gezondheid

Hoe je leven verandert als je ineens niet meer kunt ruiken

“In de zomer vraag ik me voortdurend af of ik niet naar zweet ruik. Ik heb geen idee hoe het is om mezelf fris te voelen.”
NP
zoals verteld aan Nora Pauelsen
03 januari 2020, 9:56am
vrouw die aan frietjes ruikt

Sabrina Hentzgen verloor haar reukzin nadat ze een hersenbeschadiging opliep. Sindsdien kan ze niet meer genieten van lekker eten, en zijn ook de geuren van een zilte zeelucht of versgemaaid gras haar voor altijd door de neus geboord. Ze vertelt hoe deze reukstoornis haar beïnvloedt in dagelijks leven.

Toen ik na het ongeluk in het ziekenhuis lag en geknuffeld werd door mijn vierjarige zoon, wist ik dat er iets niet klopte. Mijn hoofd lag op zijn schouder en ik zuchtte van opluchting, maar toen ik vervolgens lucht inademde kon ik hem helemaal niet ruiken. Hij rook gewoon naar niks.

Ik lag in het ziekenhuis omdat ik mijn neus had gebroken. Niks ernstigs verder, ik was gewoon over de stofzuiger gestruikeld en was met mijn hoofd keihard tegen de rand van de tafel gekomen. Maar het begon steeds meer pijn te doen. Vier dagen later kwamen ze erachter dat ik een hersenbloeding had opgelopen.

Ik ging vier maanden met ziekteverlof en kwam moeilijk uit mijn woorden, alsof ik net een beroerte had gehad. Na een tijd werd het wel beter, maar een van mijn hersenfuncties was nog steeds zwaar beschadigd.

Wat ik nu heb is anosmie, oftewel het onvermogen om te kunnen ruiken. De een heeft dit vanaf de geboorte, de ander krijgt het later als gevolg van ouderdom of een ongeluk. Toen ik met mijn hoofd tegen de tafelrand aankwam, scheurden mijn geursensoren af, waardoor mijn neus nu geen geuren meer kan overbrengen naar mijn hersenen. Die geursensoren kunnen ook met elkaar in de knoop raken, waardoor je geuren vervormd waarneemt – maar dat is weer een andere reukstoornis. Het aantal Nederlanders dat in totaal een reuk en/of smaakstoornis heeft, volgens de Anosmievereniging op 250.000 tot 300.000 personen.

Eine Frau hält ein Baby

Sabrina Hentzgen en haar zoon. Foto met dank aan Sabrina Hentzgen

Veel mensen kunnen na zo’n ongeluk alsnog weer ruiken en proeven, maar aangezien ik een jaar na mijn ongeluk nog geen enkel teken van verbetering heb gezien, heb ik weinig hoop. Ik leef in een soort neutrale wereld. Mijn leven is totaal veranderd, zeker omdat ik altijd heel goed heb kunnen ruiken. Toen ik zwanger was kon ik zelfs proeven uit welke regio een bepaalde truffel kwam.

De aandoening heeft me op meerdere vlakken geraakt. We wonen dicht bij de Oostzee, maar de zilte zeelucht kan ik niet waarnemen, net zo min als zomerregen of versgemaaid gras. Bepaalde geuren ken ik alleen nog uit mijn herinneringen.

Het is ook lastig om eten te proeven. De smaak doet er amper meer toe; alleen de textuur maakt nog een beetje verschil. Daarom eet ik graag knapperige groenten, of bijvoorbeeld wafels, omdat ze zo luchtig zijn. Ik eet amper vlees omdat het zonder smaak een rare textuur heeft. En ik drink Aperol Spritz, puur omdat ik nog een klein beetje bitter kan proeven.

Ik kook gewoon nog steeds, maar het is wel anders. Soms maak ik pasta met tomatensaus omdat ik het vroeger zo lekker vond. Als ik dat nu eet proef ik alleen helemaal niks – het is zoutig, meer niet. Dat is nogal deprimerend. Mijn favoriete gerecht was altijd biefstuk met broccoli en aardappelen, maar dat eet ik niet meer. Ik wil mezelf de teleurstelling besparen.

Soms kan het zelfs gevaarlijk zijn. Een keer vergat ik dat ik wat gehaktballen in de oven had gedaan en was mijn hele keuken bijna afgefikt. Ik ben vaak wat paranoïde, vooral in de zomer. Ik vraag me voortdurend af of ik niet naar zweet ruik, en heb steeds de behoefte om te gaan douchen. Ik weet nauwelijks meer hoe het is om mezelf fris te voelen. Hoe kan ik weten of ik schoon ben?

Laatst ging ik met mijn zoontje naar een parfumerie, en vroeg ik of ze me een geurtje konden geven dat naar mij rook. Nadat over mijn probleem had verteld, gaf de werknemer een geursample aan mijn zoontje en vroeg ze: “Ruikt dit naar mama?” Dat was wel heel lief.

Ik had niet gedacht dat het me zo zou aangrijpen op mentaal vlak. Ik voelde me mezelf niet meer. Om iets aan die gevoelens te doen ben ik in therapie gegaan. En toen ik laatst mijn officiële diagnose anosmie kreeg voelde dat als grote opluchting – nu ik het op zwart-wit heb kunnen mensen er niet zomaar vraagtekens meer bij zetten.

Als er een arts zou zijn die me ermee kan helpen zou ik er gelijk naartoe gaan – maar die bestaat niet. Eerst zat ik me suf te googelen naar deskundigen, om erachter te komen hoe ik mijn reukvermogen terug zou kunnen krijgen, maar nu niet meer. Ik heb het geaccepteerd.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE Duitsland.