Sports

Waarom Kennedy Bakircioglu na zijn tijd in Nederland een halfgod werd bij Hammarby

Hij is Kennedy fucking Bakircioglu, wie maakt hem wat?

door Michel Doodeman; foto's door Proshots
29 november 2019, 9:07am

Kennedy Bakircioglu staat op de middenstip van zijn club Hammarby IF, waar zijn grijnzende hoofd met spotlights wordt belicht. Hij wordt toegezongen door iedereen in het stadion en zijn beeltenis is zichtbaar op reusachtige spandoeken. Op de grote schermen is te zien hoe hij de hemel in wordt geprezen door onder meer Zlatan Ibrahimović en Klaas-Jan Huntelaar.

‘King Kennedy’ krijgt te horen dat zijn rugnummer 1 de komende tien jaar niet meer gebruikt zal worden. Er vloeien tranen van fans die weten dat de beste speler die ze ooit in het shirt van hun favoriete club hebben gezien nooit meer op dit veld zal staan. Het emotionele afscheid van de 38-jarige voetballer annex halfgod zorgt een jaar geleden in Nederland voor wat verwondering, zeker bij mensen die niet weten van Kennedy’s populariteit in Zweden.

Een paar weken voor dat glorieuze afscheid maakte ik een trip naar Stockholm. Daar zag ik het hoofd van Kennedy tot mijn verbazing de hele tijd voorbij komen. Het was alsof ik onbedoeld een Bakircioglu-bedevaartstocht deed: al op het vliegveld zag ik zijn beeltenis in een Hall of Fame en in de dagen daarna stuitte ik op boeken, tijdschriften, T-shirts en sweaters met de kenmerkende kop van de voetballer erop. Ik had voorafgaand aan die trip geen idee van zijn sterrenstatus in Stockholm, wat de verering eigenlijk alleen nog maar specialer maakte.

Er was één vraag die de hele reis door m’n hoofd spookte: hoe is Kennedy na zijn periode in Nederland een levende legende in eigen land geworden? Daarom dook ik in zijn geschiedenis.

Kennedy Bakircioglu begint zijn lange carrière bij Assyriska FF, de club waar zijn vader Benjamin ook voor speelde. Al vroeg in zijn loopbaan maakt hij er een angstaanjagend incident mee, zo blijkt uit zijn autobiografie Säg oh, ah, Kennedy (vrij naar: Ed de Goeij), waarin hij vertelt over een trainingskamp in Zweden. Samen met ploeggenoten Louay Chanko en Fredrik Samuelsson wordt hij, als hij wat snoepjes bij een kiosk wil kopen, omsingeld door een groep van veertig à vijftig neonazi’s met kaalgeschoren koppen en militaire kleding. Samuelsson wordt weggestuurd vanwege zijn blonde haar, maar Kennedy en Chanko moeten blijven.

De mannen vertellen de twee Zweeds-Assyrische voetballers dat ze niet thuishoren in Zweden, voordat ze herhaaldelijk ‘’Sieg Heil!’’ schreeuwen. Kennedy vreest voor zijn leven. Uiteindelijk ziet hij een mogelijkheid om te vluchten en sprint hij samen met Chanko weg, waarna ze – na een vechtpartij, waarbij ze geholpen worden door de complete selectie van Assyriska FF – heelhuids hun hotelkamer bereiken.

Kennedy.
Kennedy als held bij Hammarby. (Foto: Proshots)

Kort daarna komt een droom van de aanvallende middenvelder annex buitenspeler uit: Kennedy mag op proef komen bij Manchester United, waar hij de kleedkamer deelt met onder meer David Beckham, Paul Scholes en Ryan Giggs. Kennedy is dan trouwens al een soort cultheld voor veel gamers, omdat hij de virtuele voetbalwereld van Championship Manager in vuur en vlam zet. Anno 2019 zorgt zijn naam nog steeds voor nostalgische gevoelens bij mensen die verslaafd waren aan de game. Maar in het echte leven krijgt hij uiteindelijk helaas geen contract aangeboden bij Manchester United.

Toch maakt hij wel een transfer: Kennedy vertrekt naar Hammarby IF, waar hij in 2001 geschiedenis schrijft door voor het eerst in de clubhistorie kampioen te worden. Kennedy is een van de belangrijkste spelers tijdens het stuntseizoen en scoort zelfs in de kampioenswedstrijd. Een enorm volksfeest barst los: “Supporters huilden van blijdschap. Ze kwamen het veld op, sommigen aten gras uit pure vreugde,” aldus Kennedy. Een hoop Zweedse voetbalfans zijn waarschijnlijk blij dat er destijds nog geen social media was.

