Carlo Celadon
Illustratie door Massimiliano Marzucco.
misdaad

De tiener die 2,5 jaar door de Italiaanse maffia in een gat werd vastgeketend

Op zijn negentiende werd Carlo ontvoerd door de 'Ndrangheta. “Ik huilde en schreeuwde zo hard als ik kon, maar niemand hoorde me.”
13 februari 2020, 11:01am

Op 25 januari 1988 was de negentienjarige Carlo Celadon ‘s avonds alleen thuis. Hij woonde in Arzignano, een dorpje in het noordoosten van Italië, en zat in zijn eentje te eten. Zijn vader Candido, een succesvolle ondernemer, was op vakantie met zijn zus, en zijn oudere broer was op huwelijksreis. Op een gegeven moment braken er vier gewapende mannen het huis binnen. Ze bonden Carlo vast, gooiden hem in de kofferbak van hun auto en reden weg. Het was het begin van de langst durende ontvoering in Italië ooit.

De vier mannen waren lid van de 'Ndrangheta, een machtige maffia-organisatie uit de zuidelijke regio Calabrië. De 'Ndrangheta speelt een belangrijke rol in de wereldwijde drugshandel (vooral op het gebied van cocaïne), met een jaarlijkse omzet die op 44 miljard euro wordt geschat. Voordat ze deze positie hadden bereikt, verdienden ze hun geld door mensen uit rijke families te ontvoeren en losgeld te vragen. Van eind jaren zestig tot begin jaren negentig kidnapten ze bijna 700 mensen.

De Italiaanse journalist Pablo Trincia reconstrueerde Carlo’s verhaal voor een aflevering van de Italiaanse podcast Buio – dat ‘donker’ betekent. “Deze periode betekende een keerpunt in de opkomst van maffia-organisaties,” vertelt Trincia aan de telefoon. “De 'Ndrangheta had een heel systeem rondom de ontvoeringen ontwikkeld, waarbij de opbrengsten werden geïnvesteerd in illegale activiteiten die nog meer winst opleverden, zoals vastgoed en drugssmokkel.”

Nadat Carlo ontvoerd werd, reed de auto zeventien uur lang zonder te stoppen naar Aspromonte in Calabrië, de thuisbasis van de 'Ndrangheta. Daar werd hij vastgeketend en achtergelaten in een klein uitgegraven gat in de grond, met verder alleen een zak brood. Omdat Carlo het nieuws volgde wist hij dat dit soort ontvoeringen een half jaar konden duren, omdat het veel tijd kost om te onderhandelen en de betaling te regelen. “Ik ging ervan uit dat me een lange lijdensweg te wachten stond,” herinnert hij zich in de podcast.

Voordat Carlo ontvoerd werd, zat hij een keer ‘s avonds het nieuws te kijken met zijn vader, en kwam er een bericht langs over een ontvoerd persoon die werd vrijgelaten omdat er losgeld was betaald. Hij vroeg zijn vader of hij dat ook zou doen als hij ooit gekidnapt zou worden, maar die schudde zijn hoofd. Nee, zijn vader zou dat geld nooit betalen. “Ik was bang dat hij me dood zou laten gaan,” zegt Carlo.

In werkelijkheid scheurde zijn vader gelijk terug naar huis, omdat hij er alles voor over had om zijn zoon te redden. Zijn gezin ontving dagenlang neptelefoontjes van mensen die deden alsof ze Carlo hadden ontvoerd. Ze wachtten drie maanden in angst, totdat de echte ontvoerders eindelijk contact opnamen. Een man die zichzelf Agip noemde vroeg vijf miljard lire voor Carlo, wat nu omgerekend 2,6 miljoen euro zou zijn.

Carlo wist ondertussen van niks. In de eerste maanden werd hij doodsbang gemaakt door de ontvoerders, die hem wijs probeerden te maken dat zijn vader weigerde te betalen. Ze lieten hem brieven naar zijn vader schrijven, waarin hij smeekte om hem te helpen, maar die werden nooit daadwerkelijk verstuurd. Toen Candido vroeg of ze konden bewijzen dat Carlo nog in leven was, gaven ze een geluidsbandje waarop zijn zoon hem ervan beschuldigde dat hij hem had verlaten, en hij alleen maar om geld gaf.

