lhbtqi

Ik werkte een avond in een Amsterdams homobordeel

Tussen de schermen met gayporno en de jongens met wie klanten naar bed kunnen, tapte ik biertjes en sprak ik mensen aan de bar.

door Bo Hanna; foto's door Christopher Pugmire
21 november 2017, 11:16am

Een aantal maanden geleden kwam ik via een homo-escort in contact met Bryan*, de eigenaar van Boysclub 21, een homobordeel aan de Amsterdamse Spuistraat. Ik was benieuwd naar deze plek en ging op visite om meer te weten te komen over de gayseksclub. Uiteindelijk besloot ik een avond in het homobordeel mee te draaien zodat ik met de eigenaar (die de club al 28 jaar runt), een leidinggevende, gasten en jongens die er werken kon praten.

Het concept van het homobordeel is simpel. Er is een bar waar je gezellig een drankje kunt doen en, als je wil, contact kunt maken met de jongens die op dat moment werken. De jongens hebben altijd de keuze om ‘nee’ te zeggen en bepalen dus zelf of ze mee naar boven gaan met een klant. De leidinggevende houdt de boel in de gaten en zorgt ervoor dat de jongens zich veilig voelen en de gasten zich vermaken.

Ook al kan ik biertjes tappen en heb ik vaker achter de bar gestaan, het is toch even wennen. Achter de bar staan niet alleen flessen drank, maar ook een rekje met gayporno-dvd’s met titels als Twink Paradise. De seksuele spanning, van mannen die misschien met een van de jongens naar bed willen, is duidelijk voelbaar. Ook is het vooral erg gezellig. Sommige bezoekers kijken een beetje verbaasd mijn kant op. “Is dat een nieuwe jongen?” hoor ik een van de klanten zeggen. Hij komt hier duidelijk vaker. Ik voel me even ongemakkelijk wanneer hij me aankijkt, maar dat gevoel gaat gauw over en ik ga verder met glazen poleren.

Het pand bestaat uit drie etages. Op de eerste etage bevindt zich de bar. Je ziet niet meteen dat je in een homobordeel bent, maar al snel vallen de schermen met gayporno en de strippalen op. Aan de muur hangen foto’s met jongens die op dat moment aan het werk zijn. Diezelfde foto’s staan ook op de website, met informatie over de jongens; zoals of ze top (actief), bottom (passief) of versatile (beide posities) zijn. Op de tweede en derde etage bevinden zich de kamers. Vier in totaal, waarvan drie kamers voor 175 euro per uur te huur zijn (inclusief service van een jongen) en eentje – met jacuzzi – voor 200 euro per uur. De leidinggevende vertelt dat, nadat de belasting ervan af is getrokken, 60 procent naar de betreffende jongen toegaat.

In de privéclub werken momenteel twaalf jongens. De minimumleeftijd om er te mogen werken is 21 jaar. De jongens melden zich aan via de site, of komen via jongens die er al werken in contact met de eigenaar van Boysclub 21. Terwijl ik een biertje tap, vertelt een jongen die er al langer werkt dat weinig jongens dit werk lang blijven doen.

De eigenaar vertelt me dat er in Amsterdam in de jaren tachtig een stuk of acht homobordelen waren. In de Spuistraat alleen al waren het er vier. Het waren de enige legale homobordelen in de wereld. Volgens de eigenaar is Boysclub 21 nu het enige homobordeel in Nederland met een vergunning, de rest is in de loop van de jaren gesloten.

Toen andere Europese steden ook gayseksclubs kregen werd het in Amsterdam rustiger. Vooral Britse toeristen blijven nu weg – die gaan naar het goedkopere Praag, vertelt iemand aan de bar.

De komst van online datingapps als Grindr en Scruff speelt een rol in de verloedering van de Amsterdamse homohoreca, maar volgens de eigenaar zal er altijd een groep zijn die behoefte heeft aan dit soort escortbars. Mensen die geen jongens thuis willen ontvangen, of naar een jongen toe willen gaan. Bovendien zijn hier stripshows, is er een bar en is het gezellig. Ik heb het gevoel dat het voor sommige vaste klanten een soort stamkroeg is.

Om binnen te komen moet je aanbellen. Via een camera kun je dan op een scherm bij de bar zien wie voor de deur staat. Een van de jongens maakt vervolgens de deur open voor de klant. Dit vergroot de kans op een klik met een klant, hoor ik later. Van competitie onderling lijkt geen sprake te zijn. De jongens gaan om de beurt naar beneden, en omdat twee jongens nieuw zijn krijgen ze voorrang van de jongens die er al langer werken, zie ik.

Soms ga ik naar boven om de kamers te checken. Meestal zijn ze keurig achtergelaten. Ik maak het beddengoed op en leg de handdoekjes netjes neer.

De jongens in de bar drinken wat en maken een praatje met de klanten, in de hoop met ze naar boven te kunnen. Veel klanten die avond zijn al wat ouder, gemiddeld veertig jaar oud schat ik. Maar ik zie ook jongere mannen. Waarschijnlijk hebben ze niet weten te scoren in de Reguliersdwarsstraat, maar ook geen zin om zich uren suf te scrollen op Grindr. “Het is hier makkelijker, je hoeft niet moeilijk te doen en weet je waar je aan toe bent,” vertelt een jongere gast me.

Niet alleen ik ben nieuw vanavond – twee jongens hebben ook hun eerste werkdag bij Boysclub 21. Een van hen is Fernando* (29). Hij groeide op in Zuid-Amerika en begon tien jaar geleden met sekswerk in Nederland. Via een vriend die sekswerker was kwam hij in aanraking met het vak. “Ik begon het leuk te vinden en deed ervaring op. Het belangrijkste voor mij is het geld. Mijn eerste klant betaalde me voor twee dagen tienduizend euro, dus toen had ik de smaak wel te pakken. Ik wil mijn familie in Zuid-Amerika ook graag financieel kunnen steunen.”

