetje boven water weet te houden. En hoe je in vredesnaam een schip in zo’n flesje krijgt.

Creators: Ha Frans, wat een hoop flessenscheepjes. Hoeveel zijn het er?
Frans Wesseling: Inmiddels hebben we er meer dan duizend, waarvan de helft nog op zolder in schoenendozen zit. Er is niet genoeg ruimte. Als je ze allemaal laat zien, word je als bezoeker knettergek. Het moet natuurlijk wel leuk blijven.

Hoe ben je eigenlijk in de flessenscheepjes gerold?
Ik heb zelf altijd veel gevaren. Soms zie ik dingen waarvan ik denk: hé leuk, die herken ik! Vorig jaar hadden we een tentoonstelling met het passagiersschip De Oranje in de fles, daar heb ik zelf nog op gevaren.

Nergens zijn zoveel flessenscheepjes tegelijk te zien als hier. Loopt het een beetje storm?
Soms. We zijn niet gesubsidieerd, daar hebben we ooit voor gekozen, dus we moeten het van de bezoekers hebben. Gisteren hadden we er drie over de hele dag, maar als er een cruiseschip aanmeert, kunnen er zo zestig mensen op een dag komen. In een normaal jaar hebben we tussen de vier- en vijfduizend bezoekers.

Het Zuiderzeemuseum zit niet ver hiervandaan, en zij zijn nogal succesvol. Is dat voor jullie goed of juist niet?
Het Zuiderzeemuseum is een gigantisch museum en ze krijgen ongelofelijke hoeveelheden geld. Het aantal bezoekers dat zij krijgen is geweldig en daar pikken wij er wat van mee. Maar we moeten voorkomen dat we er ook weer niet door worden opgeslokt. Laat ik het zo zeggen: ik hoop niet dat ál hun bezoekers ook naar ons museum komen, want dat zijn er veel te veel. Als er een groep van dertig mensen komt, zitten we al een beetje met onze handen in het haar; dat is het maximum.

Ah, concurrentie kun je het niet echt noemen. Eerder dat jullie moeten oppassen voor een te grote stroom aan mensen?
We lijden er niet onder. Het is daar gewoon heel anders, ze barsten van de vrijwilligers. Ze hoeven maar met hun mouw te schudden en ze komen eruit. Voor ons ligt dat wel moeilijker. Wij moeten advertenties plaatsen voor vrijwilligers, en dat levert lang niet altijd wat op. Maar verder vinden we het ook vooral leuk om dichtbij ze te zitten. In 2017 hadden we zelfs nog een samenwerking, ter ere van ons 25-jarig jubileum.

Komt er nog wel eens een flessenscheepjesmaker langs om de collectie met een nieuw exemplaar aan te vullen?
Heel incidenteel eigenlijk. De Nederlandse Vereniging van Flessenscheepjesbouwers en Verzamelaars heeft zo’n zestig leden, daar komt weleens iemand van langs. Die zijn hartstikke goed, die kunnen dingen waarvan je denkt: hoe is het toch mogelijk?

En, hoe is dat dan mogelijk?
Tja, soms denk ik echt dat het niet kan en dan past het er toch in. Maar we hebben een video waarin het wordt uitgelegd.

Op zolder kijken we naar een trage video van tien minuten. De soundtrack van Amélie zit eronder, en af en toe verschijnt er een tekstje in Wordart heel groot in beeld. “Het is een secuur werkje dat een vaste hand vereist”, vertelt een rustgevende vrouwenstem ondertussen.

De uitleg is duidelijk maar geeft me niet de drang om meteen naar de fles te grijpen. Je moet veel geduld hebben, want de onderdelen van het schip moeten per stuk getekend, gezaagd en geschilderd worden. Dan boor je op verschillende plekken gaten zodat je scharnieren en masten erop kunt monteren, die je vervolgens in- en uit kunt klappen. Met een touwtje door de gaten zorg je dat het bootje een opvouwbaar pakketje wordt, dat je vervolgens behoedzaam de fles in kunt werken. De bodem bestaat uit een laagje klei: de zee. Als jouw bouwpakket op de goede plek ligt kun je de draden gebruiken om de masten bij te stellen en de zeilen in juiste stand te zetten. Dan lijm je de draden aan het begin van de fles vast en is je flessenscheepje af. “Twintig uur en klaar is Kees,” zegt de vrouwenstem.

Deze kleine duurt twintig uur. Hoe lang hebben ze dan wel niet over deze grote gedaan?
Het ligt aan het houtsnijwerk. In sommigen zit wel 550 uur werk. En vaak begin je ergens aan, maar dan lukt het even niet en leg je het weg. De tijd is dus heel moeilijk in te schatten.

Tot slot: wat is jouw favoriete flessenscheepje?
Ik heb er meerdere, maar deze van barnsteen is heel bijzonder. Niemand heeft zo’n ding, er zijn er maar vier gemaakt. De maker kocht de sieraden broches op de rommelmarkt en heeft er met heel veel geduld scheepjes van gemaakt.

Dankjewel!