Na dat eerste telefoongesprek kwam de zaak onder leiding van openbaar aanklager Tonino De Silvestri. “Er waren twee opties,” legt De Silvestri uit in de podcast. “Sommigen vonden dat het vermogen van de familie bevroren moest worden [om de 'Ndrangheta onder druk te zetten om hun eis in te trekken], en dat al het contact moest worden vermeden. Anderen stelden voor om het aan de familie over te laten.” Ze kozen voor een tussenweg: het vermogen werd bevroren, maar het gezin zou wel met de ontvoerders onderhandelen. Wanneer ze het geld zouden betalen, zou de politie ze arresteren.

Maanden gingen voorbij en al die tijd bleef Carlo getekend in het gat. “Er kwamen muizen af op het voedsel, dus ik trok me terug in een hoekje,” vertelt hij in de podcast. “Ik deed een stukje kaas onder een glas, en als er dan een muis in kwam kneep ik zijn kop eraf. Er zijn ook twee keer slangen in gekomen. Als die me zouden bijten en ik geïnfecteerd zou raken, zouden mijn ontvoerders me nooit naar een ziekenhuis hebben gebracht.” Een andere keer verdronk hij bijna, doordat het stormde en het gat vol water was gestroomd. “Ik huilde en schreeuwde zo hard als ik kon, maar niemand hoorde me.”

Op een gegeven moment maakten Candido en Agip een afspraak om het geld te betalen. Candido volgde zijn instructies en bracht het afgesproken bedrag mee, maar Carlo was nergens te bekennen. De politie volgde de mannen die het geld hadden opgepikt naar een klein huis, en arresteerde daar vijf mensen. Maar van zowel het geld als van Carlo was geen spoor meer te bekennen.

Kort daarvoor hadden de ontvoerders hem namelijk verplaatst naar een grot in het bos, en vanaf dat moment stopte de communicatie voor zeven maanden. Carlo’s familie vreesde dat hij niet meer leefde. Na een tijd nam Agip toch weer contact met ze op, en vroeg hij opnieuw vijf miljard lire. Zijn toon werd steeds grover. “Als je niet wilt betalen, zeg het dan gewoon,” zei hij tegen Candido. “Dan bezorgen we je alleen zijn hoofd.”

Maanden later werd er opnieuw een afspraak gemaakt. Candido had het bedrag omlaag weten te krijgen naar twee miljard lire (ongeveer een miljoen euro). Op de ochtend van 4 mei 1990, 831 dagen na zijn ontvoering, werd Carlo eindelijk bevrijd. “Ze namen me mee naar een snelweg en legden me neer op de grond,” vertelde hij. Een bestuurder zag hem en belde de politie. Carlo was 30 kilo afgevallen en niet in staat om op te staan. Hij weigerde zijn vader aan de telefoon te woord te staan, omdat hij nog steeds dacht dat hij zo lang vast had gezeten omdat hij niks had willen betalen.

“Wat me vooral heeft geraakt aan Carlo Celadons verhaal, is dat hij niet eens totaal gek is geworden,” zegt Trincia. “Hij heeft tweeënhalf jaar daar gezeten, terwijl hij alleen maar kon tellen hoeveel seconden er voorbij tikten. En al die tijd dacht hij dat zijn familie hem aan zijn lot had overgelaten, en dat hij ieder moment vermoord kon worden.”

Volgens het Italiaanse wetenschappelijke tijdschrift voor criminologie zijn ontvoeringen voor georganiseerde misdaadgroepen niet alleen een inkomstenbron, maar ook een manier om mensen bang te maken en de autoriteiten er machteloos uit te laten zien. Doordat de ‘Ndrangheta een deel van zijn opbrengsten verdeelt onder arme dorpjes in Aspromonte heeft het een loyaal netwerk, wat het erg lastig maakt om de leden te ontmaskeren.

Trincia vertelt dat de autoriteiten er een paar jaar na Carlo’s vrijlating in zijn geslaagd om Agip te arresteren. “Toen de politie telefoongesprekken afluisterde werd zijn stem herkend. Het was pure mazzel, en hij bleek ook maar een van de vele tussenpersonen te zijn.” Van de andere ontvoerders is nooit meer iets vernomen, en dat geldt ook voor de miljarden lire die ze in hun zak hebben gestoken.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Italië .