Een paar jaar later vertrekt Kennedy naar Iraklis in Griekenland, mede omdat daar een Zweedse trainer (Mats Jingblad) werkt. Een klassieke fout. Als er ooit een handboek voor profvoetballers wordt gemaakt, is een van de belangrijkste tips om de keuze voor een buitenlandse club nooit van een trainer af te laten hangen (een andere tip: plaats nooit een foto van een peperdure auto op Twitter na een dramatische wedstrijd, zoals Joleon Lescott ooit deed). Na een half jaar wordt Jingblad ontslagen en raakt Kennedy zijn basisplaats kwijt.

Kennedy is in Griekenland wel mooi getuige van een van de wildste derby’s van het jaar: de kraker tegen Aris Saloniki. Al voor de wedstrijd worden er flessen naar de spelersbus van Iraklis gegooid en smijten supporters rookbommen in de catacomben. Vanaf de bank ziet Kennedy de hel losbreken: na een doelpunt wordt het veld door fans van Aris bestormd, de keeper van Iraklis gaat knock-out na een kopstoot en Kennedy en zijn ploegmaten moeten rennen voor hun leven. Pas na uren in de kleedkamer opgesloten te hebben gezeten, is het veilig voor de spelers om naar buiten te komen.

Kennedy maakt niet lang daarna de overstap naar de Eredivisie, die als een oase van rust voelt na zijn Griekse avontuur. Bij FC Twente maakt hij naam als een technische speler met een fabelachtige trap. Hij valt ook op vanwege zijn haar, of beter gezegd: het gebrek eraan. Tot op de dag van vandaag houdt hij vast aan zijn kenmerkende Kennedy-coupe, die waarschijnlijk het beste te vergelijken valt met een pas ingezaaid gazon. Het is maar goed dat hij niet zo populair is geworden als Graziano Pellè in Rotterdam, anders hadden er in heel Enschede kinderen rondgelopen met her en der haarsprietjes op een verder kaal hoofd.

Kennedy bij FC Twente.
Kennedy op de training bij FC Twente. (Foto: Proshots)

Na een sterk eerste jaar bij FC Twente overtreft Kennedy zichzelf in zijn tweede seizoen: hij maakt 15 doelpunten en geeft 9 assists in de Eredivisie. Na zijn periode in Enschede, die hij zelf als beste uit zijn carrière ziet, vindt hij het tijd voor een nieuwe stap. Hij kiest voor Ajax, de club waar hij van zijn goede vriend en ultieme tegenpool Zlatan Ibrahimović positieve verhalen over heeft gehoord.

Onder Henk ten Cate begint Kennedy prima aan het seizoen, maar pijnlijk genoeg vertrekt de Amsterdamse trainer al snel naar Chelsea. Interim-coach Adrie Koster is bepaald geen fan van de Zweed en ook het Amsterdamse publiek verwacht meer van hem. Tijdens de thuiswedstrijd tegen Excelsior krijgt hij de hoon van de supporters over zich heen en wordt hij na één helft gewisseld. Kosters opvolger, Marco van Basten, maakt Kennedy duidelijk dat hij niet op speelminuten hoeft te rekenen.

Opvallend genoeg bezorgt Bakircioglu de Ajax-fans dat seizoen toch nog een onvergetelijk moment. In de UEFA Cup-uitwedstrijd tegen Fiorentina, precies een week nadat hij met zijn kalende kop nog met Jong Ajax tegen Jong Feyenoord speelt, mag Kennedy opeens in de basis starten en maakt hij pardoes het winnende doelpunt. Nadat zijn vuurpijl via de onderkant van de lat het doel in ploft, valt hij in de armen van Marco van Basten, de trainer die eigenlijk geen vertrouwen in hem heeft. Als een heimelijk verliefd stelletje dat niet door de mand wil vallen laten ze elkaar snel weer los. Het is misschien wel de meest ongemakkelijke viering van een doelpunt uit de geschiedenis van Ajax.

Uiteindelijk besluit Kennedy om zijn geluk te beproeven in Spanje, bij Racing Santander. Daar volgt een van de hoogtepunten uit zijn carrière, als de Zweed scoort tegen Real Madrid. Na de wedstrijd wisselt hij van shirt met Cristiano Ronaldo (van wie het initiatief komt is onduidelijk), waarna de Portugees Kennedy toefluistert dat hij hem de beste speler van Racing Santander vindt. Het is een mooi idee dat de vijfvoudige Ballon d’Or-winnaar ergens in huis, tussen de fitnessapparaten en spiegels, een gedragen shirt van Bakircioglu heeft liggen.

