Advertentie
bipolaire stoornis

Mijn beste anekdotes bleken allemaal symptomen van een ziekte

Ik kon ze afstrepen alsof het bipolairenbingo was.

door Marcel Vroegrijk
28 augustus 2018, 8:26am

Illustratie door Elzeline Kooy

Ik weet nog heel goed wanneer en waarom ik ooit mijn eerste sigaret heb gerookt. Het was 11 juli 2010 en Nederland had net de finale van het WK voetbal verloren van Spanje. Er gierde zoveel energie en boosheid door mijn lijf, terwijl ik toen al lang niets meer om voetbal gaf. En toch stond ik op straat te schreeuwen en schelden.

Ik moest echt een manier vinden om weer kalm te worden. Daarom zei ik voor het eerst in mijn leven toen iemand me een peuk aanbood: “Ja, doe maar.” Ik heb daarna meteen een pakje gekocht en dat nog diezelfde avond opgerookt. Een domme manier om ermee te beginnen, maar het leverde ook een net zo domme anekdote op. Net als toen ik vier jaar later besloot om weer te stoppen omdat het volgende WK was begonnen.

Ik teer op zulke verhalen in mijn contact met andere mensen. Het is een glijmiddel als gesprekken stroef verlopen door mijn sociale angsten, en tegelijkertijd een bindmiddel omdat ik vreemden hierdoor meteen iets heel persoonlijks kan vertellen, onder het mom van een goede anekdote. Zoals die keer dat ik drie dagen en nachten lang alleen maar heb zitten tekenen, omdat ik dacht dat ik een extreem getalenteerd tekenaar was. Ik heb toen zelfs een duur tekentablet gekocht. Helaas kwam ik er na die 72 uur achter dat ik vooral veel grijze strepen op A4’tjes heb zitten trekken.

Ik werd zo geil dat ik diezelfde nacht nog via Grindr een seksdate heb geregeld.

En dan die keer dat ik was vergeten dat ik een tv van 500 euro had besteld. Of dat ik voor werk naar een beurs moest in Duitsland en mijn nog natte was aan de bagagerekken in de trein heb opgehangen. En natuurlijk nog die keer dat ik na een feestje samen met een vriendin braaf naar bed ben gegaan, maar zo geil werd dat ik diezelfde nacht nog via Grindr een seksdate heb geregeld, naakt de deur voor hem opendeed en vervolgens op de toen nog leegstaande benedenverdieping helemaal los ben gegaan terwijl de stoffige vloer vol lag met planken en verfblikken. De volgende ochtend vroeg ik samen met die vriendin al grinnikend aan de huisbaas of ik het appartement eens mocht bekijken.

Als je mijn vrienden vraagt wat mij typeert, dan mag ik toch hopen dat ze mijn zachte karakter of onuitputtelijke behulpzaamheid noemen, maar die rare verhalen zullen ze ook wel zijn bijgebleven. Ik zal al die fratsen waarschijnlijk ook nooit meer vergeten, maar sinds mijn therapie ben ik wel heel anders naar de bijbehorende herinneringen gaan kijken.

Ergens vorig jaar werd vrij duidelijk dat ik een bipolaire stoornis heb. Dat ik last had van depressies wist ik al veel eerder, maar de extreme uitspattingen van energie en levenslust die daarop volgden, had ik altijd toegeschreven aan tijdelijke oplevingen. Dat veranderde toen mijn nieuwe psycholoog die zielsgelukkige periodes herkende als wat ze eigenlijk zijn: manische episodes.

Op dat moment wist ik zeker dat ik in een manie was geschoten. Niemand is zo vrolijk in de DekaMarkt.

Dat ik een paar keer per jaar intens kon genieten van iedere kleur en geur, bleek net zo goed een symptoom, maar dan van een manie. Ik werd er alleen extatisch van in plaats van doodongelukkig. Tot ik weer compleet was opgebrand omdat ik wekenlang bijna nooit meer thuis was en nauwelijks of helemaal niet sliep.

Ik kan me de laatste keer dat ik echt manisch werd nog goed herinneren. Ik liep door de DekaMarkt, oordopjes in en twee stuks Hero Portiefruit stevig in mijn handen geklemd. Op dat moment begon mijn favoriete nummer (Safety Dance van Men Without Hats) te spelen en werd ik overspoeld door een intense behoefte om te gaan airdrummen. Ik bewoog me door de supermarkt alsof ik in een musical speelde. Op dat moment wist ik zeker dat ik in een manie was geschoten. Niemand is zo vrolijk in de DekaMarkt.