“Mijn eerste klanten regelde ik zoals de meeste homo-escorts via internet,” vertelt hij. “Ook deed ik op internet research over hoe je een goede sekswerker moet zijn. Het is een echt vak en beroep hoor, mensen onderschatten dat vaak. Bovendien moet je je ook goed inlezen in de gevaren van dit vak, zoals drugs,” zegt hij. “Ik heb zelf negatieve ervaringen met ghb en crystal meth, dus ik zeg nu altijd ‘nee’ tegen drugs. Ik ben een tijdje verslaafd geweest aan deze middelen, en toen kwam ik in een vicieuze cirkel terecht waarin ik het geld dat ik verdiende uitgaf aan drugs.”

“Bovendien is het vaak niet verstandig om aan chemsex te doen – klanten willen je alleen maar drogeren zodat je grenzen vervagen en je losser wordt,” gaat hij verder. “Je moet als sekswerker dus duidelijk zijn over wat je grenzen zijn; sommige klanten kunnen nogal pushen om bepaalde seksuele handelingen te doen die je misschien niet wil, dus je moet sterk in je schoenen staan voor dit werk.”

De eigenaar benadrukt dat drugs verboden zijn in Boysclub 21.

Fernando legt me uit dat sekswerk ook een soort seksuele bevrijding is. “Mijn omgeving in Venezuela was homofoob en hier in Nederland voelde ik me tijdens dit werk seksueel bevrijd.”

“Mijn streven is om drie klanten te regelen vanavond,” zegt hij. Net voordat Fernando rond middernacht weg wil gaan komt er een derde man binnen, die hem meteen mee naar boven wil nemen.” Fernando kijkt op z’n horloge, hij moet namelijk zijn laatste trein halen. “Hmm, dat moet nog net lukken,” zegt hij.

Ik vraag Fernando hoe hij het een hele avond volhoudt. “Ik kom nooit klaar, tenzij een klant ervoor betaalt. Dan kan ik eventueel eerder stoppen,” zegt hij.

Ook een andere jongen die er werkt, en anoniem wil blijven, vertelt me dat hij dit alleen doet om rond te komen. “Ik heb sinds kort een nieuwe baan, dus ik weet niet of ik dit er nog lang bij blijf doen. Maar voor mij is geld de reden waarom ik hier ben,” zegt hij.

Dat geldt niet voor Ricardo* (25). Hij kwam op zijn veertiende al in de prostitutie terecht, nadat zijn vader zijn homoseksualiteit niet accepteerde en hij in Bonaire op straat belandde.”

“Ik kom hier niet alleen om geld te verdienen. Ik heb een hele goede band met de andere jongens die hier werken. Het voelt als een soort familie die me echt begrijpt. Als ik een weekend geen geld verdien vind ik dat niet erg, want ik vind het hier altijd gezellig met de andere jongens.”

Ricardo vertelt me dat hij in een reguliere bar of club vrij verlegen is. “Hier doet een afwijzing me niets, maar buiten deze plek raakt dat me wel erg. Op een gegeven moment is Ricardo erg intiem bezig met een klant aan de bar, die hij half uitkleedt. “Als de sfeer er is, dan lopen sommige jongens en de klanten soms naakt rond,” zegt Ricardo later als ik hem vraag hoe wild het in de bar kan worden.

Ik merk dat sommige klanten helemaal niet naar boven gaan, maar alleen met de jongens praten en drankjes voor ze bestellen. Eén man staat al de hele avond met een jongen te praten. Ik zie hoe de leidinggevende ingrijpt als een andere man dezelfde jongen mee naar boven wil nemen. Het lijkt op een ouderwets blauwtje. “Ik begrijp het wel hoor,” zegt de klant, lichtelijk gepasseerd.

“Deze klant komt hier heel vaak, maar hij gaat nooit naar boven,” zegt de eigenaar. “Dat is niet erg, als mensen alleen wat willen drinken zijn ze van harte welkom om aan de bar te komen hangen.” De drankjes zijn gemiddeld anderhalf keer zo duur als in een reguliere bar.

Wat me ook opvalt is dat sommige mannen voor één bepaalde jongen komen. Sommigen druipen al snel weer af, als de leidinggevende vertelt dat die jongen er vandaag niet is.

Ik vraag me dan ook af of sommige klanten niet meer willen dan alleen seks, als ze zo vaak voor dezelfde jongen terugkomen. Rircardo legt uit dat sommige klanten wel berichtjes blijven sturen. “Voor mij is het als ik hier buiten ben in ieder geval gewoon klaar. Soms willen klanten dineren, dat vind ik wel leuk. Maar ik word niet verliefd op ze,” vertelt hij.

De leidinggevende blijft er nuchter onder. “Sommige klanten komen bijna elke week terug voor een specifieke jongen. Het is mogelijk dat klanten verliefd worden. We zijn mensen, dus ja, dat kan gebeuren.”

Als de deuren rond 2.00 uur ‘s nachts dicht gaan loop ik met een van de jongens richting het fietsenrek. We zijn allebei klaar met ons werk en flink moe van alles. Op de fiets mijmer ik nog een beetje na. Sekswerk blijft een bijzonder soort beroep, maar als je er een avond middenin staat lijkt het bijna vreselijk gewoontjes.

*Om privacyoverwegingen zijn achternamen niet genoteerd.

Tagged:
Amsterdam
gay
lhbtq
Spuistraat
bo hanna