Dan maakt Kennedy een opvallende keuze: hij tekent bij zijn oude club Hammarby IF, die op dat moment op het tweede niveau speelt. De spelmaker verkiest clubliefde boven geld en wordt koninklijk onthaald in Stockholm. Het is alsof Jezus is opgestaan uit de dood, maar dan met iets slechter haar en een minder prekerige inborst. Als onderdeel van de legendarische kampioensploeg van 2001 is Kennedy al een held bij Hammarby, maar zijn populariteit groeit nog verder na zijn terugkeer.

Hij is in 2013 de laatste speler die scoort in het geliefde Söderstadion en maakt een jaar later als aanvoerder maar liefst 17 doelpunten in één seizoen, waardoor zijn club promoveert naar de hoogste divisie. Zijn bijnaam, ‘King Kennedy’, wordt steeds passender.

Kennedy

Kennedy maakt eind 2017, op z’n 37ste, bekend dat hij nog één jaar bij Hammarby wil spelen en daarna zal stoppen. Zijn absolute magnum opus, het moment waar hij tot aan z’n sterfbed aan herinnerd zal worden, moet dan nog komen. In de thuiswedstrijd tegen IFK Göteborg valt hij ruim een kwartier voor tijd in en mag hij kort daarna een vrije trap op zo’n 30 meter afstand van het doel nemen. Dat is vrij ver, maar niet onmogelijk voor iemand met een puntgave traptechniek – bovendien, hij is Kennedy fucking Bakircioglu, wie maakt hem wat? De bal vliegt in de kruising en het stadion ontploft. Hij rent uitzinnig van vreugde over het veld en vangt en passant een uit het publiek afkomstig biertje, dat hij in één keer achterover slaat.

Na de wedstrijd gaat Kennedy naar het restaurant van een vriend om even rustig een hapje te eten. “Maar toen ik aankwam, stond er een man of zevenhonderd feestend op me te wachten. Het was fantastisch,” vertelde hij vorig jaar aan VICE Sports. Terwijl hij een onvergetelijke avond beleeft met de supporters gaan de beelden van een scorende en zuipende Kennedy de wereld over. Van Brazilië tot aan Australië: iedereen ziet hoe de Hammarby-legende topvoetbal en Kelderklasse in één vloeiende beweging met elkaar weet te verbinden.

Een paar weken later volgt het grootse afscheid voor de clubheld. Met sfeeracties, spotlights en vuurwerk tonen de supporters hun liefde. Ook na zijn laatste wedstrijd wordt Kennedy niet vergeten door de fans in Stockholm. De shirtjes met zijn hoofd erop zijn nog steeds niet aan te slepen, evenals de luxe glazen met zijn handtekening en het Bakircioglu-biertje dat hij samen met St. Erik’s Brewery heeft ontwikkeld. Bovendien is er dit jaar een documentaire, ’79, over hem uitgebracht, die onder meer getoond werd op het Kennedy Football Film Festival in Stockholm. Dat de film een 9,8 op IMDB krijgt betekent ofwel dat het een meesterwerk is in de geschiedenis van de cinema, ofwel dat de ex-voetballer nog steeds ontzettend populair is in Zweden. Het feit dat er zelfs mensen rondlopen met een tatoeage van Kennedy op hun lichaam, zegt denk ik genoeg.

Om zijn immense, boyband-achtige populariteit verder te illustreren: toen Nuncio – een succesvol Zweeds renpaard met een eigen Wikipedia-pagina – een veulen kreeg, stond de naam al gauw vast: King Kennedy, als eerbetoon aan Bakircioglu. Overigens is hij zelf ook groot fan van de paardensport en verdiende hij eerder al veel geld bij de V86, een Zweedse race. Inmiddels is Kennedy zelf ook paardenbezitter: sinds mei is hij mede-eigenaar van Frisco Runner.

Voor Nederlanders is het vrij surrealistisch om te zien dat de man die bij Ajax geen vaste basisplaats kon krijgen, in Stockholm verafgood wordt als een soort Zweedse David Beckham. Desondanks is hij heel vriendelijk en bescheiden gebleven. Misschien komt dat ook wel doordat hij zijn sterrenstatus grotendeels verdiende toen hij al dik in dertig was, een leeftijd waarop vrijwel elke voetballer al aan het afbouwen is. Wellicht is dat de belangrijkste les die Kennedy ons leert: het is nooit te laat in je carrière om jezelf onsterfelijk te maken.

Dit is een verhaal uit de serie Voetbalgeschiedenis met Doodeman. In deze serie belicht Michel Doodeman bijzondere teams of individuen uit de sportgeschiedenis. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Tagged:
ajax
voetbal
FC Twente