Vroeger had ik die gebeurtenis onder de mooie verhalen geschaard, maar sinds de diagnose vraag ik mezelf af hoeveel ik daarvan aan mezelf mag toeschrijven. Want wat blijft er nog van mijn karaktertrekken over als ik die tegen de kenmerken van een bipolaire stoornis wegstreep?

Die identiteitscrisis werd nog groter toen de psychiater tijdens groepstherapie een diagram liet zien van de oplopende symptomen tijdens een manie. Een bloemlezing: “Ik loop sneller, ga weer roken, sport meer, koop cd’s, praat met iedereen, sta fluitend in de lift, raak met iedereen in discussie, heb overmatig energie, geef veel geld uit, ga alleen uit, kleed me excentriek, wil de zon zien opkomen, heb seks met onbekenden, geef geld aan vreemden, raak waardevolle dingen kwijt, alles heeft betekenis".

Ineens moest ik al mijn herinneringen opnieuw een plek geven.

Ik zat erbij en keek ernaar. Ik kon de symptomen afstrepen alsof het bipolairenbingo was. Alle verhalen waaraan ik mijn identiteit had opgehangen sinds mijn tienerjaren, bleken direct te herleiden tot de uitwassen van een manie. Ineens moest ik al mijn herinneringen opnieuw een plek geven.

Heb ik die oude televisie klakkeloos aan een vriendin gegeven omdat ik zo’n vriendelijk figuur ben, of was het gewoon een ziektebeeldbuis? En was ik echt zo’n grote fan van die ene game dat ik er drie exemplaren van heb gekocht? Misschien was het wel gewoon de drang om maar geld uit te blijven geven. Ik twijfelde zelfs aan mijn seksuele oriëntatie, want de keren dat ik met mannen heb afgesproken, vielen altijd samen met een manische episode. Was ik dan wel biseksueel?

Volgens mijn sociaal-psychiatrisch verpleegkundige zijn zulke vragen herkenbaar binnen de behandeling van een bipolaire stoornis. Je bent bezig met het verwerkingsproces en een belangrijk onderdeel hiervan is dat je aan de hand van nieuwe informatie mogelijk ook nieuwe conclusies moet trekken. Waar ik eerder dacht dat ik slechts enkele weken per jaar mezelf kon zijn, weet ik nu dat het genuanceerder ligt.

Mijn ‘echte’ ik komt naarmate ik langer stabiel blijf vanzelf bovendrijven.

De bipolaire stoornis en mijn persoonlijkheid zijn door de jaren heen met elkaar verweven, en daarom is het moeilijk om ze helemaal los te zien. Een mix van medicatie en zelfmanagement moet ervoor zorgen dat de excessen van mijn depressies en manische episodes niet meer de kop opsteken, of dat ik ze vroegtijdig de kop in kan drukken.

Mijn ‘echte’ ik komt naarmate ik langer en langer stabiel blijf vanzelf bovendrijven. Wie dat is, maakt me niet eens zoveel uit. Zolang ik maar niet gedefinieerd wordt door mijn stoornis. Met half huppelend en playbackend dan wel airdrummend door de stad lopen is weinig mis, maar niemand is erbij gebaat dat ik tot zeven uur ‘s ochtends opblijf omdat ik de wereldproblematiek op meen te kunnen lossen met een zogenaamd briljant betoog op een kladpapiertje.

Tegenwoordig ben ik dan alweer wakker, na een brave nachtrust van acht uur. Want als er iets is dat bij mij een manische of depressieve periode kan aanwakkeren, dan is het wel slaapgebrek. Toch knaagt het ergens. Het blijft moeilijk om niet te verlangen naar de manische momenten waarop alles vanzelf gaat en ik mezelf letterlijk de leukste persoon ter wereld vind. Sinds de bipolairenbingo is het gelukkig wel iets makkelijker geworden. Het zal me misschien minder anekdotes opleveren, maar wel een beter leven. En dat is een veel mooier verhaal, als je het mij vraagt.

-

Als jij of iemand uit je omgeving worstelt met een depressie, angst of andere psychische problemen, neem dan contact op met MIND Korrelatie voor informatie of om te chatten of te appen met een medewerker.

Denk jij aan zelfdoding? Of ken jij iemand die aan zelfdoding denkt? Neem contact op met 113 Online of bel 0900